RAH Schepenbank Lummen nr. 102
Gichten Brabants recht buiten
vrijheid
09.03.1648 – 12.12.1656
1648, 09 maart.
P. 01
Peeter Adriaens
heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land in Coorssel op 'den Heuvel'
gelegen, dat grenst s'heeren straet 1), Hendrick Geerts 2) en Jan Stockmans 3);
nog een beemd omtrent 'die pastorije' gelegen, die grenst de erfgenamen van
Jeronymus Peelenders 1), de pastoor 2), Jan Huveners 3) en Wouter Moons 4); nog
een heythoeve ook in Coorssel gelegen, die grenst s'heeren straet 1), Peeter
Neelens 2), Gielis Oriaens 3) en de erfgenamen van Jasper Smeets 4). Opgedragen
aan het convent van 'Sincte Agneeten dael' binnen Peer als pand voor 60 gulden Brabants
jaarlijks, waarvoor Peeter in kapitaal 1200 gulden lopend geld ontvangen heeft.
Valdag jaarlijks op 1 maart. Peeter en zijn nakomelingen zullen deze rente
jaarlijks mogen betalen met 48 gulden jaarlijks. Indien de panden later niet
sterk genoeg zijn, stelt Peeter als onderpand al zijn laetgoederen die hij zelf
met gicht verkregen heeft van Jacob Theunis. Hij staat garant voor een goede
gicht en jaarlijkse betaling. Mr. Aert Baten is in de naam van het voorschreven
convent en voor het klooster met recht gegicht en gegoed. Peeter stemde ermee
in dat hiervan een gezegelde brief werd geleverd. Mr. Aert heeft de hofrechten
betaald.
1648, 26 maart.
P. 02v
Jan Lambrechs
heeft opgedragen een heythoefke in Geneycken gelegen, groot ongeveer een vat
zaaiens. Het grenst Willem Eelsen 1), zijn eigen erf 2), Henrick Aerts 3) en
'den Kannaert' 4). Verkocht aan Gielis Jans voor 50 gulden: 2 zouverainen in
munten en 6 gulden voor de huisvrouw van de verkoper als drinkgeld. Lnl, Goitspenninck
2 stuivers. Betaald. Onder reserve dat Gilis de weide (te weten 't'vlotgras')
van het wijerke zal mogen gebruiken zolang als Jan Lambrechs of zijn erfgenamen
het zullen bezitten, waarvan de kanten of dijken aan Gielis toebehoren. Alles
gebeurt zoals Jan Lambrechs het zelf verkregen heeft van Oriaen Claes. Giellis
Jans is ervan met recht ter gichte gekomen.
1648, 07 mei. P.
08v
Akte van verkoop
door heer Peeter Oriaens cum suis.
Voor notaris en
getuigen verscheen op 16 oktober 1647 heer Peeter Adriaenssen zoon van wijlen
Adriaen en van Elisabeth Moons, pastoor in St.Jans Scrick en Groot Loo; nog
Catlijn Adriaensen zuster van de voorscheven heer Peeter met assistentie van
haar man Philips Martens; nog Elisabet Jansens oud ongeveer 27 jaar, dochter
van wijlen Lambrecht en van Marie Adriaensens die ook een zuster was van heer
Peeter en Aert Jansens, broer van Elisabeth en jongeman van meer dan 20 jaar
oud, die geassisteerd is met zijn oom en momber Aert Jansens zoon van wijlen Aert.
Ze bekennen dat ze hebben verkocht en verkopen met deze akte de twee eerste
comparanten elk voor een derde part en de twee anderen elk voor 1/3 (!) van het
resterende derde deel in de goederen achter gelaten door wijlen Adriaen
Adriaensen en Elisabeth Moons, hun vader en grootvader, moeder en grootmoeder
respectievelijk. Het gaat om een huis, hof en al het toebehoren onder de parochie
van Coorssel bij de kerk gelegen. Het is omtrent 6 halsters groot, Coorselse
maat. Nog om een stuk land van 3 halster groot, geheten 'het Wierix Velt'; nog
3 halsters land gelegen in 'het Boven Bloock'; nog een beemdje gelegen achter
de pastorij van Coorsel; nog een turfbeemd gelegen in 'het Boven Broeck'; nog
een heyschomme gelegen in de Saevelstraet; nog om het part dat hen toebehoort
in een bosje gelegen onder de parochie van Huesden en verder alle andere
goederen die hen toebehoren uit hoofde van hun ouders. Verkocht aan het
echtpaar Jacques Theunis en Anna Janssen, hun zwager en neef respectievelijk.
Die accepteert de koop en heeft erin al het derde part van het laatste 1/3.
Voor het 1/3 part van heer Peeter zal het echtpaar 1000 gulden geven in munten
die in Coorsel hun loop hebben (de gulden aan 20 stuivers) en ook 1000 gulden
aan Catlijn Adriaensens en haar man Philips Martens voor haar 1/3 en aan de
voorschreven Elisabeth Jansens voor haar derde deel uit het laatste 1/3 333
gulden 6 stuivers 1 oort en ook zoveel aan haar broer Aert Jansens. Aan deze
sommen zal telkens hun deel van de lasten die op deze goederen uitgaan worden
afgetrokken, de kwijtbare en de niet-kwijtbare. De kwijtbare volgens hoe ze
kwijtbaar zijn en de onkwijtbare tegen den penninck 27, met de verlopen ervan.
De grondcijnzen die op de goederen uitgaan, zullen door de kopers moeten
betaald worden, maar die bedragen niet meer dan 10 stuivers per jaar. De lasten
op de 'heyschomme' moeten ze ook voor hun rekening nemen en worden niet
afgetrokken. De kopers beloven de koop te voldoen. De verkopers vaardigen Peeter
Oriaens of de toonder van deze akte af om hetgeen voorschreven staat voor alle
heren en hoven waar het nodig is te vernieuwen en daar de koper in de goederen
te laten goeden en erven met alle vormen van recht. Opgemaakt in Loven (Leuven)
in presentie van Lowies Kynens en Fredrick Leemants als getuigen hiertoe
geroepen. De voorschreven contractanten hebben de minuut hiervan getekend. Was
ondertekend 'Aldus mij present notaris D. Zegius'.
De gicht die uit
deze verkoopakte is gekomen, is te vinden folio 356 van het voorgaande register
omdat de akte om geregistreerd te worden pas uit het Loons is ingebracht op 7
mei 1648.
1648, 30 maart.
P. 09v
Lenart Van Haut
heeft de panden gekweten van de erfgenamen van Jan Convents van een rente van 5
gulden jaarlijks, kapitaal 100 gulden. Alles is voldaan en hun panden worden
ervan gekweten.
1648, 30 maart.
P. 09v
Renier Van
Erpecum heeft opgedragen aan stuk land genaamd 'die Dungen', dat grenst Jan
Huveners en Peeter Beckers 1), Lambrecht Corselius 2) en 3) en Jacob Lenarts
4). Opgedragen aan Gielis Kenens als pand voor 7 gulden jaarlijks, waarvoor
Renier in kapitaal 150 gulden Brabants eens heeft ontvangen in gangbaar geld.
Jaarlijkse valdag half maart. Rente netto te betalen zonder enige aftrek. Mocht
het pand niet sterk genoeg zijn, dan belooft Renier al zijn andere goederen als
onderpand te stellen en hij stemt in met de realisatie ervan voor competente
rechters. Gielis Kenens is in de 7 gulden jaarlijks ggmr.
Marge. Op 17 juni 1667
heeft Gielis Kenens deze rente en alle verlopen gekweten.
1648, 26 mei. P.
09v
Joris Beckers
heeft - uit kracht van procuratie op hem gegeven vanwege Jasper Tielmans op 28
april 1648, ondertekend C. Nicolai zoals in het recht bleek - opgedragen een
halve beemd in 'die Langeneycken' omtrent 'den Ertwech' gelegen. Hij grenst
Geert Rymen 1), Vincent Seyssens 2), Huybrecht Didden 3) en Jan Huveners 4).
Verkocht aan Vincent Seyssens voor 450 gulden Brabants eens boven een last van
5 gulden jaarlijks, of 100 gulden kapitaal, die Peeter Neelens daarop trekt en
1 dobbele ducaet als drinkgeld voor de huisvrouw van de verkoper, goodtsgelt 10
stuivers, lycoop 21 gulden 12 stuivers. De verkoper staat er garant voor dat
het goed niet hoger belast is dan hiervoor geschreven en met grondcijns en
dorpslasten. Vincent Seyssens is in het goed ggmr.
1648, 26 mei. P.
10
Vincent Seyssens
heeft opgedragen huis en hof in Vortken omtrent 'den Ertwech' gelegen, die
grenzen s'heeren aert aan 3 zijden en de erfgenamen van Peeter Smeets 4), aan
Aert Struynens/Struyvens als pand voor 22 gulden en 10 stuivers Brabants
jaarlijks. In kapitaal ontving hij 450 gulden Brabants eens lopend geld. Valdag
jaarlijks op Sinte Marcusdag. Vincent zal deze rente jaarlijks mogen betalen
met 20 gulden, zolang Vincent in leven zal zijn, tenzij Aert ze zou verkopen.
Aert Struijvens is in de rente van 22 gulden 10 stuivers jaarlijks gegicht met
recht.
1648, 10 juni.
P. 10
Conditie en
voorwaarden waarop Jan Rymen zal verkopen zijn deel van een perceel broek dat
hem is aangekomen vanwege Geertruyt Zeus. Het grenst Peeter Seuws 1), Cornelis
Vorsters 2), Peeter Jans 3) en Jan Vander Heyden 4).
Het goed wordt
verkocht met kerckengeboth, kaarsbranding, palmslag en hoogsels aan degene die
het meeste ervoor biedt. Die zal 'de naeste' zijn. Iedereen zal erop mogen
hogen met hogen van 2 gulden Brabants, waarvan de helft tot profijt van de
verkoper is en de andere helft zal de koper profiteren. Indien er iemand op
hoogt die de conditie niet kan of wil voldoen, dan zal de kaars opnieuw
ontstoken worden. Brengt het dan minder op, dan moet de faler bijpassen.
Daarvoor zullen zijn panden en persoon verbonden zijn en ze zullen uitgewonnen
worden. Brengt het dan meer op, dan is dit tot profijt van de verkoper.
Indien er een
misverstand is in het hogen tijdens de brandende kaars, zullen de aanwezige
schepenen die over deze zaak zitten beslissen wat er moet gebeuren. De koper
moet alle onkosten betreffende deze koop betalen, zoals een halve patacon
schrijfgeld, lijcoop 8 gulden. Het verkochte goed is onbelast met uitzondering
van grondcijns aan de heer en dorpsschattingen. Daarvoor verbindt de verkoper
zijn persoon en goederen.
De koper zal de
koopsom moeten voldoen op datum van gichten en dan zal hij het goed ook
aanvaarden. De koper moet aan de huisvrouw van de verkoper voor een kermis 11
gulden Brabants eens geven.
Op 10 april 1648
verscheen voor de schrijver Peeter Nielis die geboden en gepresenteerd heeft
boven alle voorwaarden de som van 200 gulden Brabants eens. Hiervoor heeft de
verkoper hem de koop toegeslagen en de palmslag gegeven. Hij verbeterde de koop
nog met 35 hogen. Ze spraken nog af dat de verkoper zal moeten leveren en het
voorschreven erve delen, de vierde part op zijn last. (??) Hij staat er garant
voor dat het goed Brabants is.
Op 10 april 1648
hoogt Geert Rymen nog 1 hoge; Peeter Nielis zet nog 1 hoge. Dit is gepasseerd
in presentie van de getuigen Jasper Smeets, Peeter Meyen en Laureys Claes.
Ondertekend C. Niclai.
Op 10 juni werd
de kaars wettelijk ontstoken en gebannen met instemming van de partijen. De
koop bleef als de kaars uitging aan Peeter Cornelis (= Peeter Nielis).
1648, 10 juni.
P. 10v
Jan Rijmen heeft
ontvangen en daarna opgedragen het voorschreven goed, hiervoor beschreven, aan
Peeter Nielis voor 237 gulden Brabants eens, kermis voor de huisvrouw van de
verkoper 11 gulden, Goitspenninck 4 stuivers, lycoop 10 gulden, volgens de
voorschreven conditie. Peeter Nielis is in het voorschreven goed ggmr. Rechten
van roepgeld aan Jan Goris 23 stuivers.
1648, 23 juni.
P. 11
Andries Seyssens
heeft opgedragen een bloock in Vortken onder Coorssel gelegen, dat grenst
s'heeren straet 1), Jasper Smeets 2), Jan Vanden Kerckhoff 3) en Quinten Pouls
4), aan Geert Kenens voor 725 gulden Brabants eens en 2 fransche croonen als
drinkgeld voor de huisvrouw van de verkoper, Goodtsgelt 1 bloumueser, lycoop
nae lantcoep. De koper zal de koopsom moeten betalen op de dag van verjaren met
uitzondering van 300 gulden die ze op rente moeten laten op het voorschreven
pand. 5% intrest geven. Betalen op de valdag: jaarlijks op datum van gichten.
De koper zal dit pand verbeteren met een woonplaats binnen het jaar. Geert is
in het goed en Andries in de rente gegicht en gegoed met recht.
1648, 23 juni.
P. 11
Marten Leeckens
heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Hoeve' (?), dat grenst s'heeren
straet aan 3 zijden en Blasius Leeckens 4). Opgedragen aan Jeronimus Van
Soerbeeck als pand voor 5 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Marten
110 gulden Brabants eens lopend geld. Jaarlijkse valdag is op Sinxten (Pinksteren).
Mocht het goed onvoldoende worden, dan belooft Marten als onderpand te stellen
een stuk land genaamd 'het Lulen' (?), sorterend in het Loons. Met reserve
indien Merten de voorschreven rente jaarlijks zal komen betalen voor of op de
vervaldag dan zal hij volstaan met 4 gulden 10 stuivers. Jeronimus is in de
rente gegicht met recht.
1648, 28 juni.
P. 13
Voorwaarden
waarbij Andries Claes zal verkopen een heythoeve op de Scrickheyde gelegen, die
grenst s'heeren aert aan 3 zijden en de beek 4). Verkoop met kerkenroep,
kaarsbranding, palmslag en hogen en degene die er het meest voor biedt, zal het
bekomen. Hogen van 2 gulden zoals gewoonlijk te verdelen. Regels voor falende
koper en misverstanden zoals bij andere verkopen. Het goed is onbelast en ook
vrij van cijns. De koopsom moet op dag van verjaren betaald worden en dan kan
de koper het aanvaarden. Alle onkosten betreffende de verkoop zoals 4 stuivers Goitspenninck,
lycoop nae lantcoep, enz. staan tot last van de koper.
Op 26 juni 1648
bood Aert Witters de som van 150 gulden Brabants eens en hij verbeterde de koop
nog met 25 hogen. Hierop werd hem door Andries Claes de koop toegeslagen.
Getuigen Frans Wynen en Jasper Smeets. Ita testor C. Nicolai. Jan Dirix
verbeterde met 1 hoge en vervolgens Aert Witters met nog 2 hogen.
1648, 28 juni.
P. 13
De kaars werd
wettelijk ontstoken en gebannen en als ze uitging bleef de koop aan Aert
Witters.
1648, 28 juni.
P. 13v
Andries Claes
als man en momber van zijn huisvrouw Helena Huybrechs heeft ontvangen en met
haar instemming opgedragen het voorschreven goed aan Aert Witters voor 178
gulden boven de condities. Aert Witters is in het goed gegicht en gegoed met
recht. Andries Claes kreeg zijn geld.
1648, 09 juli.
P. 15
Conditie en
voorwaarden waarop Jacob Theunis zal verkopen 'huijsinge', landen, beemden,
weiden en bossen zoals Adriaen Adriaens in zijn leven heeft bezeten. Het gaat
om huis en hof in Coorssel omtrent de kerk gelegen; een stuk land 'opt Boven
Bloock' gelegen; een stuk land omtrent de kerk 'int Cleyn Velt' gelegen genaamd
'het Wierix Velt'; een beemd omtrent de pastorij gelegen; een perceel broek
'int Overssel' gelegen genaamd 'den Torff Beempt'; een heythoeve omtrent Jan
Jacobs gelegen en een perceel bos in Everssel onder Huesden gelegen.
Het goed zal
verkocht worden met 'kerckegebot', kaarsbranding, palmslag en hogen en degene
die het meeste biedt, zal 'den naesten wesen'.
Iedereen zal
mogen hogen met hogen van 2 gulden per hoge: de helft voor de verkoper en de
andere helft voor de koper of hoger.
Indien er iemand
glorieuselijk komt hogen, maar deze koop niet kan of wil voldoen, dan zal de
kaars opnieuw ontstoken worden. Mocht het dan minder opbrengen, dan is dit tot
last van de faler en daarvoor zullen zijn persoon en goederen verbonden zijn
alsof ze via het recht uitgewonnen zijn. Brengt de verkoop echter meer op, dan
zal dit tot profijt van de verkoper zijn.
Bij
misverstanden zullen de schepenen die over deze verkoop zitting houden
beslissen wat er gebeuren moet. De koper moet voor een kermis voor de huisvrouw
van de verkoper 100 gulden Brabants geld eens geven, terwijl de koper voor zijn
kloek bod als palmslag ook 100 gulden Brabants geld eens zal krijgen.
De verkoper
staat er garant voor dat de goederen belast zijn met 5 gulden Brabants
jaarlijks zoals iemand van Peelt daarop trekt; nog met 25 stuivers jaarlijks
zoals de kerk van Beringen daarop trekt; nog 100 gulden Brabants eens kapitaal
aan Bartel Eeckelen; nog 15 stuivers jaarlijks aan de H. Geest van Coorssel;
nog 100 gulden Brabants kapitaal aan mr. Geert Mommen; nog 3 gulden 10 stuivers
jaarlijks aan een persoon uit Lummen genaamd Jan Reyeneers (Reynders).
Deze lasten zullen aan de koopsom in mindering komen. Verder enkel nog belast
met grondcijns aan de heer en dorpslasten, die tot last staan van de kopers.
De koper moet
alle onkosten van deze koop betalen zoals een halve patacon goodtsgelt voor de
kerk, schrijfgeld 1 patacon, lijcoop naar wens, kaarsgeld, pontgelt, gichtgelt.
De hele koopsom moet binnen 6 weken betaald worden. Indien de koper in fout
blijft, zal hij 6% intrest van het geld moeten geven. De goederen kunnen half
maart e.k. aanvaard worden omdat ze tot dan verhuurd zijn aan Alaert Tilens. De
koper zal de huur trekken.
Op 28 februari
1648 heeft bij de notaris Peeter Adriaens volgens de voorschreven conditie de
som van 3000 gulden Brabants geld eens geboden. Hiervoor kreeg hij van Jacob
Tonis de palmslag. Peeter verbeterde de koop nog met 200 hogen Brabants geld (dus
400 gulden). Getuigen: Henrick Beckers en Alaert Thiellens. Was
ondertekend: Ita testor C. Nicolai notaris.
Op 29 februari
verscheen bij de notaris Alart Tielens die nog 10 hogen hoogde op deze koop;
vervolgens Jan Adriaens nog 50 hogen. Getuigen: Henrick Van Ham en Geertruyt
Bathen. Ondertekend Nicolai.
Op 3 maart 1648
verbeterde Peeter Adriaens de koop nog met 1 hoge. Daarna werd de kaars
wettelijk ontstoken en gebannen zowel van Brabants, Loons en laethen en als de
kaars uitging bleef de koop aan Peeter.
Nota. Hetgeen in
het Loons sorteert is geraamd op 1200 gulden Brabants geld als de lasten
afgetrokken zijn en hetgeen valt onder de laethof van Everbeur. Ergo bedraagt
het pontgelt 60 gulden Brabants geld en in het Luyx geld gerekend beloopt op 97
gulden.
De gicht hiervan
is te vinden in het voorgaande register folio 380 mits de conditie eerst in het
Loons werd geschreven en hier pas op 9 juli 1648 werd gebracht door ziekte van
de secretaris daar.
1648, 09 juli.
P. 16v
Jan Oriaens
heeft getransporteerd een rente van 7 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks,
zoals hij die trekt op panden van Frans Wynen volgens de originele gichte ervan
op 7 juli 1690, kapitaal 150 gulden. Verkocht aan de kinderen van Peeter
Oriaens voor 150 gulden. Betaald. Peeter Oriaens is in de naam van de kinderen
ervan met recht ter gichte gekomen.
1648, 09 juli.
P. 16v
Jan Oriaens
heeft getransporteerd 7 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks uit een grotere
rente van 20 gulden jaarlijks zoals hij die trekt op panden van Jan Rijmen
volgens de gicht ervan van 4 juli 1647. Verkocht aan de kinderen van Peeter
Oriaens voor 150 gulden Brabants. Betaald. Peeter Oriaens is als momber van de
voorschreven kinderen tot hun profijt daarvan met recht ter gichte gekomen.
1648, 09 juli.
P. 16v
Peeter Oriaens
heeft opgedragen een stuk land in Coorssel op 'den Heuvel' gelegen, groot 1,5
halster zaaiens. Het grenst Henrick Geerts aan 2 zijden, s'heeren straet 3) en
Jan Stockmans 3); nog een eusel in 'de Savelstraet' (Sauelstraet) gelegen, dat
grenst s'heeren straet 1), Gielis Oriaens 2), Peeter Neelens 3) en Christiaen
Claes 4). Verkocht aan zijn broer Jan Oriaens voor 1125 gulden Brabants boven
de lasten die eraan uitgaan. Het is belast met 2 gulden 14 stuivers en 1 blanck
jaarlijks aan de Armen en met 8 stuivers 1 ort aan het Sint-Annaaltaar in
Coorsel, cijns en schattingen. Peeter staat garant voor meer lasten. Jan
Oriaens is in het goed ggmr van de bank.
1648, 09 juli.
P. 17v
Jan Pouls heeft
opgedragen een stuk land in Haexelaer onder Coorsel gelegen, groot 6 vat
zaaiens, genaamd 'den Langen Hoff'. Het grenst s'heeren straet 'met die mot'
1), zijn eigen erf 2) en Lambrechts Swierts 3) en 4). Verkocht aan Huybrecht
Jacobs voor 1150 gulden Brabants en een souvereyn in specie als drinkgeld voor
de huisvrouw van de verkoper, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck voor de kerk
van Coorssel 10,5 stuivers. Boven de lasten die op het goed uitgaan, namelijk
met 15 gulden jaarlijks, kapitaal 300 gulden lopend geld, aan Valentijn
Stevens; met 25 gulden jaarlijks, kapitaal 500 gulden lopend geld, aan Jacob
Van Velthoven. Omdat de verkoper aan deze hof afgelegd en gekweten heeft eens
100 gulden aan Geert Brauwers(?) en eens 300 gulden aan Valentijn Vanden Hove
en 250 gulden aan Haub Jacobs, allemaal kapitaal, tijdens zijn huidig huwelijk
met zijn huisvrouw Catlijn Wouters, zullen 'de vrienden' (de familie)
van Maria daarop later geen gezag of actie hebben of mogen pretenderen
aangezien het geld waarmee hij deze lasten heeft afgelegd gekomen zijn van zijn
'patrimoniale' goederen en niet vanwege zijn huisvrouw. De verkoper heeft van
de huidige koopsom 320 gulden ontvangen van de resterende 800 min 20 gulden
(dus 780 gulden) waarvoor jaarlijks aan dit pand tegen den penninck twintig
(5%) 39 gulden moeten betaald worden. De koper bekent die aan het pand en ze
moet betaald worden met 780 gulden lopend geld zoals het geld bij de afkwijting
zal koers en loop hebben en met rente volgens het verloop van de tijd. Valdag
jaarlijks op datum van gichten. Boven schattingen en cijns staat de verkoper
garant voor meer lasten dan vernoemd. De koper mag het goed pas aanvaarden als
de opbrengst van het land is. Haub Jacobs is in het land en Jan Pauls is in de
39 gulden jaarlijks ggmr. Jan Reners, aanwezig, heeft wettelijk beloofd dat hij
noch door hem noch door zijn kinderen ooit nog enige actie of pretensie zal
pretenderen op dit goed. Daarvoor deed Jan 'stipulatie' (voegde deze
verklaring toe als uitbreiding van het contract) in handen van de
schepenen. Is in hoede van de wet gekeerd.
1648, 30 juni.
P. 19v
Aert Vande
Winckel heeft ontvangen en daarna opgedragen een beemd in Haexelaaer onder
Coorssel gelegen, groot ongeveer 2,5 dachmael; die grenst de erfgenamen van
Peeter Hommans 1), Peeter Cogen 2), Willem Vander Roeren(?) 3) en 'die Motdijck
Straet' 4). Opgedragen aan Henrick Moons als pand voor 10 gulden Brabants
jaarlijks, waarvoor hij in kapitaal 200 gulden lopend geld ontvangen heeft.
Jaarlijks te betalen op 12 juni. Aert staat er garant voor dat het goed nog
belast is met 150 gulden aan Jan Bormans en met cijns aan de heer. Henrick
Moons is in de 10 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede. Moons
betaalde het half uitkomen 27 stuivers 1 ort en Vande Winckel 28 stuivers 1
ort.
1648, 02
september. P. 20
Daniel Smeets
heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Huycken Hoeve' in Voortken gelegen,
dat grenst s'heeren straet 1), Vincent Seyssens 2) en de erfgenamen van Peeter
Smeets 3). Opgedragen aan Sint-Anna-autaer in de kerk van Coorssel als pand
voor 5 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Daniel de som van 100
gulden eens lopend geld. Valdag jaarlijks op Sint-Gielisdag. Joris Beckers is
als kerkmeester in Coorssel in de naam van het Sint-Anna-altaar voorschreven in
de 5 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Dient voor memorie dat deze rente en meer
andere renten van het voorschreven altaar staan tot profijt van de gemeynte van
Coorssel en waarmee ze de 'cappellaen' daar betalen.
Naschrift. Op 5 april 1663
kwamen voor de schepenen Henrick Briers(?) en Jan Mentens, burgemeesters van
het dorp Coorsel en ze hebben gekweten het pand van Gilis Wouters man en momber
van Cath. Smeets van de voorschreven rente. De burgemeesters kwijten de rente
in naam van de gemeente wettelijk.
1648, 08
oktober. P. 20v
Henrick Wellens
heeft opgedragen een stuk land in Stal onder Coorssel gelegen, groot ongeveer 6
vat zaaiens, zowel land als heide, zoals hij die door koop van de gemeente
verkregen heeft. Het grenst Jan Van Postel 1) en s'heeren aert aan de 3 andere
zijden. Verkocht aan Aert Witters voor de som van 310 gulden Brabants eens voor
zowel het Loons als het Brabants in een koop. Het Brabants deel is gewaardeerd
op 77 gulden en 10 stuivers, lycoop 1 patacon, Goitspenninck 3 stuivers. 100
gulden eens van de koopsom werd betaald en de rest is te betalen op de verjaardag.
Aert Witters is ervan met recht ter gichte gekomen.
1648, 07
november. P. 22v
Jan Put heeft
opgedragen huis en hof in Stalle met 'het Venne' daaraan gelegen, die grenzen
s'heeren aert 1), Peeter Beckers 2) en de erfgenamen van Jan Moons 3). Opgedragen
aan Jan Gielen van Exel als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal
ontving Jan Put 500 gulden Brabants lopend geld. Te kwijten met geld zoals het
dan zijn loop en koers zal hebben en met rente volgens verloop van de tijd, in
2 termijnen. Valdag is jaarlijks op Sint-Lucasdag. Losse en vrije rente geven,
vrij van eender welke vorm van belastingen. Als onderpand stelt Jan Put een
stuk land en weide aan de heide gelegen, die grenzen de heide 1), Aert Stevens
2), Loije Raepers 3) en Jan Hillen 4). Jan Gielen is in de 25 gulden Brabants
jaarlijks ggmr.
1648, 07
november. P. 22v
Mathijs Put
heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die Hoeve', dat grenst s'heeren straet
aan 2 zijden, Geert Van Groenendael 3) en Jan Pauls 4). Verkocht aan Aert Stevens
als pand voor 16 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Mathijs 400
gulden Brabants lopend geld. Jaarlijkse valdag op Bamisse. Als bijpand stelt
Mathijs een beemd genaamd 'Bryckens Beempt', die grenst 'die Maelbeeck' 1), Jan
Jans aan de andere zijden. Aert Stevens is in de 16 gulden Brabants jaarlijks
ggmr.
1648, 07
november. P. 23
Peeter Beckers
heeft opgedragen huis en hof in Stal gelegen, die grenzen 'die Heerbaen' 1),
Govaert Put 2) en Helena Sfolders 3), aan Aert Stevens als pand voor 2 gulden Brabants
jaarlijks. In kapitaal ontving Peeter 50 gulden lopend geld. Valdag jaarlijks
op Sint-Jansmisse. Aert Stevens is in de 2 gulden jaarlijks gegicht met recht.
1648, 07
november. P. 23
Jan Reners heeft
opgedragen een stuk broek in Stal gelegen, genaamd 'het Euwet', dat grenst
Cristiaen Niclai 1), 'de Maelbeeck' 2) en de erfgenamen van Jan Convents 3).
Opgedragen aan Henrick Knuysen van Peelt als pand voor 14 gulden Brabants
jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 350 gulden Brabants eens. Valdag jaarlijks
op Sint-Jansmis. Als onderpand stelt Jan al zijn laatgoederen sorterend onder
de prelaat van Everbeur in Coorsel. Henrick Knuysen is in de 14 gulden Brabants
jaarlijks ggmr.
1648, 07
december. P. 27
Jan Reyners
heeft opgedragen een bluexken in Castel gelegen, dat grenst Jan Vanden
Kerckhoff 1), Henrick Wijnen 2), 'die Broeckstraet' 3) en de erfgenamen van
Henrick Kenens 4). Verkocht aan Jan Witters voor 353 gulden Brabants eens,
spelgeld 1 schellinck, lycoop nae lantcoep. Jan Witters is in het bluexke met
recht gegicht en gegoed.
1648, 11
december. P. 27
Martina Tonis
heeft haar tocht afgestaan van haar goederen die zij in tocht bezit aan haar kinderen
Mathys Bluex en Jan Witters om hun erfportie te mogen belasten. Mathys mag ze
met 300 gulden belasten en Jan Witters met 400 gulden kapitaal. Ze zijn ervan met
recht ter gichte gekomen.
1648, 11
december. P. 27
Nu tocht en erve
samen zijn, heeft Mathijs Bluex ontvangen en daarna opgedragen zijn
kindsgedeelte aan Valentijn Vanden Hove als pand voor 13 gulden en 10 stuivers Brabants
jaarlijks. In kapitaal ontving hij 300 gulden Brabants eens lopend geld.
Afleggen in 2 keren. Valdag jaarlijks op Sinte Luciendag. Als onderpand stelt
Mathijs een beemd in Castel gelegen, die hij onlangs met gicht verkregen heeft
van Jan Reyners. Valentijn Vanden Hove is in de rente van 13 gulden en 10
stuivers jaarlijks ggmr.
1648, 11
december. P. 27v
Jan Witters
heeft opgedragen een blooxken in Castel gelegen, dat grenst Henrick Wijnen 1),
Jan Vanden Kerckhoff 2), de erfgenamen van Jan Kenens 3), aan Aert Ruebens als
pand voor 20 gulden Brabants jaarlijks. De rente mag betaald worden met 18
gulden jaarlijks. Jan ontving in kapitaal 400 gulden lopend geld. Valdag op het
feest van Sint-Lucia. Als onderpand stelt Jan met instemming van zijn huisvrouw
Elisabeth Bluex haar kindsgedeelte dat haar moeder in tocht bezit en die er
daarvoor haar tocht van heeft afgestaan. Aert Ruebens is in de rente ggmr.
Op dezelfde dag
werd Martina Tonis weer wettelijk in haar tocht gesteld.
Marge p. 27v
Op 20 oktober
1663 verschenen voor schepenen Leysens en Beckers Peeter Witters en Willem Brielen
als mombers van de onmondige kinderen van Jan Witters zaliger en Elisabeth
Bluex en in haar aanwezigheid als moeder van haar kinderen. Ze hebben het
voorschreven perceel land in de voorgaande gichte beschreven opgedragen aan
Aert en Johanna Rubens voor dezelfde som als in de voorgaande gichte staat.
Voorwaarde is dat de minderjarigen voorschreven binnen de drie volgende jaren
aan de gicht mogen verzaken mits restitutie van de som van 400 gulden waarmee
het land belast was. Aert en Johanna/Johannes(?) Rubens zijn in het
voorschreven erf gegicht en gegoed met recht.
1649, 02
januari. P. 28
Peeter Martens
heeft met instemming van zijn huisvrouw Catlijn Vuegelers opgedragen een stuk
erve genaamd 'het Braexken' in Castel onder Stal gelegen, grenzend zijn eigen
erf 1), Matijs Bluexken 2) en Wauter Bluex 3). Opgedragen aan Maria Jans,
begijntje in Diest, als pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal
ontving Peeter 200 gulden Brabants eens lopend geld. Valdag op 'Drije Coningen
dach'. Als onderpand stelt Peeter al zijn andere goederen zowel Loonse als Brabantse
goederen en hij stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters.
Henrick Jans (?) is in de naam van Maria Jans en tot haar profijt in de 9
gulden jaarlijks gegicht en gegoed met alle manieren van recht.
1649, 09
januari. P. 29
Pauls Pauls
heeft ontvangen en opgedragen een stuk land omtrent Haexelaer gelegen, genaamd
'het Huntenerbloock', dat half Brabants is en de andere helft hooft onder
Beringen. Het staat met zijn aangelanden vermeld in de conditie die in Beringen
is geregistreerd. Verkocht aan Jacob Jacobs voor de hele koop aan 527 gulden Brabants
eens en 4 patacons voo een kermis voor de huisvrouw van de verkoper, lycoop nae
lantcoep, Goitspenninck -. Het goed is onbelast met uitzondering van grondcijns
aan de heer en schattingen. Jacob Jacobs is in het blook ggmr.
1649, 09
januari. P. 29
Pauls Pauls
heeft ontvangen en getransporteerd 1 schellinck jaarlijks zoals hij trekt op
panden van Jan Goris aan Jacob Jacobs voor 10 gulden Brabants kapitaal eens.
Jacob Jacobs is in de schellinck jaarlijks ggmr.
1649, 14
januari. P. 29
Jan Reynders
heeft opgedragen een stuk broek in Stal onder Coorssel gelegen, genaamd 'het
Euwet', groot omtrent 1,5 dachmael, dat grenst Cristiaen Claes O, de kinderen
van Gielis Cornelis Z, Jan Convents erfgenamen N en 'die Dijckstraet' W.
