RAH Schepenbank Lummen nr. 102

Gichten Brabants recht buiten vrijheid

09.03.1648 – 12.12.1656

 

1648, 09 maart. P. 01

Peeter Adriaens heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land in Coorssel op 'den Heuvel' gelegen, dat grenst s'heeren straet 1), Hendrick Geerts 2) en Jan Stockmans 3); nog een beemd omtrent 'die pastorije' gelegen, die grenst de erfgenamen van Jeronymus Peelenders 1), de pastoor 2), Jan Huveners 3) en Wouter Moons 4); nog een heythoeve ook in Coorssel gelegen, die grenst s'heeren straet 1), Peeter Neelens 2), Gielis Oriaens 3) en de erfgenamen van Jasper Smeets 4). Opgedragen aan het convent van 'Sincte Agneeten dael' binnen Peer als pand voor 60 gulden Brabants jaarlijks, waarvoor Peeter in kapitaal 1200 gulden lopend geld ontvangen heeft. Valdag jaarlijks op 1 maart. Peeter en zijn nakomelingen zullen deze rente jaarlijks mogen betalen met 48 gulden jaarlijks. Indien de panden later niet sterk genoeg zijn, stelt Peeter als onderpand al zijn laetgoederen die hij zelf met gicht verkregen heeft van Jacob Theunis. Hij staat garant voor een goede gicht en jaarlijkse betaling. Mr. Aert Baten is in de naam van het voorschreven convent en voor het klooster met recht gegicht en gegoed. Peeter stemde ermee in dat hiervan een gezegelde brief werd geleverd. Mr. Aert heeft de hofrechten betaald.

 

1648, 26 maart. P. 02v

Jan Lambrechs heeft opgedragen een heythoefke in Geneycken gelegen, groot ongeveer een vat zaaiens. Het grenst Willem Eelsen 1), zijn eigen erf 2), Henrick Aerts 3) en 'den Kannaert' 4). Verkocht aan Gielis Jans voor 50 gulden: 2 zouverainen in munten en 6 gulden voor de huisvrouw van de verkoper als drinkgeld. Lnl, Goitspenninck 2 stuivers. Betaald. Onder reserve dat Gilis de weide (te weten 't'vlotgras') van het wijerke zal mogen gebruiken zolang als Jan Lambrechs of zijn erfgenamen het zullen bezitten, waarvan de kanten of dijken aan Gielis toebehoren. Alles gebeurt zoals Jan Lambrechs het zelf verkregen heeft van Oriaen Claes. Giellis Jans is ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1648, 07 mei. P. 08v

Akte van verkoop door heer Peeter Oriaens cum suis.

Voor notaris en getuigen verscheen op 16 oktober 1647 heer Peeter Adriaenssen zoon van wijlen Adriaen en van Elisabeth Moons, pastoor in St.Jans Scrick en Groot Loo; nog Catlijn Adriaensen zuster van de voorscheven heer Peeter met assistentie van haar man Philips Martens; nog Elisabet Jansens oud ongeveer 27 jaar, dochter van wijlen Lambrecht en van Marie Adriaensens die ook een zuster was van heer Peeter en Aert Jansens, broer van Elisabeth en jongeman van meer dan 20 jaar oud, die geassisteerd is met zijn oom en momber Aert Jansens zoon van wijlen Aert. Ze bekennen dat ze hebben verkocht en verkopen met deze akte de twee eerste comparanten elk voor een derde part en de twee anderen elk voor 1/3 (!) van het resterende derde deel in de goederen achter gelaten door wijlen Adriaen Adriaensen en Elisabeth Moons, hun vader en grootvader, moeder en grootmoeder respectievelijk. Het gaat om een huis, hof en al het toebehoren onder de parochie van Coorssel bij de kerk gelegen. Het is omtrent 6 halsters groot, Coorselse maat. Nog om een stuk land van 3 halster groot, geheten 'het Wierix Velt'; nog 3 halsters land gelegen in 'het Boven Bloock'; nog een beemdje gelegen achter de pastorij van Coorsel; nog een turfbeemd gelegen in 'het Boven Broeck'; nog een heyschomme gelegen in de Saevelstraet; nog om het part dat hen toebehoort in een bosje gelegen onder de parochie van Huesden en verder alle andere goederen die hen toebehoren uit hoofde van hun ouders. Verkocht aan het echtpaar Jacques Theunis en Anna Janssen, hun zwager en neef respectievelijk. Die accepteert de koop en heeft erin al het derde part van het laatste 1/3. Voor het 1/3 part van heer Peeter zal het echtpaar 1000 gulden geven in munten die in Coorsel hun loop hebben (de gulden aan 20 stuivers) en ook 1000 gulden aan Catlijn Adriaensens en haar man Philips Martens voor haar 1/3 en aan de voorschreven Elisabeth Jansens voor haar derde deel uit het laatste 1/3 333 gulden 6 stuivers 1 oort en ook zoveel aan haar broer Aert Jansens. Aan deze sommen zal telkens hun deel van de lasten die op deze goederen uitgaan worden afgetrokken, de kwijtbare en de niet-kwijtbare. De kwijtbare volgens hoe ze kwijtbaar zijn en de onkwijtbare tegen den penninck 27, met de verlopen ervan. De grondcijnzen die op de goederen uitgaan, zullen door de kopers moeten betaald worden, maar die bedragen niet meer dan 10 stuivers per jaar. De lasten op de 'heyschomme' moeten ze ook voor hun rekening nemen en worden niet afgetrokken. De kopers beloven de koop te voldoen. De verkopers vaardigen Peeter Oriaens of de toonder van deze akte af om hetgeen voorschreven staat voor alle heren en hoven waar het nodig is te vernieuwen en daar de koper in de goederen te laten goeden en erven met alle vormen van recht. Opgemaakt in Loven (Leuven) in presentie van Lowies Kynens en Fredrick Leemants als getuigen hiertoe geroepen. De voorschreven contractanten hebben de minuut hiervan getekend. Was ondertekend 'Aldus mij present notaris D. Zegius'.

De gicht die uit deze verkoopakte is gekomen, is te vinden folio 356 van het voorgaande register omdat de akte om geregistreerd te worden pas uit het Loons is ingebracht op 7 mei 1648.

 

1648, 30 maart. P. 09v

Lenart Van Haut heeft de panden gekweten van de erfgenamen van Jan Convents van een rente van 5 gulden jaarlijks, kapitaal 100 gulden. Alles is voldaan en hun panden worden ervan gekweten.

 

1648, 30 maart. P. 09v

Renier Van Erpecum heeft opgedragen aan stuk land genaamd 'die Dungen', dat grenst Jan Huveners en Peeter Beckers 1), Lambrecht Corselius 2) en 3) en Jacob Lenarts 4). Opgedragen aan Gielis Kenens als pand voor 7 gulden jaarlijks, waarvoor Renier in kapitaal 150 gulden Brabants eens heeft ontvangen in gangbaar geld. Jaarlijkse valdag half maart. Rente netto te betalen zonder enige aftrek. Mocht het pand niet sterk genoeg zijn, dan belooft Renier al zijn andere goederen als onderpand te stellen en hij stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters. Gielis Kenens is in de 7 gulden jaarlijks ggmr.

Marge. Op 17 juni 1667 heeft Gielis Kenens deze rente en alle verlopen gekweten.

 

1648, 26 mei. P. 09v

Joris Beckers heeft - uit kracht van procuratie op hem gegeven vanwege Jasper Tielmans op 28 april 1648, ondertekend C. Nicolai zoals in het recht bleek - opgedragen een halve beemd in 'die Langeneycken' omtrent 'den Ertwech' gelegen. Hij grenst Geert Rymen 1), Vincent Seyssens 2), Huybrecht Didden 3) en Jan Huveners 4). Verkocht aan Vincent Seyssens voor 450 gulden Brabants eens boven een last van 5 gulden jaarlijks, of 100 gulden kapitaal, die Peeter Neelens daarop trekt en 1 dobbele ducaet als drinkgeld voor de huisvrouw van de verkoper, goodtsgelt 10 stuivers, lycoop 21 gulden 12 stuivers. De verkoper staat er garant voor dat het goed niet hoger belast is dan hiervoor geschreven en met grondcijns en dorpslasten. Vincent Seyssens is in het goed ggmr.

 

1648, 26 mei. P. 10

Vincent Seyssens heeft opgedragen huis en hof in Vortken omtrent 'den Ertwech' gelegen, die grenzen s'heeren aert aan 3 zijden en de erfgenamen van Peeter Smeets 4), aan Aert Struynens/Struyvens als pand voor 22 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving hij 450 gulden Brabants eens lopend geld. Valdag jaarlijks op Sinte Marcusdag. Vincent zal deze rente jaarlijks mogen betalen met 20 gulden, zolang Vincent in leven zal zijn, tenzij Aert ze zou verkopen. Aert Struijvens is in de rente van 22 gulden 10 stuivers jaarlijks gegicht met recht.

 

1648, 10 juni. P. 10

Conditie en voorwaarden waarop Jan Rymen zal verkopen zijn deel van een perceel broek dat hem is aangekomen vanwege Geertruyt Zeus. Het grenst Peeter Seuws 1), Cornelis Vorsters 2), Peeter Jans 3) en Jan Vander Heyden 4).

Het goed wordt verkocht met kerckengeboth, kaarsbranding, palmslag en hoogsels aan degene die het meeste ervoor biedt. Die zal 'de naeste' zijn. Iedereen zal erop mogen hogen met hogen van 2 gulden Brabants, waarvan de helft tot profijt van de verkoper is en de andere helft zal de koper profiteren. Indien er iemand op hoogt die de conditie niet kan of wil voldoen, dan zal de kaars opnieuw ontstoken worden. Brengt het dan minder op, dan moet de faler bijpassen. Daarvoor zullen zijn panden en persoon verbonden zijn en ze zullen uitgewonnen worden. Brengt het dan meer op, dan is dit tot profijt van de verkoper.

Indien er een misverstand is in het hogen tijdens de brandende kaars, zullen de aanwezige schepenen die over deze zaak zitten beslissen wat er moet gebeuren. De koper moet alle onkosten betreffende deze koop betalen, zoals een halve patacon schrijfgeld, lijcoop 8 gulden. Het verkochte goed is onbelast met uitzondering van grondcijns aan de heer en dorpsschattingen. Daarvoor verbindt de verkoper zijn persoon en goederen.

De koper zal de koopsom moeten voldoen op datum van gichten en dan zal hij het goed ook aanvaarden. De koper moet aan de huisvrouw van de verkoper voor een kermis 11 gulden Brabants eens geven.

Op 10 april 1648 verscheen voor de schrijver Peeter Nielis die geboden en gepresenteerd heeft boven alle voorwaarden de som van 200 gulden Brabants eens. Hiervoor heeft de verkoper hem de koop toegeslagen en de palmslag gegeven. Hij verbeterde de koop nog met 35 hogen. Ze spraken nog af dat de verkoper zal moeten leveren en het voorschreven erve delen, de vierde part op zijn last. (??) Hij staat er garant voor dat het goed Brabants is.

Op 10 april 1648 hoogt Geert Rymen nog 1 hoge; Peeter Nielis zet nog 1 hoge. Dit is gepasseerd in presentie van de getuigen Jasper Smeets, Peeter Meyen en Laureys Claes. Ondertekend C. Niclai.

Op 10 juni werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen met instemming van de partijen. De koop bleef als de kaars uitging aan Peeter Cornelis (= Peeter Nielis).

1648, 10 juni. P. 10v

Jan Rijmen heeft ontvangen en daarna opgedragen het voorschreven goed, hiervoor beschreven, aan Peeter Nielis voor 237 gulden Brabants eens, kermis voor de huisvrouw van de verkoper 11 gulden, Goitspenninck 4 stuivers, lycoop 10 gulden, volgens de voorschreven conditie. Peeter Nielis is in het voorschreven goed ggmr. Rechten van roepgeld aan Jan Goris 23 stuivers.

 

1648, 23 juni. P. 11

Andries Seyssens heeft opgedragen een bloock in Vortken onder Coorssel gelegen, dat grenst s'heeren straet 1), Jasper Smeets 2), Jan Vanden Kerckhoff 3) en Quinten Pouls 4), aan Geert Kenens voor 725 gulden Brabants eens en 2 fransche croonen als drinkgeld voor de huisvrouw van de verkoper, Goodtsgelt 1 bloumueser, lycoop nae lantcoep. De koper zal de koopsom moeten betalen op de dag van verjaren met uitzondering van 300 gulden die ze op rente moeten laten op het voorschreven pand. 5% intrest geven. Betalen op de valdag: jaarlijks op datum van gichten. De koper zal dit pand verbeteren met een woonplaats binnen het jaar. Geert is in het goed en Andries in de rente gegicht en gegoed met recht.

 

1648, 23 juni. P. 11

Marten Leeckens heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Hoeve' (?), dat grenst s'heeren straet aan 3 zijden en Blasius Leeckens 4). Opgedragen aan Jeronimus Van Soerbeeck als pand voor 5 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Marten 110 gulden Brabants eens lopend geld. Jaarlijkse valdag is op Sinxten (Pinksteren). Mocht het goed onvoldoende worden, dan belooft Marten als onderpand te stellen een stuk land genaamd 'het Lulen' (?), sorterend in het Loons. Met reserve indien Merten de voorschreven rente jaarlijks zal komen betalen voor of op de vervaldag dan zal hij volstaan met 4 gulden 10 stuivers. Jeronimus is in de rente gegicht met recht.

 

1648, 28 juni. P. 13

Voorwaarden waarbij Andries Claes zal verkopen een heythoeve op de Scrickheyde gelegen, die grenst s'heeren aert aan 3 zijden en de beek 4). Verkoop met kerkenroep, kaarsbranding, palmslag en hogen en degene die er het meest voor biedt, zal het bekomen. Hogen van 2 gulden zoals gewoonlijk te verdelen. Regels voor falende koper en misverstanden zoals bij andere verkopen. Het goed is onbelast en ook vrij van cijns. De koopsom moet op dag van verjaren betaald worden en dan kan de koper het aanvaarden. Alle onkosten betreffende de verkoop zoals 4 stuivers Goitspenninck, lycoop nae lantcoep, enz. staan tot last van de koper.

Op 26 juni 1648 bood Aert Witters de som van 150 gulden Brabants eens en hij verbeterde de koop nog met 25 hogen. Hierop werd hem door Andries Claes de koop toegeslagen. Getuigen Frans Wynen en Jasper Smeets. Ita testor C. Nicolai. Jan Dirix verbeterde met 1 hoge en vervolgens Aert Witters met nog 2 hogen.

1648, 28 juni. P. 13

De kaars werd wettelijk ontstoken en gebannen en als ze uitging bleef de koop aan Aert Witters.

1648, 28 juni. P. 13v

Andries Claes als man en momber van zijn huisvrouw Helena Huybrechs heeft ontvangen en met haar instemming opgedragen het voorschreven goed aan Aert Witters voor 178 gulden boven de condities. Aert Witters is in het goed gegicht en gegoed met recht. Andries Claes kreeg zijn geld.

 

1648, 09 juli. P. 15

Conditie en voorwaarden waarop Jacob Theunis zal verkopen 'huijsinge', landen, beemden, weiden en bossen zoals Adriaen Adriaens in zijn leven heeft bezeten. Het gaat om huis en hof in Coorssel omtrent de kerk gelegen; een stuk land 'opt Boven Bloock' gelegen; een stuk land omtrent de kerk 'int Cleyn Velt' gelegen genaamd 'het Wierix Velt'; een beemd omtrent de pastorij gelegen; een perceel broek 'int Overssel' gelegen genaamd 'den Torff Beempt'; een heythoeve omtrent Jan Jacobs gelegen en een perceel bos in Everssel onder Huesden gelegen.

Het goed zal verkocht worden met 'kerckegebot', kaarsbranding, palmslag en hogen en degene die het meeste biedt, zal 'den naesten wesen'.

Iedereen zal mogen hogen met hogen van 2 gulden per hoge: de helft voor de verkoper en de andere helft voor de koper of hoger.

Indien er iemand glorieuselijk komt hogen, maar deze koop niet kan of wil voldoen, dan zal de kaars opnieuw ontstoken worden. Mocht het dan minder opbrengen, dan is dit tot last van de faler en daarvoor zullen zijn persoon en goederen verbonden zijn alsof ze via het recht uitgewonnen zijn. Brengt de verkoop echter meer op, dan zal dit tot profijt van de verkoper zijn.

Bij misverstanden zullen de schepenen die over deze verkoop zitting houden beslissen wat er gebeuren moet. De koper moet voor een kermis voor de huisvrouw van de verkoper 100 gulden Brabants geld eens geven, terwijl de koper voor zijn kloek bod als palmslag ook 100 gulden Brabants geld eens zal krijgen.

De verkoper staat er garant voor dat de goederen belast zijn met 5 gulden Brabants jaarlijks zoals iemand van Peelt daarop trekt; nog met 25 stuivers jaarlijks zoals de kerk van Beringen daarop trekt; nog 100 gulden Brabants eens kapitaal aan Bartel Eeckelen; nog 15 stuivers jaarlijks aan de H. Geest van Coorssel; nog 100 gulden Brabants kapitaal aan mr. Geert Mommen; nog 3 gulden 10 stuivers jaarlijks aan een persoon uit Lummen genaamd Jan Reyeneers (Reynders). Deze lasten zullen aan de koopsom in mindering komen. Verder enkel nog belast met grondcijns aan de heer en dorpslasten, die tot last staan van de kopers.

De koper moet alle onkosten van deze koop betalen zoals een halve patacon goodtsgelt voor de kerk, schrijfgeld 1 patacon, lijcoop naar wens, kaarsgeld, pontgelt, gichtgelt. De hele koopsom moet binnen 6 weken betaald worden. Indien de koper in fout blijft, zal hij 6% intrest van het geld moeten geven. De goederen kunnen half maart e.k. aanvaard worden omdat ze tot dan verhuurd zijn aan Alaert Tilens. De koper zal de huur trekken.

Op 28 februari 1648 heeft bij de notaris Peeter Adriaens volgens de voorschreven conditie de som van 3000 gulden Brabants geld eens geboden. Hiervoor kreeg hij van Jacob Tonis de palmslag. Peeter verbeterde de koop nog met 200 hogen Brabants geld (dus 400 gulden). Getuigen: Henrick Beckers en Alaert Thiellens. Was ondertekend: Ita testor C. Nicolai notaris.

Op 29 februari verscheen bij de notaris Alart Tielens die nog 10 hogen hoogde op deze koop; vervolgens Jan Adriaens nog 50 hogen. Getuigen: Henrick Van Ham en Geertruyt Bathen. Ondertekend Nicolai.

Op 3 maart 1648 verbeterde Peeter Adriaens de koop nog met 1 hoge. Daarna werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen zowel van Brabants, Loons en laethen en als de kaars uitging bleef de koop aan Peeter.

Nota. Hetgeen in het Loons sorteert is geraamd op 1200 gulden Brabants geld als de lasten afgetrokken zijn en hetgeen valt onder de laethof van Everbeur. Ergo bedraagt het pontgelt 60 gulden Brabants geld en in het Luyx geld gerekend beloopt op 97 gulden.

De gicht hiervan is te vinden in het voorgaande register folio 380 mits de conditie eerst in het Loons werd geschreven en hier pas op 9 juli 1648 werd gebracht door ziekte van de secretaris daar.

 

1648, 09 juli. P. 16v

Jan Oriaens heeft getransporteerd een rente van 7 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks, zoals hij die trekt op panden van Frans Wynen volgens de originele gichte ervan op 7 juli 1690, kapitaal 150 gulden. Verkocht aan de kinderen van Peeter Oriaens voor 150 gulden. Betaald. Peeter Oriaens is in de naam van de kinderen ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1648, 09 juli. P. 16v

Jan Oriaens heeft getransporteerd 7 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks uit een grotere rente van 20 gulden jaarlijks zoals hij die trekt op panden van Jan Rijmen volgens de gicht ervan van 4 juli 1647. Verkocht aan de kinderen van Peeter Oriaens voor 150 gulden Brabants. Betaald. Peeter Oriaens is als momber van de voorschreven kinderen tot hun profijt daarvan met recht ter gichte gekomen.

 

1648, 09 juli. P. 16v

Peeter Oriaens heeft opgedragen een stuk land in Coorssel op 'den Heuvel' gelegen, groot 1,5 halster zaaiens. Het grenst Henrick Geerts aan 2 zijden, s'heeren straet 3) en Jan Stockmans 3); nog een eusel in 'de Savelstraet' (Sauelstraet) gelegen, dat grenst s'heeren straet 1), Gielis Oriaens 2), Peeter Neelens 3) en Christiaen Claes 4). Verkocht aan zijn broer Jan Oriaens voor 1125 gulden Brabants boven de lasten die eraan uitgaan. Het is belast met 2 gulden 14 stuivers en 1 blanck jaarlijks aan de Armen en met 8 stuivers 1 ort aan het Sint-Annaaltaar in Coorsel, cijns en schattingen. Peeter staat garant voor meer lasten. Jan Oriaens is in het goed ggmr van de bank.

 

1648, 09 juli. P. 17v

Jan Pouls heeft opgedragen een stuk land in Haexelaer onder Coorsel gelegen, groot 6 vat zaaiens, genaamd 'den Langen Hoff'. Het grenst s'heeren straet 'met die mot' 1), zijn eigen erf 2) en Lambrechts Swierts 3) en 4). Verkocht aan Huybrecht Jacobs voor 1150 gulden Brabants en een souvereyn in specie als drinkgeld voor de huisvrouw van de verkoper, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck voor de kerk van Coorssel 10,5 stuivers. Boven de lasten die op het goed uitgaan, namelijk met 15 gulden jaarlijks, kapitaal 300 gulden lopend geld, aan Valentijn Stevens; met 25 gulden jaarlijks, kapitaal 500 gulden lopend geld, aan Jacob Van Velthoven. Omdat de verkoper aan deze hof afgelegd en gekweten heeft eens 100 gulden aan Geert Brauwers(?) en eens 300 gulden aan Valentijn Vanden Hove en 250 gulden aan Haub Jacobs, allemaal kapitaal, tijdens zijn huidig huwelijk met zijn huisvrouw Catlijn Wouters, zullen 'de vrienden' (de familie) van Maria daarop later geen gezag of actie hebben of mogen pretenderen aangezien het geld waarmee hij deze lasten heeft afgelegd gekomen zijn van zijn 'patrimoniale' goederen en niet vanwege zijn huisvrouw. De verkoper heeft van de huidige koopsom 320 gulden ontvangen van de resterende 800 min 20 gulden (dus 780 gulden) waarvoor jaarlijks aan dit pand tegen den penninck twintig (5%) 39 gulden moeten betaald worden. De koper bekent die aan het pand en ze moet betaald worden met 780 gulden lopend geld zoals het geld bij de afkwijting zal koers en loop hebben en met rente volgens het verloop van de tijd. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Boven schattingen en cijns staat de verkoper garant voor meer lasten dan vernoemd. De koper mag het goed pas aanvaarden als de opbrengst van het land is. Haub Jacobs is in het land en Jan Pauls is in de 39 gulden jaarlijks ggmr. Jan Reners, aanwezig, heeft wettelijk beloofd dat hij noch door hem noch door zijn kinderen ooit nog enige actie of pretensie zal pretenderen op dit goed. Daarvoor deed Jan 'stipulatie' (voegde deze verklaring toe als uitbreiding van het contract) in handen van de schepenen. Is in hoede van de wet gekeerd.

 

1648, 30 juni. P. 19v

Aert Vande Winckel heeft ontvangen en daarna opgedragen een beemd in Haexelaaer onder Coorssel gelegen, groot ongeveer 2,5 dachmael; die grenst de erfgenamen van Peeter Hommans 1), Peeter Cogen 2), Willem Vander Roeren(?) 3) en 'die Motdijck Straet' 4). Opgedragen aan Henrick Moons als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks, waarvoor hij in kapitaal 200 gulden lopend geld ontvangen heeft. Jaarlijks te betalen op 12 juni. Aert staat er garant voor dat het goed nog belast is met 150 gulden aan Jan Bormans en met cijns aan de heer. Henrick Moons is in de 10 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede. Moons betaalde het half uitkomen 27 stuivers 1 ort en Vande Winckel 28 stuivers 1 ort.

 

1648, 02 september. P. 20

Daniel Smeets heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Huycken Hoeve' in Voortken gelegen, dat grenst s'heeren straet 1), Vincent Seyssens 2) en de erfgenamen van Peeter Smeets 3). Opgedragen aan Sint-Anna-autaer in de kerk van Coorssel als pand voor 5 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Daniel de som van 100 gulden eens lopend geld. Valdag jaarlijks op Sint-Gielisdag. Joris Beckers is als kerkmeester in Coorssel in de naam van het Sint-Anna-altaar voorschreven in de 5 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Dient voor memorie dat deze rente en meer andere renten van het voorschreven altaar staan tot profijt van de gemeynte van Coorssel en waarmee ze de 'cappellaen' daar betalen.

Naschrift. Op 5 april 1663 kwamen voor de schepenen Henrick Briers(?) en Jan Mentens, burgemeesters van het dorp Coorsel en ze hebben gekweten het pand van Gilis Wouters man en momber van Cath. Smeets van de voorschreven rente. De burgemeesters kwijten de rente in naam van de gemeente wettelijk.

 

1648, 08 oktober. P. 20v

Henrick Wellens heeft opgedragen een stuk land in Stal onder Coorssel gelegen, groot ongeveer 6 vat zaaiens, zowel land als heide, zoals hij die door koop van de gemeente verkregen heeft. Het grenst Jan Van Postel 1) en s'heeren aert aan de 3 andere zijden. Verkocht aan Aert Witters voor de som van 310 gulden Brabants eens voor zowel het Loons als het Brabants in een koop. Het Brabants deel is gewaardeerd op 77 gulden en 10 stuivers, lycoop 1 patacon, Goitspenninck 3 stuivers. 100 gulden eens van de koopsom werd betaald en de rest is te betalen op de verjaardag. Aert Witters is ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1648, 07 november. P. 22v

Jan Put heeft opgedragen huis en hof in Stalle met 'het Venne' daaraan gelegen, die grenzen s'heeren aert 1), Peeter Beckers 2) en de erfgenamen van Jan Moons 3). Opgedragen aan Jan Gielen van Exel als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jan Put 500 gulden Brabants lopend geld. Te kwijten met geld zoals het dan zijn loop en koers zal hebben en met rente volgens verloop van de tijd, in 2 termijnen. Valdag is jaarlijks op Sint-Lucasdag. Losse en vrije rente geven, vrij van eender welke vorm van belastingen. Als onderpand stelt Jan Put een stuk land en weide aan de heide gelegen, die grenzen de heide 1), Aert Stevens 2), Loije Raepers 3) en Jan Hillen 4). Jan Gielen is in de 25 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1648, 07 november. P. 22v

Mathijs Put heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Hoeve', dat grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Geert Van Groenendael 3) en Jan Pauls 4). Verkocht aan Aert Stevens als pand voor 16 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Mathijs 400 gulden Brabants lopend geld. Jaarlijkse valdag op Bamisse. Als bijpand stelt Mathijs een beemd genaamd 'Bryckens Beempt', die grenst 'die Maelbeeck' 1), Jan Jans aan de andere zijden. Aert Stevens is in de 16 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1648, 07 november. P. 23

Peeter Beckers heeft opgedragen huis en hof in Stal gelegen, die grenzen 'die Heerbaen' 1), Govaert Put 2) en Helena Sfolders 3), aan Aert Stevens als pand voor 2 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Peeter 50 gulden lopend geld. Valdag jaarlijks op Sint-Jansmisse. Aert Stevens is in de 2 gulden jaarlijks gegicht met recht.

 

1648, 07 november. P. 23

Jan Reners heeft opgedragen een stuk broek in Stal gelegen, genaamd 'het Euwet', dat grenst Cristiaen Niclai 1), 'de Maelbeeck' 2) en de erfgenamen van Jan Convents 3). Opgedragen aan Henrick Knuysen van Peelt als pand voor 14 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 350 gulden Brabants eens. Valdag jaarlijks op Sint-Jansmis. Als onderpand stelt Jan al zijn laatgoederen sorterend onder de prelaat van Everbeur in Coorsel. Henrick Knuysen is in de 14 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1648, 07 december. P. 27

Jan Reyners heeft opgedragen een bluexken in Castel gelegen, dat grenst Jan Vanden Kerckhoff 1), Henrick Wijnen 2), 'die Broeckstraet' 3) en de erfgenamen van Henrick Kenens 4). Verkocht aan Jan Witters voor 353 gulden Brabants eens, spelgeld 1 schellinck, lycoop nae lantcoep. Jan Witters is in het bluexke met recht gegicht en gegoed.

 

1648, 11 december. P. 27

Martina Tonis heeft haar tocht afgestaan van haar goederen die zij in tocht bezit aan haar kinderen Mathys Bluex en Jan Witters om hun erfportie te mogen belasten. Mathys mag ze met 300 gulden belasten en Jan Witters met 400 gulden kapitaal. Ze zijn ervan met recht ter gichte gekomen.

1648, 11 december. P. 27

Nu tocht en erve samen zijn, heeft Mathijs Bluex ontvangen en daarna opgedragen zijn kindsgedeelte aan Valentijn Vanden Hove als pand voor 13 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving hij 300 gulden Brabants eens lopend geld. Afleggen in 2 keren. Valdag jaarlijks op Sinte Luciendag. Als onderpand stelt Mathijs een beemd in Castel gelegen, die hij onlangs met gicht verkregen heeft van Jan Reyners. Valentijn Vanden Hove is in de rente van 13 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr.

1648, 11 december. P. 27v

Jan Witters heeft opgedragen een blooxken in Castel gelegen, dat grenst Henrick Wijnen 1), Jan Vanden Kerckhoff 2), de erfgenamen van Jan Kenens 3), aan Aert Ruebens als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijks. De rente mag betaald worden met 18 gulden jaarlijks. Jan ontving in kapitaal 400 gulden lopend geld. Valdag op het feest van Sint-Lucia. Als onderpand stelt Jan met instemming van zijn huisvrouw Elisabeth Bluex haar kindsgedeelte dat haar moeder in tocht bezit en die er daarvoor haar tocht van heeft afgestaan. Aert Ruebens is in de rente ggmr.

Op dezelfde dag werd Martina Tonis weer wettelijk in haar tocht gesteld.

Marge p. 27v

Op 20 oktober 1663 verschenen voor schepenen Leysens en Beckers Peeter Witters en Willem Brielen als mombers van de onmondige kinderen van Jan Witters zaliger en Elisabeth Bluex en in haar aanwezigheid als moeder van haar kinderen. Ze hebben het voorschreven perceel land in de voorgaande gichte beschreven opgedragen aan Aert en Johanna Rubens voor dezelfde som als in de voorgaande gichte staat. Voorwaarde is dat de minderjarigen voorschreven binnen de drie volgende jaren aan de gicht mogen verzaken mits restitutie van de som van 400 gulden waarmee het land belast was. Aert en Johanna/Johannes(?) Rubens zijn in het voorschreven erf gegicht en gegoed met recht.

 

1649, 02 januari. P. 28

Peeter Martens heeft met instemming van zijn huisvrouw Catlijn Vuegelers opgedragen een stuk erve genaamd 'het Braexken' in Castel onder Stal gelegen, grenzend zijn eigen erf 1), Matijs Bluexken 2) en Wauter Bluex 3). Opgedragen aan Maria Jans, begijntje in Diest, als pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Peeter 200 gulden Brabants eens lopend geld. Valdag op 'Drije Coningen dach'. Als onderpand stelt Peeter al zijn andere goederen zowel Loonse als Brabantse goederen en hij stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters. Henrick Jans (?) is in de naam van Maria Jans en tot haar profijt in de 9 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met alle manieren van recht.

 

1649, 09 januari. P. 29

Pauls Pauls heeft ontvangen en opgedragen een stuk land omtrent Haexelaer gelegen, genaamd 'het Huntenerbloock', dat half Brabants is en de andere helft hooft onder Beringen. Het staat met zijn aangelanden vermeld in de conditie die in Beringen is geregistreerd. Verkocht aan Jacob Jacobs voor de hele koop aan 527 gulden Brabants eens en 4 patacons voo een kermis voor de huisvrouw van de verkoper, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck -. Het goed is onbelast met uitzondering van grondcijns aan de heer en schattingen. Jacob Jacobs is in het blook ggmr.