Opgedragen aan Henrick Knuysen alias Dingens van Over Peelt als pand voor 28
gulden Brabants jaarlijks, aan 4%.. In kapitaal ontving Jan 700 gulden lopend
geld. Valdag jaarlijks op 'Dertienmisse'' (Driekoningen). Als onderpand stelt
Jan al zijn andere goederen, zowel Loons als Brabants als in de Laethoff van de
abt van Everbeur. Hij stemt ermee in dat dit gerealiseerd wordt voor deze
banken. Henrick Knuysen is in de rente van 28 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
Jan Reyners heeft de hofrechten betaald.
1649, 28
januari. P. 31v
Jan Wils heeft
opgedragen een stuk erve in Coorssel, zowel heide als dries, dat grenst s'heeren
straet 1), Jasper Smeets 2) en de erfgenamen van Jasper Tielmans 3). Verkocht
aan Jan Van Postel zoon van Adriaen voor 50 gulden Brabants eens en 3 gulden
voor een geschenk, lycoop volgens wens, Goitspenninck een halve stuiver.
Betaald. Jan Van Postel is ervan met recht ter gichte gekomen.
1649, 28
januari. P. 32
Peeter Oriaens
als momber van de kinderen van Laureijs Convents heeft in hun naam de panden
gekweten van Jan Stockmans van 5 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 100 gulden
Brabants eens. Alles is betaald en de panden worden wettelijk gekweten. Het
geld is opnieuw voor de kinderen gebruikt aan panden van Jan Rymen in
Haexelaer.
1649, 25
februari. P. 38
Jan Cremers
heeft de panden gekweten van zijn broer Joris Cremers van 3 gulden Brabants jaarlijks.
Ze zijn Joris ten laste gelegd bij hun erfdeling. Alles is voldaan en pand en
persoon worden er wettelijk van gekweten.
1649, 15 april.
P. 39v
Jan en Peeter
Van Hamme hebben ontvangen en daarna opgedragen een blooxke in Stal gelegen,
groot omtrent 2 vat zaaiens. Het grenst s'heeren aert aan 3 zijden en de erfgenamen
van Jasper Seyssens 4). Verkocht aan Joris Beckers voor 422 gulden en 10
stuivers voor een kermis, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck 1 bloumueser.
Betaald. Het goed is enkel belast met cijns en schattingen. Dit blookske is
half Brabants en half Loons en het werd in een koop verkocht. Voorwaarde is dat
Joris dadelijk de helft mag aanvaarden en de andere helft in 'oost' (augustus)
EK. Joris is ervan met recht ter gichte gekomen.
1649, 15 april.
P. 39v
Jan Van Postel
heeft voor hem en voor zijn zwager mr. Vincent Syssens - die hij vervangt en
voor wie hij zich sterk maakt - gekweten de panden van Henrick Zeuwis, nu
Henrick Auwen, van een rente van 9 gulden Brabants jaarlijks of 150 gulden
kapitaal. Deze som komt van twee aparte renten: de ene van 3 gulden jaarlijks
en de andere 6 gulden jaarlijks, die de helft is van 12 gulden jaarlijks. Alles
is voldaan en de panden worden er wettelijk van gekweten. De voorgaande 6
gulden jaarlijks zijn al eerder gekweten, zodat dus de rente van 3 gulden
jaarlijks en de rente van 12 gulden jaarlijks volledig gekweten zijn.
1649, 29 april.
P. 41
Andries Bervoets
heeft ontvangen en daarna opgedragen een schomme op 'd' Lindekens Velt'
gelegen, groot ongeveer 3 halster zaaiens, die grenst mr. Peeter Aerts 'Scalck'
1), Mathijs Vander Linden 2) en Peeter Hotelmans 3). Verkocht aan zijn oom mr.
Henrick Swysen voor 63 gulden, die hij ontvangen heeft, lycoop naar wens, Goitspenninck
2 stuivers. Mr. Henrick Swysen is ervan met recht ter gichte gekomen.
1649, 29 april.
P. 41
Hendrick Wellens
heeft opgedragen een hof op 'den Coorselsen Dijck' gelegen, genaamd 'den
Hophoff', groot omtrent een vat land, dat grenst s'heeren straet 1), Claes Jans
2) en Teuwis Baten 3); nog een stuk land genaamd 'den Heyhoff', dat grenst
s'heeren straet 1), Cristiaen Nicolai 2) en Jan Stockmans 3). Opgedragen aan de
kinderen van Aert Fredrix van Gestel als pand voor 10 gulden Brabants
jaarlijks, te betalen met 9 gulden Brabants jaarlijks zolang als hun moeder
Anna Vosters in leven zal zijn. In kapitaal ontving Hendrick de som van 200
gulden lopend geld. Valdag jaarlijks op Philippus en Jacobus. Hendrick stelt
als onderpand huis en hof en staat garant voor een goede gicht en jaarlijkse
betaling. Indien de kinderen met de 9 gulden jaarlijks niet zouden tevreden
zijn, dan zullen ze een half jaar vooraf aan de rentgelder opzeggen. Claes
Nauwen is in de naam van en tot profijt van de kinderen van Aert Fredrix in de
10 gulden jaarlijks ggmr. Henrick heeft de rechten betaald. Deze rente komt van
15 gulden jaarlijks die aan de voorschreven kinderen afgelegd werden door Jan
Stockmans en het geld werd hier opnieuw belegd en de rest aan panden van
Lenaert Colen zoals blijkt uit de volgende gichte.
1649, 29 april.
P. 41v
Lenart Colen
heeft opgedragen het kindsdeel van zijn vrouw Heylken Scots, die aanwezig is en
instemt, gelegen onder Gestel aan de kinderen van Aert Fredrix verwekt bij Anna
Vesters/Vosters en aan Claes Nauwen als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks.
In kapitaal ontving Lenart 200 gulden lopend geld. Valdag jaarlijks op 1 mei.
Bij het afleggen zal aan de kinderen van Aert Fredrix 150 gulden toekomen en de
rest half en half tussen Claes Nauwen met Anna Vesters, een huwelijksaanwinst.
Claes Nauwen is voor hem en in de naam van de kinderen van Aert Fredrix in de
10 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
Marge. Op 5 november
1654 is deze gicht teniet gedaan. Te vinden p. 198.
1649, 29 april.
P. 43
Vincent Seijsens
heeft de panden gekweten van Matheus Convents van een rente van 7 gulden en 10
stuivers jaarlijks, kapitaal 150 gulden eens. Alles is voldaan en Matheus en
zijn panden worden er wettelijk van gekweten.
1649, 29 april.
P. 43
Mathijs Martens
van Peer heeft de panden gekweten van Mathijs Convents van 2 gulden jaarlijkse
rente, zoals hij in de naam van zijn huisvrouw Magriet Grachtmans daarop trok.
Alles is ten volle voldaan en Mathijs en zijn panden worden er wettelijk van
gekweten.
1649, 29 april.
P. 43
Peeter Obbers
heeft de panden gekweten van Mathijs Convents van 37,5 stuivers jaarlijks. Dat
gaat om de helft van 3 gulden 15 stuivers jaarlijks want de andere helft is in
het Loons bekend. Alles is voldaan en Mathijs en zijn panden worden er
wettelijk van gekweten.
1649, 17 juni.
P. 44
Niclaes Meijnen
heeft ontvangen en opgedragen een beemd omtrent 'den Hooge Bosch' gelegen,
groot omtrent 2 dachmael, die grenst Matijs Moons 1) en de gemeynen aert aan de
3 andere zijden. Daarbij nog twee 'dunxkens' van ongeveer een dachmael groot,
dat grenst Matys Moons voorschreven 1), Lysbet Teggers' 'Beelart' 2) en de
heide 3). Verkocht aan Jan Van Velthoven voor 1072 gulden. Betaald. Lycoop
volgens wens, Goitspenninck 1 stuiver. Het goed is onbelast met uitzondering
van cijns en schattingen. Jacob Van Velthoven is ervan met recht ter gichte
gekomen.
1649, 16 juni.
P. 45
Vincent Seyssens
heeft de panden gekweten van Claes Thys van 20 gulden Brabants jaarlijks, die
de helft zijn van een rente van 40 gulden jaarlijks zoals aan hem met deling na
de dood van zijn ouders zijn toegedeeld. Vincent ontving 400 gulden met de
intresten en hij kwijt de panden en Claes Thijs wettelijk ervan. Vincent stemt
in met de cassatie van de rente.
1649, 01 juli.
P. 47v
Michiel Op d'
Eynde als man en momber van Geertruyt Jans relict van wijlen Valentijn Wouters
heeft met haar instemming, uit kracht van het testament van wijlen Valentijn
Wouters voorschreven dat in het Loons geapprobeerd en geregistreerd is,
ontvangen en daarna opgedragen een stuk erve in Castel onder Stal gelegen,
genaamd 'den Bleuckman', ongeveer 4 vat zaaiens groot. Met de Brabantse
uuytfanck erbij annex gelegen, die grenst s'heeren straet 1), Bartel Vanden
Wyer 2) en Catlyn Vogelers 3). Verkocht aan Jan Van Postel voor 862 gulden en
10 stuivers Brabants. De Brabantse uuyfanck wordt geraamd op 50 gulden.
Verkocht volgens de conditie die tevens in het Loons werd geregistreerd. Jan
Van Postel is voor zover het hier sorteert met recht ter gichte gekomen.
1649, 01 juli.
P. 47v
Hendrick Beckers
heeft de panden gekweten van de kinderen van Peeter Smeets van 9 gulden
jaarlijkse rente, kapitaal 180 gulden zoals hij op hun panden trok. Hij is
voldaan van alles en de kinderen en hun panden worden er wettelijk van
ontslagen.
1649, 01 juli.
P. 47v
Michiel Thonis
heeft de panden gekweten van de kinderen van Peeter Bormans, nu Jacob Pouls,
van 6 gulden jaarlijks, kapitaal 100 gulden, zoals hij erop jaarlijks trok.
Alles is voldaan. Jacob en zijn panden werden er wettelijk van gekweten.
1650, 10
januari. P. 53
Jan Pauls,
Peeter Beckers en Henrick Reyners junior burgemeesters van Coorsel, Jan
Postelmans en Henrick Beckers schepenen van de Loonse justitie, Peeter Convents
en Aert Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester van Coorsel, Jan
Magrieten, Vincent en Andries Seyssens, Henrick Kenens, Gielis Mentens en
Mathijs Convents goede (geëde?) mannen als representanten van het dorp Coorsel,
die zich hiervoor sterk maken, hebben samen met instemming van de gemeijnten,
uit kracht van octrooi vanwege het hof, verbonden met deze gicht het corpus en de
generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorsel. Ze hebben het
opgedragen aan de achtbare heer Machiel Hilst burgemeester van de stad Hasselt
als pand voor 65 gulden Brabants jaarlijkse rente. In kapitaal ontvingen ze in
de naam van de gemeente uit handen van de eerzame Gilis Elens de som van 1220
gulden gevalueerd geld. Valdag op datum van gichten. Losse en vrije rente
betalen, zonder enige aftrek van gelijk welke vorm van belastingen. Gilis Elens
is in de naam van en voor sr. Machiel Hilst op de 16de augustus 1650 in de
65gulden jaarlijks gegicht en gegoed met recht. Betaald voor kopie 25 stuivers.
In 1664 op 28
november heeft sr. Michiel Van Hilst de generaliteit van het dorp Coorsel
gekweten van de voorschreven rente. Hij ontving het kapitaal en alle verlopen
ervan en hiermee is de rente gekweten.
1650, 22 februari. P. 69v
Op 23 februari verschenen bij de notaris Peeter Beckers
en Jan Pouls, moderne burgemeesters van Coorsel, en Henrick Beckers schepene
daar. Ze zijn geassisteerd door de E. H. Guilhelmus Nevius hun pastoor en
handelen voor de hele gemeente Coorsel. Ze hebben uit handen van de edele heer
Lowies van Hinsdael de som van 2000 gulden gevalueerd geld ontvangen. Ze dragen
hem en zijn nakomelingen er een rente voor op van 100 gulden Brabants met
valdag op Sinte Mathijsdag. Kwijten met dan gangbaar gevalueerd geld en een
half jaar vooraf melden. Jaarlijks betalen binnen Hasselt. Ze bevestigen de
rente op de hele gemeente, goederen en personen. Godtspenninck 1 schellinck.
Opgemaakt binnen Hasselt in het huis van Jan Kips borger van de stad aan de
houtmarkt gelegen in presentie van Jan Kips en de getuigen Adam Neven en Peeter
Oriaens van Coorsel. Was ondertekend Caproens notaris.
1650, 07 juli. P. 70v
Op 7 juli 1650 hebben de schepenen van Brabants recht
buiten vrijheid wettelijk de voorschreven akte gerealiseerd en geapprobeerd in
al zijn punten. Ondertekend door A. Dries secretaris. Solvit Hinsdael van
realisatie en registratie 24 stuivers.
Naschrift p. 70.
Op 26 april 1662 heeft H.de Huesch als oom en vaderlijke
momber van Arnold De Huesch, volgens zijn handschrift dat in Coorsel in handen
van de burgemeesters berust, de gemeente Coorsel gekweten van de voorschreven
rente. Is in hoede gekeerd.
1650, 13 juni. P. 73v
Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners
burgemeesters van Coorssel, mr. Peeter Leysen en Jan Van Postel schepenen daar
van Brabants recht en van Loons recht, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerkmeester en H. Geestmeester als representanten van het dorp
en de gemeijnte van Coorssel hebben uit kracht van octrooi door hen verworven
op 9 april 1650, ondertekend door Happart secretaris, in het recht getoond en
geregistreerd, verbonden met deze akte de generaliteit en het corpus van de
hele gemeijnte en het dorp Coorsel. Ze dragen het op aan Peeter Claes inwoner
van het dorp Huesden als pand voor 50 gulden Brabants jaarlijkse rente. De
burgemeesters hebben in naam van hun gemeente als kapitaal ervoor 1000 gulden Brabants
gevalueerd ontvangen. Zo ook afleggen in geld dat dan volgens de laatste Luikse
valuatie zal gangbaar zijn en koers hebben. Indien binnen het jaar wordt
afgelegd, moet volle rente gegeven worden en buiten het jaar met rente volgens
de verstreken tijd ('buyten s' jaers met rente nae tijts gelanck'). Valdag
jaarlijks op 13 april. Peeter Claes is in de voorschreven rente van 50 gulden Brabants
jaarlijks gegicht en gegoed met recht.
Marge p. 73v
In 1668 op 4(?) september is gekomen voor de schepenen
Anthoon Leyssens en Jan Beckers, mr. Peeter Tilens als momber van de
minderjarige kinderen van Peeter Claes en Magriet Boeds(?) zaliger. Hij heeft
gekweten de gemeente van Coirsel van deze rente hiervoor. Alles is voldaan door
de moderne burgemeesters Peeter Smets en Bernardt Seijssens. De gemeente werd
ervan gekweten.
1650, 01 mei. P. 79
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers
schepenen daar van Loons recht als representanten van het dorp Coorssel en ze
maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoefs
wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het
recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente
zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden de
generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en
dragen ze op aan de eerzame Adam Stellingwerff, borger van de stad Hasselt, als
pand voor 50 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in
de naam van hun gemeente 1000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen
in dan gangbaar geld en met intrest volgens verstrijken van de tijd, maar het
kan niet eerder dan dat er 6 jaren verstreken zijn. 6 maanden vooraf
verwittigen indien ze willen afleggen. Valdag jaarlijks op 22 februari. Losse
en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingsaftrek. Ze geven zich
pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er
jaarlijks niet betaald wordt. Adam Stellingwerf is in de rente van 50 gulden Brabants
jaarlijks ggmr. Solvit voor de kopij op gezegeld papier 24 stuivers. De
burgemeesters moeten de rente jaarlijks kosteloos en schadeloos binnen de stad
Hasselt leveren.
Marge. P. 79r.
In 1666 op 10 juli zijn gekomen voor Aert Leyssens en
Johan Beckers schepenen, Arnoldt en Adam Stellinswerff zonen en erfgenamen van
Adam Stellingwerff den Alden en ze hebben gekweten de generaliteit van Coorsel
van de bovenstaande rente van 50 gulden jaarlijks. Ze ontvingen het geld uit
handen van Jan Didden, Jan Baerts en Jan Smets borgemeesters van het dorp
Coirsel. Alles is wettelijk gekweten ervan.
1650, 01 mei. P. 79v
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reyners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert
Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick
Beckers schepenen daar van Loons recht, Jan Magrieten, Andries en Vincent
Seijssens, Hendrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens geëde
schattingzetters als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich
sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen'
verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek
en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze
wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte
de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en
dragen ze op aan de achtbare heer jonkheer Laurens Van Hinsdael en zijn
schoonzusters joncfrauwen Catarina en Oda Van Hers, als pand voor 250 gulden Brabants
jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun gemeente 5000
gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd
geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van
de tijd, maar het kan niet eerder dan dat er 6 jaren verstreken zijn. 6 maanden
vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Valdag jaarlijks op half maart.
Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingsaftrek. De
representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen
gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Jonkheer Laurens van
Hinsdael is voor hem en voor zijn schoonzusters in de rente van 250 gulden Brabants
jaarlijks ggmr. De burgemeesters moeten de rente jaarlijks kosteloos en
schadeloos binnen de stad Hasselt leveren. 1000 gulden kapitaal zijn geteld
door Laureijs van Hinsdael zelf en vanwege hem en de rest met zijn consorten.
De burgemeesters hebben de hofrechten betaald en hiervan een authentieke kopij
geleverd.
1650, 31 mei. P. 80v
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers
schepenen daar van Loons recht als representanten van Coorsel en maken zich
sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen'
verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht
bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente zoals ze
wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met deze gichte
de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en
dragen ze op aan de vrome en achtbare sr. Gijsbrecht Palmers als pand voor 20
gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van
hun gemeente 400 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan
gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest
volgens verstrijken van de tijd, maar het kan niet eerder dan dat er 6
opeenvolgende jaren verstreken zijn. 6 maanden vooraf verwittigen indien ze
willen afleggen. Valdag jaarlijks op half maart. Losse en vrije rente geven zonder
enige vorm van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en
arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks
niet betaald wordt. De burgemeesters moeten de rente jaarlijks kosteloos en
schadeloos binnen de stad Hasselt leveren. Sr. Gijsbrecht Palmers is in de
rente van 20 gulden jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben de hofrechten
betaald en vermits de authentieke kopij op gezegeld papier was er 24 stuivers
voor betaald.
1650, 31 mei. P. 81
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters van Coorssel, Peeter Convents en Aert
Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick
Beckers schepenen daar van Loons recht, Jan Magrieten, Andries en Vincent
Seijssens, Henrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens geëde schattingzetters
als representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp.
Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april
1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd
werd en tevens met instemming van de gemeente die ervoor speciaal gevorderd
waren, zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden
met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het
dorp Coorssel en dragen ze op aan de eerzame Marten Brants inwoner van het dorp
Stevort als pand voor 165 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen
van hem in de naam van hun gemeente 3000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo
ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie
en binnen het jaar met volle intrest en buiten het jaar met intrest volgens
verstrijken van de tijd. Teruggeven in dezelfde munten als Marten uitgegeven
heeft: 109 souvereynen, 3 scotse jacobusen, 1 dobbele en 1 enkele ducaet, 2
fransche en 2 luyxe croonen, 8 ducatons en 1 patacon en verder in pasmunt. Ze
worden dan samen geteld volgens de waarde die ze dan hebben. Valdag jaarlijks
op 4 februari. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek.
De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze
mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Marten Brants is
in de rente van 165 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters betaalden
30 stuivers voor de authentieke kopij mits geleverd op gezegeld papier.
Naschrift p. 81.
Op 23 februari 1662 heeft Merten Brants de voorschreven
rente wettelijk gekweten. Hij is er volledig van voldaan door de moderne
burgemeester Henrick Zeuwis van Coirsel. De generaliteit van de gemeente is er
wettelijk van gekweten.
1650, 31 mei. P. 81v
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers
schepenen daar van Loons recht als representanten van de generaliteit van het dorp
Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van
octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart
secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met
instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de
schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel
de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de eerzame Mechelt
Wijnrox/Wijnrix weduwe van Matijs Teuwis borger van de stad Hasselt, als pand
voor 50 gulden Brabants jaarlijks. De burgemeesters ontvingen van hem in de
naam van hun gemeente 1000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in
dan gangbaar gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest
volgens verstrijken van de tijd. De kwijting moet in Hasselt gebeuren, maar het
kan niet eerder dan dat er 6 opeenvolgende jaren verstreken zijn. 6 maanden
vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Valdag jaarlijks op 22 februari.
Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De
representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen
gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Mechtelt Wijnrix is in
de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters moeten de
rente jaarlijks kosteloos en schadeloos binnen de stad Hasselt leveren. De
burgemeesters hebben voor het extract hiervan 30 stuivers betaald omdat ze op
gezegeld papier werd geschreven.
Naschrift p. 81v
Op 17 februari 1662 verscheen Mathijs Matheuwis voor de
schepenen Anthoon Leysens en Henrick Beckers en hij heeft gekweten de gemeente
van Coirsel van de voorschreven rente. Alles is betaald.
1650, 31 mei. P. 82v
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers
schepenen daar van Loons recht als representanten van het dorp Coorssel en ze
maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs
wegen' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in het
recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente
zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met
deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp
Coorssel en dragen ze op aan het zusterklooster van Sinte Catlijnendael binnen
de stad Hasselt, als pand voor 52 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijkse
rente. De burgemeesters ontvingen in de naam van hun gemeente in kapitaal uit
handen van de eerwaarde jouffr. zuster Maria Aerts moeder van het convent 1050
gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd
geld volgens de laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van
de tijd, maar het kan niet eerder dan dat er 8 jaren verstreken zijn. 3 maanden
vooraf verwittigen indien ze willen afleggen. Van het kapitaal waarmee deze
rente gecreëerd werd, is 500 gulden Brabants eens gekomen van zuster Pascael
waarvoor ze zo lang ze leeft de rente zal trekken en na haar het hele convent.
De rest van het geld is gekomen van een rente die werd afgelegd door sr. Gert
Coox. Valdag jaarlijks op 1 mei. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm
van belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op
alle plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald
wordt. Michiel Thonis is in de naam van tot profijt van het hele convent in de
rente van 52 gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters
hebben de hofrechten betaald en hiervan een authentieke kopij geleverd op
gezegeld papier die 30 stuivers kostte.
1650, 31 mei. P. 83
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers
schepenen daar van Loons recht, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seijssens,
Hendrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens geëde schattingzetters als
representanten van het dorp Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze
handelen uit kracht van octrooi van 's'hoofs wegen' verleend op 9 april 1650,
ondertekend Happart secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd
en tevens met instemming van de gemeente waarvoor ze speciaal opgeroepen
werden. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de
gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de eersame en discrete
meester Laureys Kenens inwoner van Hauthalen als pand voor 50 gulden Brabants
jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen van hem in de naam van hun
gemeente 1000 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar
gevalueerd geld volgens de laatste Luikse valuatie en binnen het jaar met volle
intrest en later volgens verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op half
april. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van belastingaftrek. De
representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle plaatsen waar ze mogen
gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Mr. Laureys Kenens is
in de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben voor
een authentieke kopij geleverd op gezegeld papier 25 stuivers betaald.
1650, 31 mei. P. 84
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en Henrick Beckers
schepenen daar van Loons recht als representanten van het dorp Coorssel en ze
maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van octrooi door hen
'ten hove' verkregen op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, zoals in
het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met instemming van de gemeente
zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de schepenen. Ze verbinden met
deze gichte de generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp
Coorssel en dragen ze op aan de eerzame Peeter Daems, inwoner van Heelen onder
Hauthalen, als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters
ontvingen in de naam van hun gemeente in kapitaal uit zijn handen 500 gulden Brabants
gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de
laatste Luikse valuatie, in stukken van souvereinen. Binnen het jaar volle
intrest geven en buiten het jaar met intrest volgens verstrijken van de tijd.
Valdag jaarlijks half april. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van
belastingsaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle
plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt.
Peeter Daems is in de rente van 25 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De
burgemeesters hebben de hofrechten betaald en hiervan een authentieke kopij
geleverd op gezegeld papier die 25 stuivers kostte.
Marge p. 84.
Op 3 juni 1667 voor schepenen Leyssens en Beckers heeft
Haub Beijers als geconstitueerde (afgevaardigde) van Jan Daemen en Geerdt
Theunis mombers van Marie Damen (zoals bleek uit de constitutie beschreven door
Peter Jans notaris) de voorschreven rente gekweten. Alles is voldaan door Jan
Didden, Jan Baers(?), Jan Smets burgemeesters. Is in hoede gekeerd.
1650, 13 juni. P. 84v
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Peeter Leyssen en Jan Van Postel
schepenen daar van Brabants en van Loons recht als representanten van het dorp
Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze handelen uit kracht van
octrooi door hen 'ten hove' verleend op 9 april 1650, ondertekend Happart
secretaris, zoals in het recht bleek en geregistreerd werd en tevens met
instemming van de gemeente zoals ze wettelijk verklaarden in handen van de
schepenen. Ze verbinden met deze gichte de generaliteit en het corpus van heel
de gemeijnte van het dorp Coorssel en dragen ze op aan Joris Hilst als pand
voor 50 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen in de naam
van hun gemeente in kapitaal uit handen van Hilst 1000 gulden Brabants
gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de
laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd. Valdag
jaarlijks op 13 maart. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van
belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle
plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt.
Joris Hilst is in de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks ggmr. De
burgemeesters hebben voor authentieke kopij geleverd op gezegeld papier 25
stuivers betaald.
1650, 13 juni. P. 85
Voor het recht verschenen Peeter Beckers, Jan Pauls en
Henrick Reners moderne burgemeesters in Coorssel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Peeter Leyssen en Jan Van Postel
schepenen daar van Loons en van Brabants recht als representanten van het dorp
Coorssel en ze maken zich sterk voor het dorp. Ze verbinden met deze gichte de
generaliteit en het corpus van heel de gemeijnte van het dorp Coorssel en
dragen ze op aan Thomas Jans als pand voor 30 gulden Brabants jaarlijkse rente.
De burgemeesters ontvingen in de naam van hun gemeente in kapitaal 600 gulden Brabants
gevalueerd geld. Zo ook aflossen in dan gangbaar gevalueerd geld volgens de
laatste Luikse valuatie en met intrest volgens verstrijken van de tijd. Valdag
jaarlijks op 30 maart. Losse en vrije rente geven zonder enige vorm van
belastingaftrek. De representanten geven zich pandbaar en arrestabel op alle
plaatsen waar ze mogen gevonden worden indien er jaarlijks niet betaald wordt. Thomas
Jans is in de rente van 30 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
1650, 10 april. P. 87v
Octrooi om het land te mogen belasten.
Philips bij de gratie Gods koning van Castillië, van
Aragon, van Leon, van beidde Cecilien, van Jerusalem, van Portugael, van
Navarre, van Tholede, van Grenade, van Murcië, van Valentia, van Gallicien, van
Malliorcken, van Sardien, van Sevillen, van Corsiecken, van Algarven, vanden
Eijlanden en het vasteland, van de zeëen, oceanen, erthertoge van den
christenrijcken, hertoge van ?, van Lothrijck, van Brabant, van Limborch, van
Luxenbourch, van Gelre en van Milanen, grave(?) van Habsbourge, van Vlaenderen,
van Arthois, van Bourgognien, palsgraeve van Thirol en van Henegouwe, van
Hollant, van Zeelant, van Naemen en van Zuetphen, prince van Swaeve, marckgraeve
des Heylich Rijcx van Roomen, heeren van Vrieslandt, van Salvis(?), van
Mechlen, vande stadt steden en landen van Uuytrechte, Overysselen, Groeningen
en Dominateur in Asie en Affrycken aan al degenen die onze tegenwoordige zullen
zien of horen lezen, saluut. Doen te weten dat wij hebben ontvangen de
supplicatie van de meyers, schepenen en regeerders van de parochiën van Lummen,
Coorssel en Linckhout inhoudende dat de supplianten door de aanhoudende
logeringen van het volk van oorlog gedurende het beleg van Maestricht, van
opbouwen Stevensweert mede in het opbreken van de vijand voor onze stad Loven
(als wanneer de 'Franchoisen' marcherend naar de Maese, de vrijheid van Lummen
hadden ten gronde verbrand) totalijk waeren geruineerd geworden en nu weer door
het logeren van 14 compagnieën Loraynen naast een compagnie paarden, onder de
Prins d'Armstadt met zijn lieutenant coronel, waarmee zij supplianten nu
wederom sedert de 19de november tot deze datum waren gechargeerd tot hun totale
ruïne, waardoor zij genoodzaakt waren geweest te contracteren zeer grote
excessieve schulden tot conservatie der gemeijntenaren en hun huizen, en om
dezelve te betalen het zeer nodig was op te nemen een notabele som van
penningen, namelijk voor die van Lummen 50 000 gulden Luikse munt en voor die
van Coorssel en Linckhaut samen evenveel. Omdat dit niet kon gebeuren
zonder ons octrooie, vermits deze heerlijkheid voor een vierde part
'indeviselyck' aan ons als hertog van Brabant was competerende, zo was het dat
die supplianten zich tot ons keerden, ons ootmoedelijk biddend om onze open
brief van octrooi daartoe dienend. Zo is het dat wij hetgene voorschreven
'overgemerct' en eerst hierop gehad hebbend het advies van onze lieve en
getrouwe rentmeester van het kwartier genegen wesende ter ootmoedige bede der
voorschreven supplianten hebben dezelfde gepermitteerd, geoctroyeerd en
geconsenteerd, permitteren en octroyeren en consenteren uit onze sonderlinge
gratien bij deze, dat zij de voorschreven parochie van Lummen zullen mogen
belasten, lichten, affecteren en opnemen ter somme van 50 000 gulden Luikse
munten en voor die van Coorssel en Linckhaut samen evenveel. De koper of kopers
daarvan verzekeren tot hun contentement, zoals dat in opneming van dergelijke
sommen gewoonlijk ('ordinairlijck') gebeurt en zo gedaan wordt, niet
tegenstaande enige ordinanties of statuten ter contrarie (die welke wij daarom
hebben gederogeerd (teniet gedaan) en derogeren bij deze). Behoudelijk
en op conditie nochtans, dat de supplianten deze penningen niet en zullen
hebben ter diverteren (aanwenden) als directelijck tot betalinge ende
voldoeninge van de lasten van de voorschreven dorpen. Ontbieden daarom en
bevelen onze zeer lieve en getrouwe cancellier en andere luiden van onze Raad
geordonneerd in Brabant en alle andere onze officieren, justitiën en dienaren,
die dat enigszins aangaan zal mogen, dat zij de voorschreven supplianten van
deze onze tegenwoordige 'gren'(?), permissie, octroye en consent te mogen(?)
dagen, 'paiselyck' (vredig) en vriendelijk doen en laten genieten en gebruiken, zonder de
voorschreven supplianten, koper of kopers, nu noch in toekomende tijd te doen
of laten geschieden enige hinder, letsel of stoot, ter contrarie, omdat het ons
zo belieft. Ter oorkonden hebben wij onze zegel hieraan doen hangen, gegeven in
onze stad van Bruessele op 9 april 1650 en van ons rijk het 30ste. Onder stond
'k rt' (?) ende op de 'pliecke' 'Byden coninck' en was op dezelfde plieck
getekend 'v' en heel beneden op dezelfde pliek stond dus 'Octroye om gelt opte
lichten' en daaronder hing aan het groot zegel van zijne koninklijke majesteit
gedrukt in rode was aan een dubbelen staart van perkament. Deze kopie komt
overeen met het origineel en daarvoor attesteert Arnol. Dries secretaris. (Pliek: Het omgeslagen, omgevouwen
gedeelte van een geschreven stuk: van een placaat, een ordonnantie en
dergelijke.)
1650, 09 juni. P. 95
Blasius Kenens heeft opgedragen een stuk land in Stal
gelegen, genaamd 'die hoffstadt', dat grenst Gilis Mentens aan 2 zijden,
sheeren straet 3) en Thomas Mentens 4). Opgedragen aan Michiel Kops zoon van
Peter als pand voor 12 gulden en 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontving
Blasius 250 gulden Brabants gevalueerd geld. Zo ook kwijten volgens de laatste
Luikse valuatie dan in gangbaar geld en met rente volgens de verstreken tijd.
Valdag op dag van gichten. Michiel Kops is in de rente van 12 gulden en 10
stuivers jaarlijks ggmr.
1650, 13 juni. P. 96
Aert Didden heeft ontvangen en met instemming van zijn
huisvrouw Maria Smeets opgedragen hun gedeelte in de hof waar Aert Smeets
woont. Het is hen toegevallen en verstorven na de dood van haar zuster Catlijn
Smeets. Opgedragen aan Lenaert Van Haut als pand voor 5 gulden jaarlijks. Aert
ontving in kapitaal 100 gulden Brabants. Valdag jaarlijks op Sinxten
(Pinksteren). Lenaert Van Haut is in de 5 gulden jaarlijks ggmr.
1650, 13 juni. P. 96
Govaert Berten heeft met instemming van zijn huisvrouw
opgedragen huis en hof in Vortken gelegen, die grenzen s'heeren straet aan 2
zijden, Peeter Beckers 3) en Frans Wynen 4). Opgedragen aan Niclaes Scuppen als
pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Govaert 200 gulden
gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op het feest van het H. Sacrament. Als
onderpand stelt hij 'den Meyen Hoeff', die grenst s'heeren straet 1), Wouter
Bleux 2) en Frans Wynen 3). Niclaes Scuppen is in de 10 gulden Brabants
jaarlijks ggmr. Govaert heeft de rechten betaald.
1650, 13 juni. P. 96v
Henrick Beckers heeft de panden gekweten van Valentijn
Dierix van 5 gulden jaarlijks of 100 gulden kapitaal eens. Hij trok die op
panden die hij verkocht heeft aan Blasius Kenens. Alles is betaald. De panden
worden er wettelijk van gekweten.
1650, 13 juni. P. 96v
Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners
burgemeesters van Coorsel, Peter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk-
en H. Geestmeester daar, Jan Van Postel Loons schepen als representanten van
het corpus en de gemeijnte van Coorssel hebben met instemming van de hele
gemeente - en uit kracht van octrooi aan hen van 's'hoofs wegen' verleend op 9
april 1650 ondertekend Happart en hier eerder geregistreerd - verbonden de
generaliteit en het corpus van Coorsel aan Catlijn, Maria en Cristina Convents
dochters en kinderen van Henrick Convents als pand voor 10 gulden Brabants
jaarlijks. In de naam van de gemeente ontvingen ze 200 gulden gevalueerd geld.