 

1649, 09 januari. P. 29

Pauls Pauls heeft ontvangen en getransporteerd 1 schellinck jaarlijks zoals hij trekt op panden van Jan Goris aan Jacob Jacobs voor 10 gulden Brabants kapitaal eens. Jacob Jacobs is in de schellinck jaarlijks ggmr.

 

1649, 14 januari. P. 29

Jan Reynders heeft opgedragen een stuk broek in Stal onder Coorssel gelegen, genaamd 'het Euwet', groot omtrent 1,5 dachmael, dat grenst Cristiaen Claes O, de kinderen van Gielis Cornelis Z, Jan Convents erfgenamen N en 'die Dijckstraet' W. Opgedragen aan Henrick Knuysen alias Dingens van Over Peelt als pand voor 28 gulden Brabants jaarlijks, aan 4%.. In kapitaal ontving Jan 700 gulden lopend geld. Valdag jaarlijks op 'Dertienmisse'' (Driekoningen). Als onderpand stelt Jan al zijn andere goederen, zowel Loons als Brabants als in de Laethoff van de abt van Everbeur. Hij stemt ermee in dat dit gerealiseerd wordt voor deze banken. Henrick Knuysen is in de rente van 28 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Jan Reyners heeft de hofrechten betaald.

 

1649, 28 januari. P. 31v

Jan Wils heeft opgedragen een stuk erve in Coorssel, zowel heide als dries, dat grenst s'heeren straet 1), Jasper Smeets 2) en de erfgenamen van Jasper Tielmans 3). Verkocht aan Jan Van Postel zoon van Adriaen voor 50 gulden Brabants eens en 3 gulden voor een geschenk, lycoop volgens wens, Goitspenninck een halve stuiver. Betaald. Jan Van Postel is ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1649, 28 januari. P. 32

Peeter Oriaens als momber van de kinderen van Laureijs Convents heeft in hun naam de panden gekweten van Jan Stockmans van 5 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 100 gulden Brabants eens. Alles is betaald en de panden worden wettelijk gekweten. Het geld is opnieuw voor de kinderen gebruikt aan panden van Jan Rymen in Haexelaer.

 

1649, 25 februari. P. 38

Jan Cremers heeft de panden gekweten van zijn broer Joris Cremers van 3 gulden Brabants jaarlijks. Ze zijn Joris ten laste gelegd bij hun erfdeling. Alles is voldaan en pand en persoon worden er wettelijk van gekweten.

 

1649, 15 april. P. 39v

Jan en Peeter Van Hamme hebben ontvangen en daarna opgedragen een blooxke in Stal gelegen, groot omtrent 2 vat zaaiens. Het grenst s'heeren aert aan 3 zijden en de erfgenamen van Jasper Seyssens 4). Verkocht aan Joris Beckers voor 422 gulden en 10 stuivers voor een kermis, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck 1 bloumueser. Betaald. Het goed is enkel belast met cijns en schattingen. Dit blookske is half Brabants en half Loons en het werd in een koop verkocht. Voorwaarde is dat Joris dadelijk de helft mag aanvaarden en de andere helft in 'oost' (augustus) EK. Joris is ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1649, 15 april. P. 39v

Jan Van Postel heeft voor hem en voor zijn zwager mr. Vincent Syssens - die hij vervangt en voor wie hij zich sterk maakt - gekweten de panden van Henrick Zeuwis, nu Henrick Auwen, van een rente van 9 gulden Brabants jaarlijks of 150 gulden kapitaal. Deze som komt van twee aparte renten: de ene van 3 gulden jaarlijks en de andere 6 gulden jaarlijks, die de helft is van 12 gulden jaarlijks. Alles is voldaan en de panden worden er wettelijk van gekweten. De voorgaande 6 gulden jaarlijks zijn al eerder gekweten, zodat dus de rente van 3 gulden jaarlijks en de rente van 12 gulden jaarlijks volledig gekweten zijn.

 

1649, 29 april. P. 41

Andries Bervoets heeft ontvangen en daarna opgedragen een schomme op 'd' Lindekens Velt' gelegen, groot ongeveer 3 halster zaaiens, die grenst mr. Peeter Aerts 'Scalck' 1), Mathijs Vander Linden 2) en Peeter Hotelmans 3). Verkocht aan zijn oom mr. Henrick Swysen voor 63 gulden, die hij ontvangen heeft, lycoop naar wens, Goitspenninck 2 stuivers. Mr. Henrick Swysen is ervan met recht ter gichte gekomen.

1649, 29 april. P. 41

Hendrick Wellens heeft opgedragen een hof op 'den Coorselsen Dijck' gelegen, genaamd 'den Hophoff', groot omtrent een vat land, dat grenst s'heeren straet 1), Claes Jans 2) en Teuwis Baten 3); nog een stuk land genaamd 'den Heyhoff', dat grenst s'heeren straet 1), Cristiaen Nicolai 2) en Jan Stockmans 3). Opgedragen aan de kinderen van Aert Fredrix van Gestel als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks, te betalen met 9 gulden Brabants jaarlijks zolang als hun moeder Anna Vosters in leven zal zijn. In kapitaal ontving Hendrick de som van 200 gulden lopend geld. Valdag jaarlijks op Philippus en Jacobus. Hendrick stelt als onderpand huis en hof en staat garant voor een goede gicht en jaarlijkse betaling. Indien de kinderen met de 9 gulden jaarlijks niet zouden tevreden zijn, dan zullen ze een half jaar vooraf aan de rentgelder opzeggen. Claes Nauwen is in de naam van en tot profijt van de kinderen van Aert Fredrix in de 10 gulden jaarlijks ggmr. Henrick heeft de rechten betaald. Deze rente komt van 15 gulden jaarlijks die aan de voorschreven kinderen afgelegd werden door Jan Stockmans en het geld werd hier opnieuw belegd en de rest aan panden van Lenaert Colen zoals blijkt uit de volgende gichte.

1649, 29 april. P. 41v

Lenart Colen heeft opgedragen het kindsdeel van zijn vrouw Heylken Scots, die aanwezig is en instemt, gelegen onder Gestel aan de kinderen van Aert Fredrix verwekt bij Anna Vesters/Vosters en aan Claes Nauwen als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Lenart 200 gulden lopend geld. Valdag jaarlijks op 1 mei. Bij het afleggen zal aan de kinderen van Aert Fredrix 150 gulden toekomen en de rest half en half tussen Claes Nauwen met Anna Vesters, een huwelijksaanwinst. Claes Nauwen is voor hem en in de naam van de kinderen van Aert Fredrix in de 10 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

Marge. Op 5 november 1654 is deze gicht teniet gedaan. Te vinden p. 198.

 

1649, 29 april. P. 43

Vincent Seijsens heeft de panden gekweten van Matheus Convents van een rente van 7 gulden en 10 stuivers jaarlijks, kapitaal 150 gulden eens. Alles is voldaan en Matheus en zijn panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1649, 29 april. P. 43

Mathijs Martens van Peer heeft de panden gekweten van Mathijs Convents van 2 gulden jaarlijkse rente, zoals hij in de naam van zijn huisvrouw Magriet Grachtmans daarop trok. Alles is ten volle voldaan en Mathijs en zijn panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1649, 29 april. P. 43

Peeter Obbers heeft de panden gekweten van Mathijs Convents van 37,5 stuivers jaarlijks. Dat gaat om de helft van 3 gulden 15 stuivers jaarlijks want de andere helft is in het Loons bekend. Alles is voldaan en Mathijs en zijn panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1649, 17 juni. P. 44

Niclaes Meijnen heeft ontvangen en opgedragen een beemd omtrent 'den Hooge Bosch' gelegen, groot omtrent 2 dachmael, die grenst Matijs Moons 1) en de gemeynen aert aan de 3 andere zijden. Daarbij nog twee 'dunxkens' van ongeveer een dachmael groot, dat grenst Matys Moons voorschreven 1), Lysbet Teggers' 'Beelart' 2) en de heide 3). Verkocht aan Jan Van Velthoven voor 1072 gulden. Betaald. Lycoop volgens wens, Goitspenninck 1 stuiver. Het goed is onbelast met uitzondering van cijns en schattingen. Jacob Van Velthoven is ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1649, 16 juni. P. 45

Vincent Seyssens heeft de panden gekweten van Claes Thys van 20 gulden Brabants jaarlijks, die de helft zijn van een rente van 40 gulden jaarlijks zoals aan hem met deling na de dood van zijn ouders zijn toegedeeld. Vincent ontving 400 gulden met de intresten en hij kwijt de panden en Claes Thijs wettelijk ervan. Vincent stemt in met de cassatie van de rente.

 

1649, 01 juli. P. 47v

Michiel Op d' Eynde als man en momber van Geertruyt Jans relict van wijlen Valentijn Wouters heeft met haar instemming, uit kracht van het testament van wijlen Valentijn Wouters voorschreven dat in het Loons geapprobeerd en geregistreerd is, ontvangen en daarna opgedragen een stuk erve in Castel onder Stal gelegen, genaamd 'den Bleuckman', ongeveer 4 vat zaaiens groot. Met de Brabantse uuytfanck erbij annex gelegen, die grenst s'heeren straet 1), Bartel Vanden Wyer 2) en Catlyn Vogelers 3). Verkocht aan Jan Van Postel voor 862 gulden en 10 stuivers Brabants. De Brabantse uuyfanck wordt geraamd op 50 gulden. Verkocht volgens de conditie die tevens in het Loons werd geregistreerd. Jan Van Postel is voor zover het hier sorteert met recht ter gichte gekomen.

 

1649, 01 juli. P. 47v

Hendrick Beckers heeft de panden gekweten van de kinderen van Peeter Smeets van 9 gulden jaarlijkse rente, kapitaal 180 gulden zoals hij op hun panden trok. Hij is voldaan van alles en de kinderen en hun panden worden er wettelijk van ontslagen.

 

1649, 01 juli. P. 47v

Michiel Thonis heeft de panden gekweten van de kinderen van Peeter Bormans, nu Jacob Pouls, van 6 gulden jaarlijks, kapitaal 100 gulden, zoals hij erop jaarlijks trok. Alles is voldaan. Jacob en zijn panden werden er wettelijk van gekweten.

 

1650, 10 januari. P. 53

Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners junior burgemeesters van Coorsel, Jan Postelmans en Henrick Beckers schepenen van de Loonse justitie, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester van Coorsel, Jan Magrieten, Vincent en Andries Seyssens, Henrick Kenens, Gielis Mentens en Mathijs Convents goede (geëde?) mannen als representanten van het dorp Coorsel, die zich hiervoor sterk maken, hebben samen met instemming van de gemeijnten, uit kracht van octrooi vanwege het hof, verbonden met deze gicht het corpus en de generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorsel. Ze hebben het opgedragen aan de achtbare heer Machiel Hilst burgemeester van de stad Hasselt als pand voor 65 gulden Brabants jaarlijkse rente. In kapitaal ontvingen ze in de naam van de gemeente uit handen van de eerzame Gilis Elens de som van 1220 gulden gevalueerd geld. Valdag op datum van gichten. Losse en vrije rente betalen, zonder enige aftrek van gelijk welke vorm van belastingen. Gilis Elens is in de naam van en voor sr. Machiel Hilst op de 16de augustus 1650 in de 65gulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht. Betaald voor kopie 25 stuivers.

In 1664 op 28 november heeft sr. Michiel Van Hilst de generaliteit van het dorp Coorsel gekweten van de voorschreven rente. Hij ontving het kapitaal en alle verlopen ervan en hiermee is de rente gekweten.

 

1650, 22 februari. P. 69v

Op 23 februari verschenen bij de notaris Peeter Beckers en Jan Pouls, moderne burgemeesters van Coorsel, en Henrick Beckers schepene daar. Ze zijn geassisteerd door de E. H. Guilhelmus Nevius hun pastoor en handelen voor de hele gemeente Coorsel. Ze hebben uit handen van de edele heer Lowies van Hinsdael de som van 2000 gulden gevalueerd geld ontvangen. Ze dragen hem en zijn nakomelingen er een rente voor op van 100 gulden Brabants met valdag op Sinte Mathijsdag. Kwijten met dan gangbaar gevalueerd geld en een half jaar vooraf melden. Jaarlijks betalen binnen Hasselt. Ze bevestigen de rente op de hele gemeente, goederen en personen. Godtspenninck 1 schellinck. Opgemaakt binnen Hasselt in het huis van Jan Kips borger van de stad aan de houtmarkt gelegen in presentie van Jan Kips en de getuigen Adam Neven en Peeter Oriaens van Coorsel. Was ondertekend Caproens notaris.

1650, 07 juli. P. 70v

Op 7 juli 1650 hebben de schepenen van Brabants recht buiten vrijheid wettelijk de voorschreven akte gerealiseerd en geapprobeerd in al zijn punten. Ondertekend door A. Dries secretaris. Solvit Hinsdael van realisatie en registratie 24 stuivers.

Naschrift p. 70.

Op 26 april 1662 heeft H.de Huesch als oom en vaderlijke momber van Arnold De Huesch, volgens zijn handschrift dat in Coorsel in handen van de burgemeesters berust, de gemeente Coorsel gekweten van de voorschreven rente. Is in hoede gekeerd.

 

1650, 13 juni. P. 73v

Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel, mr. Peeter Leysen en Jan Van Postel schepenen daar van Brabants recht en van Loons recht, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerkmeester en H. Geestmeester als representanten van het dorp en de gemeijnte van Coorssel hebben uit kracht van octrooi door hen verworven op 9 april 1650, ondertekend door Happart secretaris, in het recht getoond en geregistreerd, verbonden met deze akte de generaliteit en het corpus van de hele gemeijnte en het dorp Coorsel. Ze dragen het op aan Peeter Claes inwoner van het dorp Huesden als pand voor 50 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters hebben in naam van hun gemeente als kapitaal ervoor 1000 gulden Brabants gevalueerd ontvangen. Zo ook afleggen in geld dat dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn en koers hebben. Indien binnen het jaar wordt afgelegd, moet volle rente gegeven worden en buiten het jaar met rente volgens de verstreken tijd ('buyten s' jaers met rente nae tijts gelanck'). Valdag jaarlijks op 13 april. Peeter Claes is in de voorschreven rente van 50 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met recht.

Marge p. 73v

In 1668 op 4(?) september is gekomen voor de schepenen Anthoon Leyssens en Jan Beckers, mr. Peeter Tilens als momber van de minderjarige kinderen van Peeter Claes en Magriet Boeds(?) zaliger. Hij heeft gekweten de gemeente van Coirsel van deze rente hiervoor. Alles is voldaan door de moderne burgemeesters Peeter Smets en Bernardt Seijssens. De gemeente werd ervan gekweten.

 

1650, 01 mei. P. 79

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoefs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de eerzame Adam Stellingwerff, borger van de stad Hasselt, als pand voor 50 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun gemeente 1000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar geld en met intrest volgens verstrijken van de tijd, maar het kan niet eerder dan dat er 6 jaren verstreken zijn. 6 maanden vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Valdag jaarlijks op 22 februari. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingsaftrek. Ze geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Adam Stellingwerf is in de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Solvit voor de kopij op gezegeld papier 24 stuivers. De burgemeesters moeten de rente jaarlijks kosteloos en schadeloos binnen de stad Hasselt leveren.

Marge. P. 79r.

In 1666 op 10 juli zijn gekomen voor Aert Leyssens en Johan Beckers schepenen, Arnoldt en Adam Stellinswerff zonen en erfgenamen van Adam Stellingwerff den Alden en ze hebben gekweten de generaliteit van Coorsel van de bovenstaande rente van 50 gulden jaarlijks. Ze ontvingen het geld uit handen van Jan Didden, Jan Baerts en Jan Smets borgemeesters van het dorp Coirsel. Alles is wettelijk gekweten ervan.

 

1650, 01 mei. P. 79v

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reyners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seijssens, Hendrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens geëde schattingzetters als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de achtbare heer jonkheer Laurens Van Hinsdael en zijn schoonzusters joncfrauwen Catarina en Oda Van Hers, als pand voor 250 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun gemeente 5000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd, maar het kan niet eerder dan dat er 6 jaren verstreken zijn. 6 maanden vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Valdag jaarlijks op half maart. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingsaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Jonkheer Laurens van Hinsdael is voor hem en voor zijn schoonzusters in de rente van 250 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters moeten de rente jaarlijks kosteloos en schadeloos binnen de stad Hasselt leveren. 1000 gulden kapitaal zijn geteld door Laureijs van Hinsdael zelf en vanwege hem en de rest met zijn consorten. De burgemeesters hebben de hofrechten betaald en hiervan een authentieke kopij geleverd.

 

1650, 31 mei. P. 80v

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht als representanten van Coorsel en maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de vrome en achtbare sr. Gijsbrecht Palmers als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun gemeente 400 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd, maar het kan niet eerder dan dat er 6 opeenvolgende jaren verstreken zijn. 6 maanden vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Valdag jaarlijks op half maart. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. De burgemeesters moeten de rente jaarlijks kosteloos en schadeloos binnen de stad Hasselt leveren. Sr. Gijsbrecht Palmers is in de rente van 20 gulden jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben de hofrechten betaald en vermits de authentieke kopij op gezegeld papier was er 24 stuivers voor betaald.

 

1650, 31 mei. P. 81

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters van Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seijssens, Henrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens geëde schattingzetters als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente die ervoor speciaal gevorderd waren, zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de eerzame Marten Brants inwoner van het dorp Stevort als pand voor 165 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun gemeente 3000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en binnen het jaar met volle intrest en buiten het jaar met intrest volgens verstrijken van de tijd. Teruggeven in dezelfde munten als Marten uitgegeven heeft: 109 souvereynen, 3 scotse jacobusen, 1 dobbele en 1 enkele ducaet, 2 fransche en 2 luyxe croonen, 8 ducatons en 1 patacon en verder in pasmunt. Ze worden dan samen geteld volgens de waarde die ze dan hebben. Valdag jaarlijks op 4 februari. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Marten Brants is in de rente van 165 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters betaalden 30 stuivers voor de authentieke kopij mits geleverd op gezegeld papier.

Naschrift p. 81.

Op 23 februari 1662 heeft Merten Brants de voorschreven rente wettelijk gekweten. Hij is er volledig van voldaan door de moderne burgemeester Henrick Zeuwis van Coirsel. De generaliteit van de gemeente is er wettelijk van gekweten.

 

1650, 31 mei. P. 81v

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht als representanten van de generaliteit van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de eerzame Mechelt Wijnrox/Wijnrix weduwe van Matijs Teuwis borger van de stad Hasselt, als pand voor 50 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun gemeente 1000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd. De kwijting moet in Hasselt gebeuren, maar het kan niet eerder dan dat er 6 opeenvolgende jaren verstreken zijn. 6 maanden vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Valdag jaarlijks op 22 februari. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Mechtelt Wijnrix is in de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters moeten de rente jaarlijks kosteloos en schadeloos binnen de stad Hasselt leveren. De burgemeesters hebben voor het extract hiervan 30 stuivers betaald omdat ze op gezegeld papier werd geschreven.

Naschrift p. 81v

Op 17 februari 1662 verscheen Mathijs Matheuwis voor de schepenen Anthoon Leysens en Henrick Beckers en hij heeft gekweten de gemeente van Coirsel van de voorschreven rente. Alles is betaald.

 

1650, 31 mei. P. 82v

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan het zusterklooster van Sinte Catlijnendael binnen de stad Hasselt, als pand voor 52 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen in de naam van hun gemeente in kapitaal uit handen van de eerwaarde jouffr. zuster Maria Aerts moeder van het convent 1050 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd, maar het kan niet eerder dan dat er 8 jaren verstreken zijn. 3 maanden vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Van het kapitaal waarmee deze rente gecreëerd werd, is 500 gulden Brabants eens gekomen van zuster Pascael waarvoor ze zo lang ze leeft de rente zal trekken en na haar het hele convent. De rest van het geld is gekomen van een rente die werd afgelegd door sr. Gert Coox. Valdag jaarlijks op 1 mei. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Michiel Thonis is in de naam van tot profijt van het hele convent in de rente van 52 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben de hofrechten betaald en hiervan een authentieke kopij geleverd op gezegeld papier die 30 stuivers kostte.

 

1650, 31 mei. P. 83

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seijssens, Hendrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens geëde schattingzetters als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente waarvoor ze speciaal opgeroepen werden. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de eersame en discrete meester Laureys Kenens inwoner van Hauthalen als pand voor 50 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun gemeente 1000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en binnen het jaar met volle intrest en later volgens verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op half april. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Mr. Laureys Kenens is in de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben voor een authentieke kopij geleverd op gezegeld papier 25 stuivers betaald.

 

1650, 31 mei. P. 84

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen daar van Loons recht als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi door hen 'ten hove' verkregen op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de eerzame Peeter Daems, inwoner van Heelen onder Hauthalen, als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen in de naam van hun gemeente in kapitaal uit zijn handen 500 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie, in stukken van souvereinen. Binnen het jaar volle intrest geven en buiten het jaar met intrest volgens verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks half april. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingsaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Peeter Daems is in de rente van 25 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben de hofrechten betaald en hiervan een authentieke kopij geleverd op gezegeld papier die 25 stuivers kostte.

Marge p. 84.

Op 3 juni 1667 voor schepenen Leyssens en Beckers heeft Haub Beijers als geconstitueerde (afgevaardigde) van Jan Daemen en Geerdt Theunis mombers van Marie Damen (zoals bleek uit de constitutie beschreven door Peter Jans notaris) de voorschreven rente gekweten. Alles is voldaan door Jan Didden, Jan Baers(?), Jan Smets burgemeesters. Is in hoede gekeerd.

 

1650, 13 juni. P. 84v

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Peeter Leyssen en Jan Van Postel schepenen daar van Brabants en van Loons recht als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi door hen 'ten hove' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan Joris Hilst als pand voor 50 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen in de naam van hun gemeente in kapitaal uit handen van Hilst 1000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op 13 maart. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Joris Hilst is in de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben voor authentieke kopij geleverd op gezegeld papier 25 stuivers betaald.

 

1650, 13 juni. P. 85

Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Peeter Leyssen en Jan Van Postel schepenen daar van Loons en van Brabants recht als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan Thomas Jans als pand voor 30 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen in de naam van hun gemeente in kapitaal 600 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op 30 maart. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Thomas Jans is in de rente van 30 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1650, 10 april. P. 87v

Octrooi om het land te mogen belasten.

Philips bij de gratie Gods koning van Castillië, van Aragon, van Leon, van beidde Cecilien, van Jerusalem, van Portugael, van Navarre, van Tholede, van Grenade, van Murcië, van Valentia, van Gallicien, van Malliorcken, van Sardien, van Sevillen, van Corsiecken, van Algarven, vanden Eijlanden en het vasteland, van de zeëen, oceanen, erthertoge van den christenrijcken, hertoge van ?, van Lothrijck, van Brabant, van Limborch, van Luxenbourch, van Gelre en van Milanen, grave(?) van Habsbourge, van Vlaenderen, van Arthois, van Bourgognien, palsgraeve van Thirol en van Henegouwe, van Hollant, van Zeelant, van Naemen en van Zuetphen, prince van Swaeve, marckgraeve des Heylich Rijcx van Roomen, heeren van Vrieslandt, van Salvis(?), van Mechlen, vande stadt steden en landen van Uuytrechte, Overysselen, Groeningen en Dominateur in Asie en Affrycken aan al degenen die onze tegenwoordige zullen zien of horen lezen, saluut. Doen te weten dat wij hebben ontvangen de supplicatie van de meyers, schepenen en regeerders van de parochiën van Lummen, Coorssel en Linckhout inhoudende dat de supplianten door de aanhoudende logeringen van het volk van oorlog gedurende het beleg van Maestricht, van opbouwen Stevensweert mede in het opbreken van de vijand voor onze stad Loven (als wanneer de 'Franchoisen' marcherend naar de Maese, de vrijheid van Lummen hadden ten gronde verbrand) totalijk waeren geruineerd geworden en nu weer door het logeren van 14 compagnieën Loraynen naast een compagnie paarden, onder de Prins d'Armstadt met zijn lieutenant coronel, waarmee zij supplianten nu wederom sedert de 19de november tot deze datum waren gechargeerd tot hun totale ruïne, waardoor zij genoodzaakt waren geweest te contracteren zeer grote excessieve schulden tot conservatie der gemeijntenaren en hun huizen, en om dezelve te betalen het zeer nodig was op te nemen een notabele som van penningen, namelijk voor die van Lummen 50 000 gulden Luikse munt en voor die van Coorssel en Linckhaut samen evenveel. Omdat dit niet kon gebeuren zonder ons octrooie, vermits deze heerlijkheid voor een vierde part 'indeviselyck' aan ons als hertog van Brabant was competerende, zo was het dat die supplianten zich tot ons keerden, ons ootmoedelijk biddend om onze open brief van octrooi daartoe dienend. Zo is het dat wij hetgene voorschreven 'overgemerct' en eerst hierop gehad hebbend het advies van onze lieve en getrouwe rentmeester van het kwartier genegen wesende ter ootmoedige bede der voorschreven supplianten hebben dezelfde gepermitteerd, geoctroyeerd en geconsenteerd, permitteren en octroyeren en consenteren uit onze sonderlinge gratien bij deze, dat zij de voorschreven parochie van Lummen zullen mogen belasten, lichten, affecteren en opnemen ter somme van 50 000 gulden Luikse munten en voor die van Coorssel en Linckhaut samen evenveel. De koper of kopers daarvan verzekeren tot hun contentement, zoals dat in opneming van dergelijke sommen gewoonlijk ('ordinairlijck') gebeurt en zo gedaan wordt, niet tegenstaande enige ordinanties of statuten ter contrarie (die welke wij daarom hebben gederogeerd (teniet gedaan) en derogeren bij deze). Behoudelijk en op conditie nochtans, dat de supplianten deze penningen niet en zullen hebben ter diverteren (aanwenden) als directelijck tot betalinge ende voldoeninge van de lasten van de voorschreven dorpen. Ontbieden daarom en bevelen onze zeer lieve en getrouwe cancellier en andere luiden van onze Raad geordonneerd in Brabant en alle andere onze officieren, justitiën en dienaren, die dat enigszins aangaan zal mogen, dat zij de voorschreven supplianten van deze onze tegenwoordige 'gren'(?), permissie, octroye en consent te mogen(?) dagen, 'paiselyck' (vredig) en vriendelijk doen en laten genieten en gebruiken, zonder de voorschreven supplianten, koper of kopers, nu noch in toekomende tijd te doen of laten geschieden enige hinder, letsel of stoot, ter contrarie, omdat het ons zo belieft. Ter oorkonden hebben wij onze zegel hieraan doen hangen, gegeven in onze stad van Bruessele op 9 april 1650 en van ons rijk het 30ste. Onder stond 'k rt' (?) ende op de 'pliecke' 'Byden coninck' en was op dezelfde plieck getekend 'v' en heel beneden op dezelfde pliek stond dus 'Octroye om gelt opte lichten' en daaronder hing aan het groot zegel van zijne koninklijke majesteit gedrukt in rode was aan een dubbelen staart van perkament. Deze kopie komt overeen met het origineel en daarvoor attesteert Arnol. Dries secretaris. (Pliek: Het omgeslagen, omgevouwen gedeelte van een geschreven stuk: van een placaat, een ordonnantie en dergelijke.)

 

1650, 09 juni. P. 95

Blasius Kenens heeft opgedragen een stuk land in Stal gelegen, genaamd 'die hoffstadt', dat grenst Gilis Mentens aan 2 zijden, sheeren straet 3) en Thomas Mentens 4). Opgedragen aan Michiel Kops zoon van Peter als pand voor 12 gulden en 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontving Blasius 250 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook kwijten volgens de laatste Luikse valuatie dan in gangbaar geld en met rente volgens de verstreken tijd. Valdag op dag van gichten. Michiel Kops is in de rente van 12 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr.

 

1650, 13 juni. P. 96

Aert Didden heeft ontvangen en met instemming van zijn huisvrouw Maria Smeets opgedragen hun gedeelte in de hof waar Aert Smeets woont. Het is hen toegevallen en verstorven na de dood van haar zuster Catlijn Smeets. Opgedragen aan Lenaert Van Haut als pand voor 5 gulden jaarlijks. Aert ontving in kapitaal 100 gulden Brabants. Valdag jaarlijks op Sinxten (Pinksteren). Lenaert Van Haut is in de 5 gulden jaarlijks ggmr.

 

1650, 13 juni. P. 96

Govaert Berten heeft met instemming van zijn huisvrouw opgedragen huis en hof in Vortken gelegen, die grenzen s'heeren straet aan 2 zijden, Peeter Beckers 3) en Frans Wynen 4). Opgedragen aan Niclaes Scuppen als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Govaert 200 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op het feest van het H. Sacrament. Als onderpand stelt hij 'den Meyen Hoeff', die grenst s'heeren straet 1), Wouter Bleux 2) en Frans Wynen 3). Niclaes Scuppen is in de 10 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Govaert heeft de rechten betaald.

 

1650, 13 juni. P. 96v

Henrick Beckers heeft de panden gekweten van Valentijn Dierix van 5 gulden jaarlijks of 100 gulden kapitaal eens. Hij trok die op panden die hij verkocht heeft aan Blasius Kenens. Alles is betaald. De panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1650, 13 juni. P. 96v

Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorsel, Peter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester daar, Jan Van Postel Loons schepen als representanten van het corpus en de gemeijnte van Coorssel hebben met instemming van de hele gemeente - en uit kracht van octrooi aan hen van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650 ondertekend Happart en hier eerder geregistreerd - verbonden de generaliteit en het corpus van Coorsel aan Catlijn, Maria en Cristina Convents dochters en kinderen van Henrick Convents als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. In de naam van de gemeente ontvingen ze 200 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op 1 januari. Henrick Convents is in de naam van zijn 3 voorschreven dochters in de rente van 10 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Hij verklaart dat hij zijn andere kinderen andere goederen voor hun huwelijk heeft gegeven.

 

1650, 13 juni. P. 97

Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorsel, Peter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester daar, Jan Van Postel Loons schepen als representanten van het corpus en de gemeijnte van Coorssel hebben met instemming van de hele gemeente en uit kracht van octrooi door hen in het hof bekomen, verbonden de generaliteit en het corpus van Coorsel aan Peeter Seysens zoon van Bernart als pand voor 9 gulden 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze 190 gulden Brabants. Zo ook afleggen in geld zoals het dan volgens de Luikse valuatie waarde heeft. Henrick Convents en Vincent Seyssens zijn als mombers van Peeter Seyssens tot zijn profijt met recht ter gichte gekomen in de rente van 9 gulden 10 stuivers jaarlijks.

Het is te verstaan dat Bernart Seyssens dit geld in zijn leven heeft gegeven aan de mombers voorschreven met uitzondering van 50 gulden die Thys Putcht(?) schuldig was en Elisabeth Convents moeder van Peeter voorschreven moet de intrest daarvan genieten zolang ze leeft.

Naschrift. Op 16 april 1666 heeft Peeter Seijssens voorschreven de generaliteit van Coirsel gekweten van de voorschreven rente. Alles is betaald.

 

1650, 07 juli. P. 99v

Aert Dries junior heeft, uit kracht van constitutie op hem gegeven vanwege Jan Kennipmaeckers zoon van Mathijs voor notaris en getuigen op 17 februari 1650 ondertekend S. Vestraets zoals voor het recht bleek, ontvangen en daarna opgedragen een ophellinge met de kamer voor zijn huis in Molem gelegen. Ze grenst de straat N en zijn eigen erf aan de andere zijden. Daarbij draagt hij nog 'het Nau Bluexken' op, ongeveer een half vat zaaiens groot. Het grenst 'die Veltstraet' 1), Lemmen Loomans 2) en de kinderen van Marten Claes 3). Verkocht aan Jasper Robyns voor 300 gulden. Betaald. De conditie proclamatoriael werd in het Loons geregistreerd. Jasper Robyns is in de ophellinge met de kamer ggmr.

 

1650, 07 juli. P. 99v

Jan Spuns heeft ontvangen en opgedragen 'drije vierdelingen' land in Molem in 'de Dellen' gelegen. Het grenst Teuwis Viejoers 1), Peeter Bosmans 2) en Henrick Truijens 3). Verkocht voor 55 gulden. Betaald. Lycoop volgens wens, Goitspenninck 5 stuivers. Jacob Fransens is ter gichte gekomen met ban en vrede.