Valdag jaarlijks op 1 januari. Henrick Convents is in de naam van zijn 3
voorschreven dochters in de rente van 10 gulden Brabants jaarlijks ggmr. Hij
verklaart dat hij zijn andere kinderen andere goederen voor hun huwelijk heeft
gegeven.
1650, 13 juni. P. 97
Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners
burgemeesters van Coorsel, Peter Convents en Aert Aerts respectievelijk kerk-
en H. Geestmeester daar, Jan Van Postel Loons schepen als representanten van
het corpus en de gemeijnte van Coorssel hebben met instemming van de hele
gemeente en uit kracht van octrooi door hen in het hof bekomen, verbonden de
generaliteit en het corpus van Coorsel aan Peeter Seysens zoon van Bernart als
pand voor 9 gulden 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze 190 gulden Brabants.
Zo ook afleggen in geld zoals het dan volgens de Luikse valuatie waarde heeft.
Henrick Convents en Vincent Seyssens zijn als mombers van Peeter Seyssens tot
zijn profijt met recht ter gichte gekomen in de rente van 9 gulden 10 stuivers
jaarlijks.
Het is te verstaan dat Bernart Seyssens dit geld in zijn
leven heeft gegeven aan de mombers voorschreven met uitzondering van 50 gulden
die Thys Putcht(?) schuldig was en Elisabeth Convents moeder van Peeter
voorschreven moet de intrest daarvan genieten zolang ze leeft.
Naschrift. Op 16 april 1666
heeft Peeter Seijssens voorschreven de generaliteit van Coirsel gekweten van de
voorschreven rente. Alles is betaald.
1650, 07 juli. P. 99v
Aert Dries junior heeft, uit kracht van constitutie op
hem gegeven vanwege Jan Kennipmaeckers zoon van Mathijs voor notaris en
getuigen op 17 februari 1650 ondertekend S. Vestraets zoals voor het recht
bleek, ontvangen en daarna opgedragen een ophellinge met de kamer voor zijn
huis in Molem gelegen. Ze grenst de straat N en zijn eigen erf aan de andere
zijden. Daarbij draagt hij nog 'het Nau Bluexken' op, ongeveer een half vat
zaaiens groot. Het grenst 'die Veltstraet' 1), Lemmen Loomans 2) en de kinderen
van Marten Claes 3). Verkocht aan Jasper Robyns voor 300 gulden. Betaald. De
conditie proclamatoriael werd in het Loons geregistreerd. Jasper Robyns is in
de ophellinge met de kamer ggmr.
1650, 07 juli. P. 99v
Jan Spuns heeft ontvangen en opgedragen 'drije
vierdelingen' land in Molem in 'de Dellen' gelegen. Het grenst Teuwis Viejoers
1), Peeter Bosmans 2) en Henrick Truijens 3). Verkocht voor 55 gulden. Betaald.
Lycoop volgens wens, Goitspenninck 5 stuivers. Jacob Fransens is ter gichte
gekomen met ban en vrede.
1650, 04 oktober. P. 101
Jan Pauls heeft ontvangen en opgedragen een stuk broek
van 1,5 dachmael groot, genaamd 't' Heucke Broeck' in Coorssel gelegen. Het
grenst Laureys Swinnen 1), Jan Thilens 2), Jan Pouls 3) en Cristina Hoex 4).
Draagt nog op een stuk land van 8 halster zaaiens, genaamd 'den Hoff', dat
grenst Jan Postelmans 1), 'die Hoeck Straet' 2), Aert Smeets 3) en de gemeijne
heide 4). Opgedragen aan Marten Van Exel als pand voor 11 gulden Brabants
jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 200 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks
op Sinte Nysdach. Het kapitaal is gekomen van de uitkoop van de patrimoniale
goederen van Marten. Marten Van Exel is in de 11 gulden jaarlijks ggmr. Solvit
Marten mits half uitkomen 27 stuivers 1 ort.
1650, 13 juni. P. 102v
Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reyners junior
moderne burgemeesters van Coorsel, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeester, Jan Van Postel en mr. Peeter Leyssen
schepenen daar van Loons en Brabantse natuur, Jan Magrieten, Andries en Vincent
Seysens, Henrick Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens gezworen
schattingzetters zijn samen representanten van het dorp Coorssel en maken zich
er sterk voor. Ze hebben samen - uit kracht van octrooi in de Raad van Brabant
verkregen op 9 april 1650, ondertekend Happart secretaris, en hier neergelegd
en geregistreerd - verbonden met instemming van hun gemeijnten de generaliteit
en het corpus van de hele gemeente van het dorp Coorsel. Ze dragen het op aan
de achtbare of discrete sr. Aert Ab Hilst en zijn nakomelingen als pand
voor 100 gulden Brabants jaarlijkse rente. De burgemeesters hebben in de naam
van de gemeente uit handen van Ab Hilst de som van 2000 gulden gevalueerd geld
ontvangen. Zo ook afleggen in geld volgens de Luikse valuatie. Afleggen kan
niet binnen 6 jaren. Niemand van de gemeente of iemand anders zal deze rente
mogen onderstaan (vernaderen). Valdag jaarlijks op 15 februari. Ze verbinden
hun persoon en goederen, waar ze ook gelegen zijn, voor een goede gicht. Ze
geven zich pandbaar en arrestabel. Michiel Thonis is in de naam en tot profijt
van de voorgaande sr. Aert Ab Hilst in de rente van 100 gulden Brabants
jaarlijks ggmr. Solvit Hilst van registreren en kopie van deze akte vermits
gezegeld papier 25 stuivers.
Naschrift p. 103.
Op 13 januari 1666 voor schepenen Leyssens en Beckers
kwamen zuster Elisabeth Bosch en zuster Teresia Leyssens conventualen van het
Sinte Barbelendael binnen Hasselt die volgens constitutie beschreven door
notaris Henr. Goetsbloets en getuigen op 12 juni 1666 hebben gekweten de
gemeente van Coirsel van de rente voorschreven in de naam van Peeter Hilst zoon
van Aerd. Alles is voldaan.
De volgende 24 gichten werden pas op 10 november 1650
binnen gebracht.
1650, 13 juni. P. 103v
Op 2 januari 1650 kwamen voor recht Henrick Reners,
Peeter Beckers en Jan Pauls gezworenen in Coorsel, Jan Postelmans en
Henrick Beckers Loonse schepenen daar, Peeter Convents en Aert Aerts respective
kerk- en H. Geestmeesters, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seyssens, Henrick
Kenens, Jasper Smeets en Gielis Mentens allemaal samen geede mannen als
representanten van het corpus en de generaliteit van Coorssel en die zich ook
ervoor sterk maken. Uit kracht van bekomen octrooi aan het hof hebben ze
verbonden het corpus en de generaliteit van het dorp Coorssel aan Herman
Bormans inwoner en borger van de stad Beringen als pand voor 100 gulden Brabants
jaarlijkse rente, waarvoor de burgemeesters in de naam van de gemeente uit
handen van Bormans 2000 gulden valuatiegeld als kapitaal ontvingen. Af te
leggen in twee keren met gevalueerd geld zoals het dan volgens de Luikse
valuatie zal gangbaar zijn en met intrest volgens het verstrijken van de tijd.
Valdag jaarlijks op nieuwjaarsdag. Herman Bormans is in de rente van 100 gulden
Brabants op 13 juni 1650 gegicht en gegoed met ban en vrede.
1650, 13 juni. P. 104
Op 2 januari 1650 kwamen de voorschreven burgemeesters,
schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen erfmannen voor het recht. Ze
hebben volgens het octrooi dat aan hen werd verleend door de koning opgedragen
het corpus van Coorssel aan Peeter Van Postel als pand voor 40 gulden
jaarlijks. In naam van de gemeijntenaren hebben ze in kapitaal 800 gulden
onvangen. Zo ook af te leggen zoals het geld dan volgens de Luikse valuatie zal
gangbaar zijn en naargelang van de tijd. Losse en vrije rente geven. Peeter Van
Postel is in het corpus van Coorsel voor 40 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
1650, 13 juni. P. 104
Op 2 januari 1650 kwamen voor het recht Henrick Reyners
junior, Peeter Beckers en Jan Paels burgemeesters met de voorgenoemde
schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en 'eetsmannen' (die de eed gezworen
hebben) die, uit kracht van octrooi in de Raad van Brabant verworven, het
corpus van Coorssel hebben opgedragen aan Adriaen Beckers als pand voor
25 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze 500 gulden. Die zijn te
kwijten met geld zoals dan zal gangbaar zijn. Valdag jaarlijks op datum van
gichten. Losse en vrije rente geven zonder enige aftrek van gelijk welke vorm
van belastingen. Adriaen is in het corpus van Coorsel voor 25 gulden jaarlijks
gegicht en gegoed met ban en vrede.
1650, 13 juni. P. 104v
Op 2 januari 1650 kwamen voor het recht de borgemeesters
van Coorssel, namelijk Jan Pauls, Peeter Beckers en Henrick Reners en ze hebben
met instemming van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en 'eetsmannen'
opgedragen het corpus van Coorsel aan Anna Schuermans als pand voor 15
gulden en 15 stuivers jaarlijks. Ze ontvingen ervoor in kapitaal 350 gulden
gevalueerd geld, dat ook zo kwijtbaar is volgens de Luikse valuatie die dan
geldt. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Anna Scuermans is in de 15 gulden
en 15 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed volgens costuym van recht.
Marge p. 104v.
Op 9 februari 1666 kwamen Wouter Schuermans en Jan
Coonens als mombers van de achtergelaten kinderen van Henrick Loots en Anna
Schuermans voor de schepen Peeter Leyssens en ze hebben de voorschreven rente
gekweten. Ze bekennen dat ze volledig betaald zijn door de burgemeesters Jan Didden,
Jan Caerman en Jan Smets.
1650, 13 juni. P. 104v
Op 2 januari 1650 kwamen de burgemeesters Jan Pauls,
Henrick Beckers en Henrick Reners der Jonge van Coorsel voor het recht en ze
hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en
'eetsmannen' opgedragen het corpus en de generaliteit van de gemeijnten van
Coorssel aan Bartholomeuwis Zeuwis als pand voor 13 gulden en 10
stuivers Brabants jaarlijks. In hoetpenningen ontvingen ze 300 gulden Brabants
die af te leggen zijn volgens de Luikse valuatie die dan geldig is. Valdag
jaarlijks op datum van gichten. Losse en vrije rente geven. Pauls Zeuwis is in
de naam van Bertholomeuwis Zeuwis in het corpus en de generaliteit voor 13
gulden en 10 stuivers jaarlijks op 13 juni ggmr.
Naschrift p. 104v
In 1665 op 30 april heeft Huijbrecht Zeuckens als geconstitueerde
(afgevaardigde) van zijn broer Bertel volgens akte van 28 februari 1664
beschreven door notaris Peter Jans, en hier gezien, gekweten de generaliteit
van Coersel van de bovengenoemde rente. Alles is voldaan.
1650, 13 juni. P. 105(1)
Op 2 januari 1650 kwamen de burgemeesters Jan Pauls,
Henrick Beckers en Henrick Reners junior van Coorsel voor het recht en ze
hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen
'eetsmannen' opgedragen het corpus van Coorssel aan Aert Everarts als
pand voor 13 gulden en 10 stuivers jaarlijks. Kapitaal onvangen van 300 gulden.
Valdag op datum van gichten. Aert Everarts is in het corpus van Coorssel voor
13 gulden 10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede op 13 juni
1650.
1650, 13 juni. P. 105(1)
Op 2 januari 1650 kwamen de moderne burgemeesters Jan
Pauls, Henrick Beckers en Henrick Reyners van Coorsel voor het recht en ze
hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen
'eetsmannen' opgedragen het corpus van Coorssel aan Govaert Put als pand
voor 25 gulden Brabants jaarlijks. 500 gulden kapitaal ontvangen in gevalueerd
geld. Zo ook kwijten volgens de dan geldende Luikse valuatie. Valdag jaarlijks
op datum van gichten. Losse en vrije rente geven. Govaert Put is op 16 augustus
1650 in het corpus van Coorssel voor de rente van 25 gulden jaarlijks ggmr.
1650, 16 augustus. P. 105(1)v
Op 2 januari 1650 kwamen de burgemeesters Jan Pauls,
Henrick Beckers en Henrick Reners junior van Coorsel voor het recht en ze
hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen
'eetsmannen' opgedragen de generaliteit van Coorssel aan Jan Kaers voor
10 gulden jaarlijks, kapitaal 200 gulden. Te kwijten volgens de Luikse valuatie
dan gangbaar. Jaarlijkse valdag 1 januari. Jan Kars is op 16 augustus 1650 in
de generaliteit van Coorsel voor 10 gulden jaarlijks ggmr.
1650, 16 augustus. P. 105(1)v
Op 2 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters
met instemming zoals hiervoor opgedragen het corpus van Coorssel aan Aert
Stevens als pand voor 10 gulden jaarlijks. Ze hebben 200 gulden kapitaal
ontvangen, te kwijten volgens de dan laatste Luikse valuatie. Aert Stevens is
op 16 augustus 1650 in de 10 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en
vrede.
1650, 16 augustus. P. 105(2)
Op 2 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters
met instemming zoals hiervoor voor het recht opgedragen het corpus van Coorssel
aan Lenart Hauben als pand voor 25 gulden jaarlijks. Ze hebben ervoor
500 gulden als kapitaal ontvangen. Valdag jaarlijks op Maria Boodschap. Losse
en vrije rente geven. Afleggen met 500 gulden volgens de Luikse valuatie die
dan gangbaar is. Peeter Beckers is in de naam van Lenart Hauben in de 25 gulden
jaarlijks ggmr.
Marge p. 105(2).
Op 3 januari 1667 kwamen voor schepenen Leyssens en
Beckers Mathijs en Joost Jans als erfgenamen van Lenart Hauben. Ze hebben de
generaliteit van Coorsel gekweten van de helft van de voorschreven rente,
namelijk van 250 gulden, die ze ontvangen hebben van de burgemeesters van
Coorsel, namelijk Jan Didden, Jan Kaerts en Jan Smets.
1650, 16 augustus. P. 105(2)
Op 2 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter
Beckers en Henrick Reyners, burgemeesters van Coorssel, en ze hebben met
goedkeuring van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters het corpus van het dorp
Coorsel opdragen aan Jan Didden als pand voor 42 gulden en 15 stuivers
jaarlijks. In naam van de gemeente ontvingen ze ervoor 900 gulden Brabants
kapitaal. Zo ook afleggen in geld dat dan zal gangbaar zijn volgens de Luikse
valuatie. Valdag jaarlijks op 1 maart. Jan Didden is in het corpus van Coorsel
voor de rente van 42 gulden en 15 stuivers jaarlijks ggmr op 16 augustus 1650.
Voor de kopie werd 20 stuivers betaald.
1650, 16 augustus. P. 105(2) v
Op 2 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters
het corpus van Coorsel opgedragen aan Elen Convents als pand voor 5
gulden Brabants jaarlijks. Ze hebben ervoor 100 gulden kapitaal ontvangen. Zo
ook afleggen volgens de Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag jaarlijks op
nieuwjaarsdag. Mathijs Convents is op 16 augustus 1650 als momber van de
dochter van zijn broer Jan Convents in de 5 gulden jaarlijks ggmr.
1650, 16 augustus. P. 105(2) v
Op 9 januari 1650 hebben de burgemeesters van Coorssel
voor recht met instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters het
corpus van het dorp Coorsel opgedragen aan de erfgenamen van Peeter Van Haut
als pand voor 10 gulden jaarlijks, waarvoor ze in de naam van de gemeente
200 gulden ontvingen. Kwijten zoals voor beschreven. Valdag op 1 januari.
Henrick Wynen is op 16 augustus 1650 in de naam van de erfgenamen van Peeter
Van Haudt in de 10 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met ban en
vrede.
1650, 16 augustus. P. 105(3)
Op dezelfde manier als hiervoor lenen de burgemeesters
van Coorsel van Henrick Wijnen, met als pand het corpus van het dorp,
150 gulden voor een rente van 7 gulden en 10 stuivers jaarlijks. Valdag
jaarlijks op 1 januari. Henrick Wynen is op 16 augustus 1650 in het corpus ggmr
voor 7 gulden 10 stuivers jaarlijks.
Marge p. 105(3).
Op 5 februari 1666 kwam voor de schepenen Willem Noips(?)
schoonzoon van Henrick Wynen zaliger en hij heeft met instemming van hun moeder
de generaliteit van Coorsel gekweten van de voorschreven rente. Betaald door
Jan Didden, Jan Caermans en Henrick Saels, burgemeesters.
1650, 16 augustus. P. 105(3)
Op 9 januari 1650 hebben de voorschreven burgemeesters
van Coorsel met instemming van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en gezworen
'eetsmannen' opgedragen het corpus van Coorsel aan Aert Beckers als pand
voor 15 gulden Brabants jaarlijks. Ze ontvingen in kapitaal 300 gulden, die ook
zo te kwijten zijn volgens de dan geldende Luikse valuatie. Valdag op 1 januari.
Aert Beckers is op 16 januari 1650 gegicht en gegoed in de rente van 15 gulden
jaarlijks met recht.
1650, 16 augustus. P. 105(3)v
Op 8 januari 1650 kwamen voor recht Henrick Reyners
junior, Peeter Beckers en Jan Paels gezworenen, Jan Van Postel en Henrick
Beckers Loonse schepenen in Lummen, Peeter Convents en Aert Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters die met instemming van de gemeente -
en met bekomen octrooi - hebben opgedragen het corpus van het dorp Coorsel aan Aert
Costen als pand voor 25 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze
500 gulden. Zo ook afleggen in geld dat dan volgens de Luikse valuatie zal
gangbaar zijn en waarde hebben. Valdag jaarlijks op 8 januari. Indien de rente
voor de eerste keer niet voldaan wordt voor de eerste aanmaning, dan zullen ze
voor zijn verplaatsing voor de tweede keer 25 stuivers aan Aert moeten geven.
Betalen ze daarna nog niet, dan beloven de burgemeesters in naam van de
gemeijnte dat zij met 1 conde van 15 dagen uitgewonnen zijn en ze geven zich
'pandich'. Aert is op 13 juni 1650 in het corpus van Coorsel in de rente van 25
gulden jaarlijks ggmr.
Marge. P. 105(3)v.
In 1666 op 9 februari kwam voor de schepenen Corst
Neelkens die erin heeft toegestemd dat voor de voorschreven rente jaarlijks nog
18 gulden 15 stuivers betaald wordt, met renunciatie (afstand doen) van
alle obligatiën waarvoor de gemeente Coorssel zich verbonden heeft.
1650, 13 juni. P. 105(3)v
Op 9 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter
Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel, Peeter Convents en Aert
Aerts respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters, Jan Van Postel en Henrick
Beckers schepenen van het Loons recht daar. Ze maken zich sterk voor het corpus
van Coorsel en dragen het op aan de achtbare en discrete heer en meester
Vincent Seijssens rentmeester van het godshuis van Everbode, inwonend
poorter van de stad Loven, als pand voor 55 gulden Brabants jaarlijkse rente.
De burgemeesters ontvingen ervoor in de naam van de gemeente in kapitaal 1100
gulden met inbegrip van hetgene dat het dorp van Coorssel hen nog ten achter
was van voorgeschoten geld in betaling van de koningsbeden 'opt comptoir tot
Loven'. Met 1100 gulden te kwijten zoals het geld bij de kwijting dan volgens
de Luikse valuatie zal gangbaar zijn en volgens 'den raet van tijde'. Valdag op
datum van gichten. Altijd losse en vrije rente betalen zonder enige vorm van
belastingsaftrek. Jan Van Postel is op 16 augustus 1650 in de naam en tot
profijt van heer en meester Vincent Seyssens in de rente van 55 gulden
jaarlijks gegicht en gegoed met recht.
Naschrift p. 105(3)v
Op 7 maart 1663 heeft Apolonia Neelens relicta van
Vincent Seysens met assistentie vanwege haar schoonzoon G. Van Herkenrode,
volgens zijn handschrift, gekweten de gemeente voorschreven van de voorschreven
rente. Alles is voldaan.
1650, 16 augustus. P. 105(4)
Op 9 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter
Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel en ze hebben met
instemming van de schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en met goedkeuring van
de hele gemeijnte opgedragen het corpus van de gemeente Coorssel aan Elisabeth
Berten (met instemming van haar mombers Henrick Convents en Jan Huveners)
als pand voor 33 gulden en 15 stuivers jaarlijks. In naam van de gemeente
ontvingen ze ervoor in kapitaal 675 gulden Brabants. Ook zo afleggen met geld dat
dan zal gangbaar en gevig zijn volgens de dan laatste Luikse valuatie en met
rente volgens de verstreken tijd. Valdag jaarlijks op 1 januari. Losse en vrije
rente geven. Peeter Beckers is in de naam van Elisabeth Berten in de 33 gulden
15 stuivers jaarlijks op 16 augustus 1650 ggmr. Het geld hiervoor is gekomen
van afgelegde renten: van de erfgenamen van Andries Smes in Hauthalen 400
gulden en van Gilis Oriaens 300 gulden. Nota pro memorie: mits het afroepen van
het geld heeft de stiefvader verloren van de voorschreven 400 gulden 28 gulden.
1650, 16 augustus. P. 105(4)v
Op 17 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Paels,
Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel, Jan Postelmans en
Henrick Beckers Loonse schepenen, Peeter Convents en Aert Aerts respectievelijk
kerk- en H. Geestmeesters, Jan Magrieten, Andries en Vincent Seyssens, Henrick
Kenens, Gielis Mentens en Mathys Convents geëde mannen als representanten van
het dorp Coorssel. Ze maken zich samen sterk met instemming voor de hele gemeente
- uit kracht van octrooi verleend vanwege het hof - en verbinden met deze
gichte het corpus en de generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorssel
en dragen ze op aan het convent van Everbeur als pand voor 100 gulden Brabants
jaarlijkse rente. De burgemeesters ontvingen ervoor in de naam van de gemeente
2000 gulden kapitaal in de volgende munten: 82 gouden souvereijnen het stuk aan
24 gulden, 6 ducatons het stuk aan 5 gulden en 4 schellingen aan 10 stuivers
het stuk. Met dezelfde muntstukken afleggen volgens de valuatie dan gangbaar en
met volle rente. Valdag jaarlijks op het feest van Sint-Antonius. Losse en
vrije rente geven zonder enige vorm van belastingsaftrek. De voorschreven
personen staan in met hun persoon en goederen waar ze ook gelegen zijn voor een
goede gicht. Ze stemmen in met de realisatie voor competente rechters en
daarvoor vaardigen ze iedereen af die deze last wil aanvaarden. Het convent
wenst hiervan een gezegelde brief op kosten van de gemeente. Quirijn Beckers is
in de naam van en voor het convent van Everbeur in de generaliteit van het dorp
Coorsel voor de rente van 100 gulden jaarlijks ggmr. De burgemeesters hebben de
hofrechten betaald.
Marge p. 105(5).
Op 20 maart 1665 heeft Aert Leyssens als rentmeester van
het convent van Everbeur gekweten de gemeente voorschreven van de voorschreven
rente volgens handschrift van frater Robertus Lambertij 'camerarius
Averbodiensis' van 3 februari 1665.
1650, 16 augustus. P. 105(5)
Op 17 januari 1650 kwamen voor het recht Jan Pauls, Peeter
Beckers en Henrick Reyners junior burgemeesters van Coorssel, Jan Postelmans en
Henrick Beckers Loonse schepenen in Lummen, Peeter Convents en Aerts Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters. Ze maken zich samen sterk met
instemming voor de hele gemeente en verbinden met deze gichte het corpus en de
generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorssel en dragen ze op aan Jan
Gielen als pand voor 40 gulden jaarlijks. Ze ontvingen in naam van de
gemeente 800 gulden Brabants kapitaal. In deze som is 150 gulden Brabants
begrepen die toekomt aan de kinderen van Symon Loots en die afgelegd zijn door
Blasius Maes van Hauthalen. Deze renten moeten in hun geheel afgelegd worden
met geld dat volgens de Luikse valuatie gangbaar is en met rente volgens verstreken
tijd. Valdag jaarlijks op Sint-Josephdag 19 maart. Losse en vrije rente geven
zonder enige aftrekt van gelijk welke vorm van belastingen. Jan Gielis is in
het corpus van Coorssel, voor zover het Brabants is, op 13 juni 1650 in de 40
gulden gegicht en gegoed.
Marge p. 105(5).
Op 29 december 1670 verscheen voor de schepenen Peeter
Rutten als erfgenamen van Jan Gilen en hij heeft de voorschreven rente gekweten
Alles is voldaan.
1650, 16 augustus. P. 105(5) v
Op 3 februari 1650 kwamen voor het recht Jan Paels,
Peeter Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel. Ze hebben met
instemming van schepenen, kerk- en H. Geestmeesters en met instemming van de
hele gemeente opgedragen en verbinden met deze gichte het corpus en de
generaliteit van de hele gemeente van het dorp Coorssel en dragen ze op aan Jan
Didden als pand voor 20 gulden jaarlijks. In kapitaal ontvingen ze 400
gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen met geld volgens de laatste Luikse
valuatie dan gangbaar. Valdag op O.-L.-Vrouw Lichtdach. Losse en vrije rente
geven. Jan Didden is op 16 augustus 1650 in het corpus van Coorssel voor 20
gulden jaarlijks gegicht en gegoed me ban en vrede.
1650, 16 augustus. P. 105(5)v
Op 13 juni 1650 kwamen voor het recht Jan Paels, Peeter
Beckers en Henrick Reyners burgemeesters van Coorssel, Jan Postelmans en
Henrick Beckers Loonse schepenen, Peeter Convents en Aerts Aerts
respectievelijk kerk- en H. Geestmeesters. Ze maken zich samen sterk voor de
hele gemeente - uit kracht van octrooi verworven op 9 april 1650 ondertekend
Happart secretaris - en verbinden met deze gichte het corpus en de generaliteit
van de hele gemeente van het dorp Coorssel en dragen ze op aan de Armen of
H. Geest van Coorssel als pand voor 15 gulden jaarlijks. Ze ontvingen uit
handen van Jan Reners in kapitaal 300 gulden. Afleggen in geld dat dan volgens
de Luikse valuatie zal gangbaar zijn en met rente volgens het verstrijken van
de tijd. Valdag jaarlijks op datum van gichten. E.H. Peeter Neven, pastoor, is
in de afwezigheid van de armenmeester Aert Aerts in de naam van de Armen in de
15 gulden jaarlijks ggmr. De panden van Jan Reners zijn hiermee gekweten van de
15 gulden jaarlijks zoals de Armen op zijn panden trokken en het kapitaal dat
hier opnieuw gebruikt werd.
1650, 16 augustus. P. 106
De burgemeesters van Coorsel Jan Paels, Henrick Reyners
en Peeter Beckers hebben met instemming van de schepenen, kerk- en H.
Geestmeesters en uit kracht van octrooi opgedragen het corpus van Coorssel aan
Joanna Hoeffmans als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijkse rente. Ze hebben
de som van 400 gulden ontvangen die te kwijten zijn in geld dat dan volgens de
Luikse valuatie gangbaar en gevig is. Valdag jaarlijks op 2 april. 3 maanden
voor het afbetalen melden aan de rentheffer. Johanna is in de 20 gulden
jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.
1650, 15 december. P. 108
Pauls Seyssens heeft opgedragen een beemd op 'de Dungen'
in Stal onder Coorssel gelegen, groot 2 dachmael. Hij grenst Wouter Vanden Hove
1), mr. Vincent Seijsens 2) en Valentijn Vanden Hove 3). Opgedragen als pand
voor 5 gulden en 10 stuivers jaarlijks aan Peeter Leyssen. In kapitaal ontving
Pauls 100 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens de laatste Luikse
valuatie. Valdag jaarlijks op 22 maart. Peter Leysen is in de 5 gulden en 10
stuivers jaarlijks ggmr.
1651, 27 januari. P. 109
Mr. Aert Kenens heeft opgedragen zijn kindsgedeelte van
al hetgeen hem in Coorssel toebehoort aan Lenaert Boonen als pand voor 25
gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Aert 500 gulden Brabants en met
500 gulden af te leggen zoals het geld in de tijd van de kwijting zal gangbaar
en gevig zijn en volgens de tijd. Valdag jaarlijks op Lichtmis. Losse en vrije
rente geven. Lenaert Boonen is in de 25 gulden jaarlijks ggmr. Mr. Aert Kenens
mag deze rente kwijten in 2 keren.
1651, 27 januari. P. 109
Conditie en voorwaarde waarop Peeter Neelens, grootvader
van het onmondig kind van zijn dochter Margareta Neelens, namelijk Peeter Van
Haemel verwekt door Gielis Van Haemel zaliger, en Jan Didden als mombers van de
voorschreven Peeter Van Haemel, die ook aanwezig is, zullen verkopen met
proclamatie, hogen, palmslag, kaarsbranding en de hoogste bieder zal 'den
naesten wesen' een perceel land van Loonse en Brabantse natuur dat betimmerd is
met een schuur. Het is ongeveer 2 halster zaaiens groot. Het is gelegen in
Coorsel en grenst O Peeter Bosmans, W en Z Anna Leyssens en s'heeren straet N.
De voorschreven mombers zullen ten overstaan van de
erfgenaam van Peeter Van Hamel voorschreven het goed verkopen op hogen van 2
gulden: de ene tot profijt van de erfgenamen en de andere voor de koper. De
mombers staan er garant voor dat het land belast is met 200 gulden kapitaal,
jaarlijks 10 gulden. Deze komen tot last van de koper zonder vermindering van
de koopsom. Mochten er nog andere lasten gevonden worden, dan zullen ze daarvan
de koper vergoeden.
Degene die de palmslag krijgt, zal voor zijn vromigheid
10 gulden krijgen indien hij afgehoogd wordt of bij vernadering. Hij zal zijn
voorhogen hebben tot het branden van de kaars. De verkoper zal de vruchten van
het land, waarmee het bezaaid is, nog oogsten zonder dat de koper er iets van
zal genieten.
Indien iemand hoogde tijdens het branden van de kaars en
de kaars ging op hem uit, maar hij kan de koop niet voldoen, dan zal de kaars
opnieuw ontstoken worden. Alle gerezen kosten van deze koop en de kosten die er
nog op komen, zal men bij de faler halen. Brengt het perceel nadien minder op
dan zal men dit verschil bij deze falende koper halen. Als het dan meer
opbrengt, is dit enkel tot profijt van de verkopers. Bij misverstanden tijdens
het hogen, beslissen de de schepenen die erover zitten wat er moet gebeuren. De
koper moet bij de gicht 200 gulden betalen en de rest op de dag van verjaren.
Alle kosten betreffende deze verkoop zijn tot last van de koper waaronder 5
stuivers Goitspenninck voor de kerk, schrijfgeld 30 stuivers en lijcoop volgens
wens. Al deze condities zijn tot last van de laatste hoger op pene van geen
voldoening en opnieuw verkoop.
Op 16 januari 1651 hebben Peeter Neelens en Jan Didden
als momber van Peeter Van Hamel voor notaris en getuigen de palmslag gegeven
aan Peeter Bosmans op de voorschreven condities voor 500 gulden Brabants eens
boven de lasten en 10 gulden spelgeld voor de weduwe van Peeter Van Haemel. De
koper stelt boven de koopsom nog 5 hogen. Opgemaakt ten huize van Jan Beckers
in presentie van mr. Aert Beckers en Peeter Oriaens, getuigen. Testor P. Jans.
Op 27 januari werd de kaars ontstoken in het voorschreven
huis en vanwege de officieren gebannen. Haub Didden stelde nog 1 hoge; Peeter
Bosmans nog 1 hoge en hij bleef de laatste koper bij het uitgaan van de kaars.
Testor C. P, Machiel Thonis, Jan Van Postel en Henrick Beckers.
Op dezelfde dag kwamen Peeter Neelens en Jan Didden voor
het recht en ze hebben wettelijk hun eed gepresteerd als momber van Peeter Van
Hamel om dit goed te kunnen verkopen en de koper gichten en goeden.
Op dezelfde dag heeft Margariet Neelens als tochtster van
het voorschreven goed haar tocht afgestaan aan haar zoon Peeter Van Hamel om
deze verkoop te doen. Hij is ervan met recht ter gichte gekomen.
1651, 27 januari. P. 110
Nu tocht en erve samen zijn, kwamen voor recht Peeter
Neelens en Jan Didden als mombers van Peeter Van Hamel voorschreven en ze
hebben ontvangen en daarna opgedragen in het bijzijn van Peeter zelf het goed
hiervoor beschreven voor zover het onder deze bank sorteert en ook voor zoveel
het in het Loons sorteert tot behoef van Peeter Bosmans als laatste hoger en
koper. Alles volgens prijs en condities hiervoor beschreven. Indien er meer
lasten gevonden worden dan 200 gulden Brabants eens kapitaal, dan zal de koper
ze aan de koopsom mogen in mindering brengen. Peeter Bosmans is erin ggmr.
1651, 16 februari. P. 110v
Peeter Bosmans heeft opgedragen een stuk broek in
Coorssel gelegen, genaamd 'd' Brueckelinge', groot ongeveer 2 dachmael, dat
grenst Jan Thielens 1), 'die Waeterstraet' 2), de erfgenamen van Lemmen Scepers
3) en de erfgenamen van Vaes Vaes 4). Verkocht aan Jan Magrieten als pand voor
10 gulden Brabants jaarlijkse rente. In hoetpenningen(kapitaal) hebben
ze 210 gulden Brabants eens ontvangen. Zo ook afleggen volgens de Luikse
valuatie. Afleggen in 2 keren, telkens 105 gulden. Valdag jaarlijks op Sinte
Maria Magdalenadag. Als onderpand stelt Peeter nog al zijn andere goederen van
deze bank. Jan Magrieten is in de 10 gulden jaarlijks ggmr.
1651, 16 februari. P. 112
Hendrick Tielmans heeft ontvangen en opgedragen huis en
hof in Voortken onder Coorsel gelegen, groot ongeveer 3 halster zaaiens, en
verder al zijn andere goederen onder deze bank sorterend aan de Armen of de H.
Geest van Hechtel als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal
ontving Henrick 200 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens het geld
dan gangbaar is. Valdag jaarlijks op Sinte Dionijsmisse. Jan Meynen is in de
naam en tot profijt van de Armen voorschreven in de 10 gulden Brabants
jaarlijks ggmr. Henrick Tielmans heeft de rechten betaald. Jan Meynen betaalde
voor de kopie 20 stuivers.
Marge p. 112
Op 23 oktober 1668 verscheen voor schepenen Anthoen
Leyssens en Beckers de armenmeester van het dorp Hechtel met name Dirick
Stevens en hij heeft de voorschreven panden gekweten van de rente van 10 gulden
Brabants met recht. Alles is voldaan door Matheuwis Theunis.
1651, 16 februari. P. 112
Jan Van Velthoven heeft de panden gekweten van Jan Pauls,
nu Haub Jacobs, van 20 gulden Brabants jaarlijks zoals hij op die panden
jaarlijks trok. Kapitaal van 500 gulden werd ontvangen. en al de voorgaande
verlopen. De panden worden er wettelijk van gekweten. Het kapitaal hoort toe
aan de minderjarige kinderen van Lemmen Erdekens en het werd opnieuw belegd
voor de kinderen aan panden: Daniel Smeets 100 gulden, aan Jan Thielens in
Coorssel 200 gulden, aan Jan Voets in Hechtel 200 gulden.
1651, 30 maart. P. 116v
Joris Beckers heeft opgedragen een 'hoeffken' in Coorssel
gelegen, dat grenst des heeren straet aan 3 zijden, mr. Vincent Seyssens 4),
aan Willem Opheye als pand voor 5 gulden jaarlijks met valdag op
Sint-Giellisdag. Losse en vrije rente betalen. Te kwijten met 100 gulden in
geld zoals ten tijde van de kwijting volgens de valuatie zal gangbaar zijn.
Willem Op Heyde is in de 5 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.
1651, 30 maart. P. 117
De achtbare heer Cristiaen Corselius, onze meier, heeft
ontvangen daarna opgedragen huis en hof in Stall onder Coorssel gelegen, met al
zijn andere Brabantse goederen aan Dionijs en Pouls Verlinden, gebroeders, en
beiden inwoners van Peelt als pand voor 21 gulden en 10 stuivers jaarlijks. De
meier ontving in kapitaal 600 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen. Valdag
jaarlijks ad vincula Petri (Sint-Petersstoel) dat is op 1 augustus. Indien de
broers het kapitaal willen terug hebben voor er 9 jaren verstreken zijn, dan
moeten ze dat een half jaar ervoor aan Corselius laten weten en vice versa.
Mocht een van deze broers sterven, dan is hun wil dat de overledene deze rente
legateert aan zijn broer als langst levende. Henrick Verlinden is in de naam
van en voor zijn broers Dionijs en Pouls in de rente van 21 gulden en 10
stuivers ggmr. Voor de kopie werd 15 stuivers betaald.
1651, 30 maart. P. 117v
Haub Van Herck heeft opgedragen huis en hof onder
Coorssel gelegen, namelijk de halve 'Witters Winninge', groot ongeveer 8 vat
zaaiens, die grenzen s'heeren straet 1), Aert Witters 2) en Aert Renues(?) 3).
Opgedragen aan Anna Crompens als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijks. In
kapitaal ontving Haub 400 gulden. Afleggen in geld volgens de Luikse valuatie
dan gangbaar. Valdag jaarlijks op Drie Koningendag. Henrick Beckers is in de
naam van en voor Anna Crompens in de rente van 20 gulden jaarlijks ggmr.
1651, 30 maart. P. 117v
Conditie waarop sr. Peeter Convents secretaris in
Wuestherck zal verkopen met proclamatie een perceel land genaamd 'die Ruyters
Driesschen', dat grenst s'heeren straet O en N, W Matijs Van Ham. Peeter zal
het verkopen aan de hoogste bieder. Degene die de palmslag krijgt, zal zoveel
hogen mogen zetten als hij wenst voor iemand anders erop zal mogen hogen.
Iedere hoge bedraagt 2 gulden: 1 voor de verkoper en de andere tot profijt van
de koper. De verkoper garandeert dat het goed enkel belast is met schattingen
en grondcijns aan de heer. Indien iemand glorieus hoogt en de kaars gaat op hem
uit, maar hij kan of wil de koop niet voldoen, zal hij alle onkosten moeten
betalen, lijffcoop, schrijfgeld en hij zal nog een boete krijgen van 100 ryxdaelders.
Daarvan is de helft voor de heer waaronder dit goed sorteert en de andere helft
voor de verkoper. De lijcoop die vandaag in aanwezigheid van beide partijen
gedronken wordt, zal de verkoper betalen en de rest van de lijcoop zullen de
partijen gelijk delen en volgens hun wens. Het goed zal gepubliceerd worden van
8 dagen tot 8 dagen na de mis door de gerechtsbode. Als de roepen gedaan zijn,
zullen de partijen de verkoop gichten voor competente rechters. Voorwaarde is
dat Jan De Molder, de winne (pachter) van sr. Peeter Convents, zal zijn
huurperiode mogen uitdoen volgens zijn taux (huurovereenkomst) en de
koper zal met de huurprijs moeten tevreden zijn.
Na de opdracht van het goed zal de koper op die datum de
hele koopsom moeten voldoen of uiterlijk over 14 dagen daarna, anders wordt de
koper beboet zoals hierbij beschreven. Bij misverstanden tijdens het hogen
beslissen de aanwezige schepenen wat er moet gebeuren. De koper moet voor het
schrijfgeld 1 patacon in een munt geven en 2 schellingen Goodtsgelt.
Op 18 februari 1651 verscheen voor Cornelis Loyens en
getuigen sr. Peeter Convents secretaris in Wuestherck en hij heeft de palmslag
gegeven aan Jan Van Postel van Stal voor 900 gulden min 12 gulden. Getuigen:
heer Joannes Servatij pastoor in Huesden, heer Joannes Smaes en Henrick Kenens.
Jan Van Postel hoogde toen 30 hogen. Op dezelfde dag hoogde Cornelis Loyens nog
10 hogen in presentie als boven. Vervolgens Jan Van Postel nog 10 hogen. Zelfde
getuigen als voor.
Deze akte werd ondertekend door partijen en getuigen en
door testor Cornelius Loyens.
Op 30 maart 1651 werd op verzoek van de partijen de kaars
wettelijk ontstoken en gebannen. Er hoogde niemand meer en als de kaars uitging
bleef de koop aan Jan Van Postel als laatste hoger en 'obtinent' koper.
1651, 30 maart. P. 118v
Sr. Petrus Convents kwam voor het recht en heeft
ontvangen en daarna opgedragen het goed hiervoor beschreven aan Jan Van Postel
voor de prijs hiervoor en volgens de condities. Betaald. Jan Van Postel is
ervan met recht ter gichte gekomen. Solvit van hofrechten 3 gulden 10 stuivers
1 ort.
1651, 30 maart. P. 118v
De kinderen van Henrick Kenens, namelijk Geert en
Zacharias Kenens, hebben gekweten de panden van Huybrecht Van Herck, namelijk
de helft van de 'Witters Winninge', van een rente van 4 gulden en 10 stuivers
jaarlijks. Het kapitaal ervan bedraagt 283 gulden en 4 stuivers. Betaald. De
panden worden er wettelijk van gekweten.
1651, 22 juni. P. 119
Peeter Meybosch heeft ontvangen en daarna opgedragen een
stuk land opt Luelen onder Coorsel gelegen, ongeveer een halster land groot.
Het grenst mr. Cristiaen Nicolai 1), Peeter Tielens 2) en Hendrick Reyners 3).
Opgedragen aan de Armen van Coorsel als pand voor 3 gulden Brabants jaarlijks.
In kapitaal ontving Peeter 60 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens
de laatste Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag jaarlijks op St.-Johannes
Baptist (24 juni). Geert Matheij alias Groenendael is in de naam en tot profijt
van de armen van Coorsel in de 3 gulden jaarlijks ggmr.
1651, 22 juni. P. 119
Mr. Jan Vaes man en momber van Mayecken Thilens heeft de
panden gekweten van de Armen van Coorsel van een rente van 3 gulden 15 stuivers
jaarlijks, zoals hij daar op trok. Alles is voldaan en de panden zijn wettelijk
gekweten.
1651, 22 juni. P. 120
Op 15 mei verscheen voor de secretaris en getuigen
Hendrick Knuesen(?) van Overpeelt die constitueert en volmachtig maakt met deze
akte Cristiaen Nicolai, de Brabantse meier van het land Lummen, om in zijn naam
voor de Brabantse wet te verschijnen en daar in zijn naam te kwijten de panden
en onderpanden van Jan Reynders van 300 gulden kapitaal. Opgemaakt binnen Peer
in het huis van de secretaris op de kamer in presentie van Hendrick Kneusen den
Jongen, Hendrick Nuskens en Elisabeth Vaes als getuigen. Getekend Arnol. Baten
secretaris, hiertoe verzocht.
1651, 22 juni. P. 120v
Sr. Cristiaen Nicolai, onze meier, heeft uit kracht van
de voorgaande constitutie de panden gekweten van Jan Reners van 300 gulden
zoals Hendrick Kneusen/Knuysen daarop trok. Alles is voldaan en de panden
wettelijk gekweten.
1651, 30 juni. P. 122
Hendrick Theunen(?) heeft opgedragen en getransporteerd
de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks, zoals hij jaarlijks trok op panden
van Peeter Thielens in Coorssel, aan zijn broer Aert Theunen voor 1000 gulden.
Hendrick ontving zijn geld. De verkoop gebeurde volgens de originele gichte
ervan gedateerd op 14 april 1647. Aert Theunen is in de 50 gulden jaarlijks
ggmr, zoals Hendrick ze eraan trok.
1651, 09 augustus. P. 125v
Aert Witters heeft ontvangen en daarna opgedragen het
'hoefken' met de schuur en het 'Nieu lant', groot samen ongeveer 3 halster
zaaiens. Het goed grenst Jan Van Ham 1), Aert Witters 2), Willem Witters 3) en
'die Heerbaen' 4); daarbij nog het half schanshuis. Verkocht aan zijn broer
Willem Witters voor 950 gulden Brabants eens. Om dit te betalen neemt Willem
van zijn broer Aert een rente af van 500 gulden kapitaal, rente van 25 gulden
jaarlijks en nog 12 gulden 10 stuivers jaarlijks, kapitaal 250 gulden, zoals de
H. Geest van Coorssel trekt. De rest is aan Aert betaald met 1 souverijn
drinkgeld voor de huisvrouw van de verkoper, lycoop naar wens en Goitspenninck
10 stuivers. De rente aan de H. Geest moet door Aert betaald worden tot de
datum van gichten. Bij het afleggen van de renten, als ze legbaar zijn, moet
dit in lopend geld gebeuren. Willem Witters is ervan met recht ter gichte
gekomen met ban en vrede.
1651, 09 augustus. P. 125v
Willem Witters heeft het voorschreven goed - dat hij in
de voorschreven gichte van zijn broer kocht - opgedragen aan Anna Vande Wyer
als pand voor 5 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Willem 100 gulden
valuatiegeld. Bij het afleggen moet dat gebeuren in geld zoals het dan volgens
de valuatie gangbaar is en met rente 'naer tijtsgelanck'. Valdag jaarlijks op
Sint-Laureijnsdag. Vrije rente geven zonder enige aftrek van gelijk welke vorm
van belastingen. Aert Vande Kerckhoff is in de naam van en voor Anna Vande Wyer
in de 5 gulden jaalijks ggmr. Willem heeft de rechten betaald.
Naschrift. Op 7
november 1663 kwam voor de schepenen Jan Fredericx als gevolmachtigde van zijn
moeder Anna Vande Wyer en hij heeft de panden gekweten van Willem Witters van
de voorschreven rente. Hij is er volledig van betaald.
1651, 05 oktober. P. 127v
Jan Pauls heeft ontvangen en opgedragen een dachmael
broek genaamd 't' Hueckebroeck', dat grenst Jan Wijnen 1), Jan Thielens 2) en
Pauls Zeuwis 3). Opgedragen als pand aan de kinderen van Laureys Convents voor
5 gulden Brabants jaarlijks. In hoetpenningen (kapitaal) ontving Jan 100
gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op 'Sint-Peeters merct'. Peeter
Oriaens is als momber van de voorschreven kinderen in de 5 gulden jaarlijks
ggmr.
1651, 05 oktober. P. 127v
Jacob Meyen heeft opgedragen een dachmael broek genaamd
'd'Lanck Haut', dat grenst 'die Alde Beeck' 1), Peeter Beckers 2), Jasper
Smeets 3) en de H. Geest van Coorssel 4), aan Claes Scuppen als pand voor 10
gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving hij 200 gulden gevalueerd geld.
Zo ook kwijten. Valdag jaarlijks op Bavonis. Als onderpand stelt Jan een
halster land genaamd 't' Vaex Bloock'. Niclaes Scuppen is in de 10 gulden
jaarlijks ggmr. Anna Beckers, vrouw van Jacob Meyen, gaat hiermee akkoord.
Meyen heeft de rechten betaald.
1651, 05 oktober. P. 128
Op 29 augustus 1651 bekent en attesteert Ambrosius
Bellens dat hij verkocht heeft aan Jacob Meyen een zeker huis met de grond en
de boomgaard zoals het in Coorssel gelegen is. Het grenst Gielis Oriaens 1),
s'heeren straet aan 2 zijden en Henrick Meyen 4), van Brabantse natuur.
Verkocht voor 400 gulden Brabants eens (de gulden aan 20 stuivers Luikse
valeur) en een halve gouden souvereyn spelgeld voor de verkoper. De verkoper
(dit moet 'koper' zijn) zal indien er approximatie (vernadering)
komt ook een halve gouden zouverijn moeten hebben voor zijn 'vromigheid' op
voorwaarde nochtans dat het voorschreven goed altijd bij reële en personele
dorpslasten geven in iedere 100 schattinge 1 stuiver. De timmer die
tegenwoordig in de huisinge afgebroken ligt, mag deze koper terstond aanslaan
en de huurder ervan zal het voorschreven goed en huis gebruiken tot half maart
eerstkomend en de huur is zolang alleen voor de verkoper. De koper moet de
koopsom betalen op de gicht. Alle lasten betreffende deze koop zijn tot last
van de koper zonder dat ze in mindering komen van de koopsom. Goitspenninck
voor de kerk van Coorssel 10 stuivers, lijfcoop volgens wens, schrijfgeld 2
gulden. De partijen houden deze koopcondities voor vast en onverbrekelijk. Getuigen:
Goris Convents en Jan Van Postel. Koper en verkoper tekenen met een merk. Quod
attestor P. Jans, die hierom werd verzocht.
1651, 05 oktober. P. 128v
Jacob Meyen heeft opgedragen een dachmael broek genaamd
'den Jacobi', die grenst 'd' Au Beeck' 1), Andries Seyssens 2), Matys Picken 3)
en Jan Van Postel 4); nog het huis, hof en boomgaard zoals hij op die dag door
gicht van Ambrosis Bellen heeft gekregen. Jacob draagt ze op aan Ambrosis
Bellen voorschreven als pand voor 10 gulden Brabants jaarlijks. Die staan te
kwijten met 200 gulden in geld zoals dan volgens de Luikse valuatie zal
gangbaar zijn. Valdag jaarlijks op Bamis. Ambrosius is in de 10 gulden jaarlijks
gegicht en gegoed met ban en vrede. Anna Beckers, huisvrouw van Jacob Meyen
heeft ingestemd met deze gicht. Meyen betaalde de hofrechten.
Naschrift p. 129v
Nota. Deze rente wordt betaald met 7,5 gulden jaarlijks
en is af te leggen met 150 gulden. Dat komt omdat aan huis en hof in het
hiervoor geregistreerde akt bevonden zijn geweest meer cijnzen als
geconditioneerd waren en dat alles met akkoord van de partijen.
1651, 09 november. P. 130
Mateuwis Greefs heeft ontvangen en daarna met instemming
van zijn huisvrouw Anna Robyns opgedragen een hoffstadt in Coorssel gelegen,
die grenst s'heeren straet aan 2 zijden en Aert Beckers 3); nog een stuk land
'opt Leelen' gelegen, dat grenst Jan Didden 1), Marie Van Hout 2); met nog een
bosje aan 'de Scrickheyde' in Coorssel gelegen, dat grenst 'die Scrick Heyde'
rondom. Mateuwis ruilt het erf op erf met Willem Noip alias Knapen voor
goederen die Willem Noip onder Huesden had liggen, zowel huis, land als broek.
Hij heeft daar opdracht gedaan zoals blijkt uit het schepenregister van daar.
Dat gebeurde conform de notariële akte opgemaakt op 16 augustus 1651 door
notaris Petrus Nicolai, die vandaag in het Loons werd geregistreerd (daar
sorteren ook enkele percelen die in deze ruil inbegrepen zijn). Willem Noip is
ervan ter gichte gekomen met ban en vrede.
1651, 23 november. P. 132
Jan Van Postel heeft de panden gekweten van Jacob Beckers
van Beringen van 7 gulden en 10 stuivers jaarlijkse rente zoals hij op zijn
panden trok. Alles is voldaan en de panden worden er wettelijk van gekweten.
1651, 07 december. P. 133
Jan Stockmans der Jonge heeft ontvangen en daarna
opgedragen een beemd in Coorsel gelegen, groot 2 dachmael, genaamd 'den Nauwen
Beempt', die grenst Anna Leysen 1), Marie Van Haut 2), Jan Stockmans den Auden 3);
nog een stuk land van 4 halster zaaiens, dat grenst s'heeren straet aan 2
zijden, Henrick Willens 3) en Andries Seyssens 4), en al zijn andere Brabantse
goederen. Opgedragen aan Claes Nauwen als pand voor 30 gulden Brabants
jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 600 gulden Brabants gevalueerd geld.
Terugbetalen in hetzelfde geld volgens de Luikse valuatie en kwijten in 2
termijnen. Valdag jaarlijks op 8 mei. Jan belooft dat hij in het Loons
onderpand zal stellen huis en hof. Claes Nauwen en zijn huisvrouw Anna
Silvesters maken elkaar wederzijds deze rente aan de langstlevende van hen
beiden om hun vrije wil mee te doen. Niclaes Nauwen is in de 30 gulden
jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.
1652, 08 februari. P. 139v
Voorwaarden waarop Blasius Kenens zal verkopen een stuk
land van omtrent 1 halster zaaiens in Stal gelegen, dat grenst Jan Van Postel
1), de straat 2), Elisabeth Folders 3) en Aert Convents 4).
Het goed wordt verkocht met kercken geboth,
kaarsbranding, palmslag en hogen. Die het meeste biedt, zal de 'naeste' wezen.
Iedereen zal hierop mogen hogen met 2 gulden per hoge: de helft voor de koper
en de andere tot profijt van de verkoper. Overige voorwaarden te lezen in de
originele gichte indien interesse (of bij andere openbare verkopen hier samengevat).
Het goed is enkel belast met schattingen en dorpslasten en grondcijns aan de
heer. Voor een kermis moet de koper 1 souverein of 12 gulden geven aan de
huisvrouw van de verkoper en de koper krijgt ook zoveel voor zijn palmslag. De
helft van de koopsom is te betalen op dag van gichten en de andere helft op de
dag van verjaren. Hij zal alle onkosten betreffende deze koop zoals een halve
patacon schrijfgeld, goodtsgelt 4 stuivers, lycoop nae lantcoep betalen.
Jan Reynders bood bij de notaris boven alle condities 100
gulden Brabants eens. Hiervoor heeft Blasius Kenens hem de koop toegeslagen en
de palmslag gegeven. Jan verbeterde de koop met 31 hogen. Gebeurd in
aanwezigheid van Wouter Vande Kerckhoff en Claes Winters als getuigen.
Getekend: ita testor C. Nicolai notaris.
Op 27 januari 1652 hoogde Nicolaes Winters op deze koop
nog 1 hoge. Jan Reynders hoogde nog 1 hoge voor dezelfde getuigen als hiervoor.
Op 8 februari 1652 werd de kaars wettelijk ontstoken en
gebannen op verzoek van de partijen. Er hoogde niemand meer en daarme bleef de
koop aan Jan Reynders als laatste hoger en koper.
1652, 08 februari. P. 140
Blasius Kenens heeft ontvangen en het voorschreven land
opgedragen aan Jan Rijnders voor de prijs in de conditie hiervoor genoemd. Jan
is ervan met recht ter gichte gekomen. Solvit van hofrechten 3 gulden 13,5
stuivers.
1652, 22 februari. P. 140v
Joannes Leysen als gevolmachtigde vanwege het godshuis
van Everbeur, volgens de constitutie ervan gedateerd op 11 mei 1651,
ondertekend S. Vaes abt van Everbode en hier getoond, kwijt de panden van
Andries Seyssens van een rente van 5 gulden jaarlijks, kapitaal 100 gulden,
zoals het convent op zijn panden trok. Alles is voldaan en de panden worden er
wettelijk van gekweten.
1652, 22 februari. P. 141
Peeter Zeuwis heeft opgedragen huis en hof in Vortken
gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), de erfgenamen van Lambrecht Geerts 2)
en Jan Joris 3), met nog een dachmael broek in Vortken gelegen, dat grenst
Henrick Seus 1), Peeter Conelis 2). Opgedragen aan Henrick Convents als pand
voor 5 gulden en 15 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontving Peeter 100 gulden
gevalueerd geld. Valdag jaarlijks op Sinte Mathijsdag. Als onderpand stelt
Peeter nog een blooxke van ongeveer een vat zaaiens groot, dat grenst de erfgenamen
van Lambrecht Geerts 1), Jan Valentijns 2) en 'die Geytelingen' 3). Henrick
Convents is in de 5 gulden en 10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban
en vrede. Peeter Zeuwis heeft de hofrechten betaald.
1652, 07 maart. P. 142v
Jan Oriaens heeft opgedragen en getransporteerd een rente
van 5 gulden en 5 stuivers jaarlijks die gehypothekeerd staan op panden van Jan
Reymen, namelijk 1,5 halster land onder Vortken gelegen. Het grenst s'heeren
straet 1), zijn eigen erve 2) en Aert Stevens 3); nog 50 gulden kapitaal die
staan aan panden van Jan Pouls. Ze zijn veronderpand voor de voorschreven
rente. Verkocht aan zijn broer Henrick Oriaens voor de prijs volgens de
originele gichte. Henrick Oriaens is ervan met recht ter gichte gekomen.
1652, 07 maart. P. 143
Jan Oriaens heeft opgedragen en getransporteerd 10 gulden
jaarlijks of 200 gulden eens kapitaal, zoals hij trok op panden van Jacob
Vervort in Voortken gelegen. Dat pand grenst s'heeren straet 1), Jan Huveners
2), Aert Heckens 3) en Elisabeth Berten 4). Opgedragen aan Joanna Hendrix voor
de som van 200 gulden en verder na teneur van de originele gichte ervan.
Hendrick Oriaens is als momber van Johanna Hendrix in de 10 gulden jaarlijks
ggmr.
1652, 07 maart. P. 143
Huybrecht Didden heeft ontvangen en wettelijk gereliveerd
in de naam van de kinderen van Jan Jacobs en Anna Didden, een wettig echtpaar
toen ze leefden, die goederen die hen zijn aangekomen na de dood van hun
ouders. Het gaat om huis en hof in Coorssel gelegen, die grenzen s'heeren
straet 1), Cristiaen Nicolai 2) en Gielis Oriaens 3). Het is hen met recht
verleend. Ze zijn daarvan met recht ter gichte gekomen 'salvo jure cuius
libet'.
1652, 07 maart. P. 143
Peeter Stoffels heeft gereleveerd voor hem en voor zijn
medegeringen de helft van de goederen zoals op hen verstorven en aangekomen
zijn na de dood van Jan Jacobs en Maria Orekens: huis en hof in Coerssel
gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), Gielis Oriaens 2) en Cristiaen Nicolai
3). Het is hem volgens recht verleend. Ze zijn ervan ter gichte gekomen.
1652, 13 maart. P. 143v
Jacob Eijgen heeft ontvangen en opgedragen een stuk land
in Vortken onder Coorssel gelegen, genaamd 'den Voorttens Hoff', groot een
halster zaaiens, die grenst s'heeren straet aan 2 zijden en Wouter Bleux/Blacx(?)
3). Opgedragen aan Maycken Vanden Haut als pand voor 5 gulden jaarlijks. In
kapitaal ontving Jacob 100 gulden gevalueerd geld. Valdag jaarlijks half maart.
Mayecken Van Haudt is in de 5 gulden jaarlijks ggmr. Jacob heeft de rechten
betaald.
1652, 18 april. P. 146v
Jan Witters heeft met instemming van zijn huisvrouw
Elisabeth Bluex opgedragen een stuk broek in Stall gelegen, dat grenst de erfgenamen
van Mathys Van Hamme 1), de 'Oude Beeck' 2), Henrick Convents 3) en Michiel
Pinxten erfgenamen 4). Verkocht aan Anna Wyermans als pand voor 5 gulden
jaarlijks, waarvoor hij in hoetpenningen bekend ontvangen te hebben 100 gulden
gevalueerd geld. Valdag jaarlijks half maart. Jan Reyners is in de naam van
Anna Wyermans, zijn schoonmoeder, in de 5 gulden jaarlijks ggmr.
1652, 18 april. P. 147
Peeter Meijbosch heeft ontvangen en daarna met instemming
van zijn huisvrouw Ida Picken opgedragen een stuk land genaamd 'd'Leslen'(?),
dat grenst Cristiaen Nicolai 1), Peeter Thielens 2), mr. Jan Put 3) en Jan
Reynders 4). Verkocht aan Peeter Thielens voor 121 gulden boven de lasten die
erop uitgaan. De lasten: 60 gulden kapitaal aan de Armen van Coorssel en een
Franse croon als spelgeld voor de huisvrouw van de verkoper. Hiertegen zal de
koper indien het goed vernaderd wordt ook een Franse croon krijgen, lycoop nae
lantcoep, Goitspenninck 1 stuiver. Betaald. Peeter Thielens is ervan ter gichte
gekomen met ban en vrede.
1652, 18 april. P. 147v
Henrick Picken heeft opgedragen huis en hof in Coorssel
gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), Peeter Tielens 2) en Jan Pauls 3); met
nog een stuk broek genaamd 'd' Ietemenneken', dat grenst Quinten Pouls 1),
Henrick Reyners 2) en Blasius Leeckens 3). Opgedragen aan Peeter Van Hamel als
pand voor 11 gulden en 10 stuivers jaarlijks. In kapitaal ontving Henrick 210
gulden. Te lossen in geld zoals het dan gangbaar is volgens de Luikse valuatie.
Valdag jaarlijks op Sint-Jorisdag. Peeter Neelens en Jan Didden als mombers van
Peeter Van Hamel zijn in de naam van en tot profijt van Peeter in de 11 gulden
en 10 stuivers jaarlijks ggmr.
1652, 18 april. P. 148
Voor Notaris en getuigen verscheen Herman Bormans, die
verklaarde en bekende mits deze akte dat hij uit handen van de E. H. heer
pastoor van Zolre voor en in de naam van de gemeynte van Coorsel op 'Kersmis'
laatstleden of daar omtrent ontvangen heeft 1000 gulden kapitaal eens. Het gaat
om de helft van een rente van 2000 gulden kapitaal, 100 gulden jaarlijks.
Herman Bormans had deze rente voor 2 jaren aan de borgemeesters en de gemeijnte
van Coorsel met gicht voor de justitie van Lummen ten Brabants recht verkregen.
Herman stemt in met de cassatie van de 1000 gulden kapitaal voorschreven en de
rente van 50 gulden jaarlijks. Hij reserveert voor zich nog de volle intrest
van de voorschreven rente tot 'jaersmisse' (oudejaarsdag) 1652. Hij
geeft volle macht aan iedereen die deze akte zal brengen en tonen aan de
justitie van Lummen voorschreven om de panden te kwijten. Wat de gevolmachtigde
zal doen, zal gedaan zijn of hij het zelf heeft gedaan. Opgemaakt binnen
Beringen en de constituant en de getuigen hebben samen met de notaris getekend.
In presentie van mr. Gerart van Gruenendael en Paulus Rayemaeckers, getuigen.
De minuut werd ondertekend door Herman Bormans, Gerardus Van Groenendael, het merk
van Paulus Rayemaeckers en mij Philips Jans notaris.
1652, 18 april. P. 148
Henrick Jans heeft uit kracht van de constitutie hiervoor
geregistreerd in de naam van Herman Bormans gekweten de gemeente van Coorssel
van 50 gulden jaarlijks, in vermindering van 100 gulden jaarlijks van kapitaal
2000 gulden. De 1000 gulden die Herman Bormans ontvangen heeft, komen vanwege
heer Henrick Jans uit kracht van het testament, volgens de akte hieronder
geschreven door de heer pastoor van Zuylre heer Laurentius Jans in 'vuege' dat
Maria Jans, begijntje in Diest, zolang ze leeft die 50 gulden jaarlijks zal
trekken en na haar dood volgens de akte hierna beschreven. Herman Bormans kwijt
ermee de gemeente van Coorsel en hij draagt aan Maria Jans de rente op. Conform
het handschrift van heer pastoor voorschreven. Henrick Jans is in de naam van
zijn zuster Maria Jans in de 50 gulden jaarlijks ggmr.
Hierna volgt de akte geschreven door de heer pastoor in
Zuijlre, luidend als volgt.
Op 20 december 1651 bekent Herman Bormans dat hij
ontvangen heeft 1000 gulden Brabants die gelaten zijn door heer Henrick Jansens
zaliger volgens zijn testament voor een erfelijke rente waarvan de tocht en het
inkomen trekken zal Maria Jansens begijntje in Diest, zijn nicht, zolang ze
leeft. Na de dood van Marie zal gelijke tocht daarvan hebben degene die van het
'testateurs maeschap' daar begijntje zullen zijn. De oudste bloedverwant heeft
voorrang op de jongste. Indien er niemand van de familie begijn is, dan gaat ze
naar iemand van Coorsel die daar dan begijn zal zijn. Is er zo geen persoon te
vinden, dan zal de tocht ervan genieten 'die jufer marije' van dat begijnhof
totdat er iemand van het 'maeschaep' of het dorp van Coorsel te vinden zal
zijn, volgens het testament. (Hoogstwaarschijnlijk betaalt Henrick Jans
broer van Maria Jans het kapitaal van de rente aan Bormans vanwege heer
Laurentius Jans pastoor van Zolder, die overleden is, en het zo in zijn
testament heeft bepaald. In het handschrift verwisselt Herman Bormans de
voornamen van betaler en testamentmaker.)
1652, 13 juni. P. 153
Op 7 mei 1650 verscheen voor ons, Vaes en Jensen den
alden, schepenen in Steyvort, mr. Peeter Convents schepen van de justitie van
Wuestherck, die in onze handen heeft opgedragen 6 boender erven in twee stukken
liggend. De twee boender grenzen Claes Cannarts aan 2 zijden, Marten Liefsoons
3), 'den Groenen Wech 4), voor ons sorterend, gelegen 'opt Paenvelt'(?) ter
Eelst onder Berbroeck. Het ander grenst 'die Brantstege', de erfgenamen van
Aert Smolders en 'den Groenen Wech' 4). Opgedragen aan Aert Van Zassbroeck voor
een jaarlijkse rente van 50 gulden Brabants volgens de creatie van 24 oktober
1645, verkregen van sr. Philips Jans, nu door Jans gekweten. Convents
voorschreven neemt de rente aan zoals ze gecreëerd staat en hij staat garant
met al zijn goederen waar ook gelegen en daarvoor stemt hij in met de
realisatie voor alle competente rechters indien het nodig is. Converts betaalde
de hofrechten. Was ondertekend N. de Mollen secretaris.
1652, 13 juni. P. 153
De schepenen en de meier van Lummen buiten vrijheyt ten Brabants
recht hebben de gichte hierboven bestudeerd die werd voorgelegd door en vanwege
sr. Aert van Zassenbroeck en dateert van 6 mei 1650 en ze vinden dat de
realisatie waarover sprake wettelijk moet gerealiseerd worden. Dat doen ze hier
op dezelfde manier als ze in Steyvort gepasseerd is. Is in hoede gekeerd en
gesteld ter register.
1652, 13 juli. P. 159
Joufr. Martina Mannarts heeft, uit kracht van procuratie
op haar gegeven vanwege Lambrecht Mannaerts noviciant in de abdij van
Sint-Truijen op 13 december 1651 zoals voor het recht bleek, opgedragen een
stuk land in Stal onder Coorsel gelegen, genaamd 'Cornelis Hoff'. Het land
grenst s'heeren straet 1), Cristiaen Claes 2) en Jan Vande Kerckhoff 3).
Opgedragen aan Anna Vande Wijer als pand voor 20 gulden Brabants jaarlijks. In
kapitaal ontving ze 400 gulden gevalueerd geld. Zo ook kwijten. Valdag op de
feestdag van Sint-Norbertus. Voor het geval dat het pand later te min gevonden
wordt, stelt ze als onderpand dezelfde hof voor de schepenen van de Loonse
schepenbank en onder de laethof van de prelaet van Everbeur. Dat mag
gerealiseerd worden. Anna Vande Wijer is in de hof voor 20 gulden jaarlijks
ggmr.
Marge p. 159.
Gekweten in 1655 op 28 oktober.
1652, 23 september. P. 161v
Pauls Seyssens heeft met instemming van zijn huisvrouw
Cunegundis Mentens opgedragen een beemd in Coorssel op 'de Dungen' gelegen, die
grenst mr. Wouter Vanden Hove 1), mr. Vincent Sysens 2), mr. Gilis Berten erfgenamen
en Jan Huveners 3) en Andries Seyssens 4). Opgedragen aan Anna Vande Wijer als
pand voor 3 gulden jaarlijks met valdag op Sint-Jansdag. Te kwijten met 50
gulden in geld dat bij de kwijting zal gangbaar zijn en volgens het verstrijken
van de tijd. Anna Vande Wyer is in de 3 gulden jaarlijks ggmr.
1652, 01 oktober. P. 161v
Geert Rymen heeft met instemming van zijn huisvrouw Marie
Seyssens opgedragen huis en hof in Voortken gelegen, die grenzen s'heeren
straet 1), de erfgenamen van Peeter Leyssens 2), Aert Stevens 3) en Jan
Huveners 4). Opgedragen aan Jan Leysens als pand voor 6 gulden jaarlijks. In
hootpenningen (kapitaal) ontving Geert 100 gulden gevalueerd geld. Zo
ook kwijten. Valdag jaarlijks half maart. Jan Leyssens is in de 6 gulden
jaarlijks ggmr.