 

1650, 04 oktober. P. 101

Jan Pauls heeft ontvangen en opgedragen een stuk broek van 1,5 dachmael groot, genaamd 't' Heucke Broeck' in Coorssel gelegen. Het grenst Laureys Swinnen 1), Jan Thilens 2), Jan Pouls 3) en Cristina Hoex 4). Draagt nog op een stuk land van 8 halster zaaiens, genaamd 'den Hoff', dat grenst Jan Postelmans 1), 'die Hoeck Straet' 2), Aert Smeets 3) en de gemeijne heide 4). Opgedragen aan Marten Van Exel als pand voor 11 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 200 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op Sinte Nysdach. Het kapitaal is gekomen van de uitkoop van de patrimoniale goederen van Marten. Marten Van Exel is in de 11 gulden jaarlijks ggmr. Solvit Marten mits half uitkomen 27 stuivers 1 ort.

 

1650, 13 juni. P. 102v

Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners junior moderne burgemeesters van Coorsel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en mr. Peeter Leyssen schepenen daar van Loons en Brabantse natuur, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seysens, Henrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens gezworen schattingzetters zijn samen representanten van het dorp Coorssel en maken zich er sterk voor. Ze hebben samen - uit kracht van octrooi in de Raad van Brabant verkregen op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, en hier neergelegd en geregistreerd - verbonden met instemming van hun gemeijnten de generaliteit en het corpus van de hele gemeente van het dorp Coorsel. Ze dragen het op aan de achtbare of discrete sr. Aert Ab Hilst en zijn nakomelingen als pand voor 100 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters hebben in de naam van de gemeente uit handen van Ab Hilst de som van 2000 gulden gevalueerd geld ontvangen. Zo ook afleggen in geld volgens de Luikse valuatie. Afleggen kan niet binnen 6 jaren. Niemand van de gemeente of iemand anders zal deze rente mogen onderstaan (vernaderen). Valdag jaarlijks op 15 februari. Ze verbinden hun persoon en goederen, waar ze ook gelegen zijn, voor een goede gicht. Ze geven zich pandbaar en arrestabel. Michiel Thonis is in de naam en tot profijt van de voorgaande sr. Aert Ab Hilst in de rente van 100 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Solvit Hilst van registreren en kopie van deze akte vermits gezegeld papier 25 stuivers.

Naschrift p. 103.

Op 13 januari 1666 voor schepenen Leyssens en Beckers kwamen zuster Elisabeth Bosch en zuster Teresia Leyssens conventualen van het Sinte Barbelendael binnen Hasselt die volgens constitutie beschreven door notaris Henr. Goetsbloets en getuigen op 12 juni 1666 hebben gekweten de gemeente van Coirsel van de rente voorschreven in de naam van Peeter Hilst zoon van Aerd. Alles is voldaan.

 

De volgende 24 gichten werden pas op 10 november 1650 binnen gebracht.

 

1650, 13 juni. P. 103v

Op 2 januari 1650 kwamen voor recht Henrick Reners, Peeter Beckers en Jan Pauls gezworenen in Coorsel, Jan Postelmans en Henrick Beckers Loonse schepenen daar, Peeter Convents en Aert Aerts respective kerk- en H. Geestmeesters, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seyssens, Henrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens allemaal samen geede mannen als representanten van het corpus en de generaliteit van Coorssel en die zich ook ervoor sterk maken. Uit kracht van bekomen octrooi aan het hof hebben ze verbonden het corpus en de generaliteit van het dorp Coorssel aan Herman Bormans inwoner en borger van de stad Beringen als pand voor 100 gulden Brabants jaarlijkse rente, waarvoor de burgemeesters in de naam van de gemeente uit handen van Bormans 2000 gulden valuatiegeld als kapitaal ontvingen. Af te leggen in twee keren met gevalueerd geld zoals het dan volgens de Luikse valuatie zal gangbaar zijn en met intrest volgens het verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op nieuwjaarsdag. Herman Bormans is in de rente van 100 gulden Brabants op 13 juni 1650 gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1650, 13 juni. P. 104

Op 2 januari 1650 kwamen de voorschreven burgemeesters, schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen erfmannen voor het recht. Ze hebben volgens het octrooi dat aan hen werd verleend door de koning opgedragen het corpus van Coorssel aan Peeter Van Postel als pand voor 40 gulden jaarlijks. In naam van de gemeijntenaren hebben ze in kapitaal 800 gulden onvangen. Zo ook af te leggen zoals het geld dan volgens de Luikse valuatie zal gangbaar zijn en naargelang van de tijd. Losse en vrije rente geven. Peeter Van Postel is in het corpus van Coorsel voor 40 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1650, 13 juni. P. 104

Op 2 januari 1650 kwamen voor het recht Henrick Reyners junior, Peeter Beckers en Jan Paels burgemeesters met de voorgenoemde schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en 'eetsmannen' (die de eed gezworen hebben) die, uit kracht van octrooi in de Raad van Brabant verworven, het corpus van Coorssel hebben opgedragen aan Adriaen Beckers als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze 500 gulden. Die zijn te kwijten met geld zoals dan zal gangbaar zijn. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Losse en vrije rente geven zonder enige aftrek van gelijk welke vorm van belastingen. Adriaen is in het corpus van Coorsel voor 25 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1650, 13 juni. P. 104v

Op 2 januari 1650 kwamen voor het recht de borgemeesters van Coorssel, namelijk Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reners en ze hebben met instemming van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en 'eetsmannen' opgedragen het corpus van Coorsel aan Anna Schuermans als pand voor 15 gulden en 15 stuivers jaarlijks. Ze ontvingen ervoor in kapitaal 350 gulden gevalueerd geld, dat ook zo kwijtbaar is volgens de Luikse valuatie die dan geldt. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Anna Scuermans is in de 15 gulden en 15 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed volgens costuym van recht.

Marge p. 104v.

Op 9 februari 1666 kwamen Wouter Schuermans en Jan Coonens als mombers van de achtergelaten kinderen van Henrick Loots en Anna Schuermans voor de schepen Peeter Leyssens en ze hebben de voorschreven rente gekweten. Ze bekennen dat ze volledig betaald zijn door de burgemeesters Jan Didden, Jan Caerman en Jan Smets.

 

1650, 13 juni. P. 104v

Op 2 januari 1650 kwamen de burgemeesters Jan Pauls, Henrick Beckers en Henrick Reners der Jonge van Coorsel voor het recht en ze hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en 'eetsmannen' opgedragen het corpus en de generaliteit van de gemeijnten van Coorssel aan Bartholomeuwis Zeuwis als pand voor 13 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks. In hoetpenningen ontvingen ze 300 gulden Brabants die af te leggen zijn volgens de Luikse valuatie die dan geldig is. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Losse en vrije rente geven. Pauls Zeuwis is in de naam van Bertholomeuwis Zeuwis in het corpus en de generaliteit voor 13 gulden en 10 stuivers jaarlijks op 13 juni ggmr.

Naschrift p. 104v

In 1665 op 30 april heeft Huijbrecht Zeuckens als geconstitueerde (afgevaardigde) van zijn broer Bertel volgens akte van 28 februari 1664 beschreven door notaris Peter Jans, en hier gezien, gekweten de generaliteit van Coersel van de bovengenoemde rente. Alles is voldaan.

 

1650, 13 juni. P. 105(1)

Op 2 januari 1650 kwamen de burgemeesters Jan Pauls, Henrick Beckers en Henrick Reners junior van Coorsel voor het recht en ze hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen 'eetsmannen' opgedragen het corpus van Coorssel aan Aert Everarts als pand voor 13 gulden en 10 stuivers jaarlijks. Kapitaal onvangen van 300 gulden. Valdag op datum van gichten. Aert Everarts is in het corpus van Coorssel voor 13 gulden 10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede op 13 juni 1650.

 

1650, 13 juni. P. 105(1)

Op 2 januari 1650 kwamen de moderne burgemeesters Jan Pauls, Henrick Beckers en Henrick Reyners van Coorsel voor het recht en ze hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen 'eetsmannen' opgedragen het corpus van Coorssel aan Govaert Put als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijks. 500 gulden kapitaal ontvangen in gevalueerd geld. Zo ook kwijten volgens de dan geldende Luikse valuatie. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Losse en vrije rente geven. Govaert Put is op 16 augustus 1650 in het corpus van Coorssel voor de rente van 25 gulden jaarlijks ggmr.

 

1650, 16 augustus. P. 105(1)v

Op 2 januari 1650 kwamen de burgemeesters Jan Pauls, Henrick Beckers en Henrick Reners junior van Coorsel voor het recht en ze hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen 'eetsmannen' opgedragen de generaliteit van Coorssel aan Jan Kaers voor 10 gulden jaarlijks, kapitaal 200 gulden. Te kwijten volgens de Luikse valuatie dan gangbaar. Jaarlijkse valdag 1 januari. Jan Kars is op 16 augustus 1650 in de generaliteit van Coorsel voor 10 gulden jaarlijks ggmr.

 

1650, 16 augustus. P. 105(1)v

Op 2 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters met instemming zoals hiervoor opgedragen het corpus van Coorssel aan Aert Stevens als pand voor 10 gulden jaarlijks. Ze hebben 200 gulden kapitaal ontvangen, te kwijten volgens de dan laatste Luikse valuatie. Aert Stevens is op 16 augustus 1650 in de 10 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1650, 16 augustus. P. 105(2)

Op 2 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters met instemming zoals hiervoor voor het recht opgedragen het corpus van Coorssel aan Lenart Hauben als pand voor 25 gulden jaarlijks. Ze hebben ervoor 500 gulden als kapitaal ontvangen. Valdag jaarlijks op Maria Boodschap. Losse en vrije rente geven. Afleggen met 500 gulden volgens de Luikse valuatie die dan gangbaar is. Peeter Beckers is in de naam van Lenart Hauben in de 25 gulden jaarlijks ggmr.

Marge p. 105(2).

Op 3 januari 1667 kwamen voor schepenen Leyssens en Beckers Mathijs en Joost Jans als erfgenamen van Lenart Hauben. Ze hebben de generaliteit van Coorsel gekweten van de helft van de voorschreven rente, namelijk van 250 gulden, die ze ontvangen hebben van de burgemeesters van Coorsel, namelijk Jan Didden, Jan Kaerts en Jan Smets.

 

1650, 16 augustus. P. 105(2)

Op 2 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners, burgemeesters van Coorssel, en ze hebben met goedkeuring van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters het corpus van het dorp Coorsel opdragen aan Jan Didden als pand voor 42 gulden en 15 stuivers jaarlijks. In naam van de gemeente ontvingen ze ervoor 900 gulden Brabants kapitaal. Zo ook afleggen in geld dat dan zal gangbaar zijn volgens de Luikse valuatie. Valdag jaarlijks op 1 maart. Jan Didden is in het corpus van Coorsel voor de rente van 42 gulden en 15 stuivers jaarlijks ggmr op 16 augustus 1650. Voor de kopie werd 20 stuivers betaald.

 

1650, 16 augustus. P. 105(2) v

Op 2 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters het corpus van Coorsel opgedragen aan Elen Convents als pand voor 5 gulden Brabants jaarlijks. Ze hebben ervoor 100 gulden kapitaal ontvangen. Zo ook afleggen volgens de Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag jaarlijks op nieuwjaarsdag. Mathijs Convents is op 16 augustus 1650 als momber van de dochter van zijn broer Jan Convents in de 5 gulden jaarlijks ggmr.

 

1650, 16 augustus. P. 105(2) v

Op 9 januari 1650 hebben de burgemeesters van Coorssel voor recht met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters het corpus van het dorp Coorsel opgedragen aan de erfgenamen van Peeter Van Haut als pand voor 10 gulden jaarlijks, waarvoor ze in de naam van de gemeente 200 gulden ontvingen. Kwijten zoals voor beschreven. Valdag op 1 januari. Henrick Wynen is op 16 augustus 1650 in de naam van de erfgenamen van Peeter Van Haudt in de 10 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1650, 16 augustus. P. 105(3)

Op dezelfde manier als hiervoor lenen de burgemeesters van Coorsel van Henrick Wijnen, met als pand het corpus van het dorp, 150 gulden voor een rente van 7 gulden en 10 stuivers jaarlijks. Valdag jaarlijks op 1 januari. Henrick Wynen is op 16 augustus 1650 in het corpus ggmr voor 7 gulden 10 stuivers jaarlijks.

Marge p. 105(3).

Op 5 februari 1666 kwam voor de schepenen Willem Noips(?) schoonzoon van Henrick Wynen zaliger en hij heeft met instemming van hun moeder de generaliteit van Coorsel gekweten van de voorschreven rente. Betaald door Jan Didden, Jan Caermans en Henrick Saels, burgemeesters.

 

1650, 16 augustus. P. 105(3)

Op 9 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters van Coorsel met instemming van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen 'eetsmannen' opgedragen het corpus van Coorsel aan Aert Beckers als pand voor 15 gulden Brabants jaarlijks. Ze ontvingen in kapitaal 300 gulden, die ook zo te kwijten zijn volgens de dan geldende Luikse valuatie. Valdag op 1 januari. Aert Beckers is op 16 januari 1650 gegicht en gegoed in de rente van 15 gulden jaarlijks met recht.

 

1650, 16 augustus. P. 105(3)v

Op 8 januari 1650 kwamen voor recht Henrick Reyners junior, Peeter Beckers en Jan Paels gezworenen, Jan Van Postel en Henrick Beckers Loonse schepenen in Lummen, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters die met instemming van de gemeente - en met bekomen octrooi - hebben opgedragen het corpus van het dorp Coorsel aan Aert Costen als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze 500 gulden. Zo ook afleggen in geld dat dan volgens de Luikse valuatie zal gangbaar zijn en waarde hebben. Valdag jaarlijks op 8 januari. Indien de rente voor de eerste keer niet voldaan wordt voor de eerste aanmaning, dan zullen ze voor zijn verplaatsing voor de tweede keer 25 stuivers aan Aert moeten geven. Betalen ze daarna nog niet, dan beloven de burgemeesters in naam van de gemeijnte dat zij met 1 conde van 15 dagen uitgewonnen zijn en ze geven zich 'pandich'. Aert is op 13 juni 1650 in het corpus van Coorsel in de rente van 25 gulden jaarlijks ggmr.

Marge. P. 105(3)v.

In 1666 op 9 februari kwam voor de schepenen Corst Neelkens die erin heeft toegestemd dat voor de voorschreven rente jaarlijks nog 18 gulden 15 stuivers betaald wordt, met renunciatie (afstand doen) van alle obligatiën waarvoor de gemeente Coorssel zich verbonden heeft.

 

1650, 13 juni. P. 105(3)v

Op 9 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters, Jan Van Postel en Henrick Beckers schepenen van het Loons recht daar. Ze maken zich sterk voor het corpus van Coorsel en dragen het op aan de achtbare en discrete heer en meester Vincent Seijssens rentmeester van het godshuis van Everbode, inwonend poorter van de stad Loven, als pand voor 55 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen ervoor in de naam van de gemeente in kapitaal 1100 gulden met inbegrip van hetgene dat het dorp van Coorssel hen nog ten achter was van voorgeschoten geld in betaling van de koningsbeden 'opt comptoir tot Loven'. Met 1100 gulden te kwijten zoals het geld bij de kwijting dan volgens de Luikse valuatie zal gangbaar zijn en volgens 'den raet van tijde'. Valdag op datum van gichten. Altijd losse en vrije rente betalen zonder enige vorm van belastingsaftrek. Jan Van Postel is op 16 augustus 1650 in de naam en tot profijt van heer en meester Vincent Seyssens in de rente van 55 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht.

Naschrift p. 105(3)v

Op 7 maart 1663 heeft Apolonia Neelens relicta van Vincent Seysens met assistentie vanwege haar schoonzoon G. Van Herkenrode, volgens zijn handschrift, gekweten de gemeente voorschreven van de voorschreven rente. Alles is voldaan.

 

1650, 16 augustus. P. 105(4)

Op 9 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel en ze hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en met goedkeuring van de hele gemeijnte opgedragen het corpus van de gemeente Coorssel aan Elisabeth Berten (met instemming van haar mombers Henrick Convents en Jan Huveners) als pand voor 33 gulden en 15 stuivers jaarlijks. In naam van de gemeente ontvingen ze ervoor in kapitaal 675 gulden Brabants. Ook zo afleggen met geld dat dan zal gangbaar en gevig zijn volgens de dan laatste Luikse valuatie en met rente volgens de verstreken tijd. Valdag jaarlijks op 1 januari. Losse en vrije rente geven. Peeter Beckers is in de naam van Elisabeth Berten in de 33 gulden 15 stuivers jaarlijks op 16 augustus 1650 ggmr. Het geld hiervoor is gekomen van afgelegde renten: van de erfgenamen van Andries Smes in Hauthalen 400 gulden en van Gilis Oriaens 300 gulden. Nota pro memorie: mits het afroepen van het geld heeft de stiefvader verloren van de voorschreven 400 gulden 28 gulden.

 

1650, 16 augustus. P. 105(4)v

Op 17 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Paels, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel, Jan Postelmans en Henrick Beckers Loonse schepenen, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seyssens, Henrick Kenens, Gielis Mentens en Mathys Convents geëde mannen als representanten van het dorp Coorssel. Ze maken zich samen sterk met instemming voor de hele gemeente - uit kracht van octrooi verleend vanwege het hof - en verbinden met deze gichte het corpus en de generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorssel en dragen ze op aan het convent van Everbeur als pand voor 100 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen ervoor in de naam van de gemeente 2000 gulden kapitaal in de volgende munten: 82 gouden souvereijnen het stuk aan 24 gulden, 6 ducatons het stuk aan 5 gulden en 4 schellingen aan 10 stuivers het stuk. Met dezelfde muntstukken afleggen volgens de valuatie dan gangbaar en met volle rente. Valdag jaarlijks op het feest van Sint-Antonius. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingsaftrek. De voorschreven personen staan in met hun persoon en goederen waar ze ook gelegen zijn voor een goede gicht. Ze stemmen in met de realisatie voor competente rechters en daarvoor vaardigen ze iedereen af die deze last wil aanvaarden. Het convent wenst hiervan een gezegelde brief op kosten van de gemeente. Quirijn Beckers is in de naam van en voor het convent van Everbeur in de generaliteit van het dorp Coorsel voor de rente van 100 gulden jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben de hofrechten betaald.

Marge p. 105(5).

Op 20 maart 1665 heeft Aert Leyssens als rentmeester van het convent van Everbeur gekweten de gemeente voorschreven van de voorschreven rente volgens handschrift van frater Robertus Lambertij 'camerarius Averbodiensis'  van 3 februari 1665.

 

1650, 16 augustus. P. 105(5)

Op 17 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners junior burgemeesters van Coorssel, Jan Postelmans en Henrick Beckers Loonse schepenen in Lummen, Peeter Convents en Aerts Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters. Ze maken zich samen sterk met instemming voor de hele gemeente en verbinden met deze gichte het corpus en de generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorssel en dragen ze op aan Jan Gielen als pand voor 40 gulden jaarlijks. Ze ontvingen in naam van de gemeente 800 gulden Brabants kapitaal. In deze som is 150 gulden Brabants begrepen die toekomt aan de kinderen van Symon Loots en die afgelegd zijn door Blasius Maes van Hauthalen. Deze renten moeten in hun geheel afgelegd worden met geld dat volgens de Luikse valuatie gangbaar is en met rente volgens verstreken tijd. Valdag jaarlijks op Sint-Josephdag 19 maart. Losse en vrije rente geven zonder enige aftrekt van gelijk welke vorm van belastingen. Jan Gielis is in het corpus van Coorssel, voor zover het Brabants is, op 13 juni 1650 in de 40 gulden gegicht en gegoed.

Marge p. 105(5).

Op 29 december 1670 verscheen voor de schepenen Peeter Rutten als erfgenamen van Jan Gilen en hij heeft de voorschreven rente gekweten Alles is voldaan.

 

1650, 16 augustus. P. 105(5) v

Op 3 februari 1650 kwamen voor het recht Jan Paels, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel. Ze hebben met instemming van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en met instemming van de hele gemeente opgedragen en verbinden met deze gichte het corpus en de generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorssel en dragen ze op aan Jan Didden als pand voor 20 gulden jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze 400 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen met geld volgens de laatste Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag op O.-L.-Vrouw Lichtdach. Losse en vrije rente geven. Jan Didden is op 16 augustus 1650 in het corpus van Coorssel voor 20 gulden jaarlijks gegicht en gegoed me ban en vrede.

 

1650, 16 augustus. P. 105(5)v

Op 13 juni 1650 kwamen voor het recht Jan Paels, Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel, Jan Postelmans en Henrick Beckers Loonse schepenen, Peeter Convents en Aerts Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters. Ze maken zich samen sterk voor de hele gemeente - uit kracht van octrooi verworven op 9 april 1650 ondertekend Happart secretaris - en verbinden met deze gichte het corpus en de generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de Armen of H. Geest van Coorssel als pand voor 15 gulden jaarlijks. Ze ontvingen uit handen van Jan Reners in kapitaal 300 gulden. Afleggen in geld dat dan volgens de Luikse valuatie zal gangbaar zijn en met rente volgens het verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op datum van gichten. E.H. Peeter Neven, pastoor, is in de afwezigheid van de armenmeester Aert Aerts in de naam van de Armen in de 15 gulden jaarlijks ggmr. De panden van Jan Reners zijn hiermee gekweten van de 15 gulden jaarlijks zoals de Armen op zijn panden trokken en het kapitaal dat hier opnieuw gebruikt werd.

 

1650, 16 augustus. P. 106

De burgemeesters van Coorsel Jan Paels, Henrick Reyners en Peeter Beckers hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en uit kracht van octrooi opgedragen het corpus van Coorssel aan Joanna Hoeffmans als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijkse rente. Ze hebben de som van 400 gulden ontvangen die te kwijten zijn in geld dat dan volgens de Luikse valuatie gangbaar en gevig is. Valdag jaarlijks op 2 april. 3 maanden voor het afbetalen melden aan de rentheffer. Johanna is in de 20 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1650, 15 december. P. 108

Pauls Seyssens heeft opgedragen een beemd op 'de Dungen' in Stal onder Coorssel gelegen, groot 2 dachmael. Hij grenst Wouter Vanden Hove 1), mr. Vincent Seijsens 2) en Valentijn Vanden Hove 3). Opgedragen als pand voor 5 gulden en 10 stuivers jaarlijks aan Peeter Leyssen. In kapitaal ontving Pauls 100 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens de laatste Luikse valuatie. Valdag jaarlijks op 22 maart. Peter Leysen is in de 5 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr.

 

1651, 27 januari. P. 109

Mr. Aert Kenens heeft opgedragen zijn kindsgedeelte van al hetgeen hem in Coorssel toebehoort aan Lenaert Boonen als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Aert 500 gulden Brabants en met 500 gulden af te leggen zoals het geld in de tijd van de kwijting zal gangbaar en gevig zijn en volgens de tijd. Valdag jaarlijks op Lichtmis. Losse en vrije rente geven. Lenaert Boonen is in de 25 gulden jaarlijks ggmr. Mr. Aert Kenens mag deze rente kwijten in 2 keren.

 

1651, 27 januari. P. 109

Conditie en voorwaarde waarop Peeter Neelens, grootvader van het onmondig kind van zijn dochter Margareta Neelens, namelijk Peeter Van Haemel verwekt door Gielis Van Haemel zaliger, en Jan Didden als mombers van de voorschreven Peeter Van Haemel, die ook aanwezig is, zullen verkopen met proclamatie, hogen, palmslag, kaarsbranding en de hoogste bieder zal 'den naesten wesen' een perceel land van Loonse en Brabantse natuur dat betimmerd is met een schuur. Het is ongeveer 2 halster zaaiens groot. Het is gelegen in Coorsel en grenst O Peeter Bosmans, W en Z Anna Leyssens en s'heeren straet N.

De voorschreven mombers zullen ten overstaan van de erfgenaam van Peeter Van Hamel voorschreven het goed verkopen op hogen van 2 gulden: de ene tot profijt van de erfgenamen en de andere voor de koper. De mombers staan er garant voor dat het land belast is met 200 gulden kapitaal, jaarlijks 10 gulden. Deze komen tot last van de koper zonder vermindering van de koopsom. Mochten er nog andere lasten gevonden worden, dan zullen ze daarvan de koper vergoeden.

Degene die de palmslag krijgt, zal voor zijn vromigheid 10 gulden krijgen indien hij afgehoogd wordt of bij vernadering. Hij zal zijn voorhogen hebben tot het branden van de kaars. De verkoper zal de vruchten van het land, waarmee het bezaaid is, nog oogsten zonder dat de koper er iets van zal genieten.

Indien iemand hoogde tijdens het branden van de kaars en de kaars ging op hem uit, maar hij kan de koop niet voldoen, dan zal de kaars opnieuw ontstoken worden. Alle gerezen kosten van deze koop en de kosten die er nog op komen, zal men bij de faler halen. Brengt het perceel nadien minder op dan zal men dit verschil bij deze falende koper halen. Als het dan meer opbrengt, is dit enkel tot profijt van de verkopers. Bij misverstanden tijdens het hogen, beslissen de de schepenen die erover zitten wat er moet gebeuren. De koper moet bij de gicht 200 gulden betalen en de rest op de dag van verjaren. Alle kosten betreffende deze verkoop zijn tot last van de koper waaronder 5 stuivers Goitspenninck voor de kerk, schrijfgeld 30 stuivers en lijcoop volgens wens. Al deze condities zijn tot last van de laatste hoger op pene van geen voldoening en opnieuw verkoop.

Op 16 januari 1651 hebben Peeter Neelens en Jan Didden als momber van Peeter Van Hamel voor notaris en getuigen de palmslag gegeven aan Peeter Bosmans op de voorschreven condities voor 500 gulden Brabants eens boven de lasten en 10 gulden spelgeld voor de weduwe van Peeter Van Haemel. De koper stelt boven de koopsom nog 5 hogen. Opgemaakt ten huize van Jan Beckers in presentie van mr. Aert Beckers en Peeter Oriaens, getuigen. Testor P. Jans.

Op 27 januari werd de kaars ontstoken in het voorschreven huis en vanwege de officieren gebannen. Haub Didden stelde nog 1 hoge; Peeter Bosmans nog 1 hoge en hij bleef de laatste koper bij het uitgaan van de kaars. Testor C. P, Machiel Thonis, Jan Van Postel en Henrick Beckers.

Op dezelfde dag kwamen Peeter Neelens en Jan Didden voor het recht en ze hebben wettelijk hun eed gepresteerd als momber van Peeter Van Hamel om dit goed te kunnen verkopen en de koper gichten en goeden.

Op dezelfde dag heeft Margariet Neelens als tochtster van het voorschreven goed haar tocht afgestaan aan haar zoon Peeter Van Hamel om deze verkoop te doen. Hij is ervan met recht ter gichte gekomen.

1651, 27 januari. P. 110

Nu tocht en erve samen zijn, kwamen voor recht Peeter Neelens en Jan Didden als mombers van Peeter Van Hamel voorschreven en ze hebben ontvangen en daarna opgedragen in het bijzijn van Peeter zelf het goed hiervoor beschreven voor zover het onder deze bank sorteert en ook voor zoveel het in het Loons sorteert tot behoef van Peeter Bosmans als laatste hoger en koper. Alles volgens prijs en condities hiervoor beschreven. Indien er meer lasten gevonden worden dan 200 gulden Brabants eens kapitaal, dan zal de koper ze aan de koopsom mogen in mindering brengen. Peeter Bosmans is erin ggmr.

 

1651, 16 februari. P. 110v

Peeter Bosmans heeft opgedragen een stuk broek in Coorssel gelegen, genaamd 'd' Brueckelinge', groot ongeveer 2 dachmael, dat grenst Jan Thielens 1), 'die Waeterstraet' 2), de erfgenamen van Lemmen Scepers 3) en de erfgenamen van Vaes Vaes 4). Verkocht aan Jan Magrieten als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijkse rente. In hoetpenningen(kapitaal) hebben ze 210 gulden Brabants eens ontvangen. Zo ook afleggen volgens de Luikse valuatie. Afleggen in 2 keren, telkens 105 gulden. Valdag jaarlijks op Sinte Maria Magdalenadag. Als onderpand stelt Peeter nog al zijn andere goederen van deze bank. Jan Magrieten is in de 10 gulden jaarlijks ggmr.

 

1651, 16 februari. P. 112

Hendrick Tielmans heeft ontvangen en opgedragen huis en hof in Voortken onder Coorsel gelegen, groot ongeveer 3 halster zaaiens, en verder al zijn andere goederen onder deze bank sorterend aan de Armen of de H. Geest van Hechtel als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Henrick 200 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens het geld dan gangbaar is. Valdag jaarlijks op Sinte Dionijsmisse. Jan Meynen is in de naam en tot profijt van de Armen voorschreven in de 10 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Henrick Tielmans heeft de rechten betaald. Jan Meynen betaalde voor de kopie 20 stuivers.

Marge p. 112

Op 23 oktober 1668 verscheen voor schepenen Anthoen Leyssens en Beckers de armenmeester van het dorp Hechtel met name Dirick Stevens en hij heeft de voorschreven panden gekweten van de rente van 10 gulden Brabants met recht. Alles is voldaan door Matheuwis Theunis.

 

1651, 16 februari. P. 112

Jan Van Velthoven heeft de panden gekweten van Jan Pauls, nu Haub Jacobs, van 20 gulden Brabants jaarlijks zoals hij op die panden jaarlijks trok. Kapitaal van 500 gulden werd ontvangen. en al de voorgaande verlopen. De panden worden er wettelijk van gekweten. Het kapitaal hoort toe aan de minderjarige kinderen van Lemmen Erdekens en het werd opnieuw belegd voor de kinderen aan panden: Daniel Smeets 100 gulden, aan Jan Thielens in Coorssel 200 gulden, aan Jan Voets in Hechtel 200 gulden.

 

1651, 30 maart. P. 116v

Joris Beckers heeft opgedragen een 'hoeffken' in Coorssel gelegen, dat grenst des heeren straet aan 3 zijden, mr. Vincent Seyssens 4), aan Willem Opheye als pand voor 5 gulden jaarlijks met valdag op Sint-Giellisdag. Losse en vrije rente betalen. Te kwijten met 100 gulden in geld zoals ten tijde van de kwijting volgens de valuatie zal gangbaar zijn. Willem Op Heyde is in de 5 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1651, 30 maart. P. 117

De achtbare heer Cristiaen Corselius, onze meier, heeft ontvangen daarna opgedragen huis en hof in Stall onder Coorssel gelegen, met al zijn andere Brabantse goederen aan Dionijs en Pouls Verlinden, gebroeders, en beiden inwoners van Peelt als pand voor 21 gulden en 10 stuivers jaarlijks. De meier ontving in kapitaal 600 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen. Valdag jaarlijks ad vincula Petri (Sint-Petersstoel) dat is op 1 augustus. Indien de broers het kapitaal willen terug hebben voor er 9 jaren verstreken zijn, dan moeten ze dat een half jaar ervoor aan Corselius laten weten en vice versa. Mocht een van deze broers sterven, dan is hun wil dat de overledene deze rente legateert aan zijn broer als langst levende. Henrick Verlinden is in de naam van en voor zijn broers Dionijs en Pouls in de rente van 21 gulden en 10 stuivers ggmr. Voor de kopie werd 15 stuivers betaald.

 

1651, 30 maart. P. 117v

Haub Van Herck heeft opgedragen huis en hof onder Coorssel gelegen, namelijk de halve 'Witters Winninge', groot ongeveer 8 vat zaaiens, die grenzen s'heeren straet 1), Aert Witters 2) en Aert Renues(?) 3). Opgedragen aan Anna Crompens als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Haub 400 gulden. Afleggen in geld volgens de Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag jaarlijks op Drie Koningendag. Henrick Beckers is in de naam van en voor Anna Crompens in de rente van 20 gulden jaarlijks ggmr.

 

1651, 30 maart. P. 117v

Conditie waarop sr. Peeter Convents secretaris in Wuestherck zal verkopen met proclamatie een perceel land genaamd 'die Ruyters Driesschen', dat grenst s'heeren straet O en N, W Matijs Van Ham. Peeter zal het verkopen aan de hoogste bieder. Degene die de palmslag krijgt, zal zoveel hogen mogen zetten als hij wenst voor iemand anders erop zal mogen hogen. Iedere hoge bedraagt 2 gulden: 1 voor de verkoper en de andere tot profijt van de koper. De verkoper garandeert dat het goed enkel belast is met schattingen en grondcijns aan de heer. Indien iemand glorieus hoogt en de kaars gaat op hem uit, maar hij kan of wil de koop niet voldoen, zal hij alle onkosten moeten betalen, lijffcoop, schrijfgeld en hij zal nog een boete krijgen van 100 ryxdaelders. Daarvan is de helft voor de heer waaronder dit goed sorteert en de andere helft voor de verkoper. De lijcoop die vandaag in aanwezigheid van beide partijen gedronken wordt, zal de verkoper betalen en de rest van de lijcoop zullen de partijen gelijk delen en volgens hun wens. Het goed zal gepubliceerd worden van 8 dagen tot 8 dagen na de mis door de gerechtsbode. Als de roepen gedaan zijn, zullen de partijen de verkoop gichten voor competente rechters. Voorwaarde is dat Jan De Molder, de winne (pachter) van sr. Peeter Convents, zal zijn huurperiode mogen uitdoen volgens zijn taux (huurovereenkomst) en de koper zal met de huurprijs moeten tevreden zijn.

Na de opdracht van het goed zal de koper op die datum de hele koopsom moeten voldoen of uiterlijk over 14 dagen daarna, anders wordt de koper beboet zoals hierbij beschreven. Bij misverstanden tijdens het hogen beslissen de aanwezige schepenen wat er moet gebeuren. De koper moet voor het schrijfgeld 1 patacon in een munt geven en 2 schellingen Goodtsgelt.

Op 18 februari 1651 verscheen voor Cornelis Loyens en getuigen sr. Peeter Convents secretaris in Wuestherck en hij heeft de palmslag gegeven aan Jan Van Postel van Stal voor 900 gulden min 12 gulden. Getuigen: heer Joannes Servatij pastoor in Huesden, heer Joannes Smaes en Henrick Kenens. Jan Van Postel hoogde toen 30 hogen. Op dezelfde dag hoogde Cornelis Loyens nog 10 hogen in presentie als boven. Vervolgens Jan Van Postel nog 10 hogen. Zelfde getuigen als voor.

Deze akte werd ondertekend door partijen en getuigen en door testor Cornelius Loyens.

Op 30 maart 1651 werd op verzoek van de partijen de kaars wettelijk ontstoken en gebannen. Er hoogde niemand meer en als de kaars uitging bleef de koop aan Jan Van Postel als laatste hoger en 'obtinent' koper.

1651, 30 maart. P. 118v

Sr. Petrus Convents kwam voor het recht en heeft ontvangen en daarna opgedragen het goed hiervoor beschreven aan Jan Van Postel voor de prijs hiervoor en volgens de condities. Betaald. Jan Van Postel is ervan met recht ter gichte gekomen. Solvit van hofrechten 3 gulden 10 stuivers 1 ort.

 

1651, 30 maart. P. 118v

De kinderen van Henrick Kenens, namelijk Geert en Zacharias Kenens, hebben gekweten de panden van Huybrecht Van Herck, namelijk de helft van de 'Witters Winninge', van een rente van 4 gulden en 10 stuivers jaarlijks. Het kapitaal ervan bedraagt 283 gulden en 4 stuivers. Betaald. De panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1651, 22 juni. P. 119

Peeter Meybosch heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land opt Luelen onder Coorsel gelegen, ongeveer een halster land groot. Het grenst mr. Cristiaen Nicolai 1), Peeter Tielens 2) en Hendrick Reyners 3). Opgedragen aan de Armen van Coorsel als pand voor 3 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Peeter 60 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens de laatste Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag jaarlijks op St.-Johannes Baptist (24 juni). Geert Matheij alias Groenendael is in de naam en tot profijt van de armen van Coorsel in de 3 gulden jaarlijks ggmr.

 

1651, 22 juni. P. 119

Mr. Jan Vaes man en momber van Mayecken Thilens heeft de panden gekweten van de Armen van Coorsel van een rente van 3 gulden 15 stuivers jaarlijks, zoals hij daar op trok. Alles is voldaan en de panden zijn wettelijk gekweten.

 

1651, 22 juni. P. 120

Op 15 mei verscheen voor de secretaris en getuigen Hendrick Knuesen(?) van Overpeelt die constitueert en volmachtig maakt met deze akte Cristiaen Nicolai, de Brabantse meier van het land Lummen, om in zijn naam voor de Brabantse wet te verschijnen en daar in zijn naam te kwijten de panden en onderpanden van Jan Reynders van 300 gulden kapitaal. Opgemaakt binnen Peer in het huis van de secretaris op de kamer in presentie van Hendrick Kneusen den Jongen, Hendrick Nuskens en Elisabeth Vaes als getuigen. Getekend Arnol. Baten secretaris, hiertoe verzocht.

1651, 22 juni. P. 120v

Sr. Cristiaen Nicolai, onze meier, heeft uit kracht van de voorgaande constitutie de panden gekweten van Jan Reners van 300 gulden zoals Hendrick Kneusen/Knuysen daarop trok. Alles is voldaan en de panden wettelijk gekweten.

 

1651, 30 juni. P. 122

Hendrick Theunen(?) heeft opgedragen en getransporteerd de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks, zoals hij jaarlijks trok op panden van Peeter Thielens in Coorssel, aan zijn broer Aert Theunen voor 1000 gulden. Hendrick ontving zijn geld. De verkoop gebeurde volgens de originele gichte ervan gedateerd op 14 april 1647. Aert Theunen is in de 50 gulden jaarlijks ggmr, zoals Hendrick ze eraan trok.

 

1651, 09 augustus. P. 125v

Aert Witters heeft ontvangen en daarna opgedragen het 'hoefken' met de schuur en het 'Nieu lant', groot samen ongeveer 3 halster zaaiens. Het goed grenst Jan Van Ham 1), Aert Witters 2), Willem Witters 3) en 'die Heerbaen' 4); daarbij nog het half schanshuis. Verkocht aan zijn broer Willem Witters voor 950 gulden Brabants eens. Om dit te betalen neemt Willem van zijn broer Aert een rente af van 500 gulden kapitaal, rente van 25 gulden jaarlijks en nog 12 gulden 10 stuivers jaarlijks, kapitaal 250 gulden, zoals de H. Geest van Coorssel trekt. De rest is aan Aert betaald met 1 souverijn drinkgeld voor de huisvrouw van de verkoper, lycoop naar wens en Goitspenninck 10 stuivers. De rente aan de H. Geest moet door Aert betaald worden tot de datum van gichten. Bij het afleggen van de renten, als ze legbaar zijn, moet dit in lopend geld gebeuren. Willem Witters is ervan met recht ter gichte gekomen met ban en vrede.

 

1651, 09 augustus. P. 125v

Willem Witters heeft het voorschreven goed - dat hij in de voorschreven gichte van zijn broer kocht - opgedragen aan Anna Vande Wyer als pand voor 5 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Willem 100 gulden valuatiegeld. Bij het afleggen moet dat gebeuren in geld zoals het dan volgens de valuatie gangbaar is en met rente 'naer tijtsgelanck'. Valdag jaarlijks op Sint-Laureijnsdag. Vrije rente geven zonder enige aftrek van gelijk welke vorm van belastingen. Aert Vande Kerckhoff is in de naam van en voor Anna Vande Wyer in de 5 gulden jaalijks ggmr. Willem heeft de rechten betaald.

Naschrift. Op 7 november 1663 kwam voor de schepenen Jan Fredericx als gevolmachtigde van zijn moeder Anna Vande Wyer en hij heeft de panden gekweten van Willem Witters van de voorschreven rente. Hij is er volledig van betaald.

 

1651, 05 oktober. P. 127v

Jan Pauls heeft ontvangen en opgedragen een dachmael broek genaamd 't' Hueckebroeck', dat grenst Jan Wijnen 1), Jan Thielens 2) en Pauls Zeuwis 3). Opgedragen als pand aan de kinderen van Laureys Convents voor 5 gulden Brabants jaarlijks. In hoetpenningen (kapitaal) ontving Jan 100 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op 'Sint-Peeters merct'. Peeter Oriaens is als momber van de voorschreven kinderen in de 5 gulden jaarlijks ggmr.

 

1651, 05 oktober. P. 127v

Jacob Meyen heeft opgedragen een dachmael broek genaamd 'd'Lanck Haut', dat grenst 'die Alde Beeck' 1), Peeter Beckers 2), Jasper Smeets 3) en de H. Geest van Coorssel 4), aan Claes Scuppen als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving hij 200 gulden gevalueerd geld. Zo ook kwijten. Valdag jaarlijks op Bavonis. Als onderpand stelt Jan een halster land genaamd 't' Vaex Bloock'. Niclaes Scuppen is in de 10 gulden jaarlijks ggmr. Anna Beckers, vrouw van Jacob Meyen, gaat hiermee akkoord. Meyen heeft de rechten betaald.

 

1651, 05 oktober. P. 128

Op 29 augustus 1651 bekent en attesteert Ambrosius Bellens dat hij verkocht heeft aan Jacob Meyen een zeker huis met de grond en de boomgaard zoals het in Coorssel gelegen is. Het grenst Gielis Oriaens 1), s'heeren straet aan 2 zijden en Henrick Meyen 4), van Brabantse natuur. Verkocht voor 400 gulden Brabants eens (de gulden aan 20 stuivers Luikse valeur) en een halve gouden souvereyn spelgeld voor de verkoper. De verkoper (dit moet 'koper' zijn) zal indien er approximatie (vernadering) komt ook een halve gouden zouverijn moeten hebben voor zijn 'vromigheid' op voorwaarde nochtans dat het voorschreven goed altijd bij reële en personele dorpslasten geven in iedere 100 schattinge 1 stuiver. De timmer die tegenwoordig in de huisinge afgebroken ligt, mag deze koper terstond aanslaan en de huurder ervan zal het voorschreven goed en huis gebruiken tot half maart eerstkomend en de huur is zolang alleen voor de verkoper. De koper moet de koopsom betalen op de gicht. Alle lasten betreffende deze koop zijn tot last van de koper zonder dat ze in mindering komen van de koopsom. Goitspenninck voor de kerk van Coorssel 10 stuivers, lijfcoop volgens wens, schrijfgeld 2 gulden. De partijen houden deze koopcondities voor vast en onverbrekelijk. Getuigen: Goris Convents en Jan Van Postel. Koper en verkoper tekenen met een merk. Quod attestor P. Jans, die hierom werd verzocht.

1651, 05 oktober. P. 128v

Jacob Meyen heeft opgedragen een dachmael broek genaamd 'den Jacobi', die grenst 'd' Au Beeck' 1), Andries Seyssens 2), Matys Picken 3) en Jan Van Postel 4); nog het huis, hof en boomgaard zoals hij op die dag door gicht van Ambrosis Bellen heeft gekregen. Jacob draagt ze op aan Ambrosis Bellen voorschreven als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. Die staan te kwijten met 200 gulden in geld zoals dan volgens de Luikse valuatie zal gangbaar zijn. Valdag jaarlijks op Bamis. Ambrosius is in de 10 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede. Anna Beckers, huisvrouw van Jacob Meyen heeft ingestemd met deze gicht. Meyen betaalde de hofrechten.

Naschrift p. 129v

Nota. Deze rente wordt betaald met 7,5 gulden jaarlijks en is af te leggen met 150 gulden. Dat komt omdat aan huis en hof in het hiervoor geregistreerde akt bevonden zijn geweest meer cijnzen als geconditioneerd waren en dat alles met akkoord van de partijen.

 

1651, 09 november. P. 130

Mateuwis Greefs heeft ontvangen en daarna met instemming van zijn huisvrouw Anna Robyns opgedragen een hoffstadt in Coorssel gelegen, die grenst s'heeren straet aan 2 zijden en Aert Beckers 3); nog een stuk land 'opt Leelen' gelegen, dat grenst Jan Didden 1), Marie Van Hout 2); met nog een bosje aan 'de Scrickheyde' in Coorssel gelegen, dat grenst 'die Scrick Heyde' rondom. Mateuwis ruilt het erf op erf met Willem Noip alias Knapen voor goederen die Willem Noip onder Huesden had liggen, zowel huis, land als broek. Hij heeft daar opdracht gedaan zoals blijkt uit het schepenregister van daar. Dat gebeurde conform de notariële akte opgemaakt op 16 augustus 1651 door notaris Petrus Nicolai, die vandaag in het Loons werd geregistreerd (daar sorteren ook enkele percelen die in deze ruil inbegrepen zijn). Willem Noip is ervan ter gichte gekomen met ban en vrede.

 

1651, 23 november. P. 132

Jan Van Postel heeft de panden gekweten van Jacob Beckers van Beringen van 7 gulden en 10 stuivers jaarlijkse rente zoals hij op zijn panden trok. Alles is voldaan en de panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1651, 07 december. P. 133

Jan Stockmans der Jonge heeft ontvangen en daarna opgedragen een beemd in Coorsel gelegen, groot 2 dachmael, genaamd 'den Nauwen Beempt', die grenst Anna Leysen 1), Marie Van Haut 2), Jan Stockmans den Auden 3); nog een stuk land van 4 halster zaaiens, dat grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Henrick Willens 3) en Andries Seyssens 4), en al zijn andere Brabantse goederen. Opgedragen aan Claes Nauwen als pand voor 30 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 600 gulden Brabants gevalueerd geld. Terugbetalen in hetzelfde geld volgens de Luikse valuatie en kwijten in 2 termijnen. Valdag jaarlijks op 8 mei. Jan belooft dat hij in het Loons onderpand zal stellen huis en hof. Claes Nauwen en zijn huisvrouw Anna Silvesters maken elkaar wederzijds deze rente aan de langstlevende van hen beiden om hun vrije wil mee te doen. Niclaes Nauwen is in de 30 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1652, 08 februari. P. 139v

Voorwaarden waarop Blasius Kenens zal verkopen een stuk land van omtrent 1 halster zaaiens in Stal gelegen, dat grenst Jan Van Postel 1), de straat 2), Elisabeth Folders 3) en Aert Convents 4).

Het goed wordt verkocht met kercken geboth, kaarsbranding, palmslag en hogen. Die het meeste biedt, zal de 'naeste' wezen. Iedereen zal hierop mogen hogen met 2 gulden per hoge: de helft voor de koper en de andere tot profijt van de verkoper. Overige voorwaarden te lezen in de originele gichte indien interesse (of bij andere openbare verkopen hier samengevat). Het goed is enkel belast met schattingen en dorpslasten en grondcijns aan de heer. Voor een kermis moet de koper 1 souverein of 12 gulden geven aan de huisvrouw van de verkoper en de koper krijgt ook zoveel voor zijn palmslag. De helft van de koopsom is te betalen op dag van gichten en de andere helft op de dag van verjaren. Hij zal alle onkosten betreffende deze koop zoals een halve patacon schrijfgeld, goodtsgelt 4 stuivers, lycoop nae lantcoep betalen.

Jan Reynders bood bij de notaris boven alle condities 100 gulden Brabants eens. Hiervoor heeft Blasius Kenens hem de koop toegeslagen en de palmslag gegeven. Jan verbeterde de koop met 31 hogen. Gebeurd in aanwezigheid van Wouter Vande Kerckhoff en Claes Winters als getuigen. Getekend: ita testor C. Nicolai notaris.

Op 27 januari 1652 hoogde Nicolaes Winters op deze koop nog 1 hoge. Jan Reynders hoogde nog 1 hoge voor dezelfde getuigen als hiervoor.

Op 8 februari 1652 werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen op verzoek van de partijen. Er hoogde niemand meer en daarme bleef de koop aan Jan Reynders als laatste hoger en koper.

1652, 08 februari. P. 140

Blasius Kenens heeft ontvangen en het voorschreven land opgedragen aan Jan Rijnders voor de prijs in de conditie hiervoor genoemd. Jan is ervan met recht ter gichte gekomen. Solvit van hofrechten 3 gulden 13,5 stuivers.

 

1652, 22 februari. P. 140v

Joannes Leysen als gevolmachtigde vanwege het godshuis van Everbeur, volgens de constitutie ervan gedateerd op 11 mei 1651, ondertekend S. Vaes abt van Everbode en hier getoond, kwijt de panden van Andries Seyssens van een rente van 5 gulden jaarlijks, kapitaal 100 gulden, zoals het convent op zijn panden trok. Alles is voldaan en de panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1652, 22 februari. P. 141

Peeter Zeuwis heeft opgedragen huis en hof in Vortken gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), de erfgenamen van Lambrecht Geerts 2) en Jan Joris 3), met nog een dachmael broek in Vortken gelegen, dat grenst Henrick Seus 1), Peeter Conelis 2). Opgedragen aan Henrick Convents als pand voor 5 gulden en 15 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontving Peeter 100 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op Sinte Mathijsdag. Als onderpand stelt Peeter nog een blooxke van ongeveer een vat zaaiens groot, dat grenst de erfgenamen van Lambrecht Geerts 1), Jan Valentijns 2) en 'die Geytelingen' 3). Henrick Convents is in de 5 gulden en 10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede. Peeter Zeuwis heeft de hofrechten betaald.

 

1652, 07 maart. P. 142v

Jan Oriaens heeft opgedragen en getransporteerd een rente van 5 gulden en 5 stuivers jaarlijks die gehypothekeerd staan op panden van Jan Reymen, namelijk 1,5 halster land onder Vortken gelegen. Het grenst s'heeren straet 1), zijn eigen erve 2) en Aert Stevens 3); nog 50 gulden kapitaal die staan aan panden van Jan Pouls. Ze zijn veronderpand voor de voorschreven rente. Verkocht aan zijn broer Henrick Oriaens voor de prijs volgens de originele gichte. Henrick Oriaens is ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1652, 07 maart. P. 143

Jan Oriaens heeft opgedragen en getransporteerd 10 gulden jaarlijks of 200 gulden eens kapitaal, zoals hij trok op panden van Jacob Vervort in Voortken gelegen. Dat pand grenst s'heeren straet 1), Jan Huveners 2), Aert Heckens 3) en Elisabeth Berten 4). Opgedragen aan Joanna Hendrix voor de som van 200 gulden en verder na teneur van de originele gichte ervan. Hendrick Oriaens is als momber van Johanna Hendrix in de 10 gulden jaarlijks ggmr.

 

1652, 07 maart. P. 143

Huybrecht Didden heeft ontvangen en wettelijk gereliveerd in de naam van de kinderen van Jan Jacobs en Anna Didden, een wettig echtpaar toen ze leefden, die goederen die hen zijn aangekomen na de dood van hun ouders. Het gaat om huis en hof in Coorssel gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), Cristiaen Nicolai 2) en Gielis Oriaens 3). Het is hen met recht verleend. Ze zijn daarvan met recht ter gichte gekomen 'salvo jure cuius libet'.

 

1652, 07 maart. P. 143

Peeter Stoffels heeft gereleveerd voor hem en voor zijn medegeringen de helft van de goederen zoals op hen verstorven en aangekomen zijn na de dood van Jan Jacobs en Maria Orekens: huis en hof in Coerssel gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), Gielis Oriaens 2) en Cristiaen Nicolai 3). Het is hem volgens recht verleend. Ze zijn ervan ter gichte gekomen.

 

1652, 13 maart. P. 143v

Jacob Eijgen heeft ontvangen en opgedragen een stuk land in Vortken onder Coorssel gelegen, genaamd 'den Voorttens Hoff', groot een halster zaaiens, die grenst s'heeren straet aan 2 zijden en Wouter Bleux/Blacx(?) 3). Opgedragen aan Maycken Vanden Haut als pand voor 5 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Jacob 100 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks half maart. Mayecken Van Haudt is in de 5 gulden jaarlijks ggmr. Jacob heeft de rechten betaald.

 

1652, 18 april. P. 146v

Jan Witters heeft met instemming van zijn huisvrouw Elisabeth Bluex opgedragen een stuk broek in Stall gelegen, dat grenst de erfgenamen van Mathys Van Hamme 1), de 'Oude Beeck' 2), Henrick Convents 3) en Michiel Pinxten erfgenamen 4). Verkocht aan Anna Wyermans als pand voor 5 gulden jaarlijks, waarvoor hij in hoetpenningen bekend ontvangen te hebben 100 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks half maart. Jan Reyners is in de naam van Anna Wyermans, zijn schoonmoeder, in de 5 gulden jaarlijks ggmr.

 

1652, 18 april. P. 147

Peeter Meijbosch heeft ontvangen en daarna met instemming van zijn huisvrouw Ida Picken opgedragen een stuk land genaamd 'd'Leslen'(?), dat grenst Cristiaen Nicolai 1), Peeter Thielens 2), mr. Jan Put 3) en Jan Reynders 4). Verkocht aan Peeter Thielens voor 121 gulden boven de lasten die erop uitgaan. De lasten: 60 gulden kapitaal aan de Armen van Coorssel en een Franse croon als spelgeld voor de huisvrouw van de verkoper. Hiertegen zal de koper indien het goed vernaderd wordt ook een Franse croon krijgen, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck 1 stuiver. Betaald. Peeter Thielens is ervan ter gichte gekomen met ban en vrede.

 

1652, 18 april. P. 147v

Henrick Picken heeft opgedragen huis en hof in Coorssel gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), Peeter Tielens 2) en Jan Pauls 3); met nog een stuk broek genaamd 'd' Ietemenneken', dat grenst Quinten Pouls 1), Henrick Reyners 2) en Blasius Leeckens 3). Opgedragen aan Peeter Van Hamel als pand voor 11 gulden en 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontving Henrick 210 gulden. Te lossen in geld zoals het dan gangbaar is volgens de Luikse valuatie. Valdag jaarlijks op Sint-Jorisdag. Peeter Neelens en Jan Didden als mombers van Peeter Van Hamel zijn in de naam van en tot profijt van Peeter in de 11 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr.

 

1652, 18 april. P. 148

Voor Notaris en getuigen verscheen Herman Bormans, die verklaarde en bekende mits deze akte dat hij uit handen van de E. H. heer pastoor van Zolre voor en in de naam van de gemeynte van Coorsel op 'Kersmis' laatstleden of daar omtrent ontvangen heeft 1000 gulden kapitaal eens. Het gaat om de helft van een rente van 2000 gulden kapitaal, 100 gulden jaarlijks. Herman Bormans had deze rente voor 2 jaren aan de borgemeesters en de gemeijnte van Coorsel met gicht voor de justitie van Lummen ten Brabants recht verkregen. Herman stemt in met de cassatie van de 1000 gulden kapitaal voorschreven en de rente van 50 gulden jaarlijks. Hij reserveert voor zich nog de volle intrest van de voorschreven rente tot 'jaersmisse' (oudejaarsdag) 1652. Hij geeft volle macht aan iedereen die deze akte zal brengen en tonen aan de justitie van Lummen voorschreven om de panden te kwijten. Wat de gevolmachtigde zal doen, zal gedaan zijn of hij het zelf heeft gedaan. Opgemaakt binnen Beringen en de constituant en de getuigen hebben samen met de notaris getekend. In presentie van mr. Gerart van Gruenendael en Paulus Rayemaeckers, getuigen. De minuut werd ondertekend door Herman Bormans, Gerardus Van Groenendael, het merk van Paulus Rayemaeckers en mij Philips Jans notaris.

1652, 18 april. P. 148

Henrick Jans heeft uit kracht van de constitutie hiervoor geregistreerd in de naam van Herman Bormans gekweten de gemeente van Coorssel van 50 gulden jaarlijks, in vermindering van 100 gulden jaarlijks van kapitaal 2000 gulden. De 1000 gulden die Herman Bormans ontvangen heeft, komen vanwege heer Henrick Jans uit kracht van het testament, volgens de akte hieronder geschreven door de heer pastoor van Zuylre heer Laurentius Jans in 'vuege' dat Maria Jans, begijntje in Diest, zolang ze leeft die 50 gulden jaarlijks zal trekken en na haar dood volgens de akte hierna beschreven. Herman Bormans kwijt ermee de gemeente van Coorsel en hij draagt aan Maria Jans de rente op. Conform het handschrift van heer pastoor voorschreven. Henrick Jans is in de naam van zijn zuster Maria Jans in de 50 gulden jaarlijks ggmr.

Hierna volgt de akte geschreven door de heer pastoor in Zuijlre, luidend als volgt.

Op 20 december 1651 bekent Herman Bormans dat hij ontvangen heeft 1000 gulden Brabants die gelaten zijn door heer Henrick Jansens zaliger volgens zijn testament voor een erfelijke rente waarvan de tocht en het inkomen trekken zal Maria Jansens begijntje in Diest, zijn nicht, zolang ze leeft. Na de dood van Marie zal gelijke tocht daarvan hebben degene die van het 'testateurs maeschap' daar begijntje zullen zijn. De oudste bloedverwant heeft voorrang op de jongste. Indien er niemand van de familie begijn is, dan gaat ze naar iemand van Coorsel die daar dan begijn zal zijn. Is er zo geen persoon te vinden, dan zal de tocht ervan genieten 'die jufer marije' van dat begijnhof totdat er iemand van het 'maeschaep' of het dorp van Coorsel te vinden zal zijn, volgens het testament. (Hoogstwaarschijnlijk betaalt Henrick Jans broer van Maria Jans het kapitaal van de rente aan Bormans vanwege heer Laurentius Jans pastoor van Zolder, die overleden is, en het zo in zijn testament heeft bepaald. In het handschrift verwisselt Herman Bormans de voornamen van betaler en testamentmaker.)

 

1652, 13 juni. P. 153

Op 7 mei 1650 verscheen voor ons, Vaes en Jensen den alden, schepenen in Steyvort, mr. Peeter Convents schepen van de justitie van Wuestherck, die in onze handen heeft opgedragen 6 boender erven in twee stukken liggend. De twee boender grenzen Claes Cannarts aan 2 zijden, Marten Liefsoons 3), 'den Groenen Wech 4), voor ons sorterend, gelegen 'opt Paenvelt'(?) ter Eelst onder Berbroeck. Het ander grenst 'die Brantstege', de erfgenamen van Aert Smolders en 'den Groenen Wech' 4). Opgedragen aan Aert Van Zassbroeck voor een jaarlijkse rente van 50 gulden Brabants volgens de creatie van 24 oktober 1645, verkregen van sr. Philips Jans, nu door Jans gekweten. Convents voorschreven neemt de rente aan zoals ze gecreëerd staat en hij staat garant met al zijn goederen waar ook gelegen en daarvoor stemt hij in met de realisatie voor alle competente rechters indien het nodig is. Converts betaalde de hofrechten. Was ondertekend N. de Mollen secretaris.

1652, 13 juni. P. 153

De schepenen en de meier van Lummen buiten vrijheyt ten Brabants recht hebben de gichte hierboven bestudeerd die werd voorgelegd door en vanwege sr. Aert van Zassenbroeck en dateert van 6 mei 1650 en ze vinden dat de realisatie waarover sprake wettelijk moet gerealiseerd worden. Dat doen ze hier op dezelfde manier als ze in Steyvort gepasseerd is. Is in hoede gekeerd en gesteld ter register.

 

1652, 13 juli. P. 159

Joufr. Martina Mannarts heeft, uit kracht van procuratie op haar gegeven vanwege Lambrecht Mannaerts noviciant in de abdij van Sint-Truijen op 13 december 1651 zoals voor het recht bleek, opgedragen een stuk land in Stal onder Coorsel gelegen, genaamd 'Cornelis Hoff'. Het land grenst s'heeren straet 1), Cristiaen Claes 2) en Jan Vande Kerckhoff 3). Opgedragen aan Anna Vande Wijer als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving ze 400 gulden gevalueerd geld. Zo ook kwijten. Valdag op de feestdag van Sint-Norbertus. Voor het geval dat het pand later te min gevonden wordt, stelt ze als onderpand dezelfde hof voor de schepenen van de Loonse schepenbank en onder de laethof van de prelaet van Everbeur. Dat mag gerealiseerd worden. Anna Vande Wijer is in de hof voor 20 gulden jaarlijks ggmr.

Marge p. 159.

Gekweten in 1655 op 28 oktober.

 

1652, 23 september. P. 161v

Pauls Seyssens heeft met instemming van zijn huisvrouw Cunegundis Mentens opgedragen een beemd in Coorssel op 'de Dungen' gelegen, die grenst mr. Wouter Vanden Hove 1), mr. Vincent Sysens 2), mr. Gilis Berten erfgenamen en Jan Huveners 3) en Andries Seyssens 4). Opgedragen aan Anna Vande Wijer als pand voor 3 gulden jaarlijks met valdag op Sint-Jansdag. Te kwijten met 50 gulden in geld dat bij de kwijting zal gangbaar zijn en volgens het verstrijken van de tijd. Anna Vande Wyer is in de 3 gulden jaarlijks ggmr.

 

1652, 01 oktober. P. 161v

Geert Rymen heeft met instemming van zijn huisvrouw Marie Seyssens opgedragen huis en hof in Voortken gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), de erfgenamen van Peeter Leyssens 2), Aert Stevens 3) en Jan Huveners 4). Opgedragen aan Jan Leysens als pand voor 6 gulden jaarlijks. In hootpenningen (kapitaal) ontving Geert 100 gulden gevalueerd geld. Zo ook kwijten. Valdag jaarlijks half maart. Jan Leyssens is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.

 

1652, 16 oktober. P. 162v

Henrick Put heeft opgedragen een beemd genaamd 'den Loels Beempt' (Loes?), die grenst mr. Wouter Vanden Hove 1), Peeter Beckers 2), Peeter Kaers 3) en s'heeren straet 4). Opgedragen aan Jan Vanden Bosch als pand voor 5 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Henrick 100 gulden lopend geld. Zo ook afleggen. Valdag jaarlijks op 'Dominica' 1 september. Als onderpand, voor het geval dat het pand onvoldoende wordt, stelt Henrick een stuk land genaamd 'den Beghynen Hoff', gelegen in 'den Convents Hoeck' in Stal. Het grenst 'die Broeckstraet' 1), Matys Convents 2) en Valentijn Jeuris 3). Jan Vanden Bosch is in de 5 gulden jaarlijks ggmr.

 

1652, 14 november. P. 167v

Op 2 september 1652 verscheen voor de notaris en de getuigen E. H. en meester Petrus Renarts pastoor in Donck die heeft getransporteerd met deze akte een rente van 600 gulden eens of 30 gulden jaarlijks die gehypothekeerd staat op het dorp en de gemeente van Lummen, zoals hij die zelf diverse jaren geleden van de gemeente verkregen heeft. Verkocht aan de E. H. en meester Gerardo Thielens pastoor in Zelem. Betaald. E. H. Renarts vaardigt iedereen af om de last te aanvaarden om deze akte te laten realiseren voor competente rechters. Getuigen: E. H. en meester Aegidie Thielens pastoor in Herck en mr. Guilhelmus Philippi. Was ondertekend: Hic attestor Paulus Wintmolders notarius.

Heer Peeter Renardt pastoor van Donck zegt in zijn handschrift dat hij afstaat aan Gerard Thielens pastoor van Zelem 'deecken van het district van Beringhen' alle verlopen van de rente van 30 gulden jaarlijks zoals hij die op de gemeente Lummen trok. Gedateerd 13 november 1652.

1652, 14 november. P. 168

Michiel Reners heeft, uit kracht van procuratie volgens de voorgaande notariële akte hiervoor geregistreerd en volgens de clausule dat ieder de last kan aanvaarden om ze te laten realiseren, opgedragen en getransporteerd in naam van E. H. pastoor Peeter Renardts van Donck een rente van 30 gulden jaarlijks, kapitaal 600 gulden. Volgens de gichte van 14 januari 1650, zoals de pastoor de rente trok op de gemeente van Lummen. Verkocht aan E. H. en meester Gerart Thielens deken van het district van Beringen en pastoor van Zeelhem. Betaald volgens de eerste gicht. E. H. Gerart Thielens is in de 30 gulden jaarlijks ggmr.