1652, 16 oktober. P. 162v
Henrick Put heeft opgedragen een beemd genaamd 'den Loels
Beempt' (Loes?), die grenst mr. Wouter Vanden Hove 1), Peeter Beckers 2),
Peeter Kaers 3) en s'heeren straet 4). Opgedragen aan Jan Vanden Bosch als pand
voor 5 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Henrick 100 gulden lopend geld. Zo
ook afleggen. Valdag jaarlijks op 'Dominica' 1 september. Als onderpand, voor
het geval dat het pand onvoldoende wordt, stelt Henrick een stuk land genaamd
'den Beghynen Hoff', gelegen in 'den Convents Hoeck' in Stal. Het grenst 'die
Broeckstraet' 1), Matys Convents 2) en Valentijn Jeuris 3). Jan Vanden Bosch is
in de 5 gulden jaarlijks ggmr.
1652, 14 november. P. 167v
Op 2 september 1652 verscheen voor de notaris en de
getuigen E. H. en meester Petrus Renarts pastoor in Donck die heeft
getransporteerd met deze akte een rente van 600 gulden eens of 30 gulden
jaarlijks die gehypothekeerd staat op het dorp en de gemeente van Lummen, zoals
hij die zelf diverse jaren geleden van de gemeente verkregen heeft. Verkocht
aan de E. H. en meester Gerardo Thielens pastoor in Zelem. Betaald. E. H.
Renarts vaardigt iedereen af om de last te aanvaarden om deze akte te laten
realiseren voor competente rechters. Getuigen: E. H. en meester Aegidie
Thielens pastoor in Herck en mr. Guilhelmus Philippi. Was ondertekend: Hic
attestor Paulus Wintmolders notarius.
Heer Peeter Renardt pastoor van Donck zegt in zijn
handschrift dat hij afstaat aan Gerard Thielens pastoor van Zelem 'deecken van
het district van Beringhen' alle verlopen van de rente van 30 gulden jaarlijks
zoals hij die op de gemeente Lummen trok. Gedateerd 13 november 1652.
1652, 14 november. P. 168
Michiel Reners heeft, uit kracht van procuratie volgens
de voorgaande notariële akte hiervoor geregistreerd en volgens de clausule dat
ieder de last kan aanvaarden om ze te laten realiseren, opgedragen en
getransporteerd in naam van E. H. pastoor Peeter Renardts van Donck een rente
van 30 gulden jaarlijks, kapitaal 600 gulden. Volgens de gichte van 14 januari
1650, zoals de pastoor de rente trok op de gemeente van Lummen. Verkocht aan E.
H. en meester Gerart Thielens deken van het district van Beringen en pastoor
van Zeelhem. Betaald volgens de eerste gicht. E. H. Gerart Thielens is in de 30
gulden jaarlijks ggmr.
1652, 29 oktober. P. 168v
Joris Beckers heeft opgedragen een blooxke in Stal
gelegen, dat grenst de erfgenamen van Jasper Seyssens 1) en s'heeren straet aan
de 3 andere zijden. Opgedragen aan Anna Valentijns als pand voor 13 gulden en
10 stuivers jaarlijks. In kapitaal werd 300 gulden ontvangen. Valdag jaarlijks
op Sinxten (Pinksteren). Voor het geval dat het pand onvoldoende zou worden,
stelt Joris als onderpand 'die Voorste Reepdonck', die grenst s'heeren straet
1), 'die Maelbeeck' 2), zijn eigen erve 3) en Brigida Joris 4). Niclaes Obbers
en Jasper Smeets, als respectieve curateurs, zijn in naam van Anna in de rente
van 13 gulden en 10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.
1653, 14 januari. P. 169
Herman Bormans heeft opgedragen en getransporteerd een
rente van 50 gulden jaarlijks, zoals hij die trok op het corpus en de
generaliteit van de gemeynte van Coorssel, volgens de originele gichte ervan
gedateerd op 2 januari 1650. Dat gaat om de helft van 100 gulden jaarlijks.
Verkocht aan Henrick Geerts voor 1000 gulden Brabants eens. Som ontvangen.
Valdag jaarlijks circonsionis Domini (Besnijdenis van de Heer; opdracht van
Jezus in de tempel). De intrest van 1653 zal vallen op Geerts. Bormans
reserveert zich de voorgaande verlopen indien er nog zouden open staan. Henrick
Geerts is in de 50 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met alle vormen van
recht.
1653, 19 maart. P. 170
Matys en Aert Convents en Laureijs Claes voor hem en voor
Matheus Convents hebben samen en elk apart ontvangen en gereliveerd de helft
van een stuk land gelegen 'opt Steenvelt', dat grenst 'het Molen Straetken' 1),
Aert Jans 2), heer Jan Convents 3) en Valentyn Vanden Hove 4). Omdat Peeter
Cornielis tijdens zijn huwelijk met hun zuster Maria Convents het land bezeten
heeft, is het hen volgens recht als erfgenamen van hun voorschreven zuster
verleend. Ze zijn ervan ter gichte gekomen.
1653, 17 april. P. 170
Herman Vreen (?) als man en momber van Ida Buylen heeft
gereliveerd het veld dat op hem verstorven is na de dood van Aert Buylen en
Helena Goris, gelegen op 'de Scrick Heyde', dat grenst Jan Goris 1), Jan
Leysens 2) en s'heeren straet 3) en 4). Het is hem met recht verleend en hij is
ervan ter gichte gekomen.
1653, 24 april. P. 170
Aert Convents heeft als momber van de kinderen van Mathys
Convents en in aanwezigheid van een van deze kinderen namelijk Bartel Convents
ontvangen en daarna opgedragen een blooxke in Coorssel gelegen, dat grenst
s'heeren straet aan 2 zijden en Frans Gentis erfgenamen 3) en Willem Roex 4).
Opgedragen aan Jan Magrieten als pand voor 25 gulden jaarlijks; In kapitaal
ontving Aert 500 gulden Brabants eens. Zo ook kwijten in geld dat dan gangbaar
is volgens de Luikse valuatie. In twee keren afleggen. Valdag jaarlijks op
Sint-Huybrechsdag. Vrije rente geven. Voor het geval dat het pand onvoldoende
zou worden, stelt Aert als onderpand de helft van 'den Eelkens Beempt, grenzend
de wederhelft van de beemd 1), 'die Alde Beeck' 2) en Cristina Hoex 3). Aert
stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters. Het geld is
opgenomen en gebruikt om 'den Stalblook' te kopen en de helft van 'den Eelkens
Beempt', zoals hij in koop verkregen heeft van zijn broer Mateuwis Convents. De
kinderen van Mathys Convents zijn ter gichte gesteld. Jan Magrieten is in de
rente van 25 gulden ggmr.
1653, 23 april. P. 170v
Vincent Seyssens heeft opgedragen 'die Eycken Hoeffve',
die grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Daniel Smeets 3) en de erfgenamen van
Peeter Smeets 4), aan Jan Magrieten als pand voor 27 gulden en 10 stuivers
jaarlijks. In kapitaal ontving Vincent 550 gulden eens. Afleggen in 2 keren
indien ze wensen. Valdag half maart. Als onderpand stelt Vincent een stuk erve
genaamd 'het Walmerschoor', dat hij gekocht heeft van Jan Laermans, sorterend
ter Loonse natuur. Het grenst de pastoor van Coorsel 1), Lijsbert Folders 2) en
Jan Van Postel 3). Vincent stemt in met de realisatie ervan voor de Loonse schepenbank.
Jan Magrieten is in de rente van 27 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr.
Naschrift p. 170v
In 1664 op 20 maart heeft Jan Magrieten de panden van
Vincent Seyssens gekweten van de voorschreven rente. Alles is voldaan.
Naschrift p. 171
Nota. Het kapitaal is voorgaand op obligatie geteld
geweest volgens het akt ervan dat gepasseerd is voor Cristiaen Servaty notaris
en is met deze gichte gemortificeerd.
1653, 28 mei. P. 174
Conditie en voorwaarden waarop Peeter Tonis en Jan Goris
als mombers van de kinderen van wijlen Jacob Bommans en Zusanna Nelis, een
wettig echtpaar tijdens hun leven, in overleg met Willem Thijs man en momber vn
zijn huisvrouw Zusanna voorschreven en Mathijs Convents, Aert Convents, Laureys
Claes als man en momber van zijn huisvrouw Helena Convents die zich sterk maken
voor Mathijs Convents als erfgenamen van Peeter Nielis en Maria Convents zullen
verkopen een stuk land in Haexelaer gelegen, zoals Peeter Nielis en Maria
Convents tijdens hun leven verkregen hebben van de relicta van Jacob Wynen. Het
land grenst 'het Molen Straetken 1), heer Jan Convents 2).
Het land wordt verkocht met kerkengeboden, kaarsbranding,
palmslag en hogen. Aan degene die er het hoogst voor biedt, zal de koop
toekomen.
Iedereen mag hogen met 2 gulden per hoge: een voor de
verkoper en de andere voor de hoger of koper.
Indien iemand glorieus zou hogen, maar de koop niet kan
of wil voldoen, dan zal indien de kaars op hem uitgaat, de kaars opnieuw
ontstoken worden en wat het dan minder zal gelden, zal tot kost en last zijn
van de faler. Hiervoor zullen alle goederen en de persoon van de faler
verbonden zijn alsof ze met alle vormen van recht uitgewonnen waren. Zou het
goed dan toch meer opbrengen, dan is dit enkel tot profijt van de verkoper.
De koper moet alle schattingen en dorpslasten, personele
en reële betalen zoals die voordien betaald werden.
De definitieve koper zal voor een kermis aan de verkoper
1 souvereyn geven, waar tegen de koper voor zijn kloek bod of palmslag ook 1
souvereyn krijgt indien het goed wordt afgehoogd of geapproximeerd (vernaderd).
De koper moet de hele koopsom voldoen op datum van
gichten en kan het goed aanvaarden 't'oost' eerstkomend.
De voorschreven verkopers staan er garant voor dat het
erve los en vrij is zonder enige lasten met uitzondering van de grondcijns en
de dorpslasten zoals voorschreven is.
Op 24 mei 1653 verscheen bij de notaris Michiel Opt
Eijnde die geboden heeft de som van 625 gulden Brabants eens. De verkopers
hebben hem ervoor de koop toegeslagen en de palmslag gegeven. Michiel
verbeterde de koop nog met 40 hogen. Getuigen: Anthoon Leyssens, Barthel Meuwis
en Jan Reynders. Op dezelfde dag bood Bartholomeuwis Muijs nog 5 hogen meer,
Michiel Opt Eynde zette nog 5 hogen. Was ondertekend: Quod Attestor C. Nicolai
notaris.
Op 26 mei 1653 heeft Machiel op deze koop nog 20 hogen
gehoogd in presentie van Henrick Convents en Geert Sentis. Getekend C. Nicolai
notaris.
Op 28 mei stelde Bartholomeuwis Muijs nog 2 hogen voor
getuigen Jan Haltermans en Peeter Meyen als getuigen. C. Nicolai notaris.
Op 28 mei werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen
en als ze uitging, bleef de koop aan Machiel Opt Eijnde.
1653, 28 mei. P. 174v
De mombers en erfgenamen voorschreven in de voorschreven
conditie vermeld hebben samen en elk apart ontvangen en daarna opgedragen het
erve in de conditie beschreven aan Michiel Op d'Eynde als laatste hoger en
obtinent koper voor de prijs en de clausules hiervoor vermeld die belopen op
707 gulden waarin de hogen en 1 souvereyn begrepen zijn. De koopsom is volledig
voldaan. Mochten er later problemen komen als zou blijken dat de zoon van
Peeter Nielis nog in leven is en actie tot dit erve zou willen pretenderen, dan
verbinden de voorschreven verkopers, elk apart, hun goederen en personen ervoor
dat ze de koper zijn uitgegeven geld zullen teruggeven met alle schade en
intrest. Michiel Opt Eynde is erin gegicht en gegoed met ban en vrede. Mocht
Michiel sterven zonder wettige nakomelingen bij zijn huisvrouw Geertruyt Jans
te verwekken, dan zal het goed voor de helft toevallen aan de erfgenamen van de
koper en de andere helft aan de kinderen van Geertruyt Jans voorschreven, zowel
van het eerste als van het tweede bed.
Solvit van hofrechten mits branden van de kaars 3 gulden
5 stuivers 1 ort. De echtgenote van Laureys Claes stemde in met deze gichte.
1653, 04 juni. P. 175
Jeroen van Zoelick heeft getransporteerd aan de kinderen
van Claes Meynen en Elisabeth Moens een rente van 5 gulden jaarlijks zoals hij
trok op panden van Marten Leeckens, voor 100 gulden Brabants eens en volgens de
originele gichte. Betaald. Hendrick Erdekens, Sijmon Moons en Niclaes Meynen
zijn als mombers van de voorschreven kinderen in de 5 gulden jaarlijks gegicht
en gegoed met ban en vrede.
1653, 04 juni. P. 175v
Henrick Erdekens en Symon Moons als mombers van de kinderen
van Claes Meynen hebben gekweten de panden van Magriet Leeckens en Huybrecht
Leeckens van 250 gulden Brabants eens kapitaal of 12 gulden en 10 stuivers
jaarlijks, zoals ze bevestigd stond op huis en hof, die grenzen Aert Beckers
1), Kyn Hox 2) en s'heeren straet 3). Alles ervan is voldaan en de panden
worden wettelijk gekweten. De mombers beloven dat ze het geld weer tot profijt
van de kinderen zullen gebruiken.
Het geld om de voorschreven rente af te leggen is gekomen
van de verkoop van een huisinge dat Willem Knaep van de mombers van Magriet
Leeckens heeft afgekocht, namelijk Ambrosius Bellens en Mathys Bleux voor een
bedrag van 254 gulden. Hij wordt hiermee ook van die koop gekweten. Daarvoor
verbinden ze hun persoon en goederen.
1653, 04 juni. P. 175v
Brosis Leeckens heeft ontvangen en daarna opgedragen huis
en hof in Coorssel gelegen aan de kinderen van Claes Meynen en Elisabeth Moons
als pand voor 5 gulden jaarlijks met valdag op Sinxten (Pinksteren). Losse en
vrije rente geven. Te kwijten in geld zoals bij het afleggen zal gangbaar zijn
en volgens de valuatie. Huis en hof grenzen Magriet Leeckens 1), Aert Beckers
2) en s'heeren straet 3). Henrick Erdekens en Symon Moons zijn als mombers in
de naam van de kinderen van Claes Meynen in de 5 gulden jaarlijks gegicht en
gegoed met ban en vrede.
1653, 25 juni. P. 176
Jan Goris, als man en momber van Maria Smeets, heeft met
haar instemming opgedragen een stuk broek genaamd 'het Huykebroeck', dat grenst
Pauls Zeuwis 1), Peeter Thielens 2) en Jan Thielens 3). Opgedragen aan het
godshuis van Everbeur als pand voor 5 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving Jan
100 gulden gevalueerd geld. Zo ook afleggen volgens de Luikse valuatie dan.
Valdag jaarlijks op de feestdag van Sint-Jan Baptist. Het godshuis wil ervan
een gezegelde brief. Het Godshuis is in de rente van 5 gulden jaarlijks gegicht
en gegoed met ban en vrede.
1653, 25 juni. P. 176
Cornelis Smeets heeft met instemming van zijn huisvrouw
Elisabet Swalen opgedragen een stuk land genaamd 'd'Lammerheycken', dat grenst
zijn eigen erve aan 2 zijden, 'die Broeckstraet' 3) en Servaes Swalen 4).
Opgedragen aan Andries Servaes als pand voor 6 gulden jaarlijks. In kapitaal
ontving Cornelis 100 gulden lopend geld. Valdag op Sint-Andriesmis. Andries
Bervoets is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.
1653, 25 juni. P. 176v
Testament van Marie Smeets geapprobeerd op 26 juni 1653.
Op 9 mei 1650 verscheen voor mij heer pastoor en getuigen
Maria Smeets, die ziek is van lichaam, maar haar memorie en verstand zoals
bleek was nog in orde. Ze wil haar testament maken als volgt. Ze beveelt haar
ziel aan God Almachtig en haar lichaam na haar dood in gewijde aarde. Ze maakt
aan haar wettige man Govaert Berten 'den Meyenhoff', die ze beiden verkregen
hebben, als schuldbehoef (om schulden te betalen) indien hij het zou
nodig hebben, om te verkopen of te belasten en er zijn vrije wil mee te doen.
Govaert Berten maakt aan zijn vrouw Maria Smeets
hetzelfde goed indien hij voor haar zou sterven. Opgemaakt in Coorsel op 9 mei
1650 in presentie van Peeter Beckers en Vincent Smeets als getuigen. Quod
attestor frater Guil. Nevius pastor in Coorssel.
F. Guilh. Nevius pastoir tekent voor de echtheid van deze
kopie. Hij schrijft er bovendien nog bij dat hij als priester met eer alles
heeft geschreven zoals het gebeurd is. Nogmaals ondertekend op 26 juni 1653.
Op 26 juni 1653 heeft getuige Peeter Beckers verklaard
dat het testament zo gebeurd is zoals het hem nu werd voorgelezen. Hij heeft er
de eed op gedaan. Op dezelfde dag werd het testament wettelijk geapprobeerd en
in zijn kracht gewezen. Het is voldoende geproefd om in het register te komen.
Testor Aert Dries secretaris.
1653, 10 juli. P. 179
Henrick Knuysen van Overpeelt heeft de panden gekweten
van Jan Teijners van 20 gulden jaarlijks, kapitaal 400 gulden, in vermindering
van 1050 gulden kapitaal. Er blijft nog 350 gulden aan staan. Betreffende de 20
gulden jaarlijks is Henrick volledig betaald. De panden worden er wettelijk van
gekweten.
1653, 14 augustus. P. 179
Sr. Cristianus Nicolai heeft opgedragen een stuk erve
genaamd 'het Calver Euwet', dat grenst s'heeren straet 1), de pastorije van
Coorsel 2) en 3) en de erfgenamen van Claes Jans 4), zoals hij met koop
verkregen heeft van Geert Claes. Verkocht aan Jan Didden voor 900 gulden Brabants
eens met de lasten die erop uitgaan. Deze lasten moet de verkoper binnen 6
weken af en schoon maken met de intrest ervan. Daarvoor staat hij garant. De
koper moet op de gicht 100 cruijspatacons betalen in specie en de rest binnen
de 6 weken. Drinkgeld 1 zouvereyn. De koper mag het goed dadelijk aanvaarden. Goitspenninck
10 stuivers, lycoop volgens wens, schrijfgeld 20 stuivers. Jan Didden is in het
'Calver Euwet' gegicht en gegoed met alle punten van recht.
Op de laatste dag van juni 1653 verschenen bij de notaris
Jan Goris en Peeter Thonis in Beverlo wonend, als mombers van de minderjarige kinderen
van Jacob(?) Bomans in presentie van Zusanna Nelis, moeder van de voorschreven kinderen,
geassisteerd met Willem Thys, haar tegewoordige man en momber. Ze bekennen
verkocht te hebben mits deze met proclamatie het vierendeel van een dachmael
broek, waarvan het andere vierendeel toekomt aan Geert Rymen, zoals het hen is
aangestorven na de dood van Peeter Cornelis zaliger. Verkocht aan Geert Rymen
voorschreven die accepteert voor 75 gulden en 20 hogen. Iedere hoge bedraagt 2
gulden: 1 tot profijt van der voorschreven kinderen en 1 tot profijt van de
koper of hoger. Te betalen door de uiteindelijke koper. Daar boven nog een
halve patacon voor Zusanna voorschreven als drinkgeld, Goitspenninck 1 stuiver,
lycoop volgens wens van de partijen, schrijfgeld 2 schellinck. De koper zal het
goed aanvaarden als het gehooid zal zijn. Het is vrij van lasten op grondcijns
en schattingen na. De koper moet alle onkosten dragen en de koopsom op de gicht
voldoen. Deze zal gebeuren eerdaags na de proclamatie van 14 dagen tot driemaal
14 dagen en de kaars zal gebrand hebben. Andere regels te lezen in de
originele akte.
Cristiaen Schaeken hoogde nog 2 hogen en Geert Rymen 3
hogen; Opgemaakt binnen Beringen in het woonhuis van Aert Bormans in presentie
van Jan Valentijns en Marten Leysen, getuigen. Paulus Francken notaris binnen
de stad Beringen residerend.
Op 19 augustus 1653 werd de kaars wettelijk ontstoken en
gebannen en met uitgang ervan bleef de koop aan Geert Rymen voorschreven in
presentie van Nicolai en Sonoven.
1653, 19 augustus. P. 180
Jan Goris en Peeter Thonis als mombers van de kinderen
van wijlen Jacob Bormans en Zusanna Nelis hebben ontvangen en daarna opgedragen
een vierdendeel van een beemd in Vortken gelegen, dat grenst Servaes Van
Erdewech 1), Peeter Zeus 2) en Cornelis Vorsters 3). Verkocht aan Geert Rymen
voor 100 gulden Brabants eens, goodtsgelt 1 stuiver, drinkgeld een halve
patacon. Betaald. Geert is in het voorschreven vierendeel broek ggmr.
1653, 04 juni. P. 183
Jeronimus Van Soelick heeft getransporteerd een rente van
5 gulden Brabants jaarlijks zoals hij trekt op panden van Merten Leeckens.
Verkocht aan Henrick Eerdekens, Simon Moons en Jan Schoenmaeckers als mombers
van de kinderen van Claes Meijnen en Elisabeth Moons zaliger, een wettig
echtpaar tijdens hun leven. De onmondige kinderen zijn ter gichte volgens de
teneur van de originele gichte gedateerd op 23 juni 1648. De mombers zijn in
naam van de kinderen in de 5 gulden jaarlijks ggmr.
1653, 04 juni. P. 183
Henrick Eerdekens en Simon Moons als mombers van de kinderen
van Nicolaes Meynen en Elisabeth Moons, een echtpaar tijdens hun leven, kwijten
in de naam van de kinderen de panden van Magriet en Huijbrecht Leeckens van een
rente van 250 gulden Brabants kapitaal eens. Die stond op huis en hof van hun
vader Blasius Leeckens zaliger, die grenzen mr. Aert Beckers 1), Keijn Wolffs
alias Hoecxs 2) en s'heeren straet 3). De mombers zijn ervan betaald en ze
zullen het geld opnieuw aanleggen voor de kinderen. Het geld waarmee deze rente
afgelegd werd, is gekomen van de verkoop van een huisinge dat Willem Knaep
afgekocht heeft van de mombers van Magriet Leeckens voorschreven en beloopt op
254 gulden Brabants eens. De mombers zijn Ambrosius Bellens en Mathys Bleux en ze
kwijten Knaep van deze koop.
1653, 04 juni. P. 183v
Ambrosius Leeckens heeft ontvangen en daarna opgedragen
huis en hof in Coorsel gelegen, dat grenst Magriet Leeckens 1), mr. Aert
Beckers 2), s'heeren straet 3). Opgedragen aan Henrick Eerdekens en Simon Moons
als mombers van de voorschreven kinderen als pand voor 5 gulden jaarlijks met
valdag op Sincxten. In kapitaal ontving Ambrosius 100 gulden Brabants eens.
Terugbetalen in gangbaar geld volgens de Luikse valuatie. De mombers zijn in de
naam van de kinderen voorschreven in de 5 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
1653, 01 augustus. P. 183v
Aert Stevens, Henrick Jans, Jan De Best man en momber van
zijn huisvrouw Anna Jans - van wie hij de instemming zal binnen brengen - zijn
zwager Lodewijk Rapaerts man en momber van Susanna Jans, Jan Jans, Valentijn
Vanden Hove als momber van Maria Jans begijntje in Diest, Jan Smeets als vader
en momber van zijn kinderen verwekt bij Geertruydt Jans zaliger transporteren
een rente van 300 gulden Brabants kapitaal eens, zoals ze trekken op panden van
Henrick Pudt in Coorsel, aan Quirijn Beckers. Verkopen ze met de verlopen en de
intrest ervan volgens de originele gichte. Quirijn voorschreven staat zijn
tocht af van de erven die hij 'opden Dijck' in Coorsel na de aflijvigheid van
zijn huisvrouw Maria Jans zaliger bezit. Ze hebben samen en elk apart afstand
gedaan en opgedragen en Quirijn Beckers is in de voorschreven erfrente gegicht
en gegoed met ban en vrede.
1653, 01 augustus. P. 184
Peeter Neelens en Johan Didden als mombers en curatoren
van Peeter Van Hamel bekennen dat ze volledig voldaan zijn door Peeter Bosmans
betreffende de koop van huis en hof volgens de originele gichte ervan gedateerd
op 27 januari 1651. Peeter Bosmans en zijn panden zijn hiermee wettelijk
gekweten.
1653, 04 november. P. 184
Jan Kenens kwijt de panden van Huybrecht Van Herck en
zijn persoon van de koop zoals zij onlangs samen hebben aangegaan betreffende
de 'Witters Winninghe'. Is in hoede van de schepenen gekeerd. Alles is voldaan.
1653, 12 december. P. 184
Relieff voor de erfgenamen van Anna Van Ham.
De erfgenamen van Anna Van Ham, namelijk de erfgenamen
van Gheerdt Convents, Jan Convents, Alaert Wellens; de erfgenamen van Peeter
Van Ham met hun consorten en de erfgenamen van Maria Van Ham zijn allen
representanten en erfgenamen van de overleden Anna Van Ham, die huisvrouw is
geweest van Jan Pauls zaliger. Ze reliveren de goederen die sorteren ter Brabantse
aarde van het land van Lummen onder Coirsel. De voorschreven erfgenamen zijn in
de voorschreven goederen ggmr.
1653, 20 december. P. 184
Jan Claes heeft opgedragen een perceel broek liggend in
Coorsel, genaamd 'die hellicht vande Hechtelsen Bempt', gelegen in 'den
Grammant', dat grenst de erfgenamen van Matthys Claes 1), Henrick Meijen 2),
'die Oude Beeck' 3) en de erfgenamen van Henrick Soelix 4). Verkocht aan Jacob
Jacobs voor 600 gulden in schapen 'geestimeert' en 200 gulden geld Brabants
eens. Claes staat er garant voor dat het broek alleen belast is met 6 stuivers
schattingen jaarlijks en met cijns zoals eraan gevonden wordt. Jacob is in het
broek gegicht en gegoed met ban en vrede. De verkoper kwijt mits deze de koper
van het geld. Er staat te noteren dat de verkoper 1 souverein gehad heeft voor
zijn huisvrouw. De koper moet ook 1 souverein genieten voor zijn kloek bod
indien hij zou vernaderd worden.
1654, 03 januari. P. 184v
Kopie getrokken uit het schepenregister van Wijchmael,
genachten van 28 september 1653. Constitutie van Peeter Breven alias Peeters(?)
voor mr. Arnoult Baten.
Voor de scholtet en de schepenen van de justitie van Wychmael
verscheen Peeter Greven alias Peelenders als man en momber van zijn huisvrouw
Lysbet Peelen(?) die in haar aanwezigheid en met haar instemming heeft
geconstitueerd en volmacht gegeven aan Arnoldt Baten, die aanwezig is en de
constitutie aanneemt, om in naam van Peeter te verschijnen voor de schepenen
van de baronie van het land Lummen ter Brabants recht. Hij moet daar
transporteren en overgichten een kapitale rente van 1000 gulden met de intrest
of de pacht in mei van het lopende jaar verschenen aan Jan Bielen Hendrixen. De
constituant heeft die in de naam van zijn huisvrouw, uit kracht van erfdeling
tussen de representanten van Geeraerdt en Elisabeth Willems zaliger gedaan,
geaffecteerd aan de generaliteit van de gemeijnte van Linckhoudt land van Lummen
voorschreven. Moet gebeuren op dezelfde manier als hij ze heeft verkregen en ze
gecreëerd is. De schepenen bevestigen dat Peeter Greven alias Peelenders 1000
gulden Luiks valuatiegeld van de rente ontvangen heeft en 2 gouden souvereijnen
in specie voor een kermis voor de huisvrouw van de verkoper. Hierin zijn 200
gulden kapitaal inbegrepen met intrest zoals de voorgenoemde Jan Bielen
Henrixen trok op panden van de constituant. Daarvan is op heden de
kwijtschelding gebeurd. Voor wijncoop 2 pattacons. De constituant zal van de
rente van 1000 gulden niets meer pretenderen of eisen; daarvoor verbindt Peeter
Greven zijn persoon en goederen. Hetgeen zijn geconstitueerde zal doen, is vast
gedaan. Opgemaakt op datum als boven in het consistorio in Wychmael. Onder
stond: quod attestor en was ondertekend Arnolt Baten secretaris.
1654, 03 januari. P. 185
Mr. Aert Baten als geconstitueerde vanwege Peeter Greven
als man en momber van zijn huisvrouw Elisabeth Peelenders, zoals voor het recht
bleek, heeft met instemming van zijn vrouw getransporteerd een jaarlijkse rente
van 40 gulden Brabants, kapitaal 800 gulden Brabants geld of 1000 gulden Luiks
geld zoals hij trekt op de parochie of het dorp van Linckhoudt, volgens de
originele gichte gecreëerd vanwege Geerardt Willems zaliger. Verkocht aan Jan
Gielen Hendrixen voor 1000 gulden Luikse munt en 2 souvereijnen als een kermis
voor de huisvrouw van de verkoper. Lijcoop 2 patacons. Is betaald. Jan Gielen
is in de rente gegicht en gegoed met alle punten van recht.
1654, 23 januari. P. 185v
Jaspar Smeets heeft opgedragen een stuk land in Stal
gelegen, genaamd 'die Hoeve', betimmerd met een schuur, aan heer Hendrick
Vervoiracker pastoor in Beverloo als pand voor 48 gulden Brabants jaarlijks. In
kapitaal ontving Jaspar 800 gulden Brabants eens. Valdag jaarlijks op deze
datum. Te kwijten in geld zoals het in het land van Luik gangbaar is. Indien
het pand in de toekomst onvoldoende zou worden, belooft Jaspar dat hij het
erfdeel van zijn huisvrouw onder de prelaat van Everbode gelegen als onderpand
zal stellen. De E.H. pastoor is in de rente van 48 gulden jaarlijks gegicht met
recht. Jaspar zal deze rente mogen afleggen met 100 gulden per keer.
1654, 13 juni. P. 186
Barbara Wauters heeft haar tocht afgestaan aan Mathijs
Huveners om zijn kindsdeel te belasten met 360 gulden Brabants eens. Nu tocht
en erve samen zijn, heeft Mathijs Huveners opgedragen zijn kindsdeel in Stal
onder Coirsel gelegen, aan Servaes Vaessens van Clynenbrogel als pand voor 18
gulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Joannes Baptiste. In kapitaal
ontving Mathijs 360 gulden Brabants eens. Te kwijten in geld zoals het in die
tijd zal gangbaar zijn volgens de laatste valuatie van het land van Luik.
Indien bij de deling aan Mathijs andere goederen zouden toevallen, sorterend
onder andere jurisdicties, dan belooft Huveners dat hij dan voor competente
rechters dit zal laten realiseren. Servaes is in de 18 gulden Brabants
jaarlijks ggmr. Barbara Wauters is weer met recht in haar tocht gesteld.
1654, 13 juni. P. 186
Jan Goris heeft met instemming van zijn huisvrouw Maria
Peelanders opgedragen huis en hof in Vortken onder Coersel gelegen, die grenzen
s'heeren straet 1), Vincent Smeets 2), Vincent Seijssens 3) en de erfgenamen
van mr. Gilis Berthen 4). Opgedragen aan Jan Clijckers als pand voor 6 gulden Brabants
jaarlijks, met valdag jaarlijks op de feestdag van het H. Sacrament. Kapitaal
100 gulden Brabants eens. Jan Clyckens is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.
1654, 13 juni. P. 186v
Vincent Moons draagt op een stuk land van omtrent 4
halster zaaiens, dat grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Huijbrecht Op Straet
3) en Jan Vanden Venne 4). Opgedragen aan Carel Coelen als pand voor 16 gulden
jaarlijks. In kapitaal ontving Vincent 200 gulden Brabants eens. Valdag
jaarlijks op 20 mei. Voor het geval dat het pand onvoldoende zou worden, stelt
Vincent als onderpand 2 percelen broek achter het voorschreven land gelegen. Ze
grenzen Heijt Leppens 1), Joris Colen 2), Huybrecht Paelmans erfgenamen 3).
Vincent zal de intrest moeten betalen binnen Diest tot zijn last. Bij afleggen
moet dit gebeuren met geld zoals het dan zal gangbaar zijn in het land van Luik
volgens de laatste valuatie. Querijn Beckers is in de naam van Carel Coelen in
de 16 gulden jaarlijks ggmr.
1654, 22 juni. P. 187
Mr. Aert Kenens draagt op een stuk land genaamd 'den
Bleuckman', die grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Adriaen Schuermans 3) en
Barthel Meijbos 4), aan Lenaert Vrancken als pand voor 24 gulden Brabants
jaarlijks. In kapitaal ontving mr. Aert 400 gulden Brabants eens met valdag op
Sint Joannes Baptist. Indien het pand te zwak zou worden, stelt mr Geerdt
Kenens als onderpand zijn aandeel in een stuk land genaamd 'den Wyneman' in
Castel onder Stal gelegen, met nog een stuk broek genaamd 'het Waterschap' ook
in Stal gelegen. Hij stemt ermee in dat het gerealiseerd wordt in tijd van nood
voor competente rechters. Mr. Wouter Vanden Hove is in de naam van Leonard
Vrancken in de 24 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met recht.
Op 18 januari 1674 kwam voor de schepenen Leyssens en
Beckers Lenaerdt Vrancken en hij heeft de panden gekweten van mr. Aert Kenens
van de voorschreven rente. Alles is ervan betaald.
1654, 01 juli. P. 187v
Relieff van Jan Van Houdt cum suis.
Jan Van Houdt en Gilis Pudt oom van de onmondige kinderen
van Paulus Van Haudt reliveren de goederen en erven die hen aangekomen zijn
door de aflijvigheid van Leonaert Van Haudt zaliger; nog hun contingent en
portie van een rente van 200 gulden kapitaal Brabants eens zoals Leonaert trok
op de erven van Jan Stevens. Jan Van Haudt en Gilis Pudt zijn als mombers in de
naam van de onmondige kinderen in de goederen van Brabantse natuur voor hun
contingent gegicht en gegoed met recht.