 

1652, 29 oktober. P. 168v

Joris Beckers heeft opgedragen een blooxke in Stal gelegen, dat grenst de erfgenamen van Jasper Seyssens 1) en s'heeren straet aan de 3 andere zijden. Opgedragen aan Anna Valentijns als pand voor 13 gulden en 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal werd 300 gulden ontvangen. Valdag jaarlijks op Sinxten (Pinksteren). Voor het geval dat het pand onvoldoende zou worden, stelt Joris als onderpand 'die Voorste Reepdonck', die grenst s'heeren straet 1), 'die Maelbeeck' 2), zijn eigen erve 3) en Brigida Joris 4). Niclaes Obbers en Jasper Smeets, als respectieve curateurs, zijn in naam van Anna in de rente van 13 gulden en 10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1653, 14 januari. P. 169

Herman Bormans heeft opgedragen en getransporteerd een rente van 50 gulden jaarlijks, zoals hij die trok op het corpus en de generaliteit van de gemeynte van Coorssel, volgens de originele gichte ervan gedateerd op 2 januari 1650. Dat gaat om de helft van 100 gulden jaarlijks. Verkocht aan Henrick Geerts voor 1000 gulden Brabants eens. Som ontvangen. Valdag jaarlijks circonsionis Domini (Besnijdenis van de Heer; opdracht van Jezus in de tempel). De intrest van 1653 zal vallen op Geerts. Bormans reserveert zich de voorgaande verlopen indien er nog zouden open staan. Henrick Geerts is in de 50 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met alle vormen van recht.

 

1653, 19 maart. P. 170

Matys en Aert Convents en Laureijs Claes voor hem en voor Matheus Convents hebben samen en elk apart ontvangen en gereliveerd de helft van een stuk land gelegen 'opt Steenvelt', dat grenst 'het Molen Straetken' 1), Aert Jans 2), heer Jan Convents 3) en Valentyn Vanden Hove 4). Omdat Peeter Cornielis tijdens zijn huwelijk met hun zuster Maria Convents het land bezeten heeft, is het hen volgens recht als erfgenamen van hun voorschreven zuster verleend. Ze zijn ervan ter gichte gekomen.

 

1653, 17 april. P. 170

Herman Vreen (?) als man en momber van Ida Buylen heeft gereliveerd het veld dat op hem verstorven is na de dood van Aert Buylen en Helena Goris, gelegen op 'de Scrick Heyde', dat grenst Jan Goris 1), Jan Leysens 2) en s'heeren straet 3) en 4). Het is hem met recht verleend en hij is ervan ter gichte gekomen.

 

1653, 24 april. P. 170

Aert Convents heeft als momber van de kinderen van Mathys Convents en in aanwezigheid van een van deze kinderen namelijk Bartel Convents ontvangen en daarna opgedragen een blooxke in Coorssel gelegen, dat grenst s'heeren straet aan 2 zijden en Frans Gentis erfgenamen 3) en Willem Roex 4). Opgedragen aan Jan Magrieten als pand voor 25 gulden jaarlijks; In kapitaal ontving Aert 500 gulden Brabants eens. Zo ook kwijten in geld dat dan gangbaar is volgens de Luikse valuatie. In twee keren afleggen. Valdag jaarlijks op Sint-Huybrechsdag. Vrije rente geven. Voor het geval dat het pand onvoldoende zou worden, stelt Aert als onderpand de helft van 'den Eelkens Beempt, grenzend de wederhelft van de beemd 1), 'die Alde Beeck' 2) en Cristina Hoex 3). Aert stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters. Het geld is opgenomen en gebruikt om 'den Stalblook' te kopen en de helft van 'den Eelkens Beempt', zoals hij in koop verkregen heeft van zijn broer Mateuwis Convents. De kinderen van Mathys Convents zijn ter gichte gesteld. Jan Magrieten is in de rente van 25 gulden ggmr.

 

1653, 23 april. P. 170v

Vincent Seyssens heeft opgedragen 'die Eycken Hoeffve', die grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Daniel Smeets 3) en de erfgenamen van Peeter Smeets 4), aan Jan Magrieten als pand voor 27 gulden en 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontving Vincent 550 gulden eens. Afleggen in 2 keren indien ze wensen. Valdag half maart. Als onderpand stelt Vincent een stuk erve genaamd 'het Walmerschoor', dat hij gekocht heeft van Jan Laermans, sorterend ter Loonse natuur. Het grenst de pastoor van Coorsel 1), Lijsbert Folders 2) en Jan Van Postel 3). Vincent stemt in met de realisatie ervan voor de Loonse schepenbank. Jan Magrieten is in de rente van 27 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr.

Naschrift p. 170v

In 1664 op 20 maart heeft Jan Magrieten de panden van Vincent Seyssens gekweten van de voorschreven rente. Alles is voldaan.

Naschrift p. 171

Nota. Het kapitaal is voorgaand op obligatie geteld geweest volgens het akt ervan dat gepasseerd is voor Cristiaen Servaty notaris en is met deze gichte gemortificeerd.

 

1653, 28 mei. P. 174

Conditie en voorwaarden waarop Peeter Tonis en Jan Goris als mombers van de kinderen van wijlen Jacob Bommans en Zusanna Nelis, een wettig echtpaar tijdens hun leven, in overleg met Willem Thijs man en momber vn zijn huisvrouw Zusanna voorschreven en Mathijs Convents, Aert Convents, Laureys Claes als man en momber van zijn huisvrouw Helena Convents die zich sterk maken voor Mathijs Convents als erfgenamen van Peeter Nielis en Maria Convents zullen verkopen een stuk land in Haexelaer gelegen, zoals Peeter Nielis en Maria Convents tijdens hun leven verkregen hebben van de relicta van Jacob Wynen. Het land grenst 'het Molen Straetken 1), heer Jan Convents 2).

Het land wordt verkocht met kerkengeboden, kaarsbranding, palmslag en hogen. Aan degene die er het hoogst voor biedt, zal de koop toekomen.

Iedereen mag hogen met 2 gulden per hoge: een voor de verkoper en de andere voor de hoger of koper.

Indien iemand glorieus zou hogen, maar de koop niet kan of wil voldoen, dan zal indien de kaars op hem uitgaat, de kaars opnieuw ontstoken worden en wat het dan minder zal gelden, zal tot kost en last zijn van de faler. Hiervoor zullen alle goederen en de persoon van de faler verbonden zijn alsof ze met alle vormen van recht uitgewonnen waren. Zou het goed dan toch meer opbrengen, dan is dit enkel tot profijt van de verkoper.

De koper moet alle schattingen en dorpslasten, personele en reële betalen zoals die voordien betaald werden.

De definitieve koper zal voor een kermis aan de verkoper 1 souvereyn geven, waar tegen de koper voor zijn kloek bod of palmslag ook 1 souvereyn krijgt indien het goed wordt afgehoogd of geapproximeerd (vernaderd).

De koper moet de hele koopsom voldoen op datum van gichten en kan het goed aanvaarden 't'oost' eerstkomend.

De voorschreven verkopers staan er garant voor dat het erve los en vrij is zonder enige lasten met uitzondering van de grondcijns en de dorpslasten zoals voorschreven is.

Op 24 mei 1653 verscheen bij de notaris Michiel Opt Eijnde die geboden heeft de som van 625 gulden Brabants eens. De verkopers hebben hem ervoor de koop toegeslagen en de palmslag gegeven. Michiel verbeterde de koop nog met 40 hogen. Getuigen: Anthoon Leyssens, Barthel Meuwis en Jan Reynders. Op dezelfde dag bood Bartholomeuwis Muijs nog 5 hogen meer, Michiel Opt Eynde zette nog 5 hogen. Was ondertekend: Quod Attestor C. Nicolai notaris.

Op 26 mei 1653 heeft Machiel op deze koop nog 20 hogen gehoogd in presentie van Henrick Convents en Geert Sentis. Getekend C. Nicolai notaris.

Op 28 mei stelde Bartholomeuwis Muijs nog 2 hogen voor getuigen Jan Haltermans en Peeter Meyen als getuigen. C. Nicolai notaris.

Op 28 mei werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen en als ze uitging, bleef de koop aan Machiel Opt Eijnde.

1653, 28 mei. P. 174v

De mombers en erfgenamen voorschreven in de voorschreven conditie vermeld hebben samen en elk apart ontvangen en daarna opgedragen het erve in de conditie beschreven aan Michiel Op d'Eynde als laatste hoger en obtinent koper voor de prijs en de clausules hiervoor vermeld die belopen op 707 gulden waarin de hogen en 1 souvereyn begrepen zijn. De koopsom is volledig voldaan. Mochten er later problemen komen als zou blijken dat de zoon van Peeter Nielis nog in leven is en actie tot dit erve zou willen pretenderen, dan verbinden de voorschreven verkopers, elk apart, hun goederen en personen ervoor dat ze de koper zijn uitgegeven geld zullen teruggeven met alle schade en intrest. Michiel Opt Eynde is erin gegicht en gegoed met ban en vrede. Mocht Michiel sterven zonder wettige nakomelingen bij zijn huisvrouw Geertruyt Jans te verwekken, dan zal het goed voor de helft toevallen aan de erfgenamen van de koper en de andere helft aan de kinderen van Geertruyt Jans voorschreven, zowel van het eerste als van het tweede bed.

Solvit van hofrechten mits branden van de kaars 3 gulden 5 stuivers 1 ort. De echtgenote van Laureys Claes stemde in met deze gichte.

 

1653, 04 juni. P. 175

Jeroen van Zoelick heeft getransporteerd aan de kinderen van Claes Meynen en Elisabeth Moens een rente van 5 gulden jaarlijks zoals hij trok op panden van Marten Leeckens, voor 100 gulden Brabants eens en volgens de originele gichte. Betaald. Hendrick Erdekens, Sijmon Moons en Niclaes Meynen zijn als mombers van de voorschreven kinderen in de 5 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1653, 04 juni. P. 175v

Henrick Erdekens en Symon Moons als mombers van de kinderen van Claes Meynen hebben gekweten de panden van Magriet Leeckens en Huybrecht Leeckens van 250 gulden Brabants eens kapitaal of 12 gulden en 10 stuivers jaarlijks, zoals ze bevestigd stond op huis en hof, die grenzen Aert Beckers 1), Kyn Hox 2) en s'heeren straet 3). Alles ervan is voldaan en de panden worden wettelijk gekweten. De mombers beloven dat ze het geld weer tot profijt van de kinderen zullen gebruiken.

Het geld om de voorschreven rente af te leggen is gekomen van de verkoop van een huisinge dat Willem Knaep van de mombers van Magriet Leeckens heeft afgekocht, namelijk Ambrosius Bellens en Mathys Bleux voor een bedrag van 254 gulden. Hij wordt hiermee ook van die koop gekweten. Daarvoor verbinden ze hun persoon en goederen.

 

1653, 04 juni. P. 175v

Brosis Leeckens heeft ontvangen en daarna opgedragen huis en hof in Coorssel gelegen aan de kinderen van Claes Meynen en Elisabeth Moons als pand voor 5 gulden jaarlijks met valdag op Sinxten (Pinksteren). Losse en vrije rente geven. Te kwijten in geld zoals bij het afleggen zal gangbaar zijn en volgens de valuatie. Huis en hof grenzen Magriet Leeckens 1), Aert Beckers 2) en s'heeren straet 3). Henrick Erdekens en Symon Moons zijn als mombers in de naam van de kinderen van Claes Meynen in de 5 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1653, 25 juni. P. 176

Jan Goris, als man en momber van Maria Smeets, heeft met haar instemming opgedragen een stuk broek genaamd 'het Huykebroeck', dat grenst Pauls Zeuwis 1), Peeter Thielens 2) en Jan Thielens 3). Opgedragen aan het godshuis van Everbeur als pand voor 5 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 100 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens de Luikse valuatie dan. Valdag jaarlijks op de feestdag van Sint-Jan Baptist. Het godshuis wil ervan een gezegelde brief. Het Godshuis is in de rente van 5 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1653, 25 juni. P. 176

Cornelis Smeets heeft met instemming van zijn huisvrouw Elisabet Swalen opgedragen een stuk land genaamd 'd'Lammerheycken', dat grenst zijn eigen erve aan 2 zijden, 'die Broeckstraet' 3) en Servaes Swalen 4). Opgedragen aan Andries Servaes als pand voor 6 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Cornelis 100 gulden lopend geld. Valdag op Sint-Andriesmis. Andries Bervoets is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.

 

1653, 25 juni. P. 176v

Testament van Marie Smeets geapprobeerd op 26 juni 1653.

Op 9 mei 1650 verscheen voor mij heer pastoor en getuigen Maria Smeets, die ziek is van lichaam, maar haar memorie en verstand zoals bleek was nog in orde. Ze wil haar testament maken als volgt. Ze beveelt haar ziel aan God Almachtig en haar lichaam na haar dood in gewijde aarde. Ze maakt aan haar wettige man Govaert Berten 'den Meyenhoff', die ze beiden verkregen hebben, als schuldbehoef (om schulden te betalen) indien hij het zou nodig hebben, om te verkopen of te belasten en er zijn vrije wil mee te doen.

Govaert Berten maakt aan zijn vrouw Maria Smeets hetzelfde goed indien hij voor haar zou sterven. Opgemaakt in Coorsel op 9 mei 1650 in presentie van Peeter Beckers en Vincent Smeets als getuigen. Quod attestor frater Guil. Nevius pastor in Coorssel.

F. Guilh. Nevius pastoir tekent voor de echtheid van deze kopie. Hij schrijft er bovendien nog bij dat hij als priester met eer alles heeft geschreven zoals het gebeurd is. Nogmaals ondertekend op 26 juni 1653.

Op 26 juni 1653 heeft getuige Peeter Beckers verklaard dat het testament zo gebeurd is zoals het hem nu werd voorgelezen. Hij heeft er de eed op gedaan. Op dezelfde dag werd het testament wettelijk geapprobeerd en in zijn kracht gewezen. Het is voldoende geproefd om in het register te komen. Testor Aert Dries secretaris.

 

1653, 10 juli. P. 179

Henrick Knuysen van Overpeelt heeft de panden gekweten van Jan Teijners van 20 gulden jaarlijks, kapitaal 400 gulden, in vermindering van 1050 gulden kapitaal. Er blijft nog 350 gulden aan staan. Betreffende de 20 gulden jaarlijks is Henrick volledig betaald. De panden worden er wettelijk van gekweten.

 

1653, 14 augustus. P. 179

Sr. Cristianus Nicolai heeft opgedragen een stuk erve genaamd 'het Calver Euwet', dat grenst s'heeren straet 1), de pastorije van Coorsel 2) en 3) en de erfgenamen van Claes Jans 4), zoals hij met koop verkregen heeft van Geert Claes. Verkocht aan Jan Didden voor 900 gulden Brabants eens met de lasten die erop uitgaan. Deze lasten moet de verkoper binnen 6 weken af en schoon maken met de intrest ervan. Daarvoor staat hij garant. De koper moet op de gicht 100 cruijspatacons betalen in specie en de rest binnen de 6 weken. Drinkgeld 1 zouvereyn. De koper mag het goed dadelijk aanvaarden. Goitspenninck 10 stuivers, lycoop volgens wens, schrijfgeld 20 stuivers. Jan Didden is in het 'Calver Euwet' gegicht en gegoed met alle punten van recht.

Op de laatste dag van juni 1653 verschenen bij de notaris Jan Goris en Peeter Thonis in Beverlo wonend, als mombers van de minderjarige kinderen van Jacob(?) Bomans in presentie van Zusanna Nelis, moeder van de voorschreven kinderen, geassisteerd met Willem Thys, haar tegewoordige man en momber. Ze bekennen verkocht te hebben mits deze met proclamatie het vierendeel van een dachmael broek, waarvan het andere vierendeel toekomt aan Geert Rymen, zoals het hen is aangestorven na de dood van Peeter Cornelis zaliger. Verkocht aan Geert Rymen voorschreven die accepteert voor 75 gulden en 20 hogen. Iedere hoge bedraagt 2 gulden: 1 tot profijt van der voorschreven kinderen en 1 tot profijt van de koper of hoger. Te betalen door de uiteindelijke koper. Daar boven nog een halve patacon voor Zusanna voorschreven als drinkgeld, Goitspenninck 1 stuiver, lycoop volgens wens van de partijen, schrijfgeld 2 schellinck. De koper zal het goed aanvaarden als het gehooid zal zijn. Het is vrij van lasten op grondcijns en schattingen na. De koper moet alle onkosten dragen en de koopsom op de gicht voldoen. Deze zal gebeuren eerdaags na de proclamatie van 14 dagen tot driemaal 14 dagen en de kaars zal gebrand hebben. Andere regels te lezen in de originele akte.

Cristiaen Schaeken hoogde nog 2 hogen en Geert Rymen 3 hogen; Opgemaakt binnen Beringen in het woonhuis van Aert Bormans in presentie van Jan Valentijns en Marten Leysen, getuigen. Paulus Francken notaris binnen de stad Beringen residerend.

Op 19 augustus 1653 werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen en met uitgang ervan bleef de koop aan Geert Rymen voorschreven in presentie van Nicolai en Sonoven.

1653, 19 augustus. P. 180

Jan Goris en Peeter Thonis als mombers van de kinderen van wijlen Jacob Bormans en Zusanna Nelis hebben ontvangen en daarna opgedragen een vierdendeel van een beemd in Vortken gelegen, dat grenst Servaes Van Erdewech 1), Peeter Zeus 2) en Cornelis Vorsters 3). Verkocht aan Geert Rymen voor 100 gulden Brabants eens, goodtsgelt 1 stuiver, drinkgeld een halve patacon. Betaald. Geert is in het voorschreven vierendeel broek ggmr.

 

1653, 04 juni. P. 183

Jeronimus Van Soelick heeft getransporteerd een rente van 5 gulden Brabants jaarlijks zoals hij trekt op panden van Merten Leeckens. Verkocht aan Henrick Eerdekens, Simon Moons en Jan Schoenmaeckers als mombers van de kinderen van Claes Meijnen en Elisabeth Moons zaliger, een wettig echtpaar tijdens hun leven. De onmondige kinderen zijn ter gichte volgens de teneur van de originele gichte gedateerd op 23 juni 1648. De mombers zijn in naam van de kinderen in de 5 gulden jaarlijks ggmr.

 

1653, 04 juni. P. 183

Henrick Eerdekens en Simon Moons als mombers van de kinderen van Nicolaes Meynen en Elisabeth Moons, een echtpaar tijdens hun leven, kwijten in de naam van de kinderen de panden van Magriet en Huijbrecht Leeckens van een rente van 250 gulden Brabants kapitaal eens. Die stond op huis en hof van hun vader Blasius Leeckens zaliger, die grenzen mr. Aert Beckers 1), Keijn Wolffs alias Hoecxs 2) en s'heeren straet 3). De mombers zijn ervan betaald en ze zullen het geld opnieuw aanleggen voor de kinderen. Het geld waarmee deze rente afgelegd werd, is gekomen van de verkoop van een huisinge dat Willem Knaep afgekocht heeft van de mombers van Magriet Leeckens voorschreven en beloopt op 254 gulden Brabants eens. De mombers zijn Ambrosius Bellens en Mathys Bleux en ze kwijten Knaep van deze koop.

1653, 04 juni. P. 183v

Ambrosius Leeckens heeft ontvangen en daarna opgedragen huis en hof in Coorsel gelegen, dat grenst Magriet Leeckens 1), mr. Aert Beckers 2), s'heeren straet 3). Opgedragen aan Henrick Eerdekens en Simon Moons als mombers van de voorschreven kinderen als pand voor 5 gulden jaarlijks met valdag op Sincxten. In kapitaal ontving Ambrosius 100 gulden Brabants eens. Terugbetalen in gangbaar geld volgens de Luikse valuatie. De mombers zijn in de naam van de kinderen voorschreven in de 5 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1653, 01 augustus. P. 183v

Aert Stevens, Henrick Jans, Jan De Best man en momber van zijn huisvrouw Anna Jans - van wie hij de instemming zal binnen brengen - zijn zwager Lodewijk Rapaerts man en momber van Susanna Jans, Jan Jans, Valentijn Vanden Hove als momber van Maria Jans begijntje in Diest, Jan Smeets als vader en momber van zijn kinderen verwekt bij Geertruydt Jans zaliger transporteren een rente van 300 gulden Brabants kapitaal eens, zoals ze trekken op panden van Henrick Pudt in Coorsel, aan Quirijn Beckers. Verkopen ze met de verlopen en de intrest ervan volgens de originele gichte. Quirijn voorschreven staat zijn tocht af van de erven die hij 'opden Dijck' in Coorsel na de aflijvigheid van zijn huisvrouw Maria Jans zaliger bezit. Ze hebben samen en elk apart afstand gedaan en opgedragen en Quirijn Beckers is in de voorschreven erfrente gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1653, 01 augustus. P. 184

Peeter Neelens en Johan Didden als mombers en curatoren van Peeter Van Hamel bekennen dat ze volledig voldaan zijn door Peeter Bosmans betreffende de koop van huis en hof volgens de originele gichte ervan gedateerd op 27 januari 1651. Peeter Bosmans en zijn panden zijn hiermee wettelijk gekweten.

 

1653, 04 november. P. 184

Jan Kenens kwijt de panden van Huybrecht Van Herck en zijn persoon van de koop zoals zij onlangs samen hebben aangegaan betreffende de 'Witters Winninghe'. Is in hoede van de schepenen gekeerd. Alles is voldaan.

 

1653, 12 december. P. 184

Relieff voor de erfgenamen van Anna Van Ham.

De erfgenamen van Anna Van Ham, namelijk de erfgenamen van Gheerdt Convents, Jan Convents, Alaert Wellens; de erfgenamen van Peeter Van Ham met hun consorten en de erfgenamen van Maria Van Ham zijn allen representanten en erfgenamen van de overleden Anna Van Ham, die huisvrouw is geweest van Jan Pauls zaliger. Ze reliveren de goederen die sorteren ter Brabantse aarde van het land van Lummen onder Coirsel. De voorschreven erfgenamen zijn in de voorschreven goederen ggmr.

 

1653, 20 december. P. 184

Jan Claes heeft opgedragen een perceel broek liggend in Coorsel, genaamd 'die hellicht vande Hechtelsen Bempt', gelegen in 'den Grammant', dat grenst de erfgenamen van Matthys Claes 1), Henrick Meijen 2), 'die Oude Beeck' 3) en de erfgenamen van Henrick Soelix 4). Verkocht aan Jacob Jacobs voor 600 gulden in schapen 'geestimeert' en 200 gulden geld Brabants eens. Claes staat er garant voor dat het broek alleen belast is met 6 stuivers schattingen jaarlijks en met cijns zoals eraan gevonden wordt. Jacob is in het broek gegicht en gegoed met ban en vrede. De verkoper kwijt mits deze de koper van het geld. Er staat te noteren dat de verkoper 1 souverein gehad heeft voor zijn huisvrouw. De koper moet ook 1 souverein genieten voor zijn kloek bod indien hij zou vernaderd worden.

 

1654, 03 januari. P. 184v

Kopie getrokken uit het schepenregister van Wijchmael, genachten van 28 september 1653. Constitutie van Peeter Breven alias Peeters(?) voor mr. Arnoult Baten.

Voor de scholtet en de schepenen van de justitie van Wychmael verscheen Peeter Greven alias Peelenders als man en momber van zijn huisvrouw Lysbet Peelen(?) die in haar aanwezigheid en met haar instemming heeft geconstitueerd en volmacht gegeven aan Arnoldt Baten, die aanwezig is en de constitutie aanneemt, om in naam van Peeter te verschijnen voor de schepenen van de baronie van het land Lummen ter Brabants recht. Hij moet daar transporteren en overgichten een kapitale rente van 1000 gulden met de intrest of de pacht in mei van het lopende jaar verschenen aan Jan Bielen Hendrixen. De constituant heeft die in de naam van zijn huisvrouw, uit kracht van erfdeling tussen de representanten van Geeraerdt en Elisabeth Willems zaliger gedaan, geaffecteerd aan de generaliteit van de gemeijnte van Linckhoudt land van Lummen voorschreven. Moet gebeuren op dezelfde manier als hij ze heeft verkregen en ze gecreëerd is. De schepenen bevestigen dat Peeter Greven alias Peelenders 1000 gulden Luiks valuatiegeld van de rente ontvangen heeft en 2 gouden souvereijnen in specie voor een kermis voor de huisvrouw van de verkoper. Hierin zijn 200 gulden kapitaal inbegrepen met intrest zoals de voorgenoemde Jan Bielen Henrixen trok op panden van de constituant. Daarvan is op heden de kwijtschelding gebeurd. Voor wijncoop 2 pattacons. De constituant zal van de rente van 1000 gulden niets meer pretenderen of eisen; daarvoor verbindt Peeter Greven zijn persoon en goederen. Hetgeen zijn geconstitueerde zal doen, is vast gedaan. Opgemaakt op datum als boven in het consistorio in Wychmael. Onder stond: quod attestor en was ondertekend Arnolt Baten secretaris.

1654, 03 januari. P. 185

Mr. Aert Baten als geconstitueerde vanwege Peeter Greven als man en momber van zijn huisvrouw Elisabeth Peelenders, zoals voor het recht bleek, heeft met instemming van zijn vrouw getransporteerd een jaarlijkse rente van 40 gulden Brabants, kapitaal 800 gulden Brabants geld of 1000 gulden Luiks geld zoals hij trekt op de parochie of het dorp van Linckhoudt, volgens de originele gichte gecreëerd vanwege Geerardt Willems zaliger. Verkocht aan Jan Gielen Hendrixen voor 1000 gulden Luikse munt en 2 souvereijnen als een kermis voor de huisvrouw van de verkoper. Lijcoop 2 patacons. Is betaald. Jan Gielen is in de rente gegicht en gegoed met alle punten van recht.

 

1654, 23 januari. P. 185v

Jaspar Smeets heeft opgedragen een stuk land in Stal gelegen, genaamd 'die Hoeve', betimmerd met een schuur, aan heer Hendrick Vervoiracker pastoor in Beverloo als pand voor 48 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jaspar 800 gulden Brabants eens. Valdag jaarlijks op deze datum. Te kwijten in geld zoals het in het land van Luik gangbaar is. Indien het pand in de toekomst onvoldoende zou worden, belooft Jaspar dat hij het erfdeel van zijn huisvrouw onder de prelaat van Everbode gelegen als onderpand zal stellen. De E.H. pastoor is in de rente van 48 gulden jaarlijks gegicht met recht. Jaspar zal deze rente mogen afleggen met 100 gulden per keer.

 

1654, 13 juni. P. 186

Barbara Wauters heeft haar tocht afgestaan aan Mathijs Huveners om zijn kindsdeel te belasten met 360 gulden Brabants eens. Nu tocht en erve samen zijn, heeft Mathijs Huveners opgedragen zijn kindsdeel in Stal onder Coirsel gelegen, aan Servaes Vaessens van Clynenbrogel als pand voor 18 gulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Joannes Baptiste. In kapitaal ontving Mathijs 360 gulden Brabants eens. Te kwijten in geld zoals het in die tijd zal gangbaar zijn volgens de laatste valuatie van het land van Luik. Indien bij de deling aan Mathijs andere goederen zouden toevallen, sorterend onder andere jurisdicties, dan belooft Huveners dat hij dan voor competente rechters dit zal laten realiseren. Servaes is in de 18 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Barbara Wauters is weer met recht in haar tocht gesteld.

 

1654, 13 juni. P. 186

Jan Goris heeft met instemming van zijn huisvrouw Maria Peelanders opgedragen huis en hof in Vortken onder Coersel gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), Vincent Smeets 2), Vincent Seijssens 3) en de erfgenamen van mr. Gilis Berthen 4). Opgedragen aan Jan Clijckers als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks, met valdag jaarlijks op de feestdag van het H. Sacrament. Kapitaal 100 gulden Brabants eens. Jan Clyckens is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.

 

1654, 13 juni. P. 186v

Vincent Moons draagt op een stuk land van omtrent 4 halster zaaiens, dat grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Huijbrecht Op Straet 3) en Jan Vanden Venne 4). Opgedragen aan Carel Coelen als pand voor 16 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Vincent 200 gulden Brabants eens. Valdag jaarlijks op 20 mei. Voor het geval dat het pand onvoldoende zou worden, stelt Vincent als onderpand 2 percelen broek achter het voorschreven land gelegen. Ze grenzen Heijt Leppens 1), Joris Colen 2), Huybrecht Paelmans erfgenamen 3). Vincent zal de intrest moeten betalen binnen Diest tot zijn last. Bij afleggen moet dit gebeuren met geld zoals het dan zal gangbaar zijn in het land van Luik volgens de laatste valuatie. Querijn Beckers is in de naam van Carel Coelen in de 16 gulden jaarlijks ggmr.

 

1654, 22 juni. P. 187

Mr. Aert Kenens draagt op een stuk land genaamd 'den Bleuckman', die grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Adriaen Schuermans 3) en Barthel Meijbos 4), aan Lenaert Vrancken als pand voor 24 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving mr. Aert 400 gulden Brabants eens met valdag op Sint Joannes Baptist. Indien het pand te zwak zou worden, stelt mr Geerdt Kenens als onderpand zijn aandeel in een stuk land genaamd 'den Wyneman' in Castel onder Stal gelegen, met nog een stuk broek genaamd 'het Waterschap' ook in Stal gelegen. Hij stemt ermee in dat het gerealiseerd wordt in tijd van nood voor competente rechters. Mr. Wouter Vanden Hove is in de naam van Leonard Vrancken in de 24 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met recht.

Op 18 januari 1674 kwam voor de schepenen Leyssens en Beckers Lenaerdt Vrancken en hij heeft de panden gekweten van mr. Aert Kenens van de voorschreven rente. Alles is ervan betaald.

 

1654, 01 juli. P. 187v

Relieff van Jan Van Houdt cum suis.

Jan Van Houdt en Gilis Pudt oom van de onmondige kinderen van Paulus Van Haudt reliveren de goederen en erven die hen aangekomen zijn door de aflijvigheid van Leonaert Van Haudt zaliger; nog hun contingent en portie van een rente van 200 gulden kapitaal Brabants eens zoals Leonaert trok op de erven van Jan Stevens. Jan Van Haudt en Gilis Pudt zijn als mombers in de naam van de onmondige kinderen in de goederen van Brabantse natuur voor hun contingent gegicht en gegoed met recht.

 

1654, 05 juli. P. 188v

Merten Leeckens heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land genaamd 'het Halff Boender', dat grenst de erfgenamen van Peeter Leyssens 1), 'den Assche Berch' 2), Gilis Oriaens 3), als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks aan Jan Didden. In kapitaal bekent hij ontvangen te hebben 100 gulden Brabants eens met valdag jaarlijks op 'Petri et Pauli'. Terugbetalen in geld zoals dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn. Jan Didden is in de rente van 6 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1654, 03 september. P. 193v

Ambrosius Bellens heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk broek in Coirsel in 'den Dijck' gelegen, dat grenst de dijk voorschreven 1), mr. Wouters Vanden Hove 2) en de erfgenamen van Nicolaes Jans 3) en 'den Hoophoff'' 4), aan Nicolaes Schuppen als pand voor 5 gulden jaarlijks. Valdag op het feest van Sint-Egidius. In kapitaal ontving Ambrosius 100 gulden Brabants eens. Te kwijten in geld zoals het dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn en 'naere tijts gelanck'. Nicolaes Schuppen is in de rente met recht gegicht en gegoed.

 

1654, 24 september. P. 194  

Jan en Joris Schepers, die zich sterk maken voor hun zuster Anna Schepers, hebben ontvangen en daarna opgedragen al de goederen die op hen verstorven zijn na de dood van hun moeder Maria Noop zaliger, zoals ze in Coirsel gelegen zijn. Opgedragen aan Peeter Raijmaeckers als pand voor een rente van 35 gulden Brabants jaarlijks, Luikse waarde. Kapitaal 700 gulden. Zo kwijten volgens de Luikse valuatie die het geld dan heeft en 'naer rate van tijde'. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Peeter Raijmaeckers is in de rente ter gichte gekomen voor zover de goederen hier hoven. Hij stemt erin toe dat de gichte gerealiseerd wordt voor competente rechters.

 

1654, 24 september. P. 194v

Op 21 mei 1653 verscheen voor 'mij ondergeschreven' en getuigen in eigen persoon Peeter Raijmackers als man en momber van zijn aanwezige en instemmende huisvrouw Martijn Bosmans 1) en Jan en Joris Schepers en Matthijs Convents als momber van Anna Schepers 2). Peeter verklaart dat hij verkocht en getransporteerd heeft al zijn erfelijke goederen, zowel Brabantse als Loonse, met het deel in het schanshuis zoals ze op hem en zijn huisvrouw vandaag zijn aangekomen na de dood van Maria Noop zaliger, wettige moeder van Martijn voorschreven. Verkocht aan Jan en Joris Schepers en Matthijs Convents als momber van Anna Schepers voor 700 gulden Brabants eens, de gulden aan 20 stuivers Luikse valeur, en een souverijn voor de huisvrouw van de verkoper als 'spelgelt'. Voorwaarde is dat de voorschreven Raijmaecker 'excipieert' (uitneemt) de vierde part van de rishoeve tot zijn gebruik, dus niet in deze verkoop begrepen, en de eiken die staan 'int Coijestuck' op 'de Witterswinninge'. Nog is conditie dat de kopers op de eerste genachtendag de gichte zullen ontvangen en de koopsom zal aan deze gronden geappliceerd blijven totdat de kopers ze wensen af te leggen aan 5%. Bij het afbetalen moeten ze 100 gulden per keer geven en daarmee 5 gulden jaarlijks af doen. De kopers moeten alle kosten van de koop dragen zoals heeren hooffrechten, gichte enz., lijcoop het verteer van deze dag, Goitspenninck voor de kerk 5 stuivers, schrijfloon 20 stuivers. Getuigen: Andries Seyssens en Jan Van Postel Jans zoon. Peeter en Joris Schepers schreven hun naam, Jan Schepers en Matthijs Convents tekenden met een merk, de getuigen schreven hun naam. Quod attestor en was ondertekend Pet. Jans.

 

1654, 24 september. P. 195v

Peeter Raijmaeckers heeft ontvangen en daarna opgedragen met instemming van zijn huisvrouw Martina Bosmans haar kindsgedeelte zoals dat na de dood van Maria Noop was aangestorven.

Dit staat hiervoor beschreven p. 194 en is hier doorstreept.

 

1654, 05 november. P. 198v

Alaert Thielens heeft opgedragen een perceel broek genaamd 'het Huyckenbrock', dat grenst Jan Beckers 1), de erfgenamen van Peeter Smeets 2), Henrick Rijners zoon van Jan 3) en Henrick Rijnders 4), aan Jan Didden als pand voor 24 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 400 gulden. Losse en vrije rente geven. Valdag jaarlijks op het feest van Sint-Hubertus. Te kwijten met 100 gulden per keer in geld zoals het dan zal gangbaar zijn volgens de Luikse valuatie en 'naer rato van tijde'. Als onderpand stelt Alaert een perceel broek genaamd 'den Elkens Bempt' dat hij onlangs heeft gekocht. Het grenst de erfgenamen van Jan Kenens 1), Willem Noop 2), 'die Roibecke' 3) en de straat 4). Alaert stemt toe in de realisatie daarvan voor competente rechters. Jan Didden is in de 24 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

Naschrift p. 198v

Op 22 november 1663 heeft Jan Didden dico Vandenhoudt wettelijk de panden gekweten van Alaert Tielens van de voorschreven rente van 400 gulden kapitaal. Alles is ten volle betaald.

 

1654, 19 november. P. 200

Jan Van Postel zoon van Jan heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land op 'den hergracht' gelegen, dat grenst zuster Maria Jans begijntje 1), Peeter Van Postel 2), de erfgenamen van Jaspar Smets 3), aan Jan Didden als pand voor 15 gulden Brabants jaarlijks. Hij bekent daarvoor in kapitaal 250 gulden Brabants Luikse valeur eens ontvangen te hebben. Valdag jaarlijks op Sint-Andriesdag. De rente mag in 2 keren afgelegd worden. Jan Didden is in de rente van 15 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1654, 19 november. P. 200

Jan Stockmans draagt op met instemming van zijn huisvrouw Cristina Soerlick een stuk land en 'weijwas', genaamd 'den Dries', dat grenst 'die Eersel Strate' 1), Jeroen Van Soerlick 2), mr. Ar. Beckers 3), aan het Sint-Anna-altaar in Coirsel als pand voor 3 gulden jaarlijks met valdag op Sint-Andries. Kapitaal 50 gulden eens courant geld. Met gelijke som afleggen in geld zoals het dan zal gangbaar zijn volgens de laatste Luikse valuatie en volgens de tijd. Jan ontving het geld uit handen van Jan Didden, die het gelicht had van het 'Calver Euwet', dat ermee belast was. Jan Huveners is als kerkmeester van Coirsel in de naam en tot profijt van de kerk in de 3 gulden jaarlijks ggmr.

 

1654, 19 november. P. 200v

Jan Huveners heeft als kerkmeester van de kerk van Coirsel het voorschreven pand van Jan Didden wettelijk gekweten van de rente van 3 gulden jaarlijks. Alles is voldaan.

 

1654, 03 december. P. 201

Jan Van Postel zoon van Jan heeft opgedragen een stuk land genaamd 'den Heirgracht', dat grenst zuster Maria Jans begijntje in Diest 1), Peeter Van Postel 2) en de erfgenamen van Jaspar Smets 3). Opgedragen als pand aan mr. Simon Morren voor een rente van 50 gulden jaarlijks. Valdag elk jaar op datum van gichten. Jan heeft ervoor lakens en andere waren ontvangen voor een waarde van 1000 gulden Brabants eens Luikse munte. Met 100 gulden kan telkens 5 gulden jaarlijks afgelegd worden in geld zoals het dan gangbaar is in het land van Luik volgens de laatste valuatie. Voor het geval dat het pand onvoldoende zou worden, stelt Jan als onderpand al zijn goederen waar ze ook mogen gelegen zijn en hij stemt in met de realisatie daarvan voor competente rechters. Simon Morren is in de 50 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1654, 17 december. P. 201v

Jan Schijven heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land genaamd 'die Ruij' in Gestel gelegen. Het grenst Jan Marien 1), zijn eigen erve 2) en Aleydis Pinxten 3). Opgedragen aan Jan Didden als pand voor 36 gulden Brabants jaarlijks. Valdag op Sint-Andriesdag. Jan ontving in kapitaal 600 gulden Brabants eens Luikse munt, zoals het tegenwoordig in het land van Luik is gevalueerd. Als onderpand stelt Jan een block genaamd 'het Dries Block', dat grenst 'den Dries Bossch' 1), Vaes Huveners 2) en al zijn andere bankgoederen waar ze ook gelegen zijn. Hij stemt erin toe dat dit gerealiseerd wordt voor de competente rechters. Rente kwijten met 100 gulden per keer. Jan Didden is in de rente van 36 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1654, 29 december. P. 203

Henrick Reijnders den alden draagt op een stuk broek genaamd 'het Butsert', dat grenst Paulus Beckers 1), Aert Beckers 2), Jan Stockmans 3) en Christiaen Nicolai (4). Opgedragen aan Henrick Rijnders de Jonghen als pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Thomasdag. Kapitaal 160 gulden Brabants eens Luikse munt. Henrick Reijnders is in de rente van 9 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

Deze rente met de drie die hierna volgen, zullen na zijn dood toevallen op zijn kinderen verwekt bij Geertruydt Wellens, indien hij ze zelf niet zal nodig hebben en daarvoor reserveert hij zijn vrije wil daarvan om ze te mogen verkopen. Solvit jura Reynders den Jonghen.

Naschrift p. 203

Op 9 november 1662 verscheen Henrick Rijnders der Jonghen voor de schepenen en hij heeft gekweten de persoon en de panden van Henrick Rynders den Alden van de voorschreven rente. Alles is voldaan.

 

1654, 29 december. P. 203v

Paulus Zeuwis draagt op een stuk broek genaamd 'het Huycken Broeck', dat grenst Jan Pauls 1), Jan Goris en Peeter Tielens erfgenamen 2), Jan Tielens 3), aan Henrick Rijnders als pand voor 3 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks met valdag jaarlijks op Maria Presentatie (opdracht van Maria in de tempel door haar ouders, 21 november). In kapitaal ontving Paulus 60 gulden Brabants eens Luikse valeur. Henrick Reynders is in de voorschreven rente van 3 gulden 10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede. Sovvit Reynders.

 

1654, 9 december. P. 203v

Jacob Meijen draagt op een hofstadt in Coirsel gelegen, zoals hij met koop verkregen heeft van Ambrosius Bellens, die grenst Gilis Oriaens 1), s'heeren straet 2) en de wederhelft ter Loonse aarde 3). Opgedragen aan Henrick Reynders als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jacob 100 gulden Brabants eens Luikse valeur. Valdag jaarlijks op 31 mei. Onderpand: een stuk broek genaamd 'den Jacob', dat hem toebehoort vanwege zijn huisvrouw, die hij hier belooft te brengen om in te stemmen. Henrick Reynders is in de 6 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede. Solvit Reynders.

Marge p. 203v

Op 28 april 1664 heeft Henrick Rynders wettelijk gekweten de panden van Jacob Meynen van de voorschreven rente. Alles is voldaan.

 

1654, 29 december. P. 204

Paulus Beckers draagt op een stuk broek genaamd 'het Butsert', dat grenst Henrick Reynders den Auden 1), Jan Claes 2) en Christiaen Nicolai 3), aan Henrick Reynders als pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks met valdag op Coirsel kermis. In kapitaal ontving hij 150 gulden Brabants eens Luikse munt. Henrick Reynders is in de rente van 9 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Solvit Reynders.

 

1655, 04 januari. P. 204v

Peeter Neelens heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Hage' in Coirsel gelegen, dat grenst Jan Oriaens 1), Christiaen Nicolai 2) en s'heeren straet 3). Opgedragen als pand aan de erentfesten heer Vincent Coirselius (Seyssens volgens de titel) als pand voor 18 gulden Brabants jaarlijks met valdag op St.-Thomasdag. In kapitaal ontving Peeter 360 gulden Brabants eens Luikse munt. Kwijten met 100 gulden per keer 5 gulden jaarlijks afleggen. Als onderpand - voor het geval dat het pand niet sterk genoeg wordt - stelt Peeter al zijn Brabantse goederen. Jan Van Postel, schepen ter Loonse justitie, is in de naam van en als geconstitueerde van zijn zwager Vincent Coirselius in de 18 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1655, 14 januari. P. 205v

Testament van Lambertus Schepers en Anna Hauben geapprobeerd op 14 januari 1655.

Op 4 mei 1649 verscheen voor mij, heer pastoor in Coorsel, en getuigen de eerzame Lambrecht Schepers en Anna Hauben, man en vrouw, die met dit schrijven hun testament maken op de volgende manier.

Ze bevelen hun ziel aan God Almachtig en hun lichaam na hun dood aan de gewijde aarde. Ze maken aan mekaar, Lambrecht aan zijn vrouw Anna en Anna aan haar man Lambrecht, aan de langstlevende 100 gulden Brabants eens als schuldbehoef te halen op 'den Heussensen Bempt', genaamd 'den Beeckerbempt', via verkoop of belasten. Ze maken beiden aan Elizabeth, dochter van onwettige dochter van Catharina Schepers verwekt door Michiel Veltmans de som van 150 gulden Brabants eens, als een aalmoes te halen op de generaliteit van hun goederen. Dit geld zal aan het kind pas gegeven worden als beiden de testateurs Lambrecht en Anna overleden zijn. Indien Elizabeth zonder wettige nakomelingen zou sterven, zal de som wederkeren vanwaar ze gekomen is. Getuigen: Peeter Witters en Mattheus Picken. Quod attestor f. Guil. Nevius pastor. Daarnaast stond het handteken van Lambertus Schepers en van Anna en de getuigen, waarschijnlijk een teken.

F. Guil. Nevius tekent voor een eensluidende kopie en verklaart als priester dat het testament zo gebeurd is. 12 november 1654.

Op 14 november verscheen Peeter Witters voor het recht als getuige van het voorschreven testament. Het werd hem voorgelezen en hij verklaarde onder eed dat het waarachtig is.

Op 2 januari 1655 heeft Matthijs Picken, ook een getuige, hetzelfde verklaard.

1655, 14 januari. P. 206

Approbatie. De schepenen hebben de partijen gehoord op dit ingesteld testament. Omdat iedereen met zijn eed bevestigde dat het testament zo gebeurd is, houden de schepenen het testament voor legaal en voldoende geproefd en oud genoeg van genachten om het te laten registreren. Getekend Ar. Beckers secretaris.

 

1655, 23 januari. P. 206

Scheiding en deling tussen de erfgenamen van Gheerdt Claes en Maria Wijnen, in hun leven een wettig echtpaar, namelijk Jan Oriaens man en momber van Anna Claes, Jan Vanden Berghe man en momber van Maria Claes, Jan Dirix als man en momber van Elizabeth Claes, Jacob Claes, Peeter Convents als momber van Catharina Claes en Henrick Claes. De goederen werden in 6 kavels gesteld genummerd a, b, c, d, e, f op 23 januari 1655.

De eerste kavel A: huis en hof voor zover het is getekend met 'paggen'; een plaats op de schans in Voirtken gelegen; het gedeelte op 'den Hooghen Bosch'. Deze kavel is belast met 5 gulden jaarlijks Brabantse munten aan Valentijn Vanden Hove; nog met 18 stuivers aan het Sint-Annaaltaar in Coirsel. Dit is gevallen aan Jacob Claes.

De tweede kavel B: het tweede perceel in de hof, dat grenst aan het eerste deel. Belast met 5 gulden jaarlijks aan Chr. Nicolai, meier; met een halster koren aan de H. Geest van Coirsel. Dit is gevallen aan Jan Dirix.

Voor het derde deel is gesteld het derde deel in de hof boven gelegen, dat grenst Henrick Convents erfgenamen aan 2 zijden en Henrick Nauwen aan de andere zijden. Belast met 5 gulden Brabants jaarlijks aan het convent van Everbode. Dit is gevallen aan Jan Vanden Berghe nomine uxoris.

Als vierde deel is gesteld 'het Ossen Euwet' gelegen in Voirtken, dat grenst de erfgenamen van Cornelis Vorsters aan 4 zijden. Degene aan wie deze kavel valt, zal moeten geven aan de kavel van 'den Conijnsgracht' 125 gulden Brabants eens kapitaal en 6 gulden 5 stuivers jaarlijks gedurende de termijn van 3 jaren. Daarna moet hij het geld gichten of prompt betalen, volgens wens van degene aan wie 'den Conijnsgracht' zal vallen, op boete van een gouden souvereijn. Deze is gevallen aan Catharina Claes.

Het vijfde deel krijgt 'den Smeijers Bempt', die grenst Jan Huveners. Deze kavel moet ook geven tot hulp aan 'den Conijnsgracht' 75 gulden Brabants eens en jaarlijks als intrest 5 gulden 15 stuivers, op dezelfde wijze als hiervoor. Gevallen aan Henrick Claes (dat is hier niet vermeld).

Voor de zesde kavel is gesteld 'den Conijnsgracht' met het geld in de vierde en vijfde kavel vermeld. Dit perceel is enkel belast met grondcijns, schattingen en dorpslasten. Krijgt nog 'den Okeren Bosch', dat grenst Jan Thielens. Dit is gevallen aan Jan Wouters nomine uxoris.

Indien er later zwarigheden of lasten mochten gevonden worden, dan zullen ze deze mekaar gelijk helpen dragen. Ze beloven elk dat ze zich zullen tevreden houden met de kavel die aan hen gevallen is.

 

1655, 25 januari. P. 207

Frans Gevers heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land in Vortken gelegen tegenover Jan Huveners. Het grenst s'heeren straet 1) en 2), Brigida Vaes 3) en Jan Goris 4). Opgedragen aan Maria Sroijen als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks met valdag op O.-L.-Lichtmis. In kapitaal ontving Frans 100 gulden Brabants eens. Als onderpand stelt Frans al zijn andere Loonse goederen ook in Coirsel gelegen. Hij stemt in met de realisatie daarvan voor competente rechters. Als Frans niet betaalt en de ene valdag op de andere laat vallen, stemt hij erin toe dat hij 'verwonnen' zal zijn met een konde van 15 dagen op parate en reële executie. Maria Sroijen is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.

 

1655, 25 januari. P. 207

Jan Gevers heeft ontvangen en daarna opgedragen een blocxke in Voirtken gelegen - zoals hiervoor beschreven staat - aan Leonaerdt Smets als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks. Valdag op O.-L.-Vrouw Lichtmis. Kapitaal 100 gulden eens courant geld ontvangen. Als onderpand stelt Frans ook al zijn Loonse goederen in Coirsel gelegen. Als Frans niet betaalt en de ene valdag op de andere laat vallen, stemt hij erin toe dat hij 'verwonnen' zal zijn met een konde van 15 dagen op parate en reële executie. Leonaerdt Smeets is in de rente van 6 gulden Brabants jaarlijks ggmr.

 

1655, 28 januari. P. 207v

Jeroen Van Soerlick heeft opgedragen huis en hof onder Coirsel gelegen, die grenzen s'heeren straete aan 3 zijden en Aert Rijnders erfgenamen 4), aan Nicolaes Schuppen als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks met valdag op O.-L.-Vrouw Lichtmis. In kapitaal ontving Jeroen 100 gulden Brabants eens Luikse munten. Nicolaes is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.

Marge p. 207v

Op 9 maart 1662 kwam Nicolaes Schuppen voor het recht en hij heeft gekweten Jeroen Van Soelick van de voorschreven rente. Alles is voldaan.

 

1655, 25 januari. P. 207v

Op 18 januari 1654 verscheen voor de ondergeschreven schrijver en getuigen Peeter Van Reppel wonend onder Zelhem, die verklaarde dat hij verkocht heeft uit de hand en zonder proclamatie of 'kerckgeboden' aan Gijsbrecht Laermans, die aanwezig is en aanneemt, een blocxken onder Coirsel gelegen, dat rondom in zijn kanten en houtwas gelegen is op 'het Steenvelt'. Het grenst Jaspar Hommans 1), Govaert Beerten 2) en 'den voetpadt' 3). Verkocht voor 200 gulden Brabants eens Luikse munt en voor de huisvrouw van de verkoper een paar kousen, volgens de conditie. De koper moet de koopsom betalen op datum van gichten en daar tegen zal hij de huur 't'oist' eerstkomend trekken en dan het blocxken aanvaarden. Dadelijk na de gichte mag hij het hout dat rondom staat, zowel de opgaande bomen als het schaarhout, afkappen en houden, zonder dat de familie van de verkoper hier iets tegen kan inbrengen of van verwanten die enige naderschap mochten pretenderen vermits de verkoper hem dit vergunt en schenkt. Alle lasten en onkosten die hiervan komen, staan tot last van de koper zoals gichtgeld, lycoop nae lantcoep, goidtsgelt 5 stuiver voor het Roosencransken van Beringhen, schrijfgeld 3 schellingen. Het blocxke is enkel belast met schattingen en dorpslasten en eventueel grondcijns aan de heer. Opgemaakt binnen Beringhen in het woonhuis van de verkoper in presentie van Jan Cauberchs en Nicolaes Vande Velde den Jonghen als getuigen. Quod attestor en was ondertekend Ar. Beckers.

1655, 28 januari. P. 208

Matthijs Van Reppel en Jan Moons als mombers en curateurs van de achtergelaten kinderen van wijlen Peeter Van Reppel en Marie Moons, een wettig echtpaar toen ze leefden, hebben ontvangen en daarna opgedragen het blocxken in de hierboven geregistreerde conditie vermeld. Verkocht voor de prijs vernoemd in de conditie aan Gijsbrecht Laermans zoals voorschreven. Laermans is in het blocxke ggmr. Merck Van Eerdewech bekent het voorgenoemde geld ontvangen te hebben vermits Peeter Van Reppel zaliger het voorschreven goed verkocht had om hem te kunnen voldoen van de verkoop van een schuur. Merck kwijt de voorschreven mombers en curateurs in de naam en tot profijt van de kinderen van Peeter Van Reppel. Is in hoede van schepenen gekeerd.

 

1655, 25 februari. P. 209v

Jan De Best, als man en momber van zijn huisvrouw Anna Jans en met haar instemming, heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land in Stal gelegen, dat grenst Jan Jans 1), Henrick Jans 2), Peeter Beckers 3) en s'heeren straet 4), aan de erfgenamen van Peeter Van Houdt en Anna Vrancken, een echtpaar toen ze leefden, als pand voor 15 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 300 gulden zoals het geld nu gangbaar is. Bij afkwijten moet dat gebeuren in gangbaar geld zoals het zijn waarde heeft volgens de laatste Luikse valuatie. Valdag jaarlijks op Sint-Matthijsdag. Als onderpand stelt Jan nog een stuk broek genaamd 'den Vointshaghenbempt', dat grenst Jan Van Postel 1), Jan Cnaep 2) en Henrick Jans 3). Jan stemt erin toe dat dit gerealiseerd wordt voor competente rechters. Henrick Wijnen is in de naam en tot profijt van de kinderen voorschreven in de 15 gulden jaarlijks ggmr. Henrick Wijnen heeft de rechten betaald.

Marge p. 209v

Op 5 maart 1665 heeft Thomas Van Houdt wettelijk gekweten het pand van Jan De Best van deze rente. Alles is betaald.

 

1655, 11 maart. P. 211v

Mr. Jan Taelmans, chirurgijn, als H. Geestmeester van Coirsel, heeft wettelijk gekweten en ontslagen de panden van Jan Didden, namelijk 'het Calver Euwet' dat hij onlangs gekocht heeft van Christiaen Nicolai Corselius, van een rente van 6 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 100 gulden. Alles is voldaan en de panden worden ervan gekweten. Jan De Best heeft het afgelegde geld ontvangen, zoals hierna geregistreerd is.

1655, 11 maart. P. 211v

Jan De Best heeft met instemming van zijn huisvrouw Anna Jans, die hij voor het recht zal brengen om instemming te geven, opgedragen een stuk land in Stal gelegen, dat grenst Jan Jans 1), Henrick Jans 2), Peeter Beckers 3) en s'heeren straet 4), aan de Armen van Coirsel als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks met valdag op de feestdag van 'Purificationis Beate Mariae' (Maria Lichtmis). Losse en vrije rente geven. Als onderpand stelt Jan een stuk land ook in Stal gelegen, dat grenst Jan Reijnders 1), 2) en 3) Mattheuwis Seyssens en s'heeren straet 4). Jan Taelmans is als armenmeester van het dorp Coirsel met recht ter gichte gekomen in de 6 gulden Brabants jaarlijks. Mr. Jan heeft de hofrechten betaald.

 

1655, 24 april. P. 214v

Rijnier Wouters als man en momber van zijn huisvrouw Marie Sroeyen, heeft met haar instemming wettelijk gekweten de panden van Joris Schepers van een jaarlijkse rente van 3 gulden Brabants Luikse munt. Ze staat geaffecteerd op huis en hof in Coirsel gelegen, die grenzen Jan Tielens 1), 'den Muggen Berch' 2) en Jan Didden 3). Alles is voldaan. Schepers en zijn panden worden ervan wettelijk gekweten.

 

1655, 30 april. P. 215v

Peeter Pudt draagt op een stuk erve genaamd 'die Dunghen' zoals hij die met koop verkregen heeft van Joris Beckers nomine uxoris, die vandaag deze gichte heeft gelaudeerd. Het stuk grenst 'die gemeijn heijde' 1) en 2), de erfgenamen van Daniel Pudt 3) en 'die Maelbecke' 4). Verkocht aan Vincent Ceijssens voor 300 gulden Brabants eens. Betaald. Het goed is enkel belast met grondcijns aan de heer, met dorpslasten en schattingen. Vincent Ceijssens is in de 'Dunghen' ggmr.

 

1655, 30 april. P. 215v

Vincent Ceijssens draagt op 2 beemdjes in Coirsel gelegen, die grenzen de erfgenamen van Peeter Leijssens 1), Christiaen Nicolai 2), zijn eigen erve 3) en Henrick Pudt 4), aan Jan Gielen Gielisen als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks met valdag op 1 mei. In kapitaal ontving Vincent 200 gulden Brabants eens. Afleggen in geld zoals het geld dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn. Jan Gielen is in de 10 gulden jaarlijks ggmr.

 

1655, 30 april. P. 215v

Jan Gielen kwijt de panden van Matthijs Pudt van een jaarlijkse rente van 20 gulden Brabants, of van 400 gulden Brabants eens kapitaal, zoals Jan op de panden van Mathijs trok. Alles is voldaan en de panden worden wettelijk gekweten, evenals de onderpanden die gesteld zijn vanwege Anthoen Cornelis in de Laethoff van Everbode in Coirsel. Is in hoede gekeerd.

 

1655, 30 april. P. 216

Aert Stevens kwijt de panden van Matthijs Pudt van een rente van 20 gulden Brabants jaarlijks, of 400 gulden kapitaal. Alles is voldaan en de panden worden ervan wettelijk gekweten.

 

1655, 30 april. P. 216

Thomas Mentens staat zijn tocht af van zijn Brabantse goederen aan zijn zoon Jan Mentens om ze te mogen belasten met 12 gulden jaarlijks of met 200 gulden Brabants eens.

1655, 30 april. P. 216v

Jan Mentens draagt op het huis, blocxken met de dries daaraan gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), 2) en 3) en zijn eigen erf 4). Opgedragen aan Ruth Thielens als erfgenaam van zijn kinderen als pand voor 12 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt. Valdag jaarlijks op Sint-Job. Jan ontving 200 gulden Brabants eens Luikse munt kapitaal. Mocht het pand onvoldoende worden, daarvoor stelt hij als onderpand al zijn andere goederen, zowel Loonse als die in de laethof van Everbode. Hij stemt in met de realisatie voor de hoven daar. Ruth Thielens is in de 12 gulden jaarlijks gegicht met recht. Thomas Mentens werd weer in zijn tocht gesteld.

 

1655, 22 april. P. 216v

Testament van frater Benedictus Mannaerts religieus in het moenster St. Trudo, geapprobeerd op 22 april 1655, luidend als volgt.

In 1652, de vijfde Roomse indictie van het pausdom van paus Innocenttius X in het 8ste jaar van zijn kroning op 22 november verscheen voor notaris Guilliam Van Nuijs wonend binnen de stad Sint-Truijden, 'geceert bij hare Goddelijcke hoocheijt Henricus Maximilianus bisschop en prince van Luijck ende geadmitteert involgens sijn gecundicht leste edict, mede oyck notaris gecreert ende geadmitteert bijden souverijnen Raede van Brabant' en de getuigen in persoon de godvruchtige en aandachtige jongeman Lambertus Mannaerts geboren in Diest, nieuweling van het 'moensters ende goidtshuijs van St.Trudo', kloek en gezond van lichaam en die zijn verstand goed machtig was. Hij heeft besloten, na rijpelijke beraad en raadpleging van wijze en geleerde mannen of hij voor de geestelijke of wereldlijke staat zou kiezen, dat hij de geestelijke staat zal aannemen als de allervolmaaktste. Na veel bidden en aanhouden en het verzoek gedaan aan de E.H. Heer Hubertis van Sutendael prelaat 'des moensters' en heer van de stad Sint-Truiden, is hij ontvangen geweest voor 'scholiers' en daarna door hem gekleed. Het jaar van zijn kleding is nu lopende op het einde en daarom wil hij tot volharding van zijn 'Godtvruchtighe meijninge' om de liefde Gods, eer en devotie die hij draagt tot de heilige Vader Benedictus, zaligheid van zijn ziel en remedie (?) van zijn zonden, zeer graag doen eerdaags zijn professie, indien de E.H. prelaat voorschreven dat belieft. Hij verbindt zich met het 'jock der geloften' van gewillige armoede, eeuwige reinheid en volkomen gehoorzaamheid, alles volgens de regel van de H. vader Benedictus en geestelijke ordonnantien. Hiermee wil hij de wereld en alles wat er in de wereld is 'aff te sterven' (aan alles te verzaken). Alvorens zijn professie te doen, heeft hij gewenst om ongedwongen en onverleid van iemand zijn testament of laatste wil te maken zoals volgt. Hij herroept en doet teniet eerdere maaksels of voorgaande testamenten, codicillen of andere akten die door hem gemaakt zijn voor deze datum. De testateur wil dat zijn erfgenaam, hieronder te noemen, al de kosten zal vergoeden van zijn professie, zijn eerste mis en alles volgens goeddunken van de E.H. prelaat voorschreven en hij laat aan het klooster van Sint-Trudo gedurende zijn leven een jaarlijkse rente van 36 gulden Brabants zwaar geld die geaffecteerd staan op huis, hof met aanhang gelegen binnen de stad Diest 'aen de Langhe Brugge', genaamd 't'Huijs van Michiel Matthijssen', dat grenst de voorschreven brug 1), de erfgenamen van Michiel Paesschens 2) en s'heeren straet 3); nog aan hetzelfde 'moensters' voor een 'bekentenisse' 100 gulden Brabants eens ook zwaar geld, te betalen binnen het jaar vanaf zijn professie. Hij wenst dat indien de E.H. prelaat van Sint-Truiden hem zou laten studeren, dat zijn erfgenaam elk jaar gedurende zijn studie zal geven aan de prelaat 30 rijxdaelders eens. Hij wil ook dat zijn erfgenaam, zodra de testateur zijn eerste mis zal gedaan hebben, aan zijn moederlijke tante Maria Convents, huisvrouw van Joris Van Bouchoudt, de som van 400 gulden zwaar geld eens zal geven tot gebruik en baat van de kinderen van zijn 'moije' voorschreven. Betreffende al zijn andere resterende goederen, roerend en onroerend, actiën en crediten, welke dat ook moge zijn en waar ook gelegen -, nadat de voorschreven legaten voldaan zijn - benoemt hij voor zijn universele erfgenaam zijn vaderlijke tante Martina Mannaerts vermits de grote zorg en arbeid, liefde en goedertierendheid aan de testateur bewezen als hij ongeveer in het vierde jaar na zijn geboorte geworden is vader- en moederloos. Ze heeft hem deugdzaam opgevoed, 'ter scholen houdende', haar geld uitgegeven en hem bij eerwaardige en godvruchtige priesters 'bestellende'. Hij wil dat dit testament zal krachtig blijven zoals hij het gemaakt heeft en volgens dat in de geestelijke wereld de gewoonte is. De notaris moet van dit testament een goed instrument maken volgens zijn wil. Opgemaakt in Sint-Truiden in presentie van mr. Martinus a Speculo en mr. Judocus Pitteurs als getuigen. De testateur en de getuigen ondertekenden de akte met de notaris G. Van Muijs.

1655, 22 april. P. 218v

Approbatie. Betreffende dit testament was er voor het Brabants recht van Lummen een proces onbeslecht hangende tussen joufr. Martina Mannaerts op dit ingesteld testament van haar neef frater Benedictus Mannaerts religieus in het 'moenster' Sint-Trudo en sr. Petrus Convens als opponent. Ze hebben alles goed bestudeerd en ook de eigen confessie gehoord van zijn opponent op 5 november 1654 en de vertragingen daarna daarop gevolgd, wijzen de schepenen het voorschreven testament in zijn kracht en ter registratie. Ze veroordelen de opponent in de kosten ter oorzake hiervan gerezen onder correctie. Opgemaakt in consistorie op 22 april 1655. Ondertekend A. Beckers secretaris.

1655, 30 april. P. 218v

Constitutie Martina Mannaerts.

Op 16 maart 1655 verscheen voor Dionisius Quins als openbaar notaris in presentie van getuigen joufr. Martina Mannaerts, laatst weduwe van wijlen Henrick Van Eck. Ze heeft geconstitueerd Jacob Peurters en alle toonders van deze akte om de last te willen aanvaarden en bevel om in haar naam voor alle heren en hoven waar het nodig is op te dragen als onderpand van een rente van 37 gulden 10 stuivers jaarlijks zoals ze bekend heeft voor meier en laeten van de heer prelaat van Tongerloo in Diest. Ze draagt op aan joufr. Margareta Buijck weduwe van wijlen sr. Jan Steens in zijn leven burgemeester van de stad Diest het vierde deel van een watermolen met toebehoren gelegen in Coirsel, die aan haar werd gemaakt door het testament van haar neef Lambertus Mannaerts tegenwoordig religieus in de abdij van Sint-Truiden. De constituant moet in haar naam de vierde part laten gichten als onderpand voor de rente. Joufr. Mannaerts behoudt de opbrengst van de watermolen voor haar zelf.

Opgemaakt in presentie van Melchior Vande Velde en Henrick Domingh als getuigen. De constitutie werd ondertekend door de constituante en door de notaris. Quod attestor D. Quins notaris.