1654, 05 juli. P. 188v
Merten Leeckens heeft ontvangen en daarna opgedragen een
stuk land genaamd 'het Halff Boender', dat grenst de erfgenamen van Peeter
Leyssens 1), 'den Assche Berch' 2), Gilis Oriaens 3), als pand voor 6 gulden Brabants
jaarlijks aan Jan Didden. In kapitaal bekent hij ontvangen te hebben 100 gulden
Brabants eens met valdag jaarlijks op 'Petri et Pauli'. Terugbetalen in geld
zoals dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn. Jan Didden is
in de rente van 6 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
1654, 03 september. P. 193v
Ambrosius Bellens heeft ontvangen en daarna opgedragen
een stuk broek in Coirsel in 'den Dijck' gelegen, dat grenst de dijk
voorschreven 1), mr. Wouters Vanden Hove 2) en de erfgenamen van Nicolaes Jans
3) en 'den Hoophoff'' 4), aan Nicolaes Schuppen als pand voor 5 gulden
jaarlijks. Valdag op het feest van Sint-Egidius. In kapitaal ontving Ambrosius
100 gulden Brabants eens. Te kwijten in geld zoals het dan volgens de laatste
Luikse valuatie zal gangbaar zijn en 'naere tijts gelanck'. Nicolaes Schuppen
is in de rente met recht gegicht en gegoed.
1654, 24 september. P. 194
Jan en Joris Schepers, die zich sterk maken voor hun
zuster Anna Schepers, hebben ontvangen en daarna opgedragen al de goederen die
op hen verstorven zijn na de dood van hun moeder Maria Noop zaliger, zoals ze
in Coirsel gelegen zijn. Opgedragen aan Peeter Raijmaeckers als pand voor een
rente van 35 gulden Brabants jaarlijks, Luikse waarde. Kapitaal 700 gulden. Zo
kwijten volgens de Luikse valuatie die het geld dan heeft en 'naer rate van
tijde'. Valdag jaarlijks op datum van gichten. Peeter Raijmaeckers is in de
rente ter gichte gekomen voor zover de goederen hier hoven. Hij stemt erin toe
dat de gichte gerealiseerd wordt voor competente rechters.
1654, 24 september. P. 194v
Op 21 mei 1653 verscheen voor 'mij ondergeschreven' en
getuigen in eigen persoon Peeter Raijmackers als man en momber van zijn
aanwezige en instemmende huisvrouw Martijn Bosmans 1) en Jan en Joris Schepers
en Matthijs Convents als momber van Anna Schepers 2). Peeter verklaart dat hij
verkocht en getransporteerd heeft al zijn erfelijke goederen, zowel Brabantse
als Loonse, met het deel in het schanshuis zoals ze op hem en zijn huisvrouw
vandaag zijn aangekomen na de dood van Maria Noop zaliger, wettige moeder van
Martijn voorschreven. Verkocht aan Jan en Joris Schepers en Matthijs Convents
als momber van Anna Schepers voor 700 gulden Brabants eens, de gulden aan 20
stuivers Luikse valeur, en een souverijn voor de huisvrouw van de verkoper als
'spelgelt'. Voorwaarde is dat de voorschreven Raijmaecker 'excipieert' (uitneemt)
de vierde part van de rishoeve tot zijn gebruik, dus niet in deze verkoop
begrepen, en de eiken die staan 'int Coijestuck' op 'de Witterswinninge'. Nog
is conditie dat de kopers op de eerste genachtendag de gichte zullen ontvangen
en de koopsom zal aan deze gronden geappliceerd blijven totdat de kopers ze
wensen af te leggen aan 5%. Bij het afbetalen moeten ze 100 gulden per keer
geven en daarmee 5 gulden jaarlijks af doen. De kopers moeten alle kosten van
de koop dragen zoals heeren hooffrechten, gichte enz., lijcoop het verteer van
deze dag, Goitspenninck voor de kerk 5 stuivers, schrijfloon 20 stuivers.
Getuigen: Andries Seyssens en Jan Van Postel Jans zoon. Peeter en Joris
Schepers schreven hun naam, Jan Schepers en Matthijs Convents tekenden met een
merk, de getuigen schreven hun naam. Quod attestor en was ondertekend Pet.
Jans.
1654, 24 september. P. 195v
Peeter Raijmaeckers heeft ontvangen en daarna opgedragen
met instemming van zijn huisvrouw Martina Bosmans haar kindsgedeelte zoals dat
na de dood van Maria Noop was aangestorven.
Dit staat hiervoor beschreven p. 194 en is hier
doorstreept.
1654, 05 november. P. 198v
Alaert Thielens heeft opgedragen een perceel broek
genaamd 'het Huyckenbrock', dat grenst Jan Beckers 1), de erfgenamen van Peeter
Smeets 2), Henrick Rijners zoon van Jan 3) en Henrick Rijnders 4), aan Jan
Didden als pand voor 24 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 400 gulden. Losse
en vrije rente geven. Valdag jaarlijks op het feest van Sint-Hubertus. Te
kwijten met 100 gulden per keer in geld zoals het dan zal gangbaar zijn volgens
de Luikse valuatie en 'naer rato van tijde'. Als onderpand stelt Alaert een
perceel broek genaamd 'den Elkens Bempt' dat hij onlangs heeft gekocht. Het grenst
de erfgenamen van Jan Kenens 1), Willem Noop 2), 'die Roibecke' 3) en de straat
4). Alaert stemt toe in de realisatie daarvan voor competente rechters. Jan
Didden is in de 24 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
Naschrift p. 198v
Op 22 november 1663 heeft Jan Didden dico Vandenhoudt
wettelijk de panden gekweten van Alaert Tielens van de voorschreven rente van
400 gulden kapitaal. Alles is ten volle betaald.
1654, 19 november. P. 200
Jan Van Postel zoon van Jan heeft ontvangen en daarna
opgedragen een stuk land op 'den hergracht' gelegen, dat grenst zuster Maria
Jans begijntje 1), Peeter Van Postel 2), de erfgenamen van Jaspar Smets 3), aan
Jan Didden als pand voor 15 gulden Brabants jaarlijks. Hij bekent daarvoor in
kapitaal 250 gulden Brabants Luikse valeur eens ontvangen te hebben. Valdag
jaarlijks op Sint-Andriesdag. De rente mag in 2 keren afgelegd worden. Jan
Didden is in de rente van 15 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en
vrede.
1654, 19 november. P. 200
Jan Stockmans draagt op met instemming van zijn huisvrouw
Cristina Soerlick een stuk land en 'weijwas', genaamd 'den Dries', dat grenst
'die Eersel Strate' 1), Jeroen Van Soerlick 2), mr. Ar. Beckers 3), aan het
Sint-Anna-altaar in Coirsel als pand voor 3 gulden jaarlijks met valdag op Sint-Andries.
Kapitaal 50 gulden eens courant geld. Met gelijke som afleggen in geld zoals
het dan zal gangbaar zijn volgens de laatste Luikse valuatie en volgens de
tijd. Jan ontving het geld uit handen van Jan Didden, die het gelicht had van
het 'Calver Euwet', dat ermee belast was. Jan Huveners is als kerkmeester van
Coirsel in de naam en tot profijt van de kerk in de 3 gulden jaarlijks ggmr.
1654, 19 november. P. 200v
Jan Huveners heeft als kerkmeester van de kerk van
Coirsel het voorschreven pand van Jan Didden wettelijk gekweten van de rente
van 3 gulden jaarlijks. Alles is voldaan.
1654, 03 december. P. 201
Jan Van Postel zoon van Jan heeft opgedragen een stuk
land genaamd 'den Heirgracht', dat grenst zuster Maria Jans begijntje in Diest
1), Peeter Van Postel 2) en de erfgenamen van Jaspar Smets 3). Opgedragen als
pand aan mr. Simon Morren voor een rente van 50 gulden jaarlijks. Valdag elk
jaar op datum van gichten. Jan heeft ervoor lakens en andere waren ontvangen
voor een waarde van 1000 gulden Brabants eens Luikse munte. Met 100 gulden kan
telkens 5 gulden jaarlijks afgelegd worden in geld zoals het dan gangbaar is in
het land van Luik volgens de laatste valuatie. Voor het geval dat het pand
onvoldoende zou worden, stelt Jan als onderpand al zijn goederen waar ze ook
mogen gelegen zijn en hij stemt in met de realisatie daarvan voor competente
rechters. Simon Morren is in de 50 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban
en vrede.
1654, 17 december. P. 201v
Jan Schijven heeft ontvangen en daarna opgedragen een
stuk land genaamd 'die Ruij' in Gestel gelegen. Het grenst Jan Marien 1), zijn
eigen erve 2) en Aleydis Pinxten 3). Opgedragen aan Jan Didden als pand voor 36
gulden Brabants jaarlijks. Valdag op Sint-Andriesdag. Jan ontving in kapitaal
600 gulden Brabants eens Luikse munt, zoals het tegenwoordig in het land van
Luik is gevalueerd. Als onderpand stelt Jan een block genaamd 'het Dries
Block', dat grenst 'den Dries Bossch' 1), Vaes Huveners 2) en al zijn andere
bankgoederen waar ze ook gelegen zijn. Hij stemt erin toe dat dit gerealiseerd
wordt voor de competente rechters. Rente kwijten met 100 gulden per keer. Jan
Didden is in de rente van 36 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met
ban en vrede.
1654, 29 december. P. 203
Henrick Reijnders den alden draagt op een stuk broek
genaamd 'het Butsert', dat grenst Paulus Beckers 1), Aert Beckers 2), Jan
Stockmans 3) en Christiaen Nicolai (4). Opgedragen aan Henrick Rijnders de
Jonghen als pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks met valdag op Sint-Thomasdag.
Kapitaal 160 gulden Brabants eens Luikse munt. Henrick Reijnders is in de rente
van 9 gulden jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.
Deze rente met de drie die hierna volgen, zullen na zijn
dood toevallen op zijn kinderen verwekt bij Geertruydt Wellens, indien hij ze
zelf niet zal nodig hebben en daarvoor reserveert hij zijn vrije wil daarvan om
ze te mogen verkopen. Solvit jura Reynders den Jonghen.
Naschrift p. 203
Op 9 november 1662 verscheen Henrick Rijnders der Jonghen
voor de schepenen en hij heeft gekweten de persoon en de panden van Henrick
Rynders den Alden van de voorschreven rente. Alles is voldaan.
1654, 29 december. P. 203v
Paulus Zeuwis draagt op een stuk broek genaamd 'het
Huycken Broeck', dat grenst Jan Pauls 1), Jan Goris en Peeter Tielens erfgenamen
2), Jan Tielens 3), aan Henrick Rijnders als pand voor 3 gulden 10 stuivers Brabants
jaarlijks met valdag jaarlijks op Maria Presentatie (opdracht van Maria in de
tempel door haar ouders, 21 november). In kapitaal ontving Paulus 60 gulden Brabants
eens Luikse valeur. Henrick Reynders is in de voorschreven rente van 3 gulden
10 stuivers jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede. Sovvit Reynders.
1654, 9 december. P. 203v
Jacob Meijen draagt op een hofstadt in Coirsel gelegen,
zoals hij met koop verkregen heeft van Ambrosius Bellens, die grenst Gilis
Oriaens 1), s'heeren straet 2) en de wederhelft ter Loonse aarde 3). Opgedragen
aan Henrick Reynders als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal
ontving Jacob 100 gulden Brabants eens Luikse valeur. Valdag jaarlijks op 31
mei. Onderpand: een stuk broek genaamd 'den Jacob', dat hem toebehoort vanwege
zijn huisvrouw, die hij hier belooft te brengen om in te stemmen. Henrick
Reynders is in de 6 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met ban en
vrede. Solvit Reynders.
Marge p. 203v
Op 28 april 1664 heeft Henrick Rynders wettelijk gekweten
de panden van Jacob Meynen van de voorschreven rente. Alles is voldaan.
1654, 29 december. P. 204
Paulus Beckers draagt op een stuk broek genaamd 'het
Butsert', dat grenst Henrick Reynders den Auden 1), Jan Claes 2) en Christiaen
Nicolai 3), aan Henrick Reynders als pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks met
valdag op Coirsel kermis. In kapitaal ontving hij 150 gulden Brabants eens
Luikse munt. Henrick Reynders is in de rente van 9 gulden Brabants jaarlijks
ggmr. Solvit Reynders.
1655, 04 januari. P. 204v
Peeter Neelens heeft opgedragen een stuk land genaamd
'die Hage' in Coirsel gelegen, dat grenst Jan Oriaens 1), Christiaen Nicolai 2)
en s'heeren straet 3). Opgedragen als pand aan de erentfesten heer Vincent
Coirselius (Seyssens volgens de titel) als pand voor 18 gulden Brabants
jaarlijks met valdag op St.-Thomasdag. In kapitaal ontving Peeter 360 gulden Brabants
eens Luikse munt. Kwijten met 100 gulden per keer 5 gulden jaarlijks afleggen.
Als onderpand - voor het geval dat het pand niet sterk genoeg wordt - stelt
Peeter al zijn Brabantse goederen. Jan Van Postel, schepen ter Loonse justitie,
is in de naam van en als geconstitueerde van zijn zwager Vincent Coirselius in
de 18 gulden Brabants jaarlijks gegicht en gegoed met ban en vrede.
1655, 14 januari. P. 205v
Testament van Lambertus Schepers en Anna Hauben
geapprobeerd op 14 januari 1655.
Op 4 mei 1649 verscheen voor mij, heer pastoor in
Coorsel, en getuigen de eerzame Lambrecht Schepers en Anna Hauben, man en
vrouw, die met dit schrijven hun testament maken op de volgende manier.
Ze bevelen hun ziel aan God Almachtig en hun lichaam na
hun dood aan de gewijde aarde. Ze maken aan mekaar, Lambrecht aan zijn vrouw
Anna en Anna aan haar man Lambrecht, aan de langstlevende 100 gulden Brabants
eens als schuldbehoef te halen op 'den Heussensen Bempt', genaamd 'den
Beeckerbempt', via verkoop of belasten. Ze maken beiden aan Elizabeth, dochter
van onwettige dochter van Catharina Schepers verwekt door Michiel Veltmans de
som van 150 gulden Brabants eens, als een aalmoes te halen op de generaliteit
van hun goederen. Dit geld zal aan het kind pas gegeven worden als beiden de
testateurs Lambrecht en Anna overleden zijn. Indien Elizabeth zonder wettige
nakomelingen zou sterven, zal de som wederkeren vanwaar ze gekomen is.
Getuigen: Peeter Witters en Mattheus Picken. Quod attestor f. Guil. Nevius
pastor. Daarnaast stond het handteken van Lambertus Schepers en van Anna en de
getuigen, waarschijnlijk een teken.
F. Guil. Nevius tekent voor een eensluidende kopie en
verklaart als priester dat het testament zo gebeurd is. 12 november 1654.
Op 14 november verscheen Peeter Witters voor het recht
als getuige van het voorschreven testament. Het werd hem voorgelezen en hij
verklaarde onder eed dat het waarachtig is.
Op 2 januari 1655 heeft Matthijs Picken, ook een getuige,
hetzelfde verklaard.
1655, 14 januari. P. 206
Approbatie. De schepenen hebben de partijen gehoord op
dit ingesteld testament. Omdat iedereen met zijn eed bevestigde dat het
testament zo gebeurd is, houden de schepenen het testament voor legaal en
voldoende geproefd en oud genoeg van genachten om het te laten registreren.
Getekend Ar. Beckers secretaris.
1655, 23 januari. P. 206
Scheiding en deling tussen de erfgenamen van Gheerdt
Claes en Maria Wijnen, in hun leven een wettig echtpaar, namelijk Jan Oriaens
man en momber van Anna Claes, Jan Vanden Berghe man en momber van Maria Claes,
Jan Dirix als man en momber van Elizabeth Claes, Jacob Claes, Peeter Convents
als momber van Catharina Claes en Henrick Claes. De goederen werden in 6 kavels
gesteld genummerd a, b, c, d, e, f op 23 januari 1655.
De eerste kavel A: huis en hof voor zover het is getekend
met 'paggen'; een plaats op de schans in Voirtken gelegen; het gedeelte op 'den
Hooghen Bosch'. Deze kavel is belast met 5 gulden jaarlijks Brabantse munten
aan Valentijn Vanden Hove; nog met 18 stuivers aan het Sint-Annaaltaar in
Coirsel. Dit is gevallen aan Jacob Claes.
De tweede kavel B: het tweede perceel in de hof, dat
grenst aan het eerste deel. Belast met 5 gulden jaarlijks aan Chr. Nicolai,
meier; met een halster koren aan de H. Geest van Coirsel. Dit is gevallen aan
Jan Dirix.
Voor het derde deel is gesteld het derde deel in de hof
boven gelegen, dat grenst Henrick Convents erfgenamen aan 2 zijden en Henrick
Nauwen aan de andere zijden. Belast met 5 gulden Brabants jaarlijks aan het convent
van Everbode. Dit is gevallen aan Jan Vanden Berghe nomine uxoris.
Als vierde deel is gesteld 'het Ossen Euwet' gelegen in
Voirtken, dat grenst de erfgenamen van Cornelis Vorsters aan 4 zijden. Degene
aan wie deze kavel valt, zal moeten geven aan de kavel van 'den Conijnsgracht'
125 gulden Brabants eens kapitaal en 6 gulden 5 stuivers jaarlijks gedurende de
termijn van 3 jaren. Daarna moet hij het geld gichten of prompt betalen,
volgens wens van degene aan wie 'den Conijnsgracht' zal vallen, op boete van
een gouden souvereijn. Deze is gevallen aan Catharina Claes.
Het vijfde deel krijgt 'den Smeijers Bempt', die grenst
Jan Huveners. Deze kavel moet ook geven tot hulp aan 'den Conijnsgracht' 75
gulden Brabants eens en jaarlijks als intrest 5 gulden 15 stuivers, op dezelfde
wijze als hiervoor. Gevallen aan Henrick Claes (dat is hier niet vermeld).
Voor de zesde kavel is gesteld 'den Conijnsgracht' met
het geld in de vierde en vijfde kavel vermeld. Dit perceel is enkel belast met
grondcijns, schattingen en dorpslasten. Krijgt nog 'den Okeren Bosch', dat
grenst Jan Thielens. Dit is gevallen aan Jan Wouters nomine uxoris.
Indien er later zwarigheden of lasten mochten gevonden
worden, dan zullen ze deze mekaar gelijk helpen dragen. Ze beloven elk dat ze
zich zullen tevreden houden met de kavel die aan hen gevallen is.
1655, 25 januari. P. 207
Frans Gevers heeft ontvangen en daarna opgedragen een
stuk land in Vortken gelegen tegenover Jan Huveners. Het grenst s'heeren straet
1) en 2), Brigida Vaes 3) en Jan Goris 4). Opgedragen aan Maria Sroijen als
pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks met valdag op O.-L.-Lichtmis. In kapitaal
ontving Frans 100 gulden Brabants eens. Als onderpand stelt Frans al zijn
andere Loonse goederen ook in Coirsel gelegen. Hij stemt in met de realisatie
daarvan voor competente rechters. Als Frans niet betaalt en de ene valdag op de
andere laat vallen, stemt hij erin toe dat hij 'verwonnen' zal zijn met een
konde van 15 dagen op parate en reële executie. Maria Sroijen is in de 6 gulden
jaarlijks ggmr.
1655, 25 januari. P. 207
Jan Gevers heeft ontvangen en daarna opgedragen een
blocxke in Voirtken gelegen - zoals hiervoor beschreven staat - aan Leonaerdt
Smets als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks. Valdag op O.-L.-Vrouw
Lichtmis. Kapitaal 100 gulden eens courant geld ontvangen. Als onderpand stelt
Frans ook al zijn Loonse goederen in Coirsel gelegen. Als Frans niet betaalt en
de ene valdag op de andere laat vallen, stemt hij erin toe dat hij 'verwonnen'
zal zijn met een konde van 15 dagen op parate en reële executie. Leonaerdt
Smeets is in de rente van 6 gulden Brabants jaarlijks ggmr.
1655, 28 januari. P. 207v
Jeroen Van Soerlick heeft opgedragen huis en hof onder
Coirsel gelegen, die grenzen s'heeren straete aan 3 zijden en Aert Rijnders erfgenamen
4), aan Nicolaes Schuppen als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks met valdag
op O.-L.-Vrouw Lichtmis. In kapitaal ontving Jeroen 100 gulden Brabants eens
Luikse munten. Nicolaes is in de 6 gulden jaarlijks ggmr.
Marge p. 207v
Op 9 maart 1662 kwam Nicolaes Schuppen voor het recht en
hij heeft gekweten Jeroen Van Soelick van de voorschreven rente. Alles is
voldaan.
1655, 25 januari. P. 207v
Op 18 januari 1654 verscheen voor de ondergeschreven
schrijver en getuigen Peeter Van Reppel wonend onder Zelhem, die verklaarde dat
hij verkocht heeft uit de hand en zonder proclamatie of 'kerckgeboden' aan
Gijsbrecht Laermans, die aanwezig is en aanneemt, een blocxken onder Coirsel
gelegen, dat rondom in zijn kanten en houtwas gelegen is op 'het Steenvelt'.
Het grenst Jaspar Hommans 1), Govaert Beerten 2) en 'den voetpadt' 3). Verkocht
voor 200 gulden Brabants eens Luikse munt en voor de huisvrouw van de verkoper
een paar kousen, volgens de conditie. De koper moet de koopsom betalen op datum
van gichten en daar tegen zal hij de huur 't'oist' eerstkomend trekken en dan
het blocxken aanvaarden. Dadelijk na de gichte mag hij het hout dat rondom
staat, zowel de opgaande bomen als het schaarhout, afkappen en houden, zonder
dat de familie van de verkoper hier iets tegen kan inbrengen of van verwanten
die enige naderschap mochten pretenderen vermits de verkoper hem dit vergunt en
schenkt. Alle lasten en onkosten die hiervan komen, staan tot last van de koper
zoals gichtgeld, lycoop nae lantcoep, goidtsgelt 5 stuiver voor het
Roosencransken van Beringhen, schrijfgeld 3 schellingen. Het blocxke is enkel
belast met schattingen en dorpslasten en eventueel grondcijns aan de heer.
Opgemaakt binnen Beringhen in het woonhuis van de verkoper in presentie van Jan
Cauberchs en Nicolaes Vande Velde den Jonghen als getuigen. Quod attestor en
was ondertekend Ar. Beckers.
1655, 28 januari. P. 208
Matthijs Van Reppel en Jan Moons als mombers en curateurs
van de achtergelaten kinderen van wijlen Peeter Van Reppel en Marie Moons, een
wettig echtpaar toen ze leefden, hebben ontvangen en daarna opgedragen het
blocxken in de hierboven geregistreerde conditie vermeld. Verkocht voor de
prijs vernoemd in de conditie aan Gijsbrecht Laermans zoals voorschreven.
Laermans is in het blocxke ggmr. Merck Van Eerdewech bekent het voorgenoemde
geld ontvangen te hebben vermits Peeter Van Reppel zaliger het voorschreven
goed verkocht had om hem te kunnen voldoen van de verkoop van een schuur. Merck
kwijt de voorschreven mombers en curateurs in de naam en tot profijt van de kinderen
van Peeter Van Reppel. Is in hoede van schepenen gekeerd.
1655, 25 februari. P. 209v
Jan De Best, als man en momber van zijn huisvrouw Anna
Jans en met haar instemming, heeft ontvangen en daarna opgedragen een stuk land
in Stal gelegen, dat grenst Jan Jans 1), Henrick Jans 2), Peeter Beckers 3) en
s'heeren straet 4), aan de erfgenamen van Peeter Van Houdt en Anna Vrancken,
een echtpaar toen ze leefden, als pand voor 15 gulden Brabants jaarlijks. In
kapitaal ontving Jan 300 gulden zoals het geld nu gangbaar is. Bij afkwijten
moet dat gebeuren in gangbaar geld zoals het zijn waarde heeft volgens de
laatste Luikse valuatie. Valdag jaarlijks op Sint-Matthijsdag. Als onderpand
stelt Jan nog een stuk broek genaamd 'den Vointshaghenbempt', dat grenst Jan
Van Postel 1), Jan Cnaep 2) en Henrick Jans 3). Jan stemt erin toe dat dit
gerealiseerd wordt voor competente rechters. Henrick Wijnen is in de naam en
tot profijt van de kinderen voorschreven in de 15 gulden jaarlijks ggmr.
Henrick Wijnen heeft de rechten betaald.
Marge p. 209v
Op 5 maart 1665 heeft Thomas Van Houdt wettelijk gekweten
het pand van Jan De Best van deze rente. Alles is betaald.
1655, 11 maart. P. 211v
Mr. Jan Taelmans, chirurgijn, als H. Geestmeester van
Coirsel, heeft wettelijk gekweten en ontslagen de panden van Jan Didden,
namelijk 'het Calver Euwet' dat hij onlangs gekocht heeft van Christiaen
Nicolai Corselius, van een rente van 6 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 100
gulden. Alles is voldaan en de panden worden ervan gekweten. Jan De Best heeft
het afgelegde geld ontvangen, zoals hierna geregistreerd is.
1655, 11 maart. P. 211v
Jan De Best heeft met instemming van zijn huisvrouw Anna
Jans, die hij voor het recht zal brengen om instemming te geven, opgedragen een
stuk land in Stal gelegen, dat grenst Jan Jans 1), Henrick Jans 2), Peeter
Beckers 3) en s'heeren straet 4), aan de Armen van Coirsel als pand voor 6
gulden Brabants jaarlijks met valdag op de feestdag van 'Purificationis Beate
Mariae' (Maria Lichtmis). Losse en vrije rente geven. Als onderpand
stelt Jan een stuk land ook in Stal gelegen, dat grenst Jan Reijnders 1), 2) en
3) Mattheuwis Seyssens en s'heeren straet 4). Jan Taelmans is als armenmeester
van het dorp Coirsel met recht ter gichte gekomen in de 6 gulden Brabants
jaarlijks. Mr. Jan heeft de hofrechten betaald.
1655, 24 april. P. 214v
Rijnier Wouters als man en momber van zijn huisvrouw
Marie Sroeyen, heeft met haar instemming wettelijk gekweten de panden van Joris
Schepers van een jaarlijkse rente van 3 gulden Brabants Luikse munt. Ze staat
geaffecteerd op huis en hof in Coirsel gelegen, die grenzen Jan Tielens 1),
'den Muggen Berch' 2) en Jan Didden 3). Alles is voldaan. Schepers en zijn
panden worden ervan wettelijk gekweten.
1655, 30 april. P. 215v
Peeter Pudt draagt op een stuk erve genaamd 'die Dunghen'
zoals hij die met koop verkregen heeft van Joris Beckers nomine uxoris, die
vandaag deze gichte heeft gelaudeerd. Het stuk grenst 'die gemeijn heijde' 1)
en 2), de erfgenamen van Daniel Pudt 3) en 'die Maelbecke' 4). Verkocht aan
Vincent Ceijssens voor 300 gulden Brabants eens. Betaald. Het goed is enkel
belast met grondcijns aan de heer, met dorpslasten en schattingen. Vincent
Ceijssens is in de 'Dunghen' ggmr.
1655, 30 april. P. 215v
Vincent Ceijssens draagt op 2 beemdjes in Coirsel
gelegen, die grenzen de erfgenamen van Peeter Leijssens 1), Christiaen Nicolai
2), zijn eigen erve 3) en Henrick Pudt 4), aan Jan Gielen Gielisen als pand
voor 10 gulden Brabants jaarlijks met valdag op 1 mei. In kapitaal ontving
Vincent 200 gulden Brabants eens. Afleggen in geld zoals het geld dan volgens
de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn. Jan Gielen is in de 10 gulden
jaarlijks ggmr.
1655, 30 april. P. 215v
Jan Gielen kwijt de panden van Matthijs Pudt van een
jaarlijkse rente van 20 gulden Brabants, of van 400 gulden Brabants eens
kapitaal, zoals Jan op de panden van Mathijs trok. Alles is voldaan en de
panden worden wettelijk gekweten, evenals de onderpanden die gesteld zijn
vanwege Anthoen Cornelis in de Laethoff van Everbode in Coirsel. Is in hoede
gekeerd.
1655, 30 april. P. 216
Aert Stevens kwijt de panden van Matthijs Pudt van een
rente van 20 gulden Brabants jaarlijks, of 400 gulden kapitaal. Alles is
voldaan en de panden worden ervan wettelijk gekweten.
1655, 30 april. P. 216
Thomas Mentens staat zijn tocht af van zijn Brabantse
goederen aan zijn zoon Jan Mentens om ze te mogen belasten met 12 gulden
jaarlijks of met 200 gulden Brabants eens.
1655, 30 april. P. 216v
Jan Mentens draagt op het huis, blocxken met de dries
daaraan gelegen, die grenzen s'heeren straet 1), 2) en 3) en zijn eigen erf 4).
Opgedragen aan Ruth Thielens als erfgenaam van zijn kinderen als pand voor 12
gulden Brabants jaarlijks Luikse munt. Valdag jaarlijks op Sint-Job. Jan
ontving 200 gulden Brabants eens Luikse munt kapitaal. Mocht het pand onvoldoende
worden, daarvoor stelt hij als onderpand al zijn andere goederen, zowel Loonse
als die in de laethof van Everbode. Hij stemt in met de realisatie voor de
hoven daar. Ruth Thielens is in de 12 gulden jaarlijks gegicht met recht.
Thomas Mentens werd weer in zijn tocht gesteld.
1655, 22 april. P. 216v
Testament van frater Benedictus Mannaerts religieus in
het moenster St. Trudo, geapprobeerd op 22 april 1655, luidend als volgt.
In 1652, de vijfde Roomse indictie van het pausdom van
paus Innocenttius X in het 8ste jaar van zijn kroning op 22 november verscheen
voor notaris Guilliam Van Nuijs wonend binnen de stad Sint-Truijden, 'geceert
bij hare Goddelijcke hoocheijt Henricus Maximilianus bisschop en prince van
Luijck ende geadmitteert involgens sijn gecundicht leste edict, mede oyck
notaris gecreert ende geadmitteert bijden souverijnen Raede van Brabant' en de
getuigen in persoon de godvruchtige en aandachtige jongeman Lambertus Mannaerts
geboren in Diest, nieuweling van het 'moensters ende goidtshuijs van St.Trudo',
kloek en gezond van lichaam en die zijn verstand goed machtig was. Hij heeft
besloten, na rijpelijke beraad en raadpleging van wijze en geleerde mannen of
hij voor de geestelijke of wereldlijke staat zou kiezen, dat hij de geestelijke
staat zal aannemen als de allervolmaaktste. Na veel bidden en aanhouden en het
verzoek gedaan aan de E.H. Heer Hubertis van Sutendael prelaat 'des moensters'
en heer van de stad Sint-Truiden, is hij ontvangen geweest voor 'scholiers' en
daarna door hem gekleed. Het jaar van zijn kleding is nu lopende op het einde
en daarom wil hij tot volharding van zijn 'Godtvruchtighe meijninge' om de
liefde Gods, eer en devotie die hij draagt tot de heilige Vader Benedictus,
zaligheid van zijn ziel en remedie (?) van zijn zonden, zeer graag doen
eerdaags zijn professie, indien de E.H. prelaat voorschreven dat belieft. Hij
verbindt zich met het 'jock der geloften' van gewillige armoede, eeuwige reinheid
en volkomen gehoorzaamheid, alles volgens de regel van de H. vader Benedictus
en geestelijke ordonnantien. Hiermee wil hij de wereld en alles wat er in de
wereld is 'aff te sterven' (aan alles te verzaken). Alvorens zijn
professie te doen, heeft hij gewenst om ongedwongen en onverleid van iemand
zijn testament of laatste wil te maken zoals volgt. Hij herroept en doet teniet
eerdere maaksels of voorgaande testamenten, codicillen of andere akten die door
hem gemaakt zijn voor deze datum. De testateur wil dat zijn erfgenaam,
hieronder te noemen, al de kosten zal vergoeden van zijn professie, zijn eerste
mis en alles volgens goeddunken van de E.H. prelaat voorschreven en hij laat
aan het klooster van Sint-Trudo gedurende zijn leven een jaarlijkse rente van
36 gulden Brabants zwaar geld die geaffecteerd staan op huis, hof met aanhang
gelegen binnen de stad Diest 'aen de Langhe Brugge', genaamd 't'Huijs van
Michiel Matthijssen', dat grenst de voorschreven brug 1), de erfgenamen van
Michiel Paesschens 2) en s'heeren straet 3); nog aan hetzelfde 'moensters' voor
een 'bekentenisse' 100 gulden Brabants eens ook zwaar geld, te betalen binnen
het jaar vanaf zijn professie. Hij wenst dat indien de E.H. prelaat van
Sint-Truiden hem zou laten studeren, dat zijn erfgenaam elk jaar gedurende zijn
studie zal geven aan de prelaat 30 rijxdaelders eens. Hij wil ook dat zijn
erfgenaam, zodra de testateur zijn eerste mis zal gedaan hebben, aan zijn
moederlijke tante Maria Convents, huisvrouw van Joris Van Bouchoudt, de som van
400 gulden zwaar geld eens zal geven tot gebruik en baat van de kinderen van
zijn 'moije' voorschreven. Betreffende al zijn andere resterende goederen,
roerend en onroerend, actiën en crediten, welke dat ook moge zijn en waar ook
gelegen -, nadat de voorschreven legaten voldaan zijn - benoemt hij voor zijn
universele erfgenaam zijn vaderlijke tante Martina Mannaerts vermits de grote
zorg en arbeid, liefde en goedertierendheid aan de testateur bewezen als hij
ongeveer in het vierde jaar na zijn geboorte geworden is vader- en moederloos.
Ze heeft hem deugdzaam opgevoed, 'ter scholen houdende', haar geld uitgegeven
en hem bij eerwaardige en godvruchtige priesters 'bestellende'. Hij wil dat dit
testament zal krachtig blijven zoals hij het gemaakt heeft en volgens dat in de
geestelijke wereld de gewoonte is. De notaris moet van dit testament een goed
instrument maken volgens zijn wil. Opgemaakt in Sint-Truiden in presentie van
mr. Martinus a Speculo en mr. Judocus Pitteurs als getuigen. De testateur en de
getuigen ondertekenden de akte met de notaris G. Van Muijs.
1655, 22 april. P. 218v
Approbatie. Betreffende dit testament was er voor het Brabants
recht van Lummen een proces onbeslecht hangende tussen joufr. Martina Mannaerts
op dit ingesteld testament van haar neef frater Benedictus Mannaerts religieus
in het 'moenster' Sint-Trudo en sr. Petrus Convens als opponent. Ze hebben
alles goed bestudeerd en ook de eigen confessie gehoord van zijn opponent op 5
november 1654 en de vertragingen daarna daarop gevolgd, wijzen de schepenen het
voorschreven testament in zijn kracht en ter registratie. Ze veroordelen de
opponent in de kosten ter oorzake hiervan gerezen onder correctie. Opgemaakt in
consistorie op 22 april 1655. Ondertekend A. Beckers secretaris.