1655, 13 mei. P. 219

Voor meier en schepenen van Lummen ten Brabantss recht buiten vrijheid verscheen Jacob Peurters en hij heeft volgens de voorgaande constitutie gemaakt voor notaris Quins op 16 maart 1655 door joufr. Martina Mannaerts ontvangen en daarna opgedragen als onderpand van een rente van 37 gulden 10 stuivers jaarlijks, bekend voor de meier en de laten van het laethof van de prelaat van Tongerloo in Diest, het vierde part van de watermolen met haar toebehoren in Stal onder Coirsel gelegen, die aan haar constituante werd gemaakt door het testament van haar neef Lambertus Mannaerts religieus in de abdij van Sint-Truiden. Opgedragen aan joufr. Margareta Buijckx weduwe van wijlen sr. Jan Steens in zijn leven burgemeester van de stad Diest. Peeter Van Postel is in de naam van jofr. Margareta Buijckx in de vierde part van de watermolen met haar toebehoren als onderpand voor haar voorschreven rente van 37 gulden 10 stuivers volgens de inhoud van deze constitutie ggmr.

 

1655, 13 mei. P. 222

Conditie en voorwaarden waarop Peeter Caermans met consent van zijn huisvrouw zal verkopen met proclamatie, hogen en kaarsbranding aan de hoogste bieder een perceel broek van Brabantse natuur, groot 3 dachmaelen, geheten 'den Loosbempt'. Hij grenst O Henrick Pudt en Peeter Beckers W, Henrick Beckers alias Van Houdt, 'de Alde Beeck' N en 'den gemijnen aert' Z.

Iedere hoge bedraagt 2 gulden: 1 voor de verkoper en de andere tot profijt van de koper. Het broek is enkel belast met grondcijns, dorpsschattingen en 'gehypotiseerde dorps lasten', die tot last van de koper staan. Indien er later meer lasten gevonden worden dan voorschreven, zal de verkoper ze altijd goedmaken volgens de inhoud van de creatie. Hij staat garant voor een goede gichte.

De obtinent koper zal voor een 'gratuitijt' voor de verkopers huisvrouw 1 souverijn in goud geven zonder in mindering te komen aan de koopsom. De koper die de handslag zal ontvangen van de verkoper, zal voor zijn kloek bod en voor het missen van zijn geld hebben indien hij vernaderd of afgehoogd wordt 1 souverijn in goud. Na de palmslag zal de hoger zoveel hogen mogen stellen als hij wenst tot het branden van de kaars. Indien iemand hoogde die niet kan of wil voldoen, dan zal de kaars opnieuw ontstoken worden om opnieuw te verkopen en alle extra gemaakte kosten zal men bij de faler halen. Brengt het dan minder op, dan zal het op de gebrekkelijke verhaald worden met parate en reële executie. Brengt het meer op, dan is dit enkel voor de verkoper. De koper moet de koop volledig voldoen op datum van gichten op pene van een nieuwe verkoop zoals hiervoor beschreven staat. De koper moet alle kooplasten, 'goedinghe ende ontgoedinghe, vacatien van scepenen, roepgelt etc', schrijfloon 2 gulden, Goitspenninck 11 stuivers voor de kerk van Coirsel, lycoop nae lantcoep, voldoen op datum van gichten zonder in mindering te komen van de koopsom. De verkoper zal nog twee keren turf mogen halen van de 'torven' die in dit jaar van 1655 zullen 'getorft' worden en de oude torven van het jaar daarvoor, reserveert de verkoper geheel voor zich.

De huurder van dit broek zal het gedurende 1655 volkomen mogen gebruiken en de koper zal met de huurprijs moeten tevreden zijn.

Op 10 april 1655 bekende Peeter Caermans dat hij de palmslag gegeven had aan Andries Ceijsens op alle voorgaande conditiën voor 1150 gulden Brabants eens, los en vrij geld, de gulden aan 20 stuivers Luikse valeur en een kermis voor de huisvrouw van de verkoper zoals voorschreven is. De koper stelde hierop nog 50 hogen. Vervolgens Peeter Jans nog 2 hogen, Andries nog 1 hoge. De partijen ondertekenden met de getuigen en de schrijver. Opgemaakt ten huize van Jan Beckers binnen Coorsel in presentie van Aert Beckers en Henrick Geerts als getuigen. Ondertekend door Peeter Keerts (de verkoper die wellicht 'Kaerts heette i.p.v. Caermans), Andries Ceysens, Arn. Beckers secretaris, Hendrick Geerts en Peeter Jans als schrijver.

Op 15 mei 1655 ten huize van Christiaen Corselius, meier, werd de kaars ontstoken op alle voorgaande conditiën en wettelijk gebannen. Als ze uit ging, bleef de koop aan Andries Ceijssens, in aanwezigheid van de schepenen.

1655, 13 mei. P. 223

Peeter Caerts heeft met instemming van zijn huisvrouw Magriet Caers, aanwezig en instemmend, het perceel broek opgedragen, zoals voor beschreven, aan Andries Ceijssens voor de som hiervoor. Andries Ceyssens is in het perceel broek voorschreven gegicht en gegoed met ban en vrede. Andries belooft aan Peeter Caers op Sint-Jansmisse eerstkomend 3 à 400 gulden te betalen en de rest op 'festo Assumptionis' ook eerstkomend (dus waarschijnlijk O.-L.-Vrouw Hemelvaart).

Naschrift p. 233

Depost op 6 april 1660 heeft Peeter Caers bekend dat hij als man en momber van zijn vrouw voldaan is van de koopsom voorschreven. Hij kwijt hiermee de persoon van Andries Ceijsens.

 

1655, 15 mei. P. 223v

Ambrosius Bellens heeft opgedragen en getransporteerd een rente van 10 gulden Brabants jaarlijks, Luikse munt, kapitaal 200 gulden, zoals hij trekt op panden van Jacob Meijen, zoals de originele gichte vermeldt. Verkocht aan Nicolaes Schuppen voor 150 gulden Brabants eens, zoals ze ook af te leggen staat. Ambrosius ontving zijn geld. Nicolaes Schuppen is de rente ggmr.

 

1655, 09 juni. P. 223v

Anna Croechs weduwe van wijlen Huijbrecht Kenens heeft Peeter Beckers zoon van Michiel en alle toonders van deze akte die de last willen aanvaarden, volkomen macht gegeven om in haar naam en vanwege haar te verschijnen voor de Brabantse justitie van Lummen en daar waar het nodig zou zijn, op te dragen en af te staan een stuk land genaamd 'die Hoeffve', dat grenst Wouter Moons 1), Jan Beckers 2) en s'heeren straet 3); nog een perceel broek in 'de Langenijcken' gelegen, dat grenst Matthijs Claes 1), Vincent Ceijsens 3) en het eigen erve van Anna 4). Opgedragen aan haar schoonzoon Huijbrecht Henricx om de voorschreven percelen te mogen belasten met 24 gulden Brabants jaarlijks Luikse munten of 400 gulden kapitaal. Voorwaarde is dat Anna Croechs na de procedure weer in haar naam zal gesteld en gegicht worden. Hetgeen ze hiervoor heeft laten beschrijven, belooft ze van waarde te houden. Opgemaakt in Coirsel in presentie van mr. Peeter Jans en Peeter Smeets als getuigen. Quod attestor Ar. Beckers secretaris, schrijver.

1655, 10 juni. P. 224

Peeter Beckers zoon van Michiel, als gevolmachtigde van Anna Croechs, heeft afgestaan de tocht van 2 percelen, zowel land als 'wijewas', die zij door de aflijvigheid van haar man Huybrecht Kenens zaliger in tocht bezat. Opgedragen aan haar schoonzoon Huijbrecht Henricx die getrouwd is met haar dochter Helena Kenens, om ze te mogen belasten met 24 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt of 400 gulden kapitaal. Huijbrecht is ervan ter gichte gekomen.

1655, 10 juni. P. 224

Nu tocht en eigendom samen zijn, heeft Huijbrecht Henricx opgedragen een perceel broek in 'de Langenijcken' gelegen, dat grenst Matthijs Claes 1), Vincent Seijssens 2) en het goed van de constituante 3), aan de H. Geest van Heusden als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks Luikse valeur, kapitaal 100 gulden. Te kwijten in geld zoals het dan zal gangbaar zijn en met rente volgens het verstrijken van de tijd. Valdag van de rente is op datum van gichten. Mocht in de toekomst het broek onvoldoende blijken als pand, daarvoor stelt Huijbrecht als onderpand al zijn Loonse goederen waar ze ook mogen gelegen zijn. Hij stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters. Jan Lemmens is als H. Geestmeester van Heusden in de naam ervan in de rente van 6 gulden jaarlijks ggmr. Huijbrecht Henricx heeft de hofrechten betaald.

Naschrift p. 224

Op 15 december 1661 heeft Jan Mertens als moderne H. Geestmeester van Heusden in aanwezigheid van mr. Peeter Claes wettelijk de panden gekweten van Huybrecht Hendricx boven beschreven. Alles is voldaan.

1655, 10 juni. P. 224v

Nu tocht en erve samen zijn, heeft Huijbrecht Henricx opgedragen een stuk land genaamd 'die Hoeve', dat grenst Wouter Moons 1), Jan Beckers 2) en s'heeren straet 3), aan Catharina/Catlijn Briers als pand voor 18 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt. Huijbrecht ontving in kapitaal 300 gulden Brabants eens. Valdag op datum van gichten. Als onderpand stelt Huijbrecht al zijn bankgoederen, waar ze ook mogen gelegen zijn. Hij stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters. Catlijn Briers is in de 18 gulden jaarlijks gegicht volgens het recht van deze bank. Henricx heeft de hofrechten betaald.

Peeter Beckers is in de naam van Anna Croechs weer in haar tocht gesteld.

Nachrift p. 224v

Op 23 november 1657 kwam voor de schepenen mr. Peeter Tielens man en momber van Catharina Briers en heeft wettelijk gekweten de panden van Huybrecht Henricx van de rente hierboven vermeld. Alles is voldaan.

 

1655, 18 juni. P. 225v

Op 24 oktober 1654 verscheen voor de ondergeschrevene als openbaar notaris binnen de heerlijkheid van Hamme residerend en de getuigen hierna genoemd Peeter Delien als man en momber van Magdalena Nauwen, die aanwezig is en instemt, en ten overstaan van Wouter en Jan Schoeffs die ook instemmen; Hij heeft afgestaan en getransporteerd met deze akte een erfrente van 100 gulden Brabants kapitaal, 5 gulden jaarlijks die staan geaffecteerd aan panden van Jan Verheijen in Coersel. Die zijn aan Margareta gemaakt door haar eerste man Jacob Schoeffs via zijn testament om de kinderen 'op te trekken'. De rente werd opgedragen aan Matthijs Put voor 100 gulden, die Peeter Delien bekent ontvangen te hebben door het ontvangen van een paard. Hij stemt erin toe dat Put in de rente zal worden gegicht volgens de costuimen van het land. Hiervoor constitueert Delien iedereen die deze last wil aanvaarden. Opgemaakt binnen Oosthamme ten huize van de notaris in presentie van Peeter Maes en Herman Schuermans als getuigen. Was ondertekend Henr. Schoeffs notaris.

1655, 18 juni. P. 225v

Frans Wouters als geconstitueerde die de last aanvaard heeft vanwege Peeter Delien als man en momber van zijn huisvrouw Magdalena Nauwen, volgens de akte hiervoor geregistreerd, verkoopt de rente van 5 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 100 gulden volgens de originele gichte daarvan, die gehypothekeerd staan op panden van Jan Gabriels. Matthijs Pudt is in de rente ggmr.

1655, 18 juni. P. 226

Matthijs Put transporteert de voorschreven rente aan Cornelis Schepkens voor 100 gulden Brabants eens. Betaald door de moeder van Cornelis in haar weduwlijke staat, die deze rente voor zich reserveert voor het geval dat zij in armoede of miserie dit zou nodig hebben. Cornelis is in deze rente ggmr.

 

1655, 18 juni. P. 226

Anna Meijssens wettige dochter van Herman Meijsens verwekt bij Maria Van Houdt zaliger geassisteerd met haar wettige en geëde mombers Henrick Zeuwis en Henrick Beckers hebben gereliveerd het huis, hof, landerijen en wijwas zoals die in Voirtken onder Coirsel omtrent 'die Capelle' gelegen zijn, voor zover ze ter Brabantse aarde sorteren. Ze zijn aan haar toegekomen door de aflijvigheid van haar moeder voorschreven. Anna Meijssens is in deze goederen ggmr. Salvo jure cuius libet.

 

1655, 01 juli. P. 227v

Mattheuwis Baten heeft wettelijk zijn tocht afgestaan van een perceel, zowel land als 'hoijwas' in Coirsel gelegen in 'den Dijck' , dat grenst de erfgenamen van Nicolaes Jans 1), Henrick Wellens 2), Jan Didden 3) en des heeren straet 4); nog een perceeltje broek genaamd 'het Varebempdeken', dat grenst Jan Goris 1), de erfgenamen van Peeter Tielens 2), de erfgenamen van Lambrecht Schepers 3). Opgedragen aan Wouter Leijssens en Jan Gevers met zijn broers en zusters omdat de percelen zo zwaar belast waren als ze in koop waard waren. Wouter Lijssens en Jan Gevers cum suis zijn ervan met recht ter gichte gekomen.

1655, 01 juli. P. 228

Voorwaarden en conditie waarop Wouter Lijssens als man en momber van Elizabetha Gevers en met haar instemming zal verkopen, zowel voor hem als met schenking het deel van Jan Gevers en voor Matthijs en Anna Gevers, beiden buiten het land voor wie Wouter zich sterk maakt en verbindt, met assistentie en in aanwezigheid van Matheuwis Baten grootvader en Jan Gevers voorschreven beiden geëde mombers van het minderjarig achtergelaten kind van wijlen Frans Gevers verwekt bij Aleijdis Baten, zullen verkopen een perceeltje, zowel land als wijwas in Coirsel in 'den deijck' gelegen. Het grenst de erfgenamen van Nicol. Jans 1), Hen. Wellens 2) en s'heeren straet 3); nog 'het Varebempdeken', dat grenst Peeter Tilens 1), de erfgenamen van Peeter Tilens 2), volgens de volgende conditiën.

De percelen worden verkocht met hogen, palmslag, proclamatiën en uitgang van de brandende kaars. Iedereen zal zoveel hogen mogen stellen als hij wenst van 2 gulden per hoge, de ene tot profijt van de verkoper en de andere voor de hoger. Aan wie de palmslag gegeven wordt, zal voor zijn 'vromicheijt' in het geval dat hij afgehoogd wordt, hebben 10 gulden Brabants en zijn voorhogen tot het branden van de kaars, die zal ontstoken en gebannen worden voor de rechter waar het goed sorteert bij de eerste gelegenheid. De koper moet dan ook de koop betalen en de verkopers zullen hem gichten. Bij misverstanden tijdens het hogen, beslissen de schepenen wat er moet gebeuren. Indien iemand die deze koop niet kan of wil voldoen voor of tijdens het branden van de kaars glorieus zal hogen, zal hij alle onkosten moeten betalen ter oorzake hiervan gemaakt zoals lycoop, Goidtsgelt, schrijfgeld en hij zal een amende (boete) krijgen van 12 gulden en de verkopers zullen hun goed opnieuw kunnen verkopen.

De verkopers staan er garant voor dat het goed belast is met 2 gulden 10 stuivers jaarlijks aan de erfgenamen van Jacob Claes die te kwijten zijn met 50 gulden Brabants eens; aan Adriaen Moons 7 gulden 10 stuivers en aan Aert Giels 7 gulden en 10 stuivers, die elk te kwijten zijn met 150 gulden kapitaal Brabants eens, met dorpslasten en schattingen namelijk in ieder 100 1 stuiver 1 eegemenneken, en s'heeren grondcijns. De verkopers zullen de vervallen lasten tot datum van gichten moeten betalen en de koper zal de huur van dit jaar genieten en het dan aanslaan. Alle onkosten betreffende deze verkoop staan tot last van de koper zoals lijcoop 12 gulden, kaarsgeld, gichtgeld, Goidtsgelt 5 stuivers voor de kerk van Coirsel, schrijfgeld 3 gulden.

In 1655 op 7 juni verschenen bij de notaris in aanwezigheid van getuigen de verkopers Wouter Lijssens, Mattheuwis Baten en Jan Gevers q. q. en ze hebben de palmslag gegeven boven de voorschreven conditiën aan Jan Didden voor 30 gulden Brabants eens Luikse munt boven alle uitgaande lasten en als spelgeld 10 gulden. Hij stelde nog 25 hogen in aanwezigheid van de getuigen Andries Seijssens en Nicolaes Schuppen. Nicolaes Schuppen stelde nog 2 hogen in presentie van Andries voorschreven en Jan De Best. Jan Didden hoogde nog 1 hoge, zelfde eerste getuigen. Quod attestor Ar. Beckers schrijver.

Daarna op 1 juli werd de kaars voor dit goed wettelijk ontstoken en gebannen en de koop bleef als ze uitging aan Jan Didden als laatste hoger en obtinent koper.

1655, 01 juli. P. 229

Wouter Leijssens met instemming van zijn huisrouw Elizabetha Gevers, Anthonius Leijssens schepen, Mattheuwis Baten en Jan Gevers q.q. hebben samen en elk apart ontvangen en opgedragen de percelen beschreven is de conditie hiervoor aan Jan Didden voor de prijs hiervoor geregistreerd. Voor het geval dat de afwezige personen vermeld in de conditie hiermee niet zouden instemmen, daarvoor verbindt Wouter voorschreven al zijn bankgoederen onder welke jurisdictie dat ze ook mogen gelegen zijn, als garantie. Jan Didden is in de goederen gegicht en gegoed met alle vorrmen van recht.

 

1655, 15 juli. P. 229v

Op 16 juni 1655 verscheen voor getuigen en de schrijver van deze akte Leonaert Schepers, die zich sterk maakt voor zijn medegeringen of de kinderen van zijn broers en Pauls Zeuwis 1) en 2) Jan Magrieten. De eerste partij verklaart dat ze samen en elk apart verkocht hebben aan 2) een perceel akkerland gelegen binnen Coirsel, genaamd 'den Heijhoff', waaraan twee Brabantse cijnzen uitgaan. Het grenst O Christiaen Claes, de erfgenamen van Petrus Tilens W en de erfgenamen van heer Jan Vaes met 'die Schrickheyde' Z en N s'heeren straete. Het is zowel van Brabantse als van Loonse natuur. Verkocht voor 1000 gulden Brabants eens ('thien hondert') Luikse valeur. Conditie is dat de koper zal betalen met 800 gulden omdat hij met zijn huisvrouw Maria Kenens zaliger als tochtster van het pand voorschreven aan dit goed verscheidene jaarlijkse renten heeft afgelegd waarmee het pand belast is geweest. Hij moet de helft van de koopsom voldoen op dag van gichten en de wederhelft op de dag van verjaren. De koper moet aan de verkopers als geschenk 4 pattacons in specie geven of de waarde ervan. Alle opgaande bomen die op het goed staan, zijn voor de koper. Hij mag ze afhouwen als hij wenst. De koper moet alle kooplasten zonder enige korting aan de koopsom betalen, zoals gicht en goedinge, pontpenningen, lijcoop een ton bier van 10 gulden, Goitspenninck 10 stuivers voor de kerk, schrijfloon 20 stuivers. Opgemaakt in het huis van Jan Beckers binnen Coirsel in presentie van Joris Van Obbel en Jan Pauls als getuigen. De partijen tekenen naast de schrijver: Pauls Zeuwis, het merk van Leonaert Schepers, Joris Van Obbel, Jan Pauls getuige, Jan Magrieten en quod attestor Petrus Jans.

1655, 15 juli. P. 230

Leonaert Schepers q. q. en Paulus Zeuwis nomine uxoris, die hij voor instemming belooft binnen te brengen, hebben ontvangen en daarna opgedragen samen en elk apart het goed beschreven in de voorgaande koopakte voor zover het hier hooft, aan Jan Magrieten voor de vermelde prijs. Jan Magrieten is in het goed gegicht en gegoed met recht.

Depost op 6 juli 1656 heeft de echtgenote ingestemd en Paulus Zeuwis bekent dat hij zijn geld ontvangen heeft.

1655, 15 juli. P. 230

Leonaert Schepers q. q. zoals boven heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk broek in Coirsel gelegen, genaamd 'den Boven Bempt', dat grenst Henrick Rijnders aan 2 zijden, de erfgenamen van Matthijs Bosmans 3) en s'heeren straete 4), aan Paulus Zeuwis voor 300 gulden Brabants eens Luikse valeur. De helft te betalen op datum van gichten en de wederhelft op de dag van verjaren. Goidtsgelt 5 stuivers voor de kerk van Coirsel. Mocht er iemand lasten aan pretenderen, dan zal Leonaert de koper er altijd kosteloos en schadeloos van houden. Daarvoor verbindt hij zijn persoon en goederen. Paulus Zeuwis is in het goed ggmr. Leonaert bekent de helft van het geld ontvangen te hebben.

 

1655, 19 augustus. P. 232v

Akte van 18 januari 1655 voor schrijver en getuigen. Mechtel Wijnrockx weduwe van Matthijs Mattheuwis den alden heeft opgedragen met deze akte de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks zoals zij die trekken op het dorp of de gemeijnte van Coorsel, aan haar zoon Matthijs Mattheuwis. In 1656 zal de rente vallen op haar zoon. Draagt nog op een rente van 12 gulden min 5 stuivers Brabants die geaffecteerd staan op het huis van Aerdt Mattheuwis, gelegen in 'de Trichter Straet'. Dat huis grenst Jan Bauten 1), Tileman Joris 2). Nog 3 gulden Brabants jaarlijks die geaffecteerd staat op een huis gelegen in St.-Truijden, toebehorend aan Jan Laurens. Deze renten zullen dadelijk vallen op haar zoon. Tevens draagt ze nog op zekere wijers gelegen onder Diepenbeeck, die grenzen Walther Stellingwerff 1) en sr. Peeter Simons aan de andere zijden, met de lasten die erop staan. Nog 5 roijen land gelegen op 'den Dormael Padt' onder Hasselt, die grenst Henrick Wynrockx 1) en Frans Vijffeijcken aan de andere zijden. Land en wijers mogen dadelijk aanvaard worden. Ze geeft hem dit in voldoening van het testament gemaakt door Matthijs Mattheuwis zaliger den alden en ook 'tot extinctie' (bevrijdende verjaring) van zeker huwelijksgeld door haar, Mechtel Wynrockx, beloofd aan haar voorschreven zoon. Daarvan ontslaat zoon Matthijs zijn moeder absoluut en ook van het testament. Hij is ten volle voldaan. Zijn moeder behoudt er geen enkel recht meer op en stemt toe in de realisatie van deze akte voor alle competente rechters. Gedaan ten huize van de weduwe transportante voorschreven gelegen binnen Hasselt in 'de Nieuwe Straet', genaamd 'het Groen Peerdt', in presentie van Paulus Hoex Defaille en Jan IJseret als getuigen. Was ondertekend Lamb. Jaupen notaris.

1655, 19 augustus. P. 233

De schepenen van Lummen buiten ten Brabants recht hebben de voorschreven akte notariaal wettelijk gerealiseerd en geapprobeerd voor zover het hen raakt.

 

1655, 16 september. P. 233

Peeter Stoffels, soldaat onder de compaignie van de capitijn Hartsholt maior van de stad van S'hertoghen Bossche, heeft als man en momber van Anna Meuwis - uit kracht van constitutie op hem door de voorschreven Anna gegeven op 11 september 1655 zoals voor ons bleek uit de notariële akte van notaris F. De Lauw - ontvangen en opgedragen al de patrimoniale goederen die op zijn huisvrouw verstorven zijn na de dood van haar vader Jan Meuwis zaliger. Het gaat om de helft van 'het Wijtvelt', dat grenst in zijn geheel Jan Bynens 1), Jan Moons 2) en s'heeren straet 3); nog de helft van ongeveer 2 dachmael broek dat grenst de beek 1), de gemeijn heyde 2) en 'den Vlootgracht' 3). Verkocht aan Jan Pops voor 54 gulden Brabants eens en 2 gulden voor de kinderen van Huybrecht Jans voor een liefenis van hun 'moije'. Lnl, Goitspenninck 10 stuivers. Prijs is boven alle uitgaande lasten. De verkoper staat er garant voor dat het goed belast is met de helft van een rente van 8 gulden en 15 stuivers jaarlijks, met nog een hele rente van 2 gulden en 10 stuivers jaarlijks en met s'heeren grondcijns. Hij staat garant voor meer lasten en een goede gichte. Betaald. De koper moet de gevallen lasten voor zijn part betalen voor het laatst gevallen jaar. Jan Pops is in de voorschreven goederen ggmr.

 

1655, 30 september. P. 233v

Henrick Auwen heeft opgedragen zijn huis en hof in Voirtken onder Coirsel gelegen, die grenzen Jacob Claes 1), Paulus Wijnen 2) en s'heeren straet 3), aan de achtergelaten kinderen van wijlen Jan Broeckmans verwekt bij Elizabeth Van Luijck als pand voor 16 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks Luikse munt, kapitaal 300 gulden. Valdag is jaarlijks op Kerstmis ('ipso nativitatis Domini'). Losse en vrije rente geven. Te kwijten met gelijke som en geld zoals het dan in het land van Luik zal gangbaar zijn en met rente volgens de verstreken tijd. Jan Brouckmans is als momber van de voorschreven kinderen in hun naam en profijt in de rente van 16 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr. Het geld is gekomen van de verkoop van een schuur. Mochten de kinderen het geld nodig hebben, dan moet Jan Auwen het geld teruggeven maar hij moet een maand vooraf hiervan op de hoogte gebracht worden.

 

1655, 30 september. P. 234v

Op 3 juli 1654 verscheen bij de notaris en voor getuigen Maria Peeters die in haar huis ziek in bed ligt, maar ze is haar verstand en vijf zinnen nog wel machtig. Ze overdenkt de broosheid van de menselijke natuur en weet dat geen ding zekerder is dan de dood, maar niets onzekerder dan het uur van de dood. Daarom wil ze haar testament maken van haar tijdelijke goederen, haar door God Almachtig op deze wereld verleend. Ze maakt haar testament als volgt. Ze beveelt haar ziel, als zij van het lichaam zal gescheiden zijn, aan God almachtig, Maria Zijn lieve gebenedijde moeder en het hele hemelse heir. Ze maakt aan de fabriek van St.-Lambrecht in Luijck - voor haar onrechtvaardig goed indien zij enig had, hopend van niet - 2 stuivers eens; aan de kapel van St.-Joris in Scheulen ook 2 stuivers eens, na haar dood te geven. Ze maakt en laat aan haar man Willem Pansers een rente van 4 gulden Brabants jaarlijks in Linckhoudt. Ze maakt nog 7 gulden 10 stuivers op het dorp van Linckhout om te verkopen voor het betalen van schulden. Ze stemt toe aan haar wettige man Willem Pansers dat hij Matthijs Joors zal mogen gichten in een rente van 15 gulden Brabants jaarlijks op een pand dat haar man Willem gekocht had met het geld dat hij van Matthijs Joors op obligatie ontvangen en nog niet teruggegeven had, namelijk de som van 250 gulden. Ze wil dat dit testament zo zal uitgevoerd worden als ze het heeft gemaakt, door zowel wereldlijke als kerkelijke rechters van waarde wordt gehouden. Getuigen: Peeter Stapparts, Tilman Van Heerll en Godfre Van Blockum den Alden als getuigen. Was ondertekend Dio. Van Rinsburg pastor in Scheulen.

1655, 30 september. P. 235

Jan Peeters als momber van het achtergelaten kind van Willem Pansers zaliger verwekt bij Maria Peeters heeft ontvangen en daarna uit kracht van het hiervoor geregistreerde testament getransporteerd de rente van 7 gulden 10 stuivers jaarlijks zoals het kind na de aflijvigheid van zijn ouders op de generaliteit van Linckhoudt trekt en hij heeft daarvan afstand gedaan aan de kinderen van Aert Jans voor 150 gulden Brabants eens Luikse munt. Henrick Gressens is als momber van de kinderen van Aert Jans in de naam en tot hun profijt in de rente gegicht en gegoed met alle vormen van recht.

1655, 30 september. P. 235

Jan Peeters als momber van het achtergelaten kind van Willem Pansers en Maria Peeters heeft wettelijk gekweten de panden van Henrick Cruesens van een rente van 4 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 60 gulden. Alles is voldaan. Henrick en zijn panden werden wettelijk gekweten.

 

1655, 30 september. P. 236v

Op 17 juli 1655 verscheen voor de notaris die binnen Diest resideert Leonaert Schepers inwoner van Loven, die zich sterk maakt voor de kinderen van zijn broer(s?). Hij verklaart dat hij verkocht heeft het vierde part van een 'huisinge ende gelege' binnen Coorsel liggend aan de kerk, die grenzen het kerkhof 1), aan 2 zijden de heere straet, aan Jan Magrieten inwoner van Coorsel voor 75 gulden Brabants Luikse munt eens. De helft geven op de gichte en de andere helft op of voor het verjaren, met 1 ducaton voor een kermis. Leonaert Schepers stemt ermee in dat Jan voorschreven ervan gicht en goedenis ontvangt voor heer en hof competent. Hij constitueert om opdracht te doen mr. Christiaen Nicolaj Corselius meier etc., Henrick Frepen zijn neef die hij daarvoor volle macht geeft om de koopsom te ontvangen op dag van gichten. Nog is conditie dat na de dood van Jan Magrieten voorschreven Pauls Zeuwis of zijn nakomelingen dit part zullen mogen 'beschudden' en voor zich houden voor de 75 gulden die ze moeten restitueren aan Jans erfgenamen met de ducaton gegeven voor een kermis. Getuigen: Henrick Frepen bakker en Willem Vander Heyden. Was ondertekend Johan Wouters notaris.

1655, 30 september. P. 237v

Henrick Frepen kleermaker heeft, uit kracht van constitutie hiervoor geregistreerd, ontvangen en daarna opgedragen het vierde part van het huis gelegen in Coirsel aan de kerk, dat grenst sheeren straet aan 2 zijden en de kerk 3). Verkocht aan Jan Magrieten voor 75 gulden Brabants eens Luikse munt en 1 ducaton voor een kermis, volgens de koopakte hiervoor. Henrick Frepen bekent dat zowel hij als zijn oom de helft van de koopsom ontvangen hebben. Jan Magrieten is in de vierde part vn het voorschreven huis ggmr van deze bank.

 

1655, 20 oktober. P. 238

Wouter Vanden Kerckhoff heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land in Voirtken onder Coorsel gelegen, genaamd 'het Celleblock', dat grenst Servaes Vanden Eerdewech 1), Geert Rijmen 2) en de erfgenamen van Matthijs Hoofmans 3) en s'heeren straet 4). Verkocht aan Jan Gysbrechts als pand voor een rente van 60 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt (de gulden aan 20 stuivers). In kapitaal ontving Wouter 1200 gulden Brabants eens Luikse munt. Zo ook afleggen zoals het geld dan zal gangbaar zijn in Luikse valeur en het moet gangbaar zijn in 'de maerije van Den Bossche' (de meierij van Den Bosch). Het vierendeel van de rente zal eerder vallen(?). De valdag van de rente is op Sint-Lucasdag. Losse en vrije rente geven, zonder aftrek van eender welke vorm van belastingen. Mocht het pand onvoldoende gevonden worden, daarvoor stelt Wouter als onderpand een stuk broek ook in Voirtken gelegen, dat grenst Geert Kenens 1), Jaspar Smeets den Jonghen zoon van Peeter 2), de erfgenamen van Quinten Pauls 3) en de erfgenamen van Jan Laermans 4). Wouter stemt in met de realisatie ervan voor de juiste heer en hof. Jan Gysbrechts wenst hiervan een gezegelde brief. Jan Gijsbrechts is in de rente van 60 gulden jaarlijks ggmr. De hofrechten hebben de partijen half en half betaald.

Naschrift p. 238.

Op 16 februari 1663 kwam Paulus Francken als geconstitueerde van Jan Gijsbrechts voor de schepenen en hij heeft de voorschreven panden gekweten en hij is er ten volle van voldaan door Jan Wijnen, die deze panden met koop verkregen heeft van de relicta (weduwe) van Wouter Vanden Kerckhoff.

 

1655, 21 oktober. P. 238v

Scheiding en deling tussen de erfgenamen van Leonaert Van Houdt zaliger, namelijk Henrick Zeuwis man en momber van Maria Van Houdt en de achtergelaten kinderen van Lucie Van Houdt verwekt door Michiel Pincxten en Peeter Hommans zaliger, toen ze leefden wettelijke mannen van Lucie, met akkoord van Jasper Hommans en Peeter Mertens als geëde mombers van de voorschreven kinderen en met instemming van Matthijs Naelten die tegenwoordig de wettige man is van Lucie.

Voor de eerste deling is gesteld:'die Vaeshoeve', een half beemdje in 'de Langenijcken' gelegen, dat grenst Dionijs tekens 1), de wederhelft toebehorend aan Henrick Zeuwis 2) en Valentijn Vanden Hove 3); nog een rente van 2 gulden 10 stuivers jaarlijks, kapitaal 50 gulden volgens de gichte ervan, gehypothekeerd op panden van Mattheuwis Seijssens. Deze deling is door keuze van de mombers tot profijt van de kinderen van Lucie Van Houdt gebleven.

De tweede deling omvat 'het Steenvelt', dat grenst Catharina Convents 1), Valentijn Vanden Hove 2), Vincent Seijssens 3) en Henrick Zeuwis 3); nog een stuk broek gelegen op 'den Eerdewech', dat grenst Peeter Lemmens 1), s'heeren straet 2), de voorschreven kinderen 3) en Geert Rijmen 4); nog een stuk land 'opden Plijn' in Voirtken gelegen, grenzend de erfgenamen van Aert Stevens 1), Henrick Wijnen 2) en s'heeren straet 3) en 4); daarbij nog de wederhelft van het voorschreven beemdje in 'den Langenijcken' gelegen. Deze deling zal moeten dragen en betalen alle jaarlijkse lasten die aan deze tweede deling staan. Dat zou gaan om 22 stuivers en een halve aan de H. Geest van Coirsel en 10 stuivers jaarlijks aan de kerk van Coirsel. Elk perceel moet zijn jaarlijkse grondcijns aan de heer voldoen die eraan staat. Ook dorpschatingen betalen. Deze deling is gevallen aan Henrick Zeuwis, vrijwillig gekozen.

Indien er later op een perceel meer lasten gevonden worden dan hier voorschreven staat, dan zullen de partijen ze gelijk dragen en betalen. Mochten er nog meer goederen of renten gevonden worden dan gespecificeerd, dan zullen ze deze gelijk optrekken en mekaar bijstaan tegen degenen die enige actie of recht tot een goed zouden pretenderen. Alles op reële en parate executie.

 

1655, 28 oktober. P. 239

Anna Vanden Wijer heeft de panden gekweten van joufr. Martina Mannaerts, namelijk 'den Cornelis Hoff' in Stal gelegen, die grenst de erfgenamen van Jan Vanden Kerckhoff 1), sr. Adriaen Nicolaj Corselius 2) en s'heeren straet 3), van een jaarlijkse rente van 20 gulden Brabants Luikse munt, kapitaal 400 gulden, zoals zij daarop trok. Alles is voldaan en de panden ervan gekweten.

 

1655, 28 oktober. P. 239

Joufr. Martina Mannaerts heeft opgedragen een stuk land in Stal gelegen, genaamd 'den Cornelis Hoff', dat grenst sr. Adriaaen Nicolaj Corselius 1), Cornelis Mantels 2) en s'heeren straet 3); nog haar vierde part van een watermolen met haar toebehoren, die grenst mr. Vincent Coirselius 1), Quirijn Beckers 2), Ariaen Seyssens 3) en Jan Huveneers den Jonghen 4), voor zover deze goederen hier sorteren en ze veronderpandt ze voor zover ze onder andere hoven sorteren. Ze stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters. Opgedragen aan Jan Gijsbrechts als pand voor een rente van 80 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt, kapitaal 1600 gulden Brabants eens. Te kwijten met gelijke som volgens de laatste Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag jaarlijks op Sint-Michielsdag. Martina Mannaerts belooft dat ze nooit nog enige pacht of huur van de voorschreven goederen zal ontvangen of winnen voor ze de jaarlijkse intrest van de voorschreven rente zal betaald hebben. Omdat de voorschreven goederen veronderpand zijn voor een jaarlijkse rente van 37 gulden 10 stuivers Brabantse munt aan Joufr. Margareta Buijcx, en dat met consent van realisatie die reeds is gebeurd, belooft joufr. Mannaerts dat ze de rente voorschreven binnen het jaar na datum van deze gicht zal afleggen en de voorschreven goederen zal schoon maken. Hiervoor obligeren (verbinden) zij en Matthys Pudt zoon van Daniel hun personen en erven zowel roerende als onroerende, hebbend en verkrijgend op parate en reële executie. Joufr. Martina Mannaerts belooft dat ze Matthijs Pudt ervan altijd schadeloos zal houden. Jan Gijsbrechts is in de rente van 80 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt gegicht en gegoed volgens het recht van deze bank. Hiervan wordt een gezegelde brief gemaakt en joufr. Mannaerts heeft de hofrechten betaald.

 

1655, 04 december. P. 244

Op 2 juni 1655 verscheen Anthonius Leijssens als wettige momber van zijn halfzuster Elisabeth Leijssens, verwekt door zijn vader bij wijlen Maria Van Houdt. Hij releveert de goederen die haar met recht aangekomen en verstorven zijn na de dood van haar moeder en voornamelijk die sorteren onder Brabant, voor de helft zoals haar volgens recht toekomt. Hij verzoekt gicht en goedenisse volgens stiel en gewijsdom. Anthonius is er in de naam van zijn halfzuster Elisabeth Leyssens in gegicht. Het is haar gewezen 'tot een affgeboth' met behoorlijke intimatie. Wegens de afwezigheid van de secretaris werd dit ondertekend door C. N. Corselius schepen. Het werd aan Ar. Beckers overgegeven op 4 december. Attestor Ar. Beckers secretaris.

 

1655, 09 december. P. 244

Op 3 november 1655 verscheen bij de notaris die binnen Lummen resideert Maria Minnebiers met assistentie van Peeter Minnebiers en Peeter Van Schoonbeeck man en momber van Catlijn Vossens, haar neven. Ze heeft opgedragen aan Peeter Wouters, die aanwezig is en accepteert, na voorgaand relief in handen van de notaris gedaan onder verbintenis van alle heren en hoven hun recht: 1) een jaarlijkse rente van 2 gulden zoals ze als erfgenaam van Wouter Minnebiers, haar broer zaliger, trekt op panden van Jaspar Robijns in Molem gelegen; nog een klein bleuxke gelegen in Coirsel, dat grenst Peeter Van Bulen 1), Geerdt Pudt 2) en Gilis Peeters 3); nog een bosje gelegen daar in de buurt dat grenst 'die Gulde Bosschen' 1), Mattheuwis Dries 2) en de erfgenamen van Peeter Tilens van Soonhoven 3). Verkocht voor 36 gulden en 1 gulden drinkgeld vermits dat ook daar naast zullen 'cesseren' (stoppen) alle arbeidslonen door haar neef voorschreven aan haar gepresteerd en de andere bijzondere weldaden aan haar betoond, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck 1 stuiver. Betaald. Peeter Wouters is erin gegicht voor de ondergeschreven notaris. Om de realisatie te laten gebeuren voor de Brabants buitenjustitie van Lummen vaardigt zij in aanwezigheid van haar neven voorschreven Aerdt Styls af, Brabants dienaar hier. Getuigen: Andries Smets en Lamb. Scranden als getuigen. Maria en Peeter ondertekenen met een merk; de getuigen met hun naam.

Realisatie.

Op 9 december 1655 verscheen voor de Brabantse schepenen van Lummen buiten Aert Styls als geconstitueerde en hij heeft de voorschreven akte voorgelegd. De schepenen realiseren en approberen de akte in al zijn punten. Is in hoede van de schepenen gekeerd. Ondertekend Ar. Beckers secretaris.

 

1656, 10 januari. P. 245

Matthijs Pudt draagt op 'die Cornelis Hoeve', die grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Geerdt Groenendaels 3) en de erfgenamen van Jan Paels 4), als geleend pand voor zijn zoon Jan Pudt, aan Claes Obbers als pand voor 10 gulden jaarlijks. Hiervoor bekent Jan Pudt een paar ossen gehad te hebben gerekend op 200 gulden. Ze zijn te kwijten met een gelijke som van 200 gulden Brabants eens Luikse valeur. Valdag jaarlijks op de feestdag van Sint-Martinus. Nicolaes Obbers is in de rente van 10 gulden jaarlijks ggmr.

 

1656, 20 januari. P. 245v

Jan Mentens draagt op met instemming van Thomas Mentens, als vruchtgebruiker van de goederen die hij in tocht bezit, zijn kindsgedeelte dat komt vanwege zijn moeder. Het gaat om huis en hof in Stal gelegen. Hij draagt ze op als pand voor 5 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks aan Jan Geerts. In kapitaal ontving Jan Mentens 100 gulden Brabants eens Luikse valeur. Valdag jaarlijks op 1 maart. Tot verzekering stelt Thomas Mentens nog als onderpand aan zijn zoon Jan Mentens al zijn goederen die hij in koop verkregen heeft met zijn tweede huisvrouw Margareta Convents. Hij stemt in met de realisatie daarvan voor competente rechters. Jan Geerts is in de rente van 5 gulden 10 stuivers jaarlijks ggmr.

 

1656, 27 januari. P. 247

Peeter Oriaens heeft wettelijk pand en persoon van Aert Convents gekweten van een jaarlijkse rente van 5 gulden, kapitaal 100 gulden. Alles is voldaan.

 

1656, 27 januari. P. 247

Aert en Peeter Stevens hebben samen en elk apart ontvangen en daarna opgedragen de helft van een hof in Voirtken gelegen, die grenst de erfgenamen van Aert Stevens 1), Henrick Wijnen 2) en s'heeren straet 3). De conditie hiervan is in het Loons geregistreerd. Verkocht aan Henrick Rijnders den Jonghen voor 400 gulden Brabants eens Luikse valeur en voor de huisvrouwen als spelgelt 40 gulden. Indien de koper zou vernaderd worden, zal hij ook 40 gulden moeten hebben. Goitspenninck 5 stuivers, schrijfgeld 1 gulden, lycoop nae lantcoep. Henrick Rynders is in de helft van de voorgenoemde hof, voor zover hij hier hooft, ggmr.

 

1656, 27 januari. P. 247v

Matthijs Pudt heeft wettelijk gekweten de persoon van Peeter Nijs van de koop die onlangs tussen de partijen gebeurd is. Alles is voldaan en Peeter Nijs is ervan gekweten.

 

1656, 24 februari. P. 251

Valentijn Vanden Hove heeft ontvangen en daarna opgedragen een perceel erven, zowel land als weiwas, in Coirsel in 'den Dyck' gelegen, door de aflijvigheid van mr. Wouter Vanden Hove op hem verstorven. Het grenst de E.H. prelaat van Everbode W, s'heeren straet O, Jan Thilens N en Ambrosius Bellens Z. Verkocht aan Geerardt Matthei voor 260 gulden Brabants eens Luikse valeur. Betaald. Matthei is in het goed ggmr.

 

1656, 24 februari. P. 251

Aert Smeets, Govert Beerten en Naep Pauls met instemming van zijn huisvrouw Catlijn Smeets hebben samen en elk apart ontvangen en opgedragen een stuk land in Coirsel gelegen, dat grenst Aert Smeets voorschreven 1) en 2), de erfgenamen van Jan Van Schaebroeck 3) en s' heeren straet 4). Opgedragen aan Jacob Schepers als pand voor een rente van 5 gulden 10 stuivers jaarlijks. Indien ze tijdig betalen, volstaat 5 gulden jaarlijks. Kapitaal 100 gulden. Kwijten in geld zoals het dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn en volgens het verstrijken van de tijd. Valdag op datum van gichten, maar ze neemt pas haar koers na de dood van Schepers. Hiermee handelen ze het legaat af dat Maria Smets, gewezen huisvrouw zaliger van Schepers, aan Schepers had gemaakt, namelijk een stuk broek in Coirsel gelegen, genaamd 'het Hemelryck', waarvan Schepers zolang hij leeft het vruchtgebruik zal hebben. Jacob Schepers is in de 5 gulden 10 stuivers jaarlijks ggmr.

 

1656, 24 februari. P. 251v

Valentijn Joris en Matthijs Pudt als mombers van Anna Swerts, weduwe van wijlen Henrick Pudt zaliger, hebben uit kracht van zijn testament opgedragen huis en hof in Stal gelegen, die grenzen de erfgenamen van Peeter Beckers 1), 'die Clyn Heyde' 2), 'die Velt Straet' 3). Opgedragen aan Maria Obbers als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt. In kapitaal ontvingen ze 100 gulden. Valdag van de rente is jaarlijks op Sint-Matthysdag. Jasper Smets is in de naam van Maria Obbers ter gichte gekomen.

 

1656, 11 mei. P. 257

Testament van Arnold Cupers en Clara Bervoets.

Op 24 oktober 1654 verschenen voor de notaris en commissaris van de stad Herck en getuigen Arnoldt Cupers zoon van Cornelis en Clara Bervoets wettig echtpaar. Ze zijn gezond van lichaam en hun vijf zinnen nog goed machtig. Mits de broosheid van de menselijke natuur en de zekerheid van de dood en onzekerheid van het uur waarop, willen ze niet scheiden van deze wereld zonder dat ze iets geregeld hebben betreffende de goederen die hen door de Heer verleend zijn. Ze doen dit als volgt.

Als zij of hun zielen uit hun lichaam van deze wereld zullen scheiden, bevelen ze die aan Godt Almachtig, Maria Zijn gebenedijde Moeder en al Gods lieve heiligen en hun lichaam aan gewijde aarde. Er moet voor hen een dienst gehouden worden in de kerk volgens hun staat en de gewoonte hier. Ze geven aan de armen om voor hun ziel te bidden 4 vaten of volgens de wil van de langstlevende in gebakken koren.

Betreffende hun tijdelijke goederen herroepen en doen ze teniet alle vorige testamenten of maaksels door hen beiden of een van hen apart hiervoor gemaakt. Nu verklaren ze uitdrukkelijk dat ze met 'violenten inval der Condetsche, Lorijnsche troupen affbranden hender schueren, stallen, beroovinge van koijen ende peerden' veel diverse schulden hebben gemaakt en bij ophaling van geld voor de voorschreven dingen 'als in hare creughde geimploeert’(?), dat zij wederzijds mekaar maken en legateren zoals ze dat hiermee doen dat de langstlevende van al de goederen zal halen, verkopen en zijn vrije wil mag doen tot betaling van de voorschreven schulden, het opvoeden van hun kinderen door hen als gehuwden voortgebracht. Nergens anders voor gebruiken of zich in een ander huwelijk begeven of ook andere kinderen bij de ene of de andere 'bij avonturen' te verwekken 'op te trecken'. Waar deze goederen ook mogen gelegen zijn in Herck, Schuelen, Lummen, Diest of elders zonder uitzondering zijn voor hun kinderen als er iets overschiet, hun wettige erfgenamen. Dit is hun testament en ze willen dat dit zo zal uitgevoerd worden door alle heren en hoven waar hun goederen ressorteren. Opgemaakt binnen de stad Herck in het huis van de comparanten in presentie van sr. Johan Van Nijffel en Godvre Vander Leenen, getuigen. Getekend Aert Cuepers, Clara Bervoets, sr. Jan Van Nijffel, Godefridus Vander Leenen. Testor J. Van Hakendover notaris en van de stad Herck commissaris.

1656, 11 mei. P. 258

Op 27 november 1654 heeft Cuepers voorschreven in presentie van de E.H. Henrick Lombaerts, die aanwezig is om hem te administreren (het H. Oliesel toedienen),en van Hubert Huybrechts, Le Roeije, Willebordt Hermans, Jan Gordebeecht en anderen gedeclareerd te blijven bij het laatst gemaakte testament dat boven en onder door mij is 'geexpedieert' en daarbij te leven en te sterven. Getekend J. Van Hakendover notaris en commissaris van de stad Herck.

1656, 11 mei. P. 258

Hier volgt een tekst opgesteld in het Latijn. Gedateerd in 1655 op 5 april betreffende het testament van wijlen Arnold Cuepers en Clara Bervoets, echtpaar, opgemaakt voor Joannes Van Hakendover notaris en commissaris van de stad Herck. In 1655 op 10 mei gezegeld en getekend 'de mandato admodium Domino Officialis supra fati Nicol. Plenevaulx curiae eiusdem sentertiarius'. (alles onder voorbehoud).

1656, 18 mei. P. 258

Clara Bervoets met assistentie van haar wettige broer Michiel Bervoets, die haar als momber werd verleend voor deze gichte, heeft ontvangen en daarna opgedragen uit kracht van het hiervoor geregistreerde testament gemaakt door haar man zaliger Aert Cuepers voor notaris Haeckendover en getuigen op 24 oktober 1654 en voor de E.H. heer Henrick Lombaerts op 27 november 1654 door Cupers opnieuw bevestigd, geratificeerd in 1655 op 10 mei door de E.H. Officiaal van Luijck na voorgaande verhoring van de testamentaire getuigen. De betrokken partijen werden hiervan op de hoogte gebracht en hebben ermee ingestemd zoals bleek. Clara doet er afstand van aan Gilis Vander Hoeven, die aanwezig is en accepteert, haar deel dat ze heeft in 'de Suerdellen' in Linchoudt, dat op haar is gevallen en verstorven na de aflijvigheid van Judocus Bervoets, haar broer. Het grenst 'die Goten' W, s'heeren straaet N, Ambrosius Vander Eeycken O en Z. Verkocht voor 80 gulden, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck 1 stuiver. Gilis Vander Hoeven is in de 'Suerdellen' gegicht en gegoed met ban en vrede.

 

1656, 06 juli. P. 261v

Paulus Gielkens heeft ontvangen en daarna opgedragen zijn deel in een dries in Hocxelaer gelegen, die grenst Huijbrecht Jacobs 1), de erfgenamen van Michiel Sweerts 2) en s'heeren straet 3), zoals het na de dood van Jan Pauls op hem is verstorven. Verkocht aan Huijbrecht Jacobs voor 100 gulden, die hij uit kracht van het testament van Jan Pauls zaliger voorschreven voor zij deel moest geven en verder van de pretenties zoals Huybrecht Jacobs op Gielkens heeft. Het goed is enkel met grondcijns en dorpsschattingen en -lasten belast. Hiermee kwijten ze mekaar. Jacobs is met recht ter gichte gekomen.

 

1656, 06 juli. P. 261v

Paulus Seijssens heeft opgedragen met instemming van zijn huisvrouw Cunegundis Mentens een stuk broek in Castel onder Stal gelegen, genaamd 'die Dunghen', dat grenst mr. Vincent Seijssens 1), Jan Huveners 2), Valentijn Vanden Hove 3) en 'de Oude Beke' 4). Verkocht aan Valentijn Vanden Hove voorschreven als pand voor 2 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks, kapitaal 50 gulden. Valdag jaarlijks op Lichtmis. Valentijn Vanden Hove is in de 2 gulden 10 stuivers jaarlijks ggmr.

 

1656, 06 juli. P. 262

Jan Rijnders heeft ontvangen en draagt op een stuk land in Coirsel gelegen, genaamd 'den Heuvel', dat grenst Henrick Geerts 1), de heer pastoor van Coirsel 2), de erfgenamen van Jan Coenens 3) en s'heeren straet 4). Opgedragen aan Jan Magrieten als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks met valdag op 12 juni. Te kwijten met 100 Brabants gulden courant geld. Jan Magrieten is in de rente van 6 gulden jaarlijks ggmr.

 

1656, 20 juli. P. 263

Jan Rynders heeft opgedragen een perceel broek genaamd 'het Eeuwet', dat grenst Chr. Nicolai meier 1), Jan Convents erfgenamen 2), 'die Maelbeke' 3) en 'die Broeckstraet' 4). Opgedragen aan Anthoen Leyssens als pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 150 gulden Brabants eens Luikse valeur. Te kwijten met een gelijke som van 150 gulden zoals het geld dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn en met rente volgens het verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op Sinte Maria Magdalenadag. Losse en vrije rente geven, zonder enige aftrek. Als onderpand stelt Jan zijn huis en hof in Stal gelegen, die grenzen s'heeren strate 1), de erfgenamen van Matthijs Convents 2), Wouter Cornelis 3) en Peeter Van Postel 4). Anthoen Leyssens is in het goed als pand voor 9 gulden jaarlijks ggmr.

 

1656, 20 juli. P. 263v

Willem Roecx/Rocx, met assistentie van zijn wettige huisvrouw Geetruyt Heckens heeft met haar instemming opgedragen een perceel land in Voirtken gelegen, dat grenst s'heeren aerdt 1), de erfgenamen van Aert Heckens 2, Jan Goris 3) en Gerard Vaes erfgenamen 4). Opgedragen aan het convent van Everbode als pand voor 12 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Willem 200 gulde Brabants eens Luikse valeur. Valdag jaarlijks op de feestdag van Magdalena. Als onderpand stelt Willem zijn huis en hof in Coirsel aan de Linde gelegen en al zijn andere goederen waar ze ook mogen gelegen zijn. Hij wil dat de secretaris hier daarvan een gezegelde brief maakt. Anthoen Leyssens is als rentmeester van het klooster en in de naam ervan met recht ter gichte gekomen.

 

1656, 20 juli. P. 264

Vincent Seyssens heeft opgedragen huis en hof in Voirtken gelegen, groot 3 halster land, die grenzen de gemeijnen aerdt aan 2 zijden, de erfgenamen van Peeter Smets 3) en sheeren straet 4); nog een beemd in 'de Langeneijcken' gelegen, grenzend Geerdt Reymen 1), Huybrecht Didden 2) en Jaspar Homans 3). Opgedragen aan Jan Gysbrechts als pand voor 32 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks Luikse valeur. In kapitaal ontving Vincent 650 gulden Brabants eens Luikse valeur. Afleggen nadat 3 maanden vooraf werd gewaarschuwd. Valdag half april. Ar. Beckers secretaris is volgens constitutie, zoals hier bleek, tot profijt van Jan Gijsbrechts voorschreven in de rente met recht ter gichte gekomen.

Naschrift p. 264

Op 30 maart 1662 heeft mr. Paulus Francken als geconstitueerde van Jan Gijsbrechts de persoon en panden van Vincent Seysens van deze rente gekweten. Alles is voldaan.

 

1656, 20 juli. P. 264v

Matthijs Pudt heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Cornelis Hoeve', dat grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Geerdt Matthei 3), de erfgenamen van Jan Pauls 4). Opgedragen als pand aan Jan Gysbrechts voor 47 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks. Hij ontving ervoor in kapitaal 950 gulden Brabants eens courant geld volgens de Luikse valuatie. Valdag half april. Als onderpand stelt Matthijs huis en hof in Stal gelegen, die hij onlangs heeft gekocht van de erfgenamen van Jan Pauls. Dat goed grenst s'heeren straet aan 2 zijden, 'den Seijckberch' 3). Nog als onderpand stelt hij een stuk land genaamd 'den Nachtegael', dat grenst de erfgenamen van Matthijs Van Hamme 1), Jan Rynders van Hamme 2) en s'heeren straet 3). Matthijs stemt erin toe dat dit gerealiseerd wordt voor competente rechters. Ar. Beckers, secretaris, is tot profijt van Jan Gijsbrechts met recht ter gichte gekomen.

 

1656, 18 november. P. 266

Voor schepenen Cor. Van Soonhoven en Anthoen Leyssens heeft joufr. Martina Mannaerts weduwe van Henrick Van Eck, uit kracht van procuratie, 'gedepescheert' (afgevaardigd) op Peeter Oriaens voor notaris Dominicus Coghen en getuigen op 15 november 1656 zoals hier bleek en in het Loons en in de laethoff van de E.H. prelaat van Everbode geregistreerd, opgedragen een block in Stal gelegen, genaamd 'den Cornelis Hoff'. Het blook grenst s'heeren straet 1), mr. Adriaen Nicol. Coirselius 2), de erfgenamen van Jan Pudt 3) en Cornelis Mantels 4). Verkocht aan Chr. Nico. Coirselius, meier van het land Lummen ter Brabantse aarde, voor 1500 gulden Brabants eens Luikse valeur. Betaald. Omdat de weduwe jaarlijks een goudgulden moet geven en ze niet weet of die op dit pand is gehypothekeerd ofwel op de molen in Stal, zal deze door de koper moeten betaald worden indien blijkt dat hij aan deze hof staat. De verkoopster belooft dat zij daar tegen aan de heer Coirselius voorschreven 5 gulden jaarlijks zal betalen. Na het opdragen van Peeter Oriaens, is Ch. Nico. Coirselius, meier, in 'den Cornelis Hoff' ggmr voor zover hij onder deze jurisdictie is onderworpen.

1656, 23 november. P. 266

Ch. Nicol. Coirselius, meier van het land Lummen ten Brabants recht, heeft 'den Cornelis Hoff' opgedragen die hij onlangs heeft gekocht van Martina Mannaerts. Zie hiervoor. Nog opgedragen zijn huis, hof en landerijen met annex 'den Valentijn' genoemd, aan Jan Gijsbrechts als pand voor een rente van 50 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving hij 1000 gulden Brabants eens. 3 maanden vooraf verwittigen indien hij wil afleggen. Omdat de Cornelishof ook van nature Loons en 'laets' is, stemt Nicolai Coirselius in met de realisatie van deze akte voor competente rechters. Deze rente zal nooit mogen verdeeld of gesplitst worden 'maer sullen daer voor moghen bedwinghen eenighen erffman der voorschreven guderen naer believen'(?). Jan Gijsbrechts is in huis en hof genaamd 'den Valentijn', landerijen annex en in 'den Cornelis Hoff', voor zover die hier sorteert, als panden voor zijn rente gegicht en gegoed volgens stiel van deze bank en recht.

 

1656, 23 november. P. 266v

Martina Mannaerts heeft opgedragen haar vierde part van een watermolen met haar toebehoren en goederen annex in Stal gelegen, die grenzen mr. Vincent Coirselius 1), Jaspar Lemmens 2) en 'die Maelbeke' 3). Opgedragen aan Jan Gijsbrechts als pand voor een rente van 46 gulden Brabants jaarlijks Luikse valeur in courant geld. Ze ontving 920 gulden. Bij afleggen 3 maanden vooaf verwittigen. Valdag jaarlijks op Sint-Michielsdag. Als onderpand stelt ze nog al haar laat- en Loonse goederen ook in Stal gelegen. Ze stemt in met de realisatie daarvan voor competente rechters. Jan Gijsbrechts is in de vierde part van de watermolen en annexe goederen voor zover ze hier sorteren als panden voor de rente van 46 gulden jaarlijks ggmr.

 

1656, 23 november. P. 267

Ambrosius Bellens heeft opgedragen een stuk broek in Coirsel gelegen, genaamd 'het Bosken', dat grenst de erfgenamen van Henrick Wellens 1), de erfgenamen van Nicolaes Jans 2), Geerdt Matthei 3) en s'heeren straet 4). Opgedragen als pand aan Joris Bortels voor een rente van 4 gulden 10 stuivers jaarlijks, kapitaal 75 gulden Brabants eens Luikse valuatie ervoor ontvangen. Valdag jaarlijks op Sint-Jan Babtist. Peeter Bortels is als vader en momber van zijn zoon Joris Bortels in zijn naam en profijt met recht ter gichte gekomen volgens het recht van deze bank.

Naschrift p. 267r

In 1663 op 20 september heeft Joris Bortels de panden van Ambroos Bellens voorschreven gekweten. Alles is voldaan.

 

1656, 02 december. P. 268

Scheiding en deling tussen de kinderen van Gijsbrecht Diricx zaliger en Margareta Obbers, namelijk Aert Diricx en Jan Baens als man en momber van Brigida Diricx, wettelijk voor de schepenen gepasseerd op 2 december 1656, met instemming van hun moeder Margareta voorschreven en in aanwezigheid van haar tegenwoordige man Jan Vanden Eijnde.

Het eerste deel is met kavelinge gevallen aan Aert Diricx: een dries met het land die grenzen O de straat, Z de erfgenamen van Aert Convents, W mr. Vincent Coirselius, N de erfgenamen van Matthijs Claes. Het is belast met 4 halster licht koren aan de H. Geest van Beringhen. Daarbij nog 'het Begijnen Landt', dat grenst Jan Cnaep 1), Tomas Mentens 2), 'die kaerbane' 3) en Mattheuwis Homans 4); het voorste deel van een bos die grenst Jan Caes O, W en Z 'die Maelbeke' en 'het Leuckens Euwet' N. Nog de helft van een jaarlijkse rente van 15 gulden, kapitaal 300, die staan aan panden van Henrick Pudt in Oversel; voor dit deel gaat het dus om 7 gulden 10 stuivers jaarlijks. Nog een rente van 2 gulden 10 stuivers, kapitaal 50 gulden, aan panden van Jan Spuns in Lummen. Dit deel zal profiteren 84 gulden Brabants eens Luikse valuatie te halen bij Mattheuwis Obbers die dit geld heeft ontvangen als momber van een jaarlijkse rente die zij op panden van Dirick Firens trokken en die hij heeft afgelegd.

Het tweede deel is met kaveling gevallen aan Jan Baens in de naam van zijn vrouw: 'den Hoeckbempt', die grenst Matthys Claes 1), Jaspaer Diricx 2), de erfgenamen van Henrick Pudt 3) en 'die Maelbeke' 4); een halster land in Stal 'inde bane' gelegen, dat grenst hemzelf 1), Mattheuwis Convents 2), Henrick Beckers alias Van Houdt 3) en de erfgenamen van Valentijn Valentijns 4); nog het achterste deel van het bos en driesje oostwaarts gelegen, dat grenst Jan Caers 1), 'het Munincx Houdt' 2), 'die Maelbeke' 3) en Peeter Jans erfgenamen 4). Deze percelen zijn allemaal onbelast met uitzondering van s'heeren grondcijns en dorpsschattingen en -lasten. Krijgt nog de wederhelft van de voorschreven rente van 15 gulden jaarlijks aan panden van Hen. Pudt, zoals in het eerste deel beschreven staat, dus 7 gulden en 10 stuivers jaarlijks; nog het schanshuis dat op de schans van Stal staat met de grond waarop het staat. Deze deling zal ook profiteren 84 gulden Brabants eens aan Mattheuwis Obbers zoals voorschreven staat.

Indien er bijkomende goederen of lasten gevonden worden, zullen ze deze samen profiteren of dragen. Dat geldt niet voor grondcijns, dorpslasten of erfwegen die enkel door de eigenaars zullen gedragen worden.

De partijen hebben wettelijk afstand gedaan van hun rechten op elkaars deel van hun deling in presentie van Aert Convents en Mattheuwis Obbers als goede mombers van Aert Diricx. Elk ontving zijn deel.

1656, 02 december. P. 269

Akkoord van Jan Vanden Eynde tussen de kinderen van Gijsbrecht Diricx voorschreven.

Jan Vanden Eynde man en momber van Margareta Obbers handelt met haar instemming. Haar behoort de tocht toe van goederen uit haar eerste huwelijk met Gysbrecht Diricx gekocht. Ze staat haar vruchtgebruik ervan af aan haar voorkinderen verwekt door Diricx voorschreven in presentie van de mombers die hier blij om zijn. Jan Vanden Eynde zal tijdens het leven van zijn vrouw Margareta voor haar jaarlijkse tocht mogen gebruiken 'den Seijckberch' met 'die huijsinge' die erop staan, mits ze ervan jaarlijks de grondcijns en dorpslasten betaalt en het dak, de wanden en deuren repareert zoals dat tochtswijze hoort. Is in hoede gekeerd.

 

1656, 12 december. P. 269

Matthijs Pudt en Valentijn Joors als mombers van de kinderen van Henrick Pudt en Anna Vogelers hebben, uit kracht van het testament gemaakt door Hendrick Pudt zaliger, opgedragen huis en hof in Stal, die grenzen 'die Cleijn Heyde' 1), Henrick Jans 2), de erfgenamen van Jan Hoecx 3). Opgedragen aan Peeter Maes als pand voor 6 gulden jaarlijks, maar met 5 gulden te betalen. Ze ontvingen ervoor tijdens het leven van Henrick Pudt 100 gulden in schapen. Valdag jaarlijks op Maria Geboortedag. Te kwijten in dan gangbaar geld. Als onderpand stellen ze al hun laetgoederen gelegen in Stal en ze stemmen in met de realisatie ervan voor competente rechters. Jan Maes is in de naam van zijn vader in de 6 gulden jaarlijks ggmr.

 

Afgewerkt 20 juni 2026