1655, 30 april. P. 218v
Constitutie Martina Mannaerts.
Op 16 maart 1655 verscheen voor Dionisius Quins als
openbaar notaris in presentie van getuigen joufr. Martina Mannaerts, laatst
weduwe van wijlen Henrick Van Eck. Ze heeft geconstitueerd Jacob Peurters en
alle toonders van deze akte om de last te willen aanvaarden en bevel om in haar
naam voor alle heren en hoven waar het nodig is op te dragen als onderpand van
een rente van 37 gulden 10 stuivers jaarlijks zoals ze bekend heeft voor meier
en laeten van de heer prelaat van Tongerloo in Diest. Ze draagt op aan joufr.
Margareta Buijck weduwe van wijlen sr. Jan Steens in zijn leven burgemeester
van de stad Diest het vierde deel van een watermolen met toebehoren gelegen in
Coirsel, die aan haar werd gemaakt door het testament van haar neef Lambertus
Mannaerts tegenwoordig religieus in de abdij van Sint-Truiden. De constituant
moet in haar naam de vierde part laten gichten als onderpand voor de rente.
Joufr. Mannaerts behoudt de opbrengst van de watermolen voor haar zelf.
Opgemaakt in presentie van Melchior Vande Velde en
Henrick Domingh als getuigen. De constitutie werd ondertekend door de constituante
en door de notaris. Quod attestor D. Quins notaris.
1655, 13 mei. P. 219
Voor meier en schepenen van Lummen ten Brabantss recht
buiten vrijheid verscheen Jacob Peurters en hij heeft volgens de voorgaande
constitutie gemaakt voor notaris Quins op 16 maart 1655 door joufr. Martina
Mannaerts ontvangen en daarna opgedragen als onderpand van een rente van 37
gulden 10 stuivers jaarlijks, bekend voor de meier en de laten van het laethof
van de prelaat van Tongerloo in Diest, het vierde part van de watermolen met
haar toebehoren in Stal onder Coirsel gelegen, die aan haar constituante werd
gemaakt door het testament van haar neef Lambertus Mannaerts religieus in de
abdij van Sint-Truiden. Opgedragen aan joufr. Margareta Buijckx weduwe van
wijlen sr. Jan Steens in zijn leven burgemeester van de stad Diest. Peeter Van
Postel is in de naam van jofr. Margareta Buijckx in de vierde part van de
watermolen met haar toebehoren als onderpand voor haar voorschreven rente van
37 gulden 10 stuivers volgens de inhoud van deze constitutie ggmr.
1655, 13 mei. P. 222
Conditie en voorwaarden waarop Peeter Caermans met
consent van zijn huisvrouw zal verkopen met proclamatie, hogen en kaarsbranding
aan de hoogste bieder een perceel broek van Brabantse natuur, groot 3
dachmaelen, geheten 'den Loosbempt'. Hij grenst O Henrick Pudt en Peeter
Beckers W, Henrick Beckers alias Van Houdt, 'de Alde Beeck' N en 'den gemijnen
aert' Z.
Iedere hoge bedraagt 2 gulden: 1 voor de verkoper en de
andere tot profijt van de koper. Het broek is enkel belast met grondcijns,
dorpsschattingen en 'gehypotiseerde dorps lasten', die tot last van de koper
staan. Indien er later meer lasten gevonden worden dan voorschreven, zal de
verkoper ze altijd goedmaken volgens de inhoud van de creatie. Hij staat garant
voor een goede gichte.
De obtinent koper zal voor een 'gratuitijt' voor de
verkopers huisvrouw 1 souverijn in goud geven zonder in mindering te komen aan
de koopsom. De koper die de handslag zal ontvangen van de verkoper, zal voor
zijn kloek bod en voor het missen van zijn geld hebben indien hij vernaderd of
afgehoogd wordt 1 souverijn in goud. Na de palmslag zal de hoger zoveel hogen
mogen stellen als hij wenst tot het branden van de kaars. Indien iemand hoogde
die niet kan of wil voldoen, dan zal de kaars opnieuw ontstoken worden om
opnieuw te verkopen en alle extra gemaakte kosten zal men bij de faler halen.
Brengt het dan minder op, dan zal het op de gebrekkelijke verhaald worden met
parate en reële executie. Brengt het meer op, dan is dit enkel voor de
verkoper. De koper moet de koop volledig voldoen op datum van gichten op pene
van een nieuwe verkoop zoals hiervoor beschreven staat. De koper moet alle
kooplasten, 'goedinghe ende ontgoedinghe, vacatien van scepenen, roepgelt etc',
schrijfloon 2 gulden, Goitspenninck 11 stuivers voor de kerk van Coirsel, lycoop
nae lantcoep, voldoen op datum van gichten zonder in mindering te komen van de
koopsom. De verkoper zal nog twee keren turf mogen halen van de 'torven' die in
dit jaar van 1655 zullen 'getorft' worden en de oude torven van het jaar
daarvoor, reserveert de verkoper geheel voor zich.
De huurder van dit broek zal het gedurende 1655 volkomen
mogen gebruiken en de koper zal met de huurprijs moeten tevreden zijn.
Op 10 april 1655 bekende Peeter Caermans dat hij de
palmslag gegeven had aan Andries Ceijsens op alle voorgaande conditiën voor
1150 gulden Brabants eens, los en vrij geld, de gulden aan 20 stuivers Luikse
valeur en een kermis voor de huisvrouw van de verkoper zoals voorschreven is.
De koper stelde hierop nog 50 hogen. Vervolgens Peeter Jans nog 2 hogen,
Andries nog 1 hoge. De partijen ondertekenden met de getuigen en de schrijver.
Opgemaakt ten huize van Jan Beckers binnen Coorsel in presentie van Aert
Beckers en Henrick Geerts als getuigen. Ondertekend door Peeter Keerts (de
verkoper die wellicht 'Kaerts heette i.p.v. Caermans), Andries Ceysens, Arn.
Beckers secretaris, Hendrick Geerts en Peeter Jans als schrijver.
Op 15 mei 1655 ten huize van Christiaen Corselius, meier,
werd de kaars ontstoken op alle voorgaande conditiën en wettelijk gebannen. Als
ze uit ging, bleef de koop aan Andries Ceijssens, in aanwezigheid van de
schepenen.
1655, 13 mei. P. 223
Peeter Caerts heeft met instemming van zijn huisvrouw
Magriet Caers, aanwezig en instemmend, het perceel broek opgedragen, zoals voor
beschreven, aan Andries Ceijssens voor de som hiervoor. Andries Ceyssens is in
het perceel broek voorschreven gegicht en gegoed met ban en vrede. Andries
belooft aan Peeter Caers op Sint-Jansmisse eerstkomend 3 à 400 gulden te
betalen en de rest op 'festo Assumptionis' ook eerstkomend (dus
waarschijnlijk O.-L.-Vrouw Hemelvaart).
Naschrift p. 233
Depost op 6 april 1660 heeft Peeter Caers bekend dat hij
als man en momber van zijn vrouw voldaan is van de koopsom voorschreven. Hij
kwijt hiermee de persoon van Andries Ceijsens.
1655, 15 mei. P. 223v
Ambrosius Bellens heeft opgedragen en getransporteerd een
rente van 10 gulden Brabants jaarlijks, Luikse munt, kapitaal 200 gulden, zoals
hij trekt op panden van Jacob Meijen, zoals de originele gichte vermeldt.
Verkocht aan Nicolaes Schuppen voor 150 gulden Brabants eens, zoals ze ook af
te leggen staat. Ambrosius ontving zijn geld. Nicolaes Schuppen is de rente
ggmr.
1655, 09 juni. P. 223v
Anna Croechs weduwe van wijlen Huijbrecht Kenens heeft
Peeter Beckers zoon van Michiel en alle toonders van deze akte die de last
willen aanvaarden, volkomen macht gegeven om in haar naam en vanwege haar te
verschijnen voor de Brabantse justitie van Lummen en daar waar het nodig zou
zijn, op te dragen en af te staan een stuk land genaamd 'die Hoeffve', dat
grenst Wouter Moons 1), Jan Beckers 2) en s'heeren straet 3); nog een perceel
broek in 'de Langenijcken' gelegen, dat grenst Matthijs Claes 1), Vincent
Ceijsens 3) en het eigen erve van Anna 4). Opgedragen aan haar schoonzoon
Huijbrecht Henricx om de voorschreven percelen te mogen belasten met 24 gulden Brabants
jaarlijks Luikse munten of 400 gulden kapitaal. Voorwaarde is dat Anna Croechs
na de procedure weer in haar naam zal gesteld en gegicht worden. Hetgeen ze
hiervoor heeft laten beschrijven, belooft ze van waarde te houden. Opgemaakt in
Coirsel in presentie van mr. Peeter Jans en Peeter Smeets als getuigen. Quod
attestor Ar. Beckers secretaris, schrijver.
1655, 10 juni. P. 224
Peeter Beckers zoon van Michiel, als gevolmachtigde van
Anna Croechs, heeft afgestaan de tocht van 2 percelen, zowel land als
'wijewas', die zij door de aflijvigheid van haar man Huybrecht Kenens zaliger
in tocht bezat. Opgedragen aan haar schoonzoon Huijbrecht Henricx die getrouwd
is met haar dochter Helena Kenens, om ze te mogen belasten met 24 gulden Brabants
jaarlijks Luikse munt of 400 gulden kapitaal. Huijbrecht is ervan ter gichte
gekomen.
1655, 10 juni. P. 224
Nu tocht en eigendom samen zijn, heeft Huijbrecht Henricx
opgedragen een perceel broek in 'de Langenijcken' gelegen, dat grenst Matthijs
Claes 1), Vincent Seijssens 2) en het goed van de constituante 3), aan de H.
Geest van Heusden als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks Luikse valeur,
kapitaal 100 gulden. Te kwijten in geld zoals het dan zal gangbaar zijn en met
rente volgens het verstrijken van de tijd. Valdag van de rente is op datum van
gichten. Mocht in de toekomst het broek onvoldoende blijken als pand, daarvoor
stelt Huijbrecht als onderpand al zijn Loonse goederen waar ze ook mogen
gelegen zijn. Hij stemt in met de realisatie ervan voor competente rechters.
Jan Lemmens is als H. Geestmeester van Heusden in de naam ervan in de rente van
6 gulden jaarlijks ggmr. Huijbrecht Henricx heeft de hofrechten betaald.
Naschrift p. 224
Op 15 december 1661 heeft Jan Mertens als moderne H.
Geestmeester van Heusden in aanwezigheid van mr. Peeter Claes wettelijk de
panden gekweten van Huybrecht Hendricx boven beschreven. Alles is voldaan.
1655, 10 juni. P. 224v
Nu tocht en erve samen zijn, heeft Huijbrecht Henricx
opgedragen een stuk land genaamd 'die Hoeve', dat grenst Wouter Moons 1), Jan
Beckers 2) en s'heeren straet 3), aan Catharina/Catlijn Briers als pand voor 18
gulden Brabants jaarlijks Luikse munt. Huijbrecht ontving in kapitaal 300
gulden Brabants eens. Valdag op datum van gichten. Als onderpand stelt
Huijbrecht al zijn bankgoederen, waar ze ook mogen gelegen zijn. Hij stemt in
met de realisatie ervan voor competente rechters. Catlijn Briers is in de 18
gulden jaarlijks gegicht volgens het recht van deze bank. Henricx heeft de
hofrechten betaald.
Peeter Beckers is in de naam van Anna Croechs weer in
haar tocht gesteld.
Nachrift p. 224v
Op 23 november 1657 kwam voor de schepenen mr. Peeter
Tielens man en momber van Catharina Briers en heeft wettelijk gekweten de
panden van Huybrecht Henricx van de rente hierboven vermeld. Alles is voldaan.
1655, 18 juni. P. 225v
Op 24 oktober 1654 verscheen voor de ondergeschrevene als
openbaar notaris binnen de heerlijkheid van Hamme residerend en de getuigen
hierna genoemd Peeter Delien als man en momber van Magdalena Nauwen, die
aanwezig is en instemt, en ten overstaan van Wouter en Jan Schoeffs die ook
instemmen; Hij heeft afgestaan en getransporteerd met deze akte een erfrente
van 100 gulden Brabants kapitaal, 5 gulden jaarlijks die staan geaffecteerd aan
panden van Jan Verheijen in Coersel. Die zijn aan Margareta gemaakt door haar
eerste man Jacob Schoeffs via zijn testament om de kinderen 'op te trekken'. De
rente werd opgedragen aan Matthijs Put voor 100 gulden, die Peeter Delien
bekent ontvangen te hebben door het ontvangen van een paard. Hij stemt erin toe
dat Put in de rente zal worden gegicht volgens de costuimen van het land.
Hiervoor constitueert Delien iedereen die deze last wil aanvaarden. Opgemaakt
binnen Oosthamme ten huize van de notaris in presentie van Peeter Maes en
Herman Schuermans als getuigen. Was ondertekend Henr. Schoeffs notaris.
1655, 18 juni. P. 225v
Frans Wouters als geconstitueerde die de last aanvaard
heeft vanwege Peeter Delien als man en momber van zijn huisvrouw Magdalena
Nauwen, volgens de akte hiervoor geregistreerd, verkoopt de rente van 5 gulden Brabants
jaarlijks, kapitaal 100 gulden volgens de originele gichte daarvan, die
gehypothekeerd staan op panden van Jan Gabriels. Matthijs Pudt is in de rente
ggmr.
1655, 18 juni. P. 226
Matthijs Put transporteert de voorschreven rente aan
Cornelis Schepkens voor 100 gulden Brabants eens. Betaald door de moeder van
Cornelis in haar weduwlijke staat, die deze rente voor zich reserveert voor het
geval dat zij in armoede of miserie dit zou nodig hebben. Cornelis is in deze
rente ggmr.
1655, 18 juni. P. 226
Anna Meijssens wettige dochter van Herman Meijsens
verwekt bij Maria Van Houdt zaliger geassisteerd met haar wettige en geëde
mombers Henrick Zeuwis en Henrick Beckers hebben gereliveerd het huis, hof,
landerijen en wijwas zoals die in Voirtken onder Coirsel omtrent 'die Capelle'
gelegen zijn, voor zover ze ter Brabantse aarde sorteren. Ze zijn aan haar
toegekomen door de aflijvigheid van haar moeder voorschreven. Anna Meijssens is
in deze goederen ggmr. Salvo jure cuius libet.
1655, 01 juli. P. 227v
Mattheuwis Baten heeft wettelijk zijn tocht afgestaan van
een perceel, zowel land als 'hoijwas' in Coirsel gelegen in 'den Dijck' , dat
grenst de erfgenamen van Nicolaes Jans 1), Henrick Wellens 2), Jan Didden 3) en
des heeren straet 4); nog een perceeltje broek genaamd 'het Varebempdeken', dat
grenst Jan Goris 1), de erfgenamen van Peeter Tielens 2), de erfgenamen van
Lambrecht Schepers 3). Opgedragen aan Wouter Leijssens en Jan Gevers met zijn
broers en zusters omdat de percelen zo zwaar belast waren als ze in koop waard
waren. Wouter Lijssens en Jan Gevers cum suis zijn ervan met recht ter gichte
gekomen.
1655, 01 juli. P. 228
Voorwaarden en conditie waarop Wouter Lijssens als man en
momber van Elizabetha Gevers en met haar instemming zal verkopen, zowel voor
hem als met schenking het deel van Jan Gevers en voor Matthijs en Anna Gevers,
beiden buiten het land voor wie Wouter zich sterk maakt en verbindt, met
assistentie en in aanwezigheid van Matheuwis Baten grootvader en Jan Gevers
voorschreven beiden geëde mombers van het minderjarig achtergelaten kind van
wijlen Frans Gevers verwekt bij Aleijdis Baten, zullen verkopen een perceeltje,
zowel land als wijwas in Coirsel in 'den deijck' gelegen. Het grenst de erfgenamen
van Nicol. Jans 1), Hen. Wellens 2) en s'heeren straet 3); nog 'het
Varebempdeken', dat grenst Peeter Tilens 1), de erfgenamen van Peeter Tilens
2), volgens de volgende conditiën.
De percelen worden verkocht met hogen, palmslag,
proclamatiën en uitgang van de brandende kaars. Iedereen zal zoveel hogen mogen
stellen als hij wenst van 2 gulden per hoge, de ene tot profijt van de verkoper
en de andere voor de hoger. Aan wie de palmslag gegeven wordt, zal voor zijn
'vromicheijt' in het geval dat hij afgehoogd wordt, hebben 10 gulden Brabants
en zijn voorhogen tot het branden van de kaars, die zal ontstoken en gebannen
worden voor de rechter waar het goed sorteert bij de eerste gelegenheid. De
koper moet dan ook de koop betalen en de verkopers zullen hem gichten. Bij
misverstanden tijdens het hogen, beslissen de schepenen wat er moet gebeuren.
Indien iemand die deze koop niet kan of wil voldoen voor of tijdens het branden
van de kaars glorieus zal hogen, zal hij alle onkosten moeten betalen ter
oorzake hiervan gemaakt zoals lycoop, Goidtsgelt, schrijfgeld en hij zal een
amende (boete) krijgen van 12 gulden en de verkopers zullen hun goed
opnieuw kunnen verkopen.
De verkopers staan er garant voor dat het goed belast is
met 2 gulden 10 stuivers jaarlijks aan de erfgenamen van Jacob Claes die te
kwijten zijn met 50 gulden Brabants eens; aan Adriaen Moons 7 gulden 10
stuivers en aan Aert Giels 7 gulden en 10 stuivers, die elk te kwijten zijn met
150 gulden kapitaal Brabants eens, met dorpslasten en schattingen namelijk in
ieder 100 1 stuiver 1 eegemenneken, en s'heeren grondcijns. De verkopers zullen
de vervallen lasten tot datum van gichten moeten betalen en de koper zal de
huur van dit jaar genieten en het dan aanslaan. Alle onkosten betreffende deze
verkoop staan tot last van de koper zoals lijcoop 12 gulden, kaarsgeld,
gichtgeld, Goidtsgelt 5 stuivers voor de kerk van Coirsel, schrijfgeld 3
gulden.
In 1655 op 7 juni verschenen bij de notaris in
aanwezigheid van getuigen de verkopers Wouter Lijssens, Mattheuwis Baten en Jan
Gevers q. q. en ze hebben de palmslag gegeven boven de voorschreven conditiën
aan Jan Didden voor 30 gulden Brabants eens Luikse munt boven alle uitgaande
lasten en als spelgeld 10 gulden. Hij stelde nog 25 hogen in aanwezigheid van
de getuigen Andries Seijssens en Nicolaes Schuppen. Nicolaes Schuppen stelde
nog 2 hogen in presentie van Andries voorschreven en Jan De Best. Jan Didden
hoogde nog 1 hoge, zelfde eerste getuigen. Quod attestor Ar. Beckers schrijver.
Daarna op 1 juli werd de kaars voor dit goed wettelijk
ontstoken en gebannen en de koop bleef als ze uitging aan Jan Didden als
laatste hoger en obtinent koper.
1655, 01 juli. P. 229
Wouter Leijssens met instemming van zijn huisrouw
Elizabetha Gevers, Anthonius Leijssens schepen, Mattheuwis Baten en Jan Gevers
q.q. hebben samen en elk apart ontvangen en opgedragen de percelen beschreven
is de conditie hiervoor aan Jan Didden voor de prijs hiervoor geregistreerd.
Voor het geval dat de afwezige personen vermeld in de conditie hiermee niet
zouden instemmen, daarvoor verbindt Wouter voorschreven al zijn bankgoederen
onder welke jurisdictie dat ze ook mogen gelegen zijn, als garantie. Jan Didden
is in de goederen gegicht en gegoed met alle vorrmen van recht.
1655, 15 juli. P. 229v
Op 16 juni 1655 verscheen voor getuigen en de schrijver
van deze akte Leonaert Schepers, die zich sterk maakt voor zijn medegeringen of
de kinderen van zijn broers en Pauls Zeuwis 1) en 2) Jan Magrieten. De eerste
partij verklaart dat ze samen en elk apart verkocht hebben aan 2) een perceel
akkerland gelegen binnen Coirsel, genaamd 'den Heijhoff', waaraan twee Brabantse
cijnzen uitgaan. Het grenst O Christiaen Claes, de erfgenamen van Petrus Tilens
W en de erfgenamen van heer Jan Vaes met 'die Schrickheyde' Z en N s'heeren
straete. Het is zowel van Brabantse als van Loonse natuur. Verkocht voor 1000
gulden Brabants eens ('thien hondert') Luikse valeur. Conditie is dat de
koper zal betalen met 800 gulden omdat hij met zijn huisvrouw Maria Kenens
zaliger als tochtster van het pand voorschreven aan dit goed verscheidene
jaarlijkse renten heeft afgelegd waarmee het pand belast is geweest. Hij moet
de helft van de koopsom voldoen op dag van gichten en de wederhelft op de dag
van verjaren. De koper moet aan de verkopers als geschenk 4 pattacons in specie
geven of de waarde ervan. Alle opgaande bomen die op het goed staan, zijn voor
de koper. Hij mag ze afhouwen als hij wenst. De koper moet alle kooplasten
zonder enige korting aan de koopsom betalen, zoals gicht en goedinge,
pontpenningen, lijcoop een ton bier van 10 gulden, Goitspenninck 10 stuivers
voor de kerk, schrijfloon 20 stuivers. Opgemaakt in het huis van Jan Beckers
binnen Coirsel in presentie van Joris Van Obbel en Jan Pauls als getuigen. De
partijen tekenen naast de schrijver: Pauls Zeuwis, het merk van Leonaert
Schepers, Joris Van Obbel, Jan Pauls getuige, Jan Magrieten en quod attestor
Petrus Jans.
1655, 15 juli. P. 230
Leonaert Schepers q. q. en Paulus Zeuwis nomine uxoris,
die hij voor instemming belooft binnen te brengen, hebben ontvangen en daarna
opgedragen samen en elk apart het goed beschreven in de voorgaande koopakte
voor zover het hier hooft, aan Jan Magrieten voor de vermelde prijs. Jan
Magrieten is in het goed gegicht en gegoed met recht.
Depost op 6 juli 1656 heeft de echtgenote ingestemd en
Paulus Zeuwis bekent dat hij zijn geld ontvangen heeft.
1655, 15 juli. P. 230
Leonaert Schepers q. q. zoals boven heeft ontvangen en
daarna opgedragen een stuk broek in Coirsel gelegen, genaamd 'den Boven Bempt',
dat grenst Henrick Rijnders aan 2 zijden, de erfgenamen van Matthijs Bosmans 3)
en s'heeren straete 4), aan Paulus Zeuwis voor 300 gulden Brabants eens Luikse
valeur. De helft te betalen op datum van gichten en de wederhelft op de dag van
verjaren. Goidtsgelt 5 stuivers voor de kerk van Coirsel. Mocht er iemand
lasten aan pretenderen, dan zal Leonaert de koper er altijd kosteloos en
schadeloos van houden. Daarvoor verbindt hij zijn persoon en goederen. Paulus
Zeuwis is in het goed ggmr. Leonaert bekent de helft van het geld ontvangen te
hebben.
1655, 19 augustus. P. 232v
Akte van 18 januari 1655 voor schrijver en getuigen.
Mechtel Wijnrockx weduwe van Matthijs Mattheuwis den alden heeft opgedragen met
deze akte de rente van 50 gulden Brabants jaarlijks zoals zij die trekken op
het dorp of de gemeijnte van Coorsel, aan haar zoon Matthijs Mattheuwis. In
1656 zal de rente vallen op haar zoon. Draagt nog op een rente van 12 gulden
min 5 stuivers Brabants die geaffecteerd staan op het huis van Aerdt
Mattheuwis, gelegen in 'de Trichter Straet'. Dat huis grenst Jan Bauten 1),
Tileman Joris 2). Nog 3 gulden Brabants jaarlijks die geaffecteerd staat op een
huis gelegen in St.-Truijden, toebehorend aan Jan Laurens. Deze renten zullen
dadelijk vallen op haar zoon. Tevens draagt ze nog op zekere wijers gelegen
onder Diepenbeeck, die grenzen Walther Stellingwerff 1) en sr. Peeter Simons
aan de andere zijden, met de lasten die erop staan. Nog 5 roijen land gelegen
op 'den Dormael Padt' onder Hasselt, die grenst Henrick Wynrockx 1) en Frans
Vijffeijcken aan de andere zijden. Land en wijers mogen dadelijk aanvaard
worden. Ze geeft hem dit in voldoening van het testament gemaakt door Matthijs
Mattheuwis zaliger den alden en ook 'tot extinctie' (bevrijdende verjaring) van
zeker huwelijksgeld door haar, Mechtel Wynrockx, beloofd aan haar voorschreven
zoon. Daarvan ontslaat zoon Matthijs zijn moeder absoluut en ook van het
testament. Hij is ten volle voldaan. Zijn moeder behoudt er geen enkel recht
meer op en stemt toe in de realisatie van deze akte voor alle competente
rechters. Gedaan ten huize van de weduwe transportante voorschreven gelegen
binnen Hasselt in 'de Nieuwe Straet', genaamd 'het Groen Peerdt', in presentie
van Paulus Hoex Defaille en Jan IJseret als getuigen. Was ondertekend Lamb.
Jaupen notaris.
1655, 19 augustus. P. 233
De schepenen van Lummen buiten ten Brabants recht hebben
de voorschreven akte notariaal wettelijk gerealiseerd en geapprobeerd voor
zover het hen raakt.
1655, 16 september. P. 233
Peeter Stoffels, soldaat onder de compaignie van de
capitijn Hartsholt maior van de stad van S'hertoghen Bossche, heeft als man en
momber van Anna Meuwis - uit kracht van constitutie op hem door de voorschreven
Anna gegeven op 11 september 1655 zoals voor ons bleek uit de notariële akte
van notaris F. De Lauw - ontvangen en opgedragen al de patrimoniale goederen
die op zijn huisvrouw verstorven zijn na de dood van haar vader Jan Meuwis
zaliger. Het gaat om de helft van 'het Wijtvelt', dat grenst in zijn geheel Jan
Bynens 1), Jan Moons 2) en s'heeren straet 3); nog de helft van ongeveer 2
dachmael broek dat grenst de beek 1), de gemeijn heyde 2) en 'den Vlootgracht'
3). Verkocht aan Jan Pops voor 54 gulden Brabants eens en 2 gulden voor de kinderen
van Huybrecht Jans voor een liefenis van hun 'moije'. Lnl, Goitspenninck 10
stuivers. Prijs is boven alle uitgaande lasten. De verkoper staat er garant
voor dat het goed belast is met de helft van een rente van 8 gulden en 15
stuivers jaarlijks, met nog een hele rente van 2 gulden en 10 stuivers
jaarlijks en met s'heeren grondcijns. Hij staat garant voor meer lasten en een
goede gichte. Betaald. De koper moet de gevallen lasten voor zijn part betalen
voor het laatst gevallen jaar. Jan Pops is in de voorschreven goederen ggmr.
1655, 30 september. P. 233v
Henrick Auwen heeft opgedragen zijn huis en hof in
Voirtken onder Coirsel gelegen, die grenzen Jacob Claes 1), Paulus Wijnen 2) en
s'heeren straet 3), aan de achtergelaten kinderen van wijlen Jan Broeckmans
verwekt bij Elizabeth Van Luijck als pand voor 16 gulden 10 stuivers Brabants
jaarlijks Luikse munt, kapitaal 300 gulden. Valdag is jaarlijks op Kerstmis
('ipso nativitatis Domini'). Losse en vrije rente geven. Te kwijten met gelijke
som en geld zoals het dan in het land van Luik zal gangbaar zijn en met rente
volgens de verstreken tijd. Jan Brouckmans is als momber van de voorschreven kinderen
in hun naam en profijt in de rente van 16 gulden en 10 stuivers jaarlijks ggmr.
Het geld is gekomen van de verkoop van een schuur. Mochten de kinderen het geld
nodig hebben, dan moet Jan Auwen het geld teruggeven maar hij moet een maand
vooraf hiervan op de hoogte gebracht worden.
1655, 30 september. P. 234v
Op 3 juli 1654 verscheen bij de notaris en voor getuigen
Maria Peeters die in haar huis ziek in bed ligt, maar ze is haar verstand en
vijf zinnen nog wel machtig. Ze overdenkt de broosheid van de menselijke natuur
en weet dat geen ding zekerder is dan de dood, maar niets onzekerder dan het
uur van de dood. Daarom wil ze haar testament maken van haar tijdelijke
goederen, haar door God Almachtig op deze wereld verleend. Ze maakt haar
testament als volgt. Ze beveelt haar ziel, als zij van het lichaam zal
gescheiden zijn, aan God almachtig, Maria Zijn lieve gebenedijde moeder en het
hele hemelse heir. Ze maakt aan de fabriek van St.-Lambrecht in Luijck - voor
haar onrechtvaardig goed indien zij enig had, hopend van niet - 2 stuivers
eens; aan de kapel van St.-Joris in Scheulen ook 2 stuivers eens, na haar dood
te geven. Ze maakt en laat aan haar man Willem Pansers een rente van 4 gulden Brabants
jaarlijks in Linckhoudt. Ze maakt nog 7 gulden 10 stuivers op het dorp van
Linckhout om te verkopen voor het betalen van schulden. Ze stemt toe aan haar
wettige man Willem Pansers dat hij Matthijs Joors zal mogen gichten in een
rente van 15 gulden Brabants jaarlijks op een pand dat haar man Willem gekocht
had met het geld dat hij van Matthijs Joors op obligatie ontvangen en nog niet
teruggegeven had, namelijk de som van 250 gulden. Ze wil dat dit testament zo
zal uitgevoerd worden als ze het heeft gemaakt, door zowel wereldlijke als
kerkelijke rechters van waarde wordt gehouden. Getuigen: Peeter Stapparts,
Tilman Van Heerll en Godfre Van Blockum den Alden als getuigen. Was ondertekend
Dio. Van Rinsburg pastor in Scheulen.
1655, 30 september. P. 235
Jan Peeters als momber van het achtergelaten kind van
Willem Pansers zaliger verwekt bij Maria Peeters heeft ontvangen en daarna uit
kracht van het hiervoor geregistreerde testament getransporteerd de rente van 7
gulden 10 stuivers jaarlijks zoals het kind na de aflijvigheid van zijn ouders
op de generaliteit van Linckhoudt trekt en hij heeft daarvan afstand gedaan aan
de kinderen van Aert Jans voor 150 gulden Brabants eens Luikse munt. Henrick
Gressens is als momber van de kinderen van Aert Jans in de naam en tot hun
profijt in de rente gegicht en gegoed met alle vormen van recht.
1655, 30 september. P. 235
Jan Peeters als momber van het achtergelaten kind van
Willem Pansers en Maria Peeters heeft wettelijk gekweten de panden van Henrick
Cruesens van een rente van 4 gulden Brabants jaarlijks, kapitaal 60 gulden.
Alles is voldaan. Henrick en zijn panden werden wettelijk gekweten.
1655, 30 september. P. 236v
Op 17 juli 1655 verscheen voor de notaris die binnen
Diest resideert Leonaert Schepers inwoner van Loven, die zich sterk maakt voor
de kinderen van zijn broer(s?). Hij verklaart dat hij verkocht heeft het vierde
part van een 'huisinge ende gelege' binnen Coorsel liggend aan de kerk, die
grenzen het kerkhof 1), aan 2 zijden de heere straet, aan Jan Magrieten inwoner
van Coorsel voor 75 gulden Brabants Luikse munt eens. De helft geven op de
gichte en de andere helft op of voor het verjaren, met 1 ducaton voor een
kermis. Leonaert Schepers stemt ermee in dat Jan voorschreven ervan gicht en
goedenis ontvangt voor heer en hof competent. Hij constitueert om opdracht te
doen mr. Christiaen Nicolaj Corselius meier etc., Henrick Frepen zijn neef die
hij daarvoor volle macht geeft om de koopsom te ontvangen op dag van gichten.
Nog is conditie dat na de dood van Jan Magrieten voorschreven Pauls Zeuwis of
zijn nakomelingen dit part zullen mogen 'beschudden' en voor zich houden voor
de 75 gulden die ze moeten restitueren aan Jans erfgenamen met de ducaton
gegeven voor een kermis. Getuigen: Henrick Frepen bakker en Willem Vander
Heyden. Was ondertekend Johan Wouters notaris.
1655, 30 september. P. 237v
Henrick Frepen kleermaker heeft, uit kracht van
constitutie hiervoor geregistreerd, ontvangen en daarna opgedragen het vierde
part van het huis gelegen in Coirsel aan de kerk, dat grenst sheeren straet aan
2 zijden en de kerk 3). Verkocht aan Jan Magrieten voor 75 gulden Brabants eens
Luikse munt en 1 ducaton voor een kermis, volgens de koopakte hiervoor. Henrick
Frepen bekent dat zowel hij als zijn oom de helft van de koopsom ontvangen
hebben. Jan Magrieten is in de vierde part vn het voorschreven huis ggmr van
deze bank.
1655, 20 oktober. P. 238
Wouter Vanden Kerckhoff heeft ontvangen en daarna
opgedragen een stuk land in Voirtken onder Coorsel gelegen, genaamd 'het
Celleblock', dat grenst Servaes Vanden Eerdewech 1), Geert Rijmen 2) en de erfgenamen
van Matthijs Hoofmans 3) en s'heeren straet 4). Verkocht aan Jan Gysbrechts als
pand voor een rente van 60 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt (de gulden aan
20 stuivers). In kapitaal ontving Wouter 1200 gulden Brabants eens Luikse munt.
Zo ook afleggen zoals het geld dan zal gangbaar zijn in Luikse valeur en het
moet gangbaar zijn in 'de maerije van Den Bossche' (de meierij van Den Bosch).
Het vierendeel van de rente zal eerder vallen(?). De valdag van de rente is op
Sint-Lucasdag. Losse en vrije rente geven, zonder aftrek van eender welke vorm
van belastingen. Mocht het pand onvoldoende gevonden worden, daarvoor stelt
Wouter als onderpand een stuk broek ook in Voirtken gelegen, dat grenst Geert
Kenens 1), Jaspar Smeets den Jonghen zoon van Peeter 2), de erfgenamen van Quinten
Pauls 3) en de erfgenamen van Jan Laermans 4). Wouter stemt in met de
realisatie ervan voor de juiste heer en hof. Jan Gysbrechts wenst hiervan een
gezegelde brief. Jan Gijsbrechts is in de rente van 60 gulden jaarlijks ggmr.
De hofrechten hebben de partijen half en half betaald.
Naschrift p. 238.
Op 16 februari 1663 kwam Paulus Francken als
geconstitueerde van Jan Gijsbrechts voor de schepenen en hij heeft de
voorschreven panden gekweten en hij is er ten volle van voldaan door Jan
Wijnen, die deze panden met koop verkregen heeft van de relicta (weduwe) van
Wouter Vanden Kerckhoff.
1655, 21 oktober. P. 238v
Scheiding en deling tussen de erfgenamen van Leonaert Van
Houdt zaliger, namelijk Henrick Zeuwis man en momber van Maria Van Houdt en de
achtergelaten kinderen van Lucie Van Houdt verwekt door Michiel Pincxten en
Peeter Hommans zaliger, toen ze leefden wettelijke mannen van Lucie, met
akkoord van Jasper Hommans en Peeter Mertens als geëde mombers van de
voorschreven kinderen en met instemming van Matthijs Naelten die tegenwoordig
de wettige man is van Lucie.
Voor de eerste deling is gesteld:'die Vaeshoeve', een
half beemdje in 'de Langenijcken' gelegen, dat grenst Dionijs tekens 1), de
wederhelft toebehorend aan Henrick Zeuwis 2) en Valentijn Vanden Hove 3); nog
een rente van 2 gulden 10 stuivers jaarlijks, kapitaal 50 gulden volgens de
gichte ervan, gehypothekeerd op panden van Mattheuwis Seijssens. Deze deling is
door keuze van de mombers tot profijt van de kinderen van Lucie Van Houdt
gebleven.
De tweede deling omvat 'het Steenvelt', dat grenst
Catharina Convents 1), Valentijn Vanden Hove 2), Vincent Seijssens 3) en
Henrick Zeuwis 3); nog een stuk broek gelegen op 'den Eerdewech', dat grenst
Peeter Lemmens 1), s'heeren straet 2), de voorschreven kinderen 3) en Geert
Rijmen 4); nog een stuk land 'opden Plijn' in Voirtken gelegen, grenzend de erfgenamen
van Aert Stevens 1), Henrick Wijnen 2) en s'heeren straet 3) en 4); daarbij nog
de wederhelft van het voorschreven beemdje in 'den Langenijcken' gelegen. Deze
deling zal moeten dragen en betalen alle jaarlijkse lasten die aan deze tweede
deling staan. Dat zou gaan om 22 stuivers en een halve aan de H. Geest van
Coirsel en 10 stuivers jaarlijks aan de kerk van Coirsel. Elk perceel moet zijn
jaarlijkse grondcijns aan de heer voldoen die eraan staat. Ook dorpschatingen
betalen. Deze deling is gevallen aan Henrick Zeuwis, vrijwillig gekozen.
Indien er later op een perceel meer lasten gevonden
worden dan hier voorschreven staat, dan zullen de partijen ze gelijk dragen en
betalen. Mochten er nog meer goederen of renten gevonden worden dan
gespecificeerd, dan zullen ze deze gelijk optrekken en mekaar bijstaan tegen
degenen die enige actie of recht tot een goed zouden pretenderen. Alles op reële
en parate executie.
1655, 28 oktober. P. 239
Anna Vanden Wijer heeft de panden gekweten van joufr.
Martina Mannaerts, namelijk 'den Cornelis Hoff' in Stal gelegen, die grenst de erfgenamen
van Jan Vanden Kerckhoff 1), sr. Adriaen Nicolaj Corselius 2) en s'heeren straet
3), van een jaarlijkse rente van 20 gulden Brabants Luikse munt, kapitaal 400
gulden, zoals zij daarop trok. Alles is voldaan en de panden ervan gekweten.
1655, 28 oktober. P. 239
Joufr. Martina Mannaerts heeft opgedragen een stuk land
in Stal gelegen, genaamd 'den Cornelis Hoff', dat grenst sr. Adriaaen Nicolaj
Corselius 1), Cornelis Mantels 2) en s'heeren straet 3); nog haar vierde part
van een watermolen met haar toebehoren, die grenst mr. Vincent Coirselius 1),
Quirijn Beckers 2), Ariaen Seyssens 3) en Jan Huveneers den Jonghen 4), voor
zover deze goederen hier sorteren en ze veronderpandt ze voor zover ze onder
andere hoven sorteren. Ze stemt in met de realisatie ervan voor competente
rechters. Opgedragen aan Jan Gijsbrechts als pand voor een rente van 80 gulden Brabants
jaarlijks Luikse munt, kapitaal 1600 gulden Brabants eens. Te kwijten met
gelijke som volgens de laatste Luikse valuatie dan gangbaar. Valdag jaarlijks
op Sint-Michielsdag. Martina Mannaerts belooft dat ze nooit nog enige pacht of huur
van de voorschreven goederen zal ontvangen of winnen voor ze de jaarlijkse
intrest van de voorschreven rente zal betaald hebben. Omdat de voorschreven
goederen veronderpand zijn voor een jaarlijkse rente van 37 gulden 10 stuivers Brabantse
munt aan Joufr. Margareta Buijcx, en dat met consent van realisatie die reeds
is gebeurd, belooft joufr. Mannaerts dat ze de rente voorschreven binnen het
jaar na datum van deze gicht zal afleggen en de voorschreven goederen zal
schoon maken. Hiervoor obligeren (verbinden) zij en Matthys Pudt zoon
van Daniel hun personen en erven zowel roerende als onroerende, hebbend en
verkrijgend op parate en reële executie. Joufr. Martina Mannaerts belooft dat
ze Matthijs Pudt ervan altijd schadeloos zal houden. Jan Gijsbrechts is in de
rente van 80 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt gegicht en gegoed volgens
het recht van deze bank. Hiervan wordt een gezegelde brief gemaakt en joufr.
Mannaerts heeft de hofrechten betaald.
1655, 04 december. P. 244
Op 2 juni 1655 verscheen Anthonius Leijssens als wettige
momber van zijn halfzuster Elisabeth Leijssens, verwekt door zijn vader bij
wijlen Maria Van Houdt. Hij releveert de goederen die haar met recht aangekomen
en verstorven zijn na de dood van haar moeder en voornamelijk die sorteren
onder Brabant, voor de helft zoals haar volgens recht toekomt. Hij verzoekt
gicht en goedenisse volgens stiel en gewijsdom. Anthonius is er in de naam van
zijn halfzuster Elisabeth Leyssens in gegicht. Het is haar gewezen 'tot een
affgeboth' met behoorlijke intimatie. Wegens de afwezigheid van de secretaris
werd dit ondertekend door C. N. Corselius schepen. Het werd aan Ar. Beckers
overgegeven op 4 december. Attestor Ar. Beckers secretaris.
1655, 09 december. P. 244
Op 3 november 1655 verscheen bij de notaris die binnen
Lummen resideert Maria Minnebiers met assistentie van Peeter Minnebiers en
Peeter Van Schoonbeeck man en momber van Catlijn Vossens, haar neven. Ze heeft
opgedragen aan Peeter Wouters, die aanwezig is en accepteert, na voorgaand
relief in handen van de notaris gedaan onder verbintenis van alle heren en
hoven hun recht: 1) een jaarlijkse rente van 2 gulden zoals ze als erfgenaam
van Wouter Minnebiers, haar broer zaliger, trekt op panden van Jaspar Robijns
in Molem gelegen; nog een klein bleuxke gelegen in Coirsel, dat grenst Peeter
Van Bulen 1), Geerdt Pudt 2) en Gilis Peeters 3); nog een bosje gelegen daar in
de buurt dat grenst 'die Gulde Bosschen' 1), Mattheuwis Dries 2) en de erfgenamen
van Peeter Tilens van Soonhoven 3). Verkocht voor 36 gulden en 1 gulden
drinkgeld vermits dat ook daar naast zullen 'cesseren' (stoppen) alle
arbeidslonen door haar neef voorschreven aan haar gepresteerd en de andere
bijzondere weldaden aan haar betoond, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck 1
stuiver. Betaald. Peeter Wouters is erin gegicht voor de ondergeschreven
notaris. Om de realisatie te laten gebeuren voor de Brabants buitenjustitie van
Lummen vaardigt zij in aanwezigheid van haar neven voorschreven Aerdt Styls af,
Brabants dienaar hier. Getuigen: Andries Smets en Lamb. Scranden als getuigen.
Maria en Peeter ondertekenen met een merk; de getuigen met hun naam.
Realisatie.
Op 9 december 1655 verscheen voor de Brabantse schepenen
van Lummen buiten Aert Styls als geconstitueerde en hij heeft de voorschreven
akte voorgelegd. De schepenen realiseren en approberen de akte in al zijn
punten. Is in hoede van de schepenen gekeerd. Ondertekend Ar. Beckers
secretaris.
1656, 10 januari. P. 245
Matthijs Pudt draagt op 'die Cornelis Hoeve', die grenst
s'heeren straet aan 2 zijden, Geerdt Groenendaels 3) en de erfgenamen van Jan
Paels 4), als geleend pand voor zijn zoon Jan Pudt, aan Claes Obbers als pand
voor 10 gulden jaarlijks. Hiervoor bekent Jan Pudt een paar ossen gehad te
hebben gerekend op 200 gulden. Ze zijn te kwijten met een gelijke som van 200
gulden Brabants eens Luikse valeur. Valdag jaarlijks op de feestdag van
Sint-Martinus. Nicolaes Obbers is in de rente van 10 gulden jaarlijks ggmr.
1656, 20 januari. P. 245v
Jan Mentens draagt op met instemming van Thomas Mentens,
als vruchtgebruiker van de goederen die hij in tocht bezit, zijn kindsgedeelte
dat komt vanwege zijn moeder. Het gaat om huis en hof in Stal gelegen. Hij
draagt ze op als pand voor 5 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks aan Jan
Geerts. In kapitaal ontving Jan Mentens 100 gulden Brabants eens Luikse valeur.
Valdag jaarlijks op 1 maart. Tot verzekering stelt Thomas Mentens nog als
onderpand aan zijn zoon Jan Mentens al zijn goederen die hij in koop verkregen
heeft met zijn tweede huisvrouw Margareta Convents. Hij stemt in met de
realisatie daarvan voor competente rechters. Jan Geerts is in de rente van 5
gulden 10 stuivers jaarlijks ggmr.
1656, 27 januari. P. 247
Peeter Oriaens heeft wettelijk pand en persoon van Aert
Convents gekweten van een jaarlijkse rente van 5 gulden, kapitaal 100 gulden.
Alles is voldaan.
1656, 27 januari. P. 247
Aert en Peeter Stevens hebben samen en elk apart
ontvangen en daarna opgedragen de helft van een hof in Voirtken gelegen, die
grenst de erfgenamen van Aert Stevens 1), Henrick Wijnen 2) en s'heeren straet
3). De conditie hiervan is in het Loons geregistreerd. Verkocht aan Henrick
Rijnders den Jonghen voor 400 gulden Brabants eens Luikse valeur en voor de
huisvrouwen als spelgelt 40 gulden. Indien de koper zou vernaderd worden, zal
hij ook 40 gulden moeten hebben. Goitspenninck 5 stuivers, schrijfgeld 1
gulden, lycoop nae lantcoep. Henrick Rynders is in de helft van de voorgenoemde
hof, voor zover hij hier hooft, ggmr.
1656, 27 januari. P. 247v
Matthijs Pudt heeft wettelijk gekweten de persoon van
Peeter Nijs van de koop die onlangs tussen de partijen gebeurd is. Alles is
voldaan en Peeter Nijs is ervan gekweten.
1656, 24 februari. P. 251
Valentijn Vanden Hove heeft ontvangen en daarna
opgedragen een perceel erven, zowel land als weiwas, in Coirsel in 'den Dyck'
gelegen, door de aflijvigheid van mr. Wouter Vanden Hove op hem verstorven. Het
grenst de E.H. prelaat van Everbode W, s'heeren straet O, Jan Thilens N en
Ambrosius Bellens Z. Verkocht aan Geerardt Matthei voor 260 gulden Brabants
eens Luikse valeur. Betaald. Matthei is in het goed ggmr.
1656, 24 februari. P. 251
Aert Smeets, Govert Beerten en Naep Pauls met instemming
van zijn huisvrouw Catlijn Smeets hebben samen en elk apart ontvangen en
opgedragen een stuk land in Coirsel gelegen, dat grenst Aert Smeets
voorschreven 1) en 2), de erfgenamen van Jan Van Schaebroeck 3) en s' heeren
straet 4). Opgedragen aan Jacob Schepers als pand voor een rente van 5 gulden
10 stuivers jaarlijks. Indien ze tijdig betalen, volstaat 5 gulden jaarlijks.
Kapitaal 100 gulden. Kwijten in geld zoals het dan volgens de laatste Luikse
valuatie zal gangbaar zijn en volgens het verstrijken van de tijd. Valdag op
datum van gichten, maar ze neemt pas haar koers na de dood van Schepers.
Hiermee handelen ze het legaat af dat Maria Smets, gewezen huisvrouw zaliger
van Schepers, aan Schepers had gemaakt, namelijk een stuk broek in Coirsel
gelegen, genaamd 'het Hemelryck', waarvan Schepers zolang hij leeft het
vruchtgebruik zal hebben. Jacob Schepers is in de 5 gulden 10 stuivers
jaarlijks ggmr.
1656, 24 februari. P. 251v
Valentijn Joris en Matthijs Pudt als mombers van Anna
Swerts, weduwe van wijlen Henrick Pudt zaliger, hebben uit kracht van zijn
testament opgedragen huis en hof in Stal gelegen, die grenzen de erfgenamen van
Peeter Beckers 1), 'die Clyn Heyde' 2), 'die Velt Straet' 3). Opgedragen aan
Maria Obbers als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks Luikse munt. In kapitaal
ontvingen ze 100 gulden. Valdag van de rente is jaarlijks op Sint-Matthysdag.
Jasper Smets is in de naam van Maria Obbers ter gichte gekomen.
1656, 11 mei. P. 257
Testament van Arnold Cupers en Clara Bervoets.
Op 24 oktober 1654 verschenen voor de notaris en
commissaris van de stad Herck en getuigen Arnoldt Cupers zoon van Cornelis en
Clara Bervoets wettig echtpaar. Ze zijn gezond van lichaam en hun vijf zinnen
nog goed machtig. Mits de broosheid van de menselijke natuur en de zekerheid van
de dood en onzekerheid van het uur waarop, willen ze niet scheiden van deze
wereld zonder dat ze iets geregeld hebben betreffende de goederen die hen door
de Heer verleend zijn. Ze doen dit als volgt.
Als zij of hun zielen uit hun lichaam van deze wereld zullen
scheiden, bevelen ze die aan Godt Almachtig, Maria Zijn gebenedijde Moeder en
al Gods lieve heiligen en hun lichaam aan gewijde aarde. Er moet voor hen een
dienst gehouden worden in de kerk volgens hun staat en de gewoonte hier. Ze
geven aan de armen om voor hun ziel te bidden 4 vaten of volgens de wil van de
langstlevende in gebakken koren.
Betreffende hun tijdelijke goederen herroepen en doen ze
teniet alle vorige testamenten of maaksels door hen beiden of een van hen apart
hiervoor gemaakt. Nu verklaren ze uitdrukkelijk dat ze met 'violenten inval der
Condetsche, Lorijnsche troupen affbranden hender schueren, stallen, beroovinge
van koijen ende peerden' veel diverse schulden hebben gemaakt en bij ophaling
van geld voor de voorschreven dingen 'als in hare creughde geimploeert’(?), dat
zij wederzijds mekaar maken en legateren zoals ze dat hiermee doen dat de
langstlevende van al de goederen zal halen, verkopen en zijn vrije wil mag doen
tot betaling van de voorschreven schulden, het opvoeden van hun kinderen door
hen als gehuwden voortgebracht. Nergens anders voor gebruiken of zich in een
ander huwelijk begeven of ook andere kinderen bij de ene of de andere 'bij
avonturen' te verwekken 'op te trecken'. Waar deze goederen ook mogen gelegen
zijn in Herck, Schuelen, Lummen, Diest of elders zonder uitzondering zijn voor
hun kinderen als er iets overschiet, hun wettige erfgenamen. Dit is hun
testament en ze willen dat dit zo zal uitgevoerd worden door alle heren en
hoven waar hun goederen ressorteren. Opgemaakt binnen de stad Herck in het huis
van de comparanten in presentie van sr. Johan Van Nijffel en Godvre Vander
Leenen, getuigen. Getekend Aert Cuepers, Clara Bervoets, sr. Jan Van Nijffel,
Godefridus Vander Leenen. Testor J. Van Hakendover notaris en van de stad Herck
commissaris.
1656, 11 mei. P. 258
Op 27 november 1654 heeft Cuepers voorschreven in
presentie van de E.H. Henrick Lombaerts, die aanwezig is om hem te
administreren (het H. Oliesel toedienen),en van Hubert Huybrechts, Le
Roeije, Willebordt Hermans, Jan Gordebeecht en anderen gedeclareerd te blijven
bij het laatst gemaakte testament dat boven en onder door mij is 'geexpedieert'
en daarbij te leven en te sterven. Getekend J. Van Hakendover notaris en
commissaris van de stad Herck.
1656, 11 mei. P. 258
Hier volgt een tekst opgesteld in het Latijn. Gedateerd
in 1655 op 5 april betreffende het testament van wijlen Arnold Cuepers en Clara
Bervoets, echtpaar, opgemaakt voor Joannes Van Hakendover notaris en
commissaris van de stad Herck. In 1655 op 10 mei gezegeld en getekend 'de
mandato admodium Domino Officialis supra fati Nicol. Plenevaulx curiae eiusdem
sentertiarius'. (alles onder voorbehoud).
1656, 18 mei. P. 258
Clara Bervoets met assistentie van haar wettige broer
Michiel Bervoets, die haar als momber werd verleend voor deze gichte, heeft
ontvangen en daarna opgedragen uit kracht van het hiervoor geregistreerde
testament gemaakt door haar man zaliger Aert Cuepers voor notaris Haeckendover
en getuigen op 24 oktober 1654 en voor de E.H. heer Henrick Lombaerts op 27
november 1654 door Cupers opnieuw bevestigd, geratificeerd in 1655 op 10 mei
door de E.H. Officiaal van Luijck na voorgaande verhoring van de testamentaire
getuigen. De betrokken partijen werden hiervan op de hoogte gebracht en hebben
ermee ingestemd zoals bleek. Clara doet er afstand van aan Gilis Vander Hoeven,
die aanwezig is en accepteert, haar deel dat ze heeft in 'de Suerdellen' in
Linchoudt, dat op haar is gevallen en verstorven na de aflijvigheid van Judocus
Bervoets, haar broer. Het grenst 'die Goten' W, s'heeren straaet N, Ambrosius
Vander Eeycken O en Z. Verkocht voor 80 gulden, lycoop nae lantcoep, Goitspenninck
1 stuiver. Gilis Vander Hoeven is in de 'Suerdellen' gegicht en gegoed met ban
en vrede.
1656, 06 juli. P. 261v
Paulus Gielkens heeft ontvangen en daarna opgedragen zijn
deel in een dries in Hocxelaer gelegen, die grenst Huijbrecht Jacobs 1), de erfgenamen
van Michiel Sweerts 2) en s'heeren straet 3), zoals het na de dood van Jan
Pauls op hem is verstorven. Verkocht aan Huijbrecht Jacobs voor 100 gulden, die
hij uit kracht van het testament van Jan Pauls zaliger voorschreven voor zij
deel moest geven en verder van de pretenties zoals Huybrecht Jacobs op Gielkens
heeft. Het goed is enkel met grondcijns en dorpsschattingen en -lasten belast.
Hiermee kwijten ze mekaar. Jacobs is met recht ter gichte gekomen.
1656, 06 juli. P. 261v
Paulus Seijssens heeft opgedragen met instemming van zijn
huisvrouw Cunegundis Mentens een stuk broek in Castel onder Stal gelegen,
genaamd 'die Dunghen', dat grenst mr. Vincent Seijssens 1), Jan Huveners 2),
Valentijn Vanden Hove 3) en 'de Oude Beke' 4). Verkocht aan Valentijn Vanden
Hove voorschreven als pand voor 2 gulden 10 stuivers Brabants jaarlijks,
kapitaal 50 gulden. Valdag jaarlijks op Lichtmis. Valentijn Vanden Hove is in
de 2 gulden 10 stuivers jaarlijks ggmr.
1656, 06 juli. P. 262
Jan Rijnders heeft ontvangen en draagt op een stuk land
in Coirsel gelegen, genaamd 'den Heuvel', dat grenst Henrick Geerts 1), de heer
pastoor van Coirsel 2), de erfgenamen van Jan Coenens 3) en s'heeren straet 4).
Opgedragen aan Jan Magrieten als pand voor 6 gulden Brabants jaarlijks met
valdag op 12 juni. Te kwijten met 100 Brabants gulden courant geld. Jan
Magrieten is in de rente van 6 gulden jaarlijks ggmr.
1656, 20 juli. P. 263
Jan Rynders heeft opgedragen een perceel broek genaamd
'het Eeuwet', dat grenst Chr. Nicolai meier 1), Jan Convents erfgenamen 2),
'die Maelbeke' 3) en 'die Broeckstraet' 4). Opgedragen aan Anthoen Leyssens als
pand voor 9 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal ontving Jan 150 gulden Brabants
eens Luikse valeur. Te kwijten met een gelijke som van 150 gulden zoals het
geld dan volgens de laatste Luikse valuatie zal gangbaar zijn en met rente
volgens het verstrijken van de tijd. Valdag jaarlijks op Sinte Maria
Magdalenadag. Losse en vrije rente geven, zonder enige aftrek. Als onderpand
stelt Jan zijn huis en hof in Stal gelegen, die grenzen s'heeren strate 1), de erfgenamen
van Matthijs Convents 2), Wouter Cornelis 3) en Peeter Van Postel 4). Anthoen
Leyssens is in het goed als pand voor 9 gulden jaarlijks ggmr.
1656, 20 juli. P. 263v
Willem Roecx/Rocx, met assistentie van zijn wettige
huisvrouw Geetruyt Heckens heeft met haar instemming opgedragen een perceel
land in Voirtken gelegen, dat grenst s'heeren aerdt 1), de erfgenamen van Aert
Heckens 2, Jan Goris 3) en Gerard Vaes erfgenamen 4). Opgedragen aan het
convent van Everbode als pand voor 12 gulden Brabants jaarlijks. In kapitaal
ontving Willem 200 gulde Brabants eens Luikse valeur. Valdag jaarlijks op de
feestdag van Magdalena. Als onderpand stelt Willem zijn huis en hof in Coirsel
aan de Linde gelegen en al zijn andere goederen waar ze ook mogen gelegen zijn.
Hij wil dat de secretaris hier daarvan een gezegelde brief maakt. Anthoen
Leyssens is als rentmeester van het klooster en in de naam ervan met recht ter
gichte gekomen.
1656, 20 juli. P. 264
Vincent Seyssens heeft opgedragen huis en hof in Voirtken
gelegen, groot 3 halster land, die grenzen de gemeijnen aerdt aan 2 zijden, de erfgenamen
van Peeter Smets 3) en sheeren straet 4); nog een beemd in 'de Langeneijcken'
gelegen, grenzend Geerdt Reymen 1), Huybrecht Didden 2) en Jaspar Homans 3).
Opgedragen aan Jan Gysbrechts als pand voor 32 gulden 10 stuivers Brabants
jaarlijks Luikse valeur. In kapitaal ontving Vincent 650 gulden Brabants eens
Luikse valeur. Afleggen nadat 3 maanden vooraf werd gewaarschuwd. Valdag half
april. Ar. Beckers secretaris is volgens constitutie, zoals hier bleek, tot
profijt van Jan Gijsbrechts voorschreven in de rente met recht ter gichte
gekomen.
Naschrift p. 264
Op 30 maart 1662 heeft mr. Paulus Francken als geconstitueerde
van Jan Gijsbrechts de persoon en panden van Vincent Seysens van deze rente
gekweten. Alles is voldaan.
1656, 20 juli. P. 264v
Matthijs Pudt heeft opgedragen een stuk land genaamd 'die
Cornelis Hoeve', dat grenst s'heeren straet aan 2 zijden, Geerdt Matthei 3), de
erfgenamen van Jan Pauls 4). Opgedragen als pand aan Jan Gysbrechts voor 47
gulden en 10 stuivers Brabants jaarlijks. Hij ontving ervoor in kapitaal 950
gulden Brabants eens courant geld volgens de Luikse valuatie. Valdag half april.
Als onderpand stelt Matthijs huis en hof in Stal gelegen, die hij onlangs heeft
gekocht van de erfgenamen van Jan Pauls. Dat goed grenst s'heeren straet aan 2
zijden, 'den Seijckberch' 3). Nog als onderpand stelt hij een stuk land genaamd
'den Nachtegael', dat grenst de erfgenamen van Matthijs Van Hamme 1), Jan
Rynders van Hamme 2) en s'heeren straet 3). Matthijs stemt erin toe dat dit
gerealiseerd wordt voor competente rechters. Ar. Beckers, secretaris, is tot
profijt van Jan Gijsbrechts met recht ter gichte gekomen.
1656, 18 november. P. 266
Voor schepenen Cor. Van Soonhoven en Anthoen Leyssens
heeft joufr. Martina Mannaerts weduwe van Henrick Van Eck, uit kracht van
procuratie, 'gedepescheert' (afgevaardigd) op Peeter Oriaens voor
notaris Dominicus Coghen en getuigen op 15 november 1656 zoals hier bleek en in
het Loons en in de laethoff van de E.H. prelaat van Everbode geregistreerd,
opgedragen een block in Stal gelegen, genaamd 'den Cornelis Hoff'. Het blook
grenst s'heeren straet 1), mr. Adriaen Nicol. Coirselius 2), de erfgenamen van
Jan Pudt 3) en Cornelis Mantels 4). Verkocht aan Chr. Nico. Coirselius, meier
van het land Lummen ter Brabantse aarde, voor 1500 gulden Brabants eens Luikse
valeur. Betaald. Omdat de weduwe jaarlijks een goudgulden moet geven en ze niet
weet of die op dit pand is gehypothekeerd ofwel op de molen in Stal, zal deze
door de koper moeten betaald worden indien blijkt dat hij aan deze hof staat.
De verkoopster belooft dat zij daar tegen aan de heer Coirselius voorschreven 5
gulden jaarlijks zal betalen. Na het opdragen van Peeter Oriaens, is Ch. Nico.
Coirselius, meier, in 'den Cornelis Hoff' ggmr voor zover hij onder deze
jurisdictie is onderworpen.
1656, 23 november. P. 266
Ch. Nicol. Coirselius, meier van het land Lummen ten Brabants
recht, heeft 'den Cornelis Hoff' opgedragen die hij onlangs heeft gekocht van
Martina Mannaerts. Zie hiervoor. Nog opgedragen zijn huis, hof en landerijen
met annex 'den Valentijn' genoemd, aan Jan Gijsbrechts als pand voor een rente
van 50 gulden jaarlijks. In kapitaal ontving hij 1000 gulden Brabants eens. 3
maanden vooraf verwittigen indien hij wil afleggen. Omdat de Cornelishof ook
van nature Loons en 'laets' is, stemt Nicolai Coirselius in met de realisatie
van deze akte voor competente rechters. Deze rente zal nooit mogen verdeeld of
gesplitst worden 'maer sullen daer voor moghen bedwinghen eenighen erffman der
voorschreven guderen naer believen'(?). Jan Gijsbrechts is in huis en hof
genaamd 'den Valentijn', landerijen annex en in 'den Cornelis Hoff', voor zover
die hier sorteert, als panden voor zijn rente gegicht en gegoed volgens stiel
van deze bank en recht.
1656, 23 november. P. 266v
Martina Mannaerts heeft opgedragen haar vierde part van
een watermolen met haar toebehoren en goederen annex in Stal gelegen, die
grenzen mr. Vincent Coirselius 1), Jaspar Lemmens 2) en 'die Maelbeke' 3).
Opgedragen aan Jan Gijsbrechts als pand voor een rente van 46 gulden Brabants
jaarlijks Luikse valeur in courant geld. Ze ontving 920 gulden. Bij afleggen 3
maanden vooaf verwittigen. Valdag jaarlijks op Sint-Michielsdag. Als onderpand
stelt ze nog al haar laat- en Loonse goederen ook in Stal gelegen. Ze stemt in
met de realisatie daarvan voor competente rechters. Jan Gijsbrechts is in de
vierde part van de watermolen en annexe goederen voor zover ze hier sorteren
als panden voor de rente van 46 gulden jaarlijks ggmr.
1656, 23 november. P. 267
Ambrosius Bellens heeft opgedragen een stuk broek in
Coirsel gelegen, genaamd 'het Bosken', dat grenst de erfgenamen van Henrick
Wellens 1), de erfgenamen van Nicolaes Jans 2), Geerdt Matthei 3) en s'heeren
straet 4). Opgedragen als pand aan Joris Bortels voor een rente van 4 gulden 10
stuivers jaarlijks, kapitaal 75 gulden Brabants eens Luikse valuatie ervoor
ontvangen. Valdag jaarlijks op Sint-Jan Babtist. Peeter Bortels is als vader en
momber van zijn zoon Joris Bortels in zijn naam en profijt met recht ter gichte
gekomen volgens het recht van deze bank.
Naschrift p. 267r
In 1663 op 20 september heeft Joris Bortels de panden van
Ambroos Bellens voorschreven gekweten. Alles is voldaan.
1656, 02 december. P. 268
Scheiding en deling tussen de kinderen van Gijsbrecht
Diricx zaliger en Margareta Obbers, namelijk Aert Diricx en Jan Baens als man
en momber van Brigida Diricx, wettelijk voor de schepenen gepasseerd op 2
december 1656, met instemming van hun moeder Margareta voorschreven en in
aanwezigheid van haar tegenwoordige man Jan Vanden Eijnde.
Het eerste deel is met kavelinge gevallen aan Aert
Diricx: een dries met het land die grenzen O de straat, Z de erfgenamen van
Aert Convents, W mr. Vincent Coirselius, N de erfgenamen van Matthijs Claes.
Het is belast met 4 halster licht koren aan de H. Geest van Beringhen. Daarbij
nog 'het Begijnen Landt', dat grenst Jan Cnaep 1), Tomas Mentens 2), 'die
kaerbane' 3) en Mattheuwis Homans 4); het voorste deel van een bos die grenst
Jan Caes O, W en Z 'die Maelbeke' en 'het Leuckens Euwet' N. Nog de helft van
een jaarlijkse rente van 15 gulden, kapitaal 300, die staan aan panden van Henrick
Pudt in Oversel; voor dit deel gaat het dus om 7 gulden 10 stuivers jaarlijks.
Nog een rente van 2 gulden 10 stuivers, kapitaal 50 gulden, aan panden van Jan
Spuns in Lummen. Dit deel zal profiteren 84 gulden Brabants eens Luikse
valuatie te halen bij Mattheuwis Obbers die dit geld heeft ontvangen als momber
van een jaarlijkse rente die zij op panden van Dirick Firens trokken en die hij
heeft afgelegd.
Het tweede deel is met kaveling gevallen aan Jan Baens in
de naam van zijn vrouw: 'den Hoeckbempt', die grenst Matthys Claes 1), Jaspaer
Diricx 2), de erfgenamen van Henrick Pudt 3) en 'die Maelbeke' 4); een halster
land in Stal 'inde bane' gelegen, dat grenst hemzelf 1), Mattheuwis Convents
2), Henrick Beckers alias Van Houdt 3) en de erfgenamen van Valentijn
Valentijns 4); nog het achterste deel van het bos en driesje oostwaarts
gelegen, dat grenst Jan Caers 1), 'het Munincx Houdt' 2), 'die Maelbeke' 3) en
Peeter Jans erfgenamen 4). Deze percelen zijn allemaal onbelast met
uitzondering van s'heeren grondcijns en dorpsschattingen en -lasten. Krijgt nog
de wederhelft van de voorschreven rente van 15 gulden jaarlijks aan panden van
Hen. Pudt, zoals in het eerste deel beschreven staat, dus 7 gulden en 10
stuivers jaarlijks; nog het schanshuis dat op de schans van Stal staat met de
grond waarop het staat. Deze deling zal ook profiteren 84 gulden Brabants eens
aan Mattheuwis Obbers zoals voorschreven staat.
Indien er bijkomende goederen of lasten gevonden worden,
zullen ze deze samen profiteren of dragen. Dat geldt niet voor grondcijns,
dorpslasten of erfwegen die enkel door de eigenaars zullen gedragen worden.
De partijen hebben wettelijk afstand gedaan van hun
rechten op elkaars deel van hun deling in presentie van Aert Convents en
Mattheuwis Obbers als goede mombers van Aert Diricx. Elk ontving zijn deel.
1656, 02 december. P. 269
Akkoord van Jan Vanden Eynde tussen de kinderen van
Gijsbrecht Diricx voorschreven.
Jan Vanden Eynde man en momber van Margareta Obbers
handelt met haar instemming. Haar behoort de tocht toe van goederen uit haar
eerste huwelijk met Gysbrecht Diricx gekocht. Ze staat haar vruchtgebruik ervan
af aan haar voorkinderen verwekt door Diricx voorschreven in presentie van de
mombers die hier blij om zijn. Jan Vanden Eynde zal tijdens het leven van zijn
vrouw Margareta voor haar jaarlijkse tocht mogen gebruiken 'den Seijckberch'
met 'die huijsinge' die erop staan, mits ze ervan jaarlijks de grondcijns en
dorpslasten betaalt en het dak, de wanden en deuren repareert zoals dat
tochtswijze hoort. Is in hoede gekeerd.
1656, 12 december. P. 269
Matthijs Pudt en Valentijn Joors als mombers van de kinderen
van Henrick Pudt en Anna Vogelers hebben, uit kracht van het testament gemaakt
door Hendrick Pudt zaliger, opgedragen huis en hof in Stal, die grenzen 'die
Cleijn Heyde' 1), Henrick Jans 2), de erfgenamen van Jan Hoecx 3). Opgedragen
aan Peeter Maes als pand voor 6 gulden jaarlijks, maar met 5 gulden te betalen.
Ze ontvingen ervoor tijdens het leven van Henrick Pudt 100 gulden in schapen.
Valdag jaarlijks op Maria Geboortedag. Te kwijten in dan gangbaar geld. Als onderpand
stellen ze al hun laetgoederen gelegen in Stal en ze stemmen in met de
realisatie ervan voor competente rechters. Jan Maes is in de naam van zijn
vader in de 6 gulden jaarlijks ggmr.
Afgewerkt 20 juni 2